Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BP6958

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
08-03-2011
Datum publicatie
08-03-2011
Zaaknummer
811244-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen een homoseksuele man heeft afgeperst dan wel dat zij gedreigd hebben met de openbaring van een geheim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 811244-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 maart 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Yeral, advocaat te Etten-Leur

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 februari 2011, waarbij de officier van justitie, mr. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen een homoseksuele man heeft afgeperst dan wel dat zij gedreigd hebben met de openbaring van een geheim.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde afpersing. Wel acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het dreigen met de openbaring van een geheim en dat daarmee de subsidiair ten laste gelegde afdreiging bewezen kan worden verklaard. Zij baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer] diens aanvullende verklaring en op de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten.

4.2 Het standpunt van de verdediging

Met de officier van justitie is de verdediging van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de primair ten laste gelegde afpersing. De verdediging stelt dat de verklaringen van [slachtoffer] niet betrouwbaar zijn te achten ten aanzien van de geweldselementen. Nu de drie verdachten hebben verklaard dat er geen sprake is geweest van geweld dan wel bedreiging met geweld, dient verdachte vrijgesproken te worden voor de primair ten laste gelegde afpersing.

De verdediging heeft zich gerefereerd ten aanzien van de bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde afdreiging in de vorm van dreigen met openbaring van een geheim.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 4 en 5 mei 2010 heeft de heer [initialen]. [slachtoffer] in Bergen op Zoom een geldbedrag afgegeven aan verdachte en zijn medeverdachten . [slachtoffer] had in Bergen op Zoom afgesproken met een jongen die hij had ontmoet op een chatbox en die had aangegeven met die [slachtoffer] te willen daten. In Bergen op Zoom aangekomen werd [slachtoffer] aangesproken door een jongen met wie hij dacht afgesproken te hebben. Deze jongen vertelde aan [slachtoffer] dat hij afgesproken had met zijn neefje van 15 jaar. Het gesprek werd vervolgens overgenomen door een tweede persoon, waarna [slachtoffer] een bedrag van 690 euro heeft gepind. Een derde persoon die er bij was heeft niets gezegd. [slachtoffer] heeft zich bij de politie erover beklaagd dat hij geld moest afgeven.

Medeverdachte [mededader] was de eerste persoon die door [slachtoffer] werd gezien. Verdachte was samen met de medeverdachten op de afgesproken plaats gekomen. Een medeverdachte had aan verdachte en medeverdachte [mededader] gevraagd met hem mee te gaan naar een seksafspraak die hij had gemaakt. Op de afgesproken plek hebben de verdachte en een medeverdachte zich verstopt, terwijl medeverdachte [mededader] op [slachtoffer] wachtte. Toen deze kwam, is medeverdachte [mededader] in diens auto gestapt. Even daarna zijn een medeverdachte en verdachte aan komen lopen. Deze medeverdachte heeft vervolgens tegen [slachtoffer] gezegd dat deze een probleem had, dat hij tegen de wet handelde en dat hij een seksdate wilde met een minderjarige. Vervolgens werd aan [slachtoffer] medegedeeld dat verdachte en de medeverdachten naar de politie zouden gaan. [slachtoffer] heeft daarop op smekende toon geld aangeboden, indien er niet naar de politie zou worden gegaan. Omdat [slachtoffer] geen contant geld bij zich had, is hij gewezen op een pinautomaat in de buurt. Daar heeft [slachtoffer] het geldbedrag gepind.

Een medeverdachte is degene geweest die via een site voor homoseksuele mannen contact heeft gehad met [slachtoffer]. Tijdens dit contact heeft hij aangegeven dat hij 15 jaar was en hij heeft het signalement van medeverdachte [mededader] opgegeven. Nadat [slachtoffer] te kennen gaf een date te willen, heeft de medeverdachte een afspraak met hem gemaakt. Medeverdachte [mededader] was hiervan op de hoogte. Op de afgesproken plaats heeft ook een medeverdachte met [slachtoffer] gesproken. Verdachte heeft niets gezegd. De medeverdachte heeft tegen [slachtoffer] gezegd dat het strafbaar was om met minderjarigen seks te hebben en dat zij naar de politie zouden gaan. De medeverdachte heeft gezien dat [slachtoffer] hierdoor bang werd en dat hij aanbood om geld te pinnen. De medeverdachten hebben daarmee ingestemd, waarna zij en verdachte samen met [slachtoffer] naar een pinautomaat zijn gelopen. Daar heeft [slachtoffer] geld gepind, waarna de medeverdachte het geld verdeeld heeft.

