Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BP3974

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
10-02-2011
Datum publicatie
11-02-2011
Zaaknummer
800383/09 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zijn vriendin mishandeld en hij is daarna met zijn auto door de voorgevel van een pand gereden, waar zijn vriendin naartoe gevlucht was.

Rechtbank acht gedeelte van de verklaring van verdachte ongeloofwaardig.

Verweer van de verdediging m.b.t. ontbreken van opzet verworpen.

Vrijs[raak voor de tenlastegelegde poging doodslag c.q. zware mishandeling.

Bewezen: Bedreiging en mishandeling van vriendin en beschadiging van een gebouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 800383/09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 februari 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Van der Zouwen, advocaat te Oosterhout.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 januari 2011, waarbij de officier van justitie, mr. Smale, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. heeft geprobeerd [slachtoffer] en/of een of meer anderen van het leven te beroven of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel [slachtoffer] heeft bedreigd;

2. [slachtoffer] heeft mishandeld;

3. een gebouw heeft vernield, beschadigd of onbruikbaar heeft gemaakt dan wel de gevel en/of pui en/of toegangsdeur en/of een aantal ruiten van een pand heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken van de poging tot doodslag of zware mishandeling. Zowel [slachtoffer] als [slachtoffer 2] hebben verklaard dat zij op het moment dat de auto de voorkamer binnen reed, in de kamer van [slachtoffer 2] waren, welke achter in het pand is gelegen, en niet in die voorkamer. Verdachte kent bovendien het pand en wist dat in de voorkamer geen mensen woonden. De officier van justitie leidt hieruit af dat, nu [slachtoffer] en [slachtoffer 2] niet in die voorkamer waren, zij niet door de auto konden worden geraakt toen deze binnen reed.

De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat v[slachtoffer]te [slachtoffer] heeft bedreigd en mishandeld en dat hij een gebouw heeft beschadigd.

Voor de bedreiging baseert zij zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer], de verklaring van de getuige [getuige 1] en de verklaring van verdachte bij de politie op 19 april 2009 te 15.10 uur.

De officier van justitie geeft daarbij aan dat zij het verhaal van verdachte dat hij achteruit wilde rijden in plaats van vooruit, niet gelooft.

Voor de mishandeling baseert zij zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer], de foto’s van het letsel van [slachtoffer] [achter naam slachtoffer] en de bekennende verklaring van verdachte dat hij haar geslagen heeft.

En voor de beschadiging van het gebouw baseert zij zich op de aangifte van [naam aangever] en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de poging tot doodslag of zwaar lichamelijk letsel, de bedreiging en de vernieling van het gebouw dan wel onderdelen van het pand en wijst daarbij op het volgende.

De cognitieve vermogens van verdachte waren ten tijde van het plegen van het delict dermate beperkt dat hij niet in staat is geweest opzet op zijn gedragingen te hebben gehad. Hij was dronken, had medicijnen genomen, hij was in paniek en kon niet normaal nadenken. Bovendien was hij niet bekend met het feit dat het gebruik van die medicijnen in combinatie met alcohol agressie zou kunnen oproepen.

Ook aan de vereisten van voorwaardelijk opzet wordt niet voldaan. Volgens de verklaring van de getuige [getuige 1] is verdachte met de neus van de auto recht voor de gevel van het pand komen te staan. Dit komt overeen met de verklaring van verdachte dat hij met de auto op ongeveer een meter afstand van de voorpui stond en dat hij vanaf die positie op de voorpui is ingereden. In zo’n situatie kan niet gezegd worden dat er een aanmerkelijke kans was op de dood dan wel zwaar lichamelijk letsel.

Als de rechtbank wel de aanmerkelijke kans aanneemt dan had verdachte door de geestelijke toestand waarin hij verkeerde, hiervan geen wetenschap noch is hij zich van de eventuele gevolgen bewust geweest en heeft hij evenmin welbewust die aanmerkelijke kans aanvaard.

Verdachte moet dus van deze feiten worden vrijgesproken.

Indien de rechtbank voor wat betreft de vernieling in feit 3 anders zal oordelen, dan komt, aldus de verdediging, eerder het subsidiaire tenlastegelegde in aanmerking dan het primaire, omdat immers de voorpui en een aantal ruiten van het pand vernield zijn en niet het gehele pand.

De mishandeling van mevrouw [slachtoffer] kan, aldus de verdediging, bewezen worden, zij het dat verdachte het schoppen heeft ontkend.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte kreeg op 18 april 2009 in Etten-Leur ruzie met zijn v[slachtoffer]n, [slachtoffer], toen zij van een bruiloftsfeest kwamen, waar verdachte erg veel alcohol gedronken had. Verdachte sloeg tijdens die ruzie zijn vriendin een paar keer hard met zijn gebalde vuist tegen haar gezicht. Verdachte heeft bekend dat hij op het feest veel bier gedronken had, dat hij zich na afloop van het feest dronken voelde en dat hij, toen hij ruzie kreeg met zijn vriendin, haar met de vuist in het gezicht heeft geslagen. Zijn vriendin voelde na die klap meteen pijn rond haar linker oog. Volgens zijn vriendin was verdachte erg agressief, hij leek net een beest. Toen zij tegen verdachte zei dat ze niet accepteerde dat hij haar sloeg, zag zij dat hij nog agressiever werd en helemaal doorflipte. Vervolgens schopte verdachte haar twee keer met kracht tegen haar onderbeen. Zij voelde daaraan direct heel veel pijn. Door het schoppen en slaan heeft de vriendin van verdachte letsel opgelopen aan haar gezicht en aan haar been . Dit letsel is tevens geconstateerd door de verbalisant die de aang[slachtoffer]an [slachtoffer] heeft opgenomen.

De vriendin van verdachte is daarna uit angst voor verdachte heel hard weggerend naar de woning van haar zoon [naam zoon] en zijn vriendin [slachtoffer 2] aan de [adres] Toen de vriendin van verdachte nog maar net in de woning van haar zoon was, kwam verdachte aan de deur. Verdachte zei op agressieve toon tegen haar dat zij met hem mee moest gaan. De vriendin van verdachte weigerde dat en daarop schopte verdachte de ramen naast de voordeur in. Zijn vriendin deed de voordeur dicht en liep naar binnen, waarna verdachte ook de ruit van de voordeur intrapte. Vervolgens is hij naar zijn auto gelopen die op de parkeerplaats stond voor het pand aan de [adres]. Zijn vriendin heeft hem in de auto zien stappen, maar hem niet weg zien rijden. Toen zij weer naar binnen was gegaan en vanuit de voorkamer de kamer van haar zoon en zijn vriendin, welke achter in het pand is gelegen, binnen liep, hoorde zij een enorme klap achter haar. Kort daarop hoorde zij een tweede klap. Zij hoorde een auto en zij hoorde glasgerinkel. Zij is toen in de voorkamer gaan kijken. Zij is toen samen met [slachtoffer 2] weer naar de achterkamer gegaan, omdat ze bang waren dat verdachte met de auto verder naar binnen zou rijden. Daarna keek zij vanuit de achterkamer de voorkamer in en zag zij de auto met de voorzijde door de voorgevel staan. Zij zag dat verdachte als bestuurder in die auto zat.

[getuige 1] zag op 18 april 2009 een auto hard aan komen rijden. Die auto reed naar een pand, waar [getuige 1] hem later bij de gevel naar binnen zag rijden. Hij zag dat de auto ging keren op het voetpad, waardoor de neus van de auto recht voor de gevel kwam te staan. Hij zag dat er in die auto maar één persoon zat en hij hoorde dat die persoon riep: “nou zal je eens weten met wie je te maken hebt”. Vervolgens zag hij dat de auto tegen de gevel aan reed en naar binnen reed.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de poging tot doodslag of zware mishandeling.

[slachtoffer] en [slachtoffer 2] hebben verklaard dat zij op het moment dat de auto de voorkamer binnen reed, in de kamer van [slachtoffer 2] waren, welke achter in het pand is gelegen, en niet in die voorkamer. Verdachte kent het pand en hij wist dat in de voorkamer die ongeveer 15 meter lang is, geen mensen woonden. Op het moment dat verdachte die voorkamer binnen reed met de auto kon hij daarom geen personen raken die in de achterkamer waren.

De rechtbank is van oordeel dat er hier dus sprake is van een ondeugdelijke poging.

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte door met die auto het pand aan de [adres] te Etten-Leur binnen te rijden, waar [slachtoffer] binnen was, [slachtoffer] heeft bedreigd en dat pand heeft beschadigd en voorts dat verdachte [slachtoffer] heeft mishandeld.

Aan de verklaring van verdachte dat hij na met zijn vriendin gepraat te hebben zijn auto met de neus vooruit voor de deur heeft geparkeerd, dat hij toen een tweede keer heeft gesproken met aangeefster en dat hij in paniek weg wilde rijden toen hij hoorde dat de zoon van aangeefster naar hem op zoek was, waarbij hij vol gas heeft gegeven, denkend dat de auto in zijn achteruit stond, waarna hij naar voren schoot en door de glazen voorpui en voordeur reed, omdat de auto in zijn vooruit stond, hecht de rechtbank geen geloof. Die verklaring is in strijd met hetgeen aangeefster en de getuige [getuige 1] hebben verklaard, De rechtbank heeft met name geen reden om aan deze laatste verklaring te twijfelen.

Het verweer van de raadsman dat het opzet bij verdachte ontbrak, omdat hij dronken was, medicijnen had genomen, in paniek was en niet normaal kon nadenken en bovendien niet bekend was met het feit dat het gebruik van die medicijnen in combinatie met alcohol agressie zou kunnen oproepen, verwerpt de rechtbank.

Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij de bijsluiter van zijn medicijnen had gelezen. Hij was dus bekend met de werking van die medicijnen. Als verdachte in combinatie met die medicijnen geen alcohol mocht drinken dan had hij dat moeten weten. Verdachte had die avond zijn medicijnen genomen en hij heeft op het feest veel alcohol gedronken. Als deze combinatie dan tot een zodanige toestand heeft geleid dat hij niet meer na kon denken en zo’n agressieve handelingen verrichtte dan heeft verdachte zich zelf in die toestand gebracht. Dit doet niet af aan het opzet.

Daarnaast heeft de getuige [getuige 1] verklaard dat hij heeft gehoord dat verdachte, voordat hij met de auto tegen de gevel aan reed en de voorgevel binnen reed, heeft geroepen: Nou zal je eens weten met wie je te maken hebt. Verdachte heeft dit niet ontkend, maar hij heeft verklaard dat hij het zich niet kan herinneren dat hij deze woorden gezegd zou hebben en dat het wel een tekst zou kunnen zijn die hij gezegd heeft en die bij hem past.

De rechtbank is van oordeel dat dit aangeeft dat verdachte wist wat hij deed en dat hij opzettelijk het pand is binnengereden.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. subsidiair

op 18 april 2009 te Etten-Leur [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht immers is verdachte opzettelijk dreigend met een auto de woning binnengereden waarin die [slachtoffer] zich op dat moment bevond;

2.

op 18 april 2009 te Etten-Leur opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen (met gebalde vuist) tegen het gezicht heeft geslagen en tegen het been heeft geschopt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

3. primair

op 18 april 2009 te Etten Leur opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, te weten het pand aan de [adres] te Etten Leur, toebehorende aan Marpi BV,

beschadigd door met een auto door de pui en toegangsdeur van dat pand heen te rijden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf van 100 uur met aftrek van voorarrest, waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd van een jaar en als bijzondere voorwaarde: reclasseringscontact, ook als dat inhoudt behandeling bij Het Dok.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om, indien zij tot bewezenverklaring van de onderscheidenlijk tenlastegelegde feiten zou komen, bij de bepaling van de straf rekening te houden met het feit dat verdachte zich stipt aan de schorsingvoorwaarden heeft gehouden en dat hij sindsdien op aanwijzing van de reclassering in therapie is. Dienaangaande heeft de verdediging gewezen op hetgeen in de rapporten van de reclassering van 2 juli 2009 en 15 december 2010 is aangegeven. Verdachte wil, aldus de verdediging, die therapie vrijwillig blijven volgen omdat het hem goed doet.

