Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BP2296

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
28-01-2011
Datum publicatie
28-01-2011
Zaaknummer
801068-10 + 680051-10 (Tul) [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een goed voorbereide roofoverval op een juwelier in Made, waarbij het personeel is bedreigd met een vuurwapen. De drie daders hebben vitrines kapot geslagen en sieraden meegenomen. Verdachte wordt als initiatiefnemer aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 801068-10 + 680051-10 (Tul) [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 januari 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

gedetineerd in de PI Zuid West - De Dordtse Poorten - Dordrecht

raadsman mr. P.J.A. van de Laar, advocaat te Eindhoven

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 januari 2011, waarbij de officier van justitie, mr. Van Setten, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer en zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. samen met anderen een gewapende roofoverval heeft gepleegd op een juwelier;

2. samen met anderen sieraden heeft vernield;

3. samen met anderen een op een vuurwapen gelijkend voorwerp voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte, de aangifte, de getuigenverklaringen en het proces-verbaal van het Regionaal Bureau Wapens en Munitie.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 14 januari 2011;

- de aangifte van [slachtoffer] ;

- de verklaring van de getuige [getuige 1] ;

- de verklaring van de getuige [getuige 2] .

Met betrekking tot feit 2 is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier niet is gebleken van enige schade aan de sieraden. De rechtbank acht dit feit daarom niet bewezen en zal verdachte van dit feit vrijspreken.

De rechtbank acht feit 3 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 14 januari 2011;

- het proces-verbaal van het regionaal Bureau Wapens en Munitie ;

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 02 oktober 2010 te Made, gemeente Drimmelen, tezamen en in

vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen sieraden (waaronder horloges, ringen, oorbellen en kettingen),

toebehorende aan Juweliershuis [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer],

waarbij verdachte en zijn mededaders sieraden onder hun

bereik hebben gebracht door middel van braak, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en[slachtoffer], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

- verdachte en zijn mededaders die winkel zijn binnengegaan met een

panty over het hoofd en

- vervolgens verdachte en zijn mededaders een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de lucht hielden en daarbij riepen "Liggen", en

- vervolgens verdachte en zijn mededaders een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 1] hebben voorgehouden en op het hoofd, van [getuige 1]

en [slachtoffer 1] hebben gericht, en

- vervolgens verdachte en zijn mededaders hebben gezegd:"de kluis";

3.

op 02 oktober 2010 te Made, gemeente Drimmelen, tezamen en in

vereniging, een wapen van categorie I onder 7°, te weten

een koolzuurgaswapen (merk Umarex, model CP 99), zijnde een voorwerp

dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis

vertoonde met een vuurwapen;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 5 jaar met aftrek van voorarrest.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit matiging van de gevangenisstraf tot 3 à 4 jaar.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft samen met twee medeverdachten een gewapende overval gepleegd op een juwelier waarbij een grote voorraad sieraden is weggenomen. Deze overval was goed voorbereid. De route naar de juwelierszaak was van tevoren afgelegd en de overvallers hadden gezorgd voor een op een pistool gelijkend vuurwapen, een hamer om de vitrines in te slaan, nylons om over hun hoofd te doen, valse autonummerborden en een wisselauto om na de overval te kunnen vluchten. Dat een dergelijke overval een enorme impact heeft op degene die wordt overvallen, blijkt wel uit de verklaring die de eigenaresse, één van de slachtoffers, ter zitting heeft afgelegd.

Zij en haar man waren al eerder overvallen in hun juwelierszaak in Rotterdam en dat was de reden dat zij naar Made waren verhuisd.

Dit slachtoffer heeft tijdens de overval steeds de angst gehad dat zowel haar klanten, haar collega en haar zelf iets aangedaan zou worden. Zo ziet zij nog dagelijks de angst in de ogen van haar collega. De eerste vier weken na de overval heeft zij zelf amper geslapen. Iedere mannelijke voorbijganger bekeek zij de eerste weken na de overval met wantrouwen en zij beschouwde hem als een potentiële overvaller. Ook automobilisten die langzaam voorbij de winkel reden, maakten dat zij in de stress schoot.