Volgens verdachte was het afgesproken dat de medeverdachte naar [slachtoffer] zou gaan, zodra medeverdachte [mededader] uit diens auto was gestapt. Vooraf was afgesproken dat de medeverdachte geld zou vragen. Verdachte en zijn medeverdachten gingen er op voorhand van uit dat zij geld zouden krijgen, zodra ze zouden zeggen dat [slachtoffer] met minderjarigen afsprak. Verdachte heeft [slachtoffer] horen zeggen dat ze geld zouden krijgen als ze niet naar de politie zouden gaan. Verdachte heeft ook vervolgens verklaard dat zij met [slachtoffer] naar een pinautomaat zijn gegaan, waar hij een geldbedrag van 690 euro heeft gepind en dat dit geld is verdeeld onder verdachte en de medeverdachten.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van mening dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat voor een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde afpersing in vereniging. De rechtbank laat hierbij meewegen dat [initialen]. [slachtoffer] in eerste instantie een aangifte heeft gedaan, waar hij later deels op teruggekomen is. De geweldselementen die hij in zijn aanvullende verklaring herhaald heeft vinden echter naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende steun in de overige bewijsmiddelen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van de primair ten laste gelegde afpersing in vereniging gepleegd.

De rechtbank is van oordeel dat er wel voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde afdreiging in die zin dat gedreigd is met een de openbaring van een geheim. Dat er sprake was van een geheim kan naar het oordeel van de rechtbank afgeleid worden uit verklaringen van de medeverdachten dat [slachtoffer] een afspraak met een minderjarige had gemaakt. Bovendien heeft [slachtoffer] met zijn eerste verklaring proberen te verdoezelen dat hij een seksdate had gemaakt.

De rechtbank volgt de verdediging niet in haar opvatting dat een strafbaar feit niet als een geheim in de zin van artikel 318 van het Wetboek van Strafrecht kan worden bestempeld.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

subsidiair:

in de periode van 04 mei 2010 tot en met 05 mei 2010 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk

te bevoordelen door bedreiging met openbaring van een geheim [initialen]. [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 690 Euro toebehorende aan [slachtoffer] welke openbaring van een geheim hierin bestond dat verdachte en zijn mededaders: die [slachtoffer] hebben geconfronteerd met het feit dat hij een afspraak met een minderjarige had gemaakt om sex te hebben en dat dit een strafbaar feit betrof en dat verdachte en zijn medeverdachten hiermee naar de politie zouden gaan;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een leerstraf Tools 4 U individueel van 30 uren. Daarnaast vordert de officier van justitie een werkstraf van 120 uren en een jeugddetentie van 63 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel koppelt de officier van justitie de begeleiding van de jeugdreclassering gedurende het eerste jaar van de proeftijd.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vordering van de officier van justitie een redelijke is en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het dreigen van [initialen]. [slachtoffer] met de openbaring van een geheim, te weten het (willen) hebben van sex met een minderjarige. De rechtbank acht de handelingen van verdachte en zijn medeverdachten uiterst laf en kwalijk. Zij hebben dit immers gedaan met maar één enkel doel, namelijk het verkrijgen van geld. Zij zijn daarbij volledig voorbij gegaan aan de gevoelens van het slachtoffer en de gevolgen die dit voor hem heeft. Overigens roepen dergelijke handelingen ook gevoelens van angst en onvrede op in de maatschappij.

De rechtbank heeft bij de strafbepaling rekening gehouden met het volgende door verdachte bekende en ad informandum op de dagvaarding vermelde strafbare feit:

1. 811244-10 19 juli 2010, Bergen op Zoom, Gemeente Bergen op Zoom,

Voorhanden hebben van een boksbeugel en een imitatievuurwapen (categorie 1)

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmaat voorts rekening gehouden met het strafblad van verdachte. Uit dit strafblad blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van het psychiatrisch consult van psychiater [naam deskundige] van 10 november 2010. De psychiater stelt dat bij verdachte geen aanwijzingen zijn gevonden voor een psychiatrische en/of persoonlijkheidsstoornis. Na het overlijden van zijn moeder lijkt er een knik in zijn ontwikkeling te zijn gekomen die nu herstellende is. Zowel op school als thuis loopt het nu redelijk. Het gemak waarbij verdachte met vrienden meegaat in delictgedrag is wel zorgelijk.

De rechtbank heeft ten slotte acht geslagen op het rapport van de jeugdreclassering van 15 februari 2011. Geadviseerd wordt een leerstraf Tools4U lang individueel op te leggen om te werken aan zijn beïnvloedbaarheid, vriendenkeuze en het beter leren nadenken over de consequenties van zijn handelen.

Verder wordt een deels voorwaardelijke werkstraf geadviseerd met een proeftijd van 1 jaar met als bijzondere voorwaarde de begeleiding van de jeugdreclassering.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straffen recht doen aan de ernst van het bewezen verklaarde feit. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot de leerstraf Tools 4 U individueel van 30 uren. Daarnaast zal zij verdachte veroordelen tot een werkstraf van 120 uren en een jeugddetentie van 63 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar onder aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel van de jeugddetentie wordt als bijzondere voorwaarde gekoppeld de begeleiding van de jeugdreclassering gedurende het eerste jaar van de proeftijd.

7 Het beslag

7.1 De verbeurdverklaring

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat het voorwerp niet aan verdachte toebehoort, maar degene aan wie het toebehoort redelijkerwijs de bestemming in verband met het strafbare feit had kunnen vermoeden.

7.2 De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat deze voorwerpen bij het onderzoek naar de tenlastegelegde feiten zijn aangetroffen, terwijl deze voorwerpen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 27, 33, 33a, 36b, 36d, 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 318 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

subsidiair: medeplegen van afdreiging

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 60 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een leerstraf, te weten Tools 4 U, individueel van 30 uren;

- beveelt dat indien verdachte de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 15 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 63 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens het eerste jaar van de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de jeugdreclassering;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde jeugddetentie;

Beslag

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten

- 336555 1.00 STK Harddisk

harde schijf uit computer Dell U7670;

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- 336501 1.00 STK Imitatiewapen Kl: zwart

met bruine kolf/geen merk of nr./slk giray;

- 336511 1.00 STK Wapen Kl: zilverkl.

boksbeugel slk giray;

- 336718 1.00 STK Wapen Kl: zwart

boksbeugel merkloos, in viskoffer kelder Ratelaarstraat;

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hinfelaar, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. De Graaf en mr. Scheij, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. Tafazzul, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 8 maart 2011.

Mr. Hinfelaar is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 04 mei 2010 tot en met 05

mei 2010 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [initialen]. [slachtoffer] heeft

gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) (van in totaal 820

Euro en/of 690 Euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer] in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- bij die [slachtoffer] in zijn auto heeft/hebben plaatsgenomen en/of

- op die [slachtoffer] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, heeft/hebben gericht, in elk geval getoond en/of

- die [slachtoffer] dreigend heeft/hebben toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat

verdachte en/of zijn mededaders naar de politie zouden gaan, omdat hij,

[slachtoffer], een afspraak had om sex te hebben met een minderjarige en/of

- die dreigend heeft/hebben toegevoegd: "Zolang jij mee werkt doen wij jou

niets", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- de autosleutels uit het contact van de auto van die [slachtoffer] heeft/hebben

gehaald en/of die autosleutels onder zich heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer] heeft/ hebben gedwongen plaats te nemen in een auto en/of

- door zijn/hun (agressieve/dreigende) houding die [slachtoffer] onder druk

heeft/hebben gezet en/of

- door het getalsmatige overwicht die [slachtoffer] onder druk heeft/hebben gezet;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 04 mei 2010 tot en met 05

mei 2010 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door bedreiging met smaad en/of smaadschift en/of openbaring

van een geheim [initialen]. [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer

geldbedrag(en) (van in totaal 820 Euro en/of 690 Euro), in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke smaad en/of

smaadschrift en/of openbaring van een geheim hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s):

die [slachtoffer] heeft/hebben geconfronteerd met het feit dat hij een afspraak met

een minderjarige had gemaakt om sex te hebben en/of dat dit een strafbaar

feit betrof en/of dat verdachte en/of zijn medeverdachten hiermee naar de

politie zouden gaan;