Daarnaast heeft de verdediging de rechtbank verzocht rekening te houden met het strafblad van verdachte en met het feit dat verdachte zijn leven weer heeft opgepakt, fulltime werkt in ploegendienst en een nieuwe relatie heeft.

Gelet op deze omstandigheden heeft de verdediging de rechtbank verzocht om aan verdachte een voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarde als door de reclassering geadviseerd.

6.2 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zijn vriendin geslagen en geschopt, waardoor zij letsel heeft opgelopen. Voorts heeft hij haar bedreigd door met een auto door de pui en de voordeur van een pand te rijden, waardoor dat pand is beschadigd.

Verdachte heeft verklaard dat hij zijn vriendin waarschijnlijk heeft geslagen omdat hij haar met woorden niet meer kon bereiken. Hij is daar enorm van geschrokken, omdat hij altijd tegen zijn vriendin gezegd had dat hij haar nooit zou slaan.

Het slachtoffer was door het optreden en de agressiviteit van verdachte tijdens de mishandeling enorm bang van verdachte geworden, zij is gevlucht voor hem en naar de woning van haar zoon gerend. Ook daar heeft zij duizend angsten uitgestaan. Eerst toen verdachte aan de deur kwam en erg agressief was en de boel vernielde, vervolgens toen hij door de pui reed met de auto en tenslotte toen zij zich opsloot in de achterkamer, omdat ze bang was dat verdachte die achterkamer binnen zou komen en haar iets aan zou doen.

Verdachte is na deze feiten nog veroordeeld voor huiselijk geweld en hij loopt daarvan nog in een proeftijd. De rechtbank zal bij de bepaling van de straf hiermee rekening houden.

De reclassering geeft in haar rapport van 2 juli 2009 aan dat verdachte het feit heeft gepleegd onder invloed van alcohol, medicijnen en spanningen. Zijn alcoholgebruik is problematisch, hetgeen hij zelf lijkt te onderschatten, maar hij heeft wel ingestemd met aanmelding bij Bouman GGZ. Voorts is hij aangemeld bij Het Dok voor agressieregulatietherapie. De reclassering schat de recidivekans laag in, maar het is niet uit te sluiten dat hij terugvalt in delictgedrag als hij weer alcohol en medicijnen gebruikt en spanningen ervaart.

In haar rapport van 15 december 2010 geeft de reclassering aan dat verdachte de agressieregulatietherapie volgt bij Het Dok. De psycholoog bij Het Dok zegt dat verdachte al een heel eind op weg is met het omgaan met stressvolle situaties, maar dat hij nog wel het nodige moet leren. Voorts geeft de reclassering aan dat verdachte op dit moment in staat is gecontroleerd alcohol te drinken en dat hij geen paniekaanvallen meer heeft, dat de kans op recidive is afgenomen en dat verdachte zich realiseert dat wat hij heeft gedaan, niet kan. De reclassering adviseert voortzetting van de behandeling bij Het Dok.

Verdachte heeft aangegeven dat hij de dag na de onderhavige feiten heel veel minder alcohol is gaan drinken en dat hij door de behandeling bij Bouman GGZ inzicht heeft gekregen in het gebruik van alcohol in combinatie met medicijnen en dat hij daar ook heeft geleerd dat hij anders met stress om moet gaan. Hierdoor heeft hij bijvoorbeeld een baan op een lager niveau dan hij eigenlijk wilde, geaccepteerd. Dat geeft veel minder stress, omdat hij dit werk goed aan kan. Hij werkt thans fulltime in ploegendiensten en hij heeft een nieuwe relatie. Verdachte gaat met [slachtoffer] thans om als met een kennis, want hij heeft alles met haar en haar zoon uitgesproken. Tenslotte heeft verdachte aangegeven dat hij de therapie bij Het Dok voort wil zetten, dat hij bij Bouman GGZ alleen nog loopt voor toezicht en dat hij de schade aan het pand onderhands heeft geregeld.

De rechtbank is van oordeel dat het door verdachte getoonde gedrag tegenover een partner niet te toleren is. Er is hier sprake van ernstige feiten. Zij vindt dan ook dat de door de officier van justitie gevorderde straf onvoldoende recht doet aan de feiten. Zij acht het daarom noodzakelijk om een zwaardere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist.

Gelet op de straffen die voor soortgelijke delicten worden opgelegd zou het opleggen van een gevangenisstraf passend en geboden zijn.

Gezien echter de medewerking van verdachte aan de behandelingen, de positieve wending in de houding en het inzicht van verdachte die daaruit voortgekomen is en rekening houdend met het feit dat verdachte een baan heeft, zal de rechtbank in plaats van een gevangenisstraf een werkstraf opleggen van 150 uur.

Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van één maand om verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen en verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk te maken. Omdat verdachte al gedurende een periode behandelingen heeft ondergaan, zal de rechtbank de proeftijd bepalen op één jaar. Voorts zal de rechtbank, omdat de behandeling bij Het Dok nog niet is voltooid en verdachte zelf door wil gaan met die behandeling, daaraan als bijzondere voorwaarde toevoegen dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen en voorschriften van de reclassering, ook als dit inhoudt behandeling bij Het Dok.

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank er tevens rekening mee gehouden dat het hier oude feiten betreft.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 63, 285, 300 en 352 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 subsidiair: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 2: Mishandeling;

feit 3 primair: Opzettelijk en wederrechtelijk enig gebouw dat geheel of ten dele aan

een ander toebehoort, beschadigen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 150 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van een jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook als dit behandeling bij Het Dok inhoudt;

* dat verdachte zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij deze reclasseringsinstelling;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op;

Dit vonnis is gewezen door mr. Volkers, voorzitter, mr. Kooijman en mr. De Weert, rechters, in tegenwoordigheid van Moonen-Scheepens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 februari 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 18 april 2009 te Etten-Leur ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] en/of een of

meer andere personen van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen, met dat opzet met een auto een woning is binnengereden

waarin die [slachtoffer] en/of die andere personen zich bevond(en), terwijl

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 april 2009 te Etten-Leur [slachtoffer] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte die [slachtoffer] dreigend de woorden

toegevoegd: "Nou zal je eesn weten met wie je te maken hebt", althans woorden

van gelijke aard en/of strekking en/of is verdachte opzettelijk dreigend met

een auto de woning binnengereden waarin die [slachtoffer] zich op dat moment

bevond;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 18 april 2009 te Etten-Leur opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, althans eenmaal (met gebalde

vuist) tegen het gezicht en/of hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of

tegen het been, althans het lichaam heeft geschopt en/of getrapt, waardoor

deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 18 april 2009 te Etten Leur opzettelijk en

wederrechtelijk een gebouw, te weten het pand aan de [adres] te

Etten Leur, geheel of ten dele toebehorende aan beheersmaatschappij Steens

Beheer BV en/of Marpi BV, althans aan een ander dan verdachte, heeft vernield,

beschadigd of onbruikbaar gemaakt door met een auto door de gevel en/of pui

en/of toegangsdeur van dat pand heen te rijden;

art 352 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 april 2009 te Etten-Leur opzettelijk en wederrechtelijk

de gevel en/of pui en/of toegangsdeur en/of een aantal ruiten van het pand aan

de [adres] te Etten Leur, geheel of ten dele toebehorende aan

beheersmaatschappij Steens Beheer BV en/of Marpi BV, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernoeld en/of beschadigd en/of

onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht.