Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BP1564

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
07-01-2011
Datum publicatie
21-01-2011
Zaaknummer
10/516 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

tussentijdse beëindiging art. 350 lid 1 onder c, frustreren van de schuldsaneringsregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Team insolventierecht

tussentijdse beëindiging schuldsanering

insolventienummer: 10/516 R

nummer verklaring: DON0211000042

uitspraakdatum: 7 januari 2011

[Saniet]

geboren op 27-03-1943 te 's Gravenhage,

wonende Doctor Koekkoeklaan 8, 5109 TW 's Gravenmoer,

bewindvoerder: mr. M. van Merriënboer.

1. Het verloop van de procedure.

- het vonnis van de rechtbank van 9 september 2010 waarbij de toepassing van de schuldsanering is uitgesproken;

- de voordracht van de rechter-commissaris van 4 oktober 2010 om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen;

- het proces-verbaal van de behandeling ter zitting van 17 december 2010.

2. Het geding.

Dit strekt tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

3. De beoordeling.

De rechter-commissaris heeft een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.

Als grond voor de beëindiging is aangevoerd dat de schuldenaar de bewindvoerder intimideert en onder druk zet door middel van e-mails en het plaatsen van krenkende opmerkingen op zijn website aan het adres van de bewindvoerder. Op zijn website www.devrijecultureleruimte.nl heeft de schuldenaar onder meer een foto geplaatst van het huis van de bewindvoerder. Ook staat op de site een afbeelding van een Jodenster alsmede een afbeelding van een paard dat met een brandende staaf wordt gebrandmerkt. In de e-mail van 1 oktober schrijft de schuldenaar aan de bewindvoerder dat hij middelen heeft om de bewindvoerder in de openbaarheid te trekken onder verwijzing naar zijn website. In de e-mail van 29 oktober 2010 schrijft de schuldenaar onder meer aan de bewindvoerder: “U dient te stoppen met deze onzinnige postblokkade deze dient geen enkel doel en schaadt mijn naam en goede eer door uw stigmatiserende stickers en dit terwijl dat helemaal niet nodig is dwz ook anders kan. Ik heb u ook geen enkele toestemming gegeven voor een dergelijk

stigmatiserend handelen. Ik bereid een schadeclaim tegen uw kantoor en persoon voor de teller staat al op 21375 euro inclusief verhuis en herinrichtingskosten. Verder zal ik de website verder naar de openbaarheid uitbreiden om uw praktijken aan de kaak te stellen. Het lijkt mij goed dat u contact zoekt met de rechter commissaris er liggen al twee brieven van mij, overigens zonder sticker. Er is geen enkele basis voor uw bemoeienis met mijn situatie dus waarom stopt u hier niet mee?”.

De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard zich vanaf de aanvang van de regeling zodanig bedreigd te voelen door de schuldenaar dat zij tot op heden geen huisbezoek heeft durven afleggen. In dit verband verwijst zij naar de e-mail van 30 september 2010 waarin de schuldenaar schrijft: “Ik zie nu welke post ik van u krijg zie bijlage. Ik wil u vriendelijk doch dringend verzoeken deze onzin achterwege te laten. U hoeft mij niet te intimideren met omschrijvingen als schuldenaar dat in alle openbaarheid door de wereld gaat hoe haalt u het in uw hoofd ik heb ook nog kinderen! Bovendien ben ik geen schuldenaar want ik zit in een schuldsaneringsregeling maw de schulden zijn opgeheven. We zullen het er aanstaande donderdag 7 oktober eens grondig over hebben!”, en naar de e-mail van 1 oktober 2010 waarin de schuldenaar onder meer schrijft: “……en ik hoef u volgende week niet te zien u bent niet welkom”. De bewindvoerder heeft verklaard met name de vermeldingen op de website van de schuldenaar als uitermate krenkend te ervaren. De bewindvoerder heeft de rechtbank verzocht de schuldsaneringsregeling zo spoedig mogelijk te beëindigen omdat de schuldenaar door zijn handelen de uitvoering van de schuldsaneringsregeling frustreert. De bewindvoerder heeft voorts verklaard af te zien van salaris.

De schuldenaar is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De schuldenaar heeft op de ochtend van de zitting via de griffie telefonisch verzocht de behandeling aan te houden omdat hij overleg wilde voeren met een wethouder. De rechtbank heeft dit verzoek niet gehonoreerd omdat de schuldenaar reeds bij brief van 8 november 2010 is opgeroepen voor de zitting en geacht moet worden voldoende gelegenheid te hebben gehad overleg te plegen met derden.

De rechtbank is van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat de schuldenaar de uitvoering van de schuldsaneringsregeling frustreert door het intimideren van de bewindvoerder en het uiten van bedreigingen aan haar adres door middel van e-mails en opmerkingen op zijn website. Uit de hiervoor aangehaalde e-mails blijkt dat de schuldenaar niet bereid is de gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling te accepteren en evenmin bereid is aan de verplichtingen, voortvloeiende uit die regeling, te voldoen. Derhalve is er aanleiding de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub c van de Faillissementswet.

Er zijn onvoldoende baten om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen.

Nu de bewindvoerder heeft verklaard af te zien van salaris zal de rechtbank het salaris vaststellen op nihil.

4. De beslissing.

De rechtbank:

- stelt vast dat de schuldenaar door zijn doen of nalaten de uitvoering van de schuldsaneringsregeling heeft belemmerd dan wel gefrustreerd;

- bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan;

- stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op nihil;

Dit vonnis is gewezen door mr. Prenger-de Kwant en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.