Haar kwaadheid blijft haar beheersen en het getoonde machtsvertoon bij de overval gaat nog steeds door haar heen. Uit het dossier blijkt dat ook de medewerkster van de winkel erg was aangedaan door de overval.

Een gevangenisstraf van aanzienlijke duur is voor een dergelijk feit in beginsel een passende sanctie.

De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het Reclasseringsrapport van 3 december 2010.

In het nadeel van verdachte laat de rechtbank meewegen dat hij eerder terzake van geweldsdelicten is veroordeeld. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij als initiator en organisator van de overval is opgetreden. Hij heeft de beide medeverdachten overgehaald om mee te doen aan de overval. Verdachte is ook degene die voor alle attributen heeft gezorgd. De rechtbank zal deze aspecten in het nadeel van verdachte in de strafmaat tot uiting laten komen. Daar tegenover staat dat verdachte ter zitting uiteindelijk open kaart heeft gespeeld en een volledige bekentenis heeft afgelegd. Ook dat aspect zal de rechtbank laten meewegen in haar oordeel.

De rechtbank heeft de indruk dat er bij verdachte sprake is van oprecht berouw. Op grond daarvan is de rechtbank van oordeel dat het gevaar voor herhaling is afgenomen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. De op te leggen gevangenisstraf biedt op den duur de officier van justitie de ruimte om een corrigerende of andere oplossing aan te reiken.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 44 maanden noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

7 De benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 1.820,- voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 1.534,50 voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 De verbeurdverklaring

Het onder nummer 9 vermelde voorwerp op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen is vatbaar voor verbeurdverklaring.

8.2 De onttrekking aan het verkeer

Het onder nummer 13 vermelde voorwerp op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat feit 1 is begaan of voorbereid met behulp van dat voorwerp.

8.3 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van de onder de nummers 1 tot en met 8, 10, 11 en 12 vermelde voorwerpen op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen aangezien die voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

9 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van 2 weken die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van 9 maart 2010 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14g,thans gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda4c, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57, 91, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen de artikelen 13, 55, 56 en 60 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen

personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en

gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer

verenigde personen;

feit 3: Medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet

wapens en munitie;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 44 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd het voorwerp dat op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst is genummerd 9;

- verklaart onttrokken aan het verkeer het op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde inbeslaggenomen voorwerp, genummerd: 13;

- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen die op de aan dit

vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1 tot en met 8, 10, 11 en 12;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 9 maart 2010 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 680051-10 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten twee weken;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres] van € 1.820,- ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. (BP.20)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres] van € 1.534,50, waarvan € 34,50 ter zake van materiële schade en € 1.500,- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 2 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. (BP.20)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres] (feit 1), € 1.820,- subsidiair 28 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer], [adres] (feit 1), € 1.534,50, subsidiair 25 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is deze bedragen aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Peeters, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Van Gessel, rechters, in tegenwoordigheid van Van Hamme, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 januari 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 02 oktober 2010 te Made, gemeente Drimmelen, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen sieraden (waaronder horloges,

ringen, oorbellen en kettingen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Juweliershuis [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die sieraden onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

- verdachte en/of zijn mededader(s) die winkel is/zijn binnengegaan met een

panty over het hoofd, althans onherkenbaar, en/of

- (vervolgens) verdachte en/of zijn mededader(s) (een) vuurwapen(s), althans

(een) op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en) in de lucht hield(en) en/of

(daarbij) riep(en) "Liggen", althans woorden van gelijke aard en/of

strekking, en/of

- (vervolgens) verdachte en/of zijn mededader(s) (een) vuurwapen(s), althans

(een) op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1]

heeft/hebben voorgehouden en/of op het hoofd, althans het lichaam van [getuoige 1]

en/of [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht, en/of

- (vervolgens) verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben gezegd:"de

kluis", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 02 oktober 2010 te Made, gemeente Drimmelen, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en

wederrechtelijk sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Juweliershuis [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield

en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 02 oktober 2010 te Made, gemeente Drimmelen, tezamen en in

vereniging, althans alleen, (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten

een koolzuurgaswapen (merk Umarex, model CP 99), zijnde (een) voorwerp(en)

dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis

vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde

voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie