Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BO9920

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
05-01-2011
Datum publicatie
05-01-2011
Zaaknummer
228322 KG ZA 10-727
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Wintertoeslag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 228322 / KG ZA 10-727

Vonnis in kort geding van 5 januari 2011

in de zaak van

1. [eiseres],

wonende te Rotterdam,

2. [eiser],

wonende te Rotterdam,

eisers,

advocaat mr. M. Beljaars,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

O PROJECTS BV h.o.d.n. Recreatie-Oord Camping Fort Oranje,

gevestigd te Rijsbergen,

gedaagde,

verschenen in de personen van haar bestuurders de heren J.C. Engel en C.J.M. Engel.

Partijen worden hierna ook [eiseres], [eiser] en Camping Fort Oranje genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van eisers

- de pleitnota van Camping Fort Oranje.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Eisers vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Camping Fort Oranje veroordeelt tot het (her)aansluiten en aangesloten houden van de energietoevoer van elektriciteit aan eisers binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, zulks op straffe van een door Camping Fort Oranje ten behoeve van eisers te verbeuren dwangsom van EUR 250,-- voor iedere dag, waaronder begrepen een gedeelte van een dag, dat Camping Fort Oranje hiermee in gebreke blijft, met een maximum van EUR 25.000,--; een en ander met veroordeling van Camping Fort Oranje in de kosten van dit geding.

2.2. Camping Fort Oranje voert verweer.

2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De feiten

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

a. [eiseres] huurt sinds 23 jaar een stuk grond op het terrein van Camping Fort Oranje, waarop zij een stacaravan heeft geplaatst.

b. [eiseres] huurde vanaf 4 februari 2010 tot november 2010 de campingwinkel op het terrein van Camping Fort Oranje.

c. [eiseres] en [eiser], die tevens een woonhuis hebben in Rotterdam, verblijven sinds vorig jaar ook gedurende de winterperiode op Camping Fort Oranje.

d. Bij brief van 11 november 2010 heeft Camping Fort Oranje aan [eiseres] een wintertoeslag 2010-2011 van EUR 300,-- in rekening gebracht, die [eiseres] weigert te voldoen.

e. Op 1 december 2010 heeft Camping Fort Oranje de energievoorziening naar de stacaravan van [eiseres] stopgezet en medegedeeld dat de energievoorziening pas weer aangesloten zal worden indien [eiseres] de achterstallige facturen zal hebben voldaan.

f. Bij aangetekende brief van 1 december 2010 hebben eisers Camping Fort Oranje om opheldering verzocht, aangezien hen niet duidelijk is waarom zij wintertoeslag verschuldigd zouden zijn.

4. De beoordeling

4.1. Eisers stellen dat Camping Fort Oranje onrechtmatig jegens hen handelt door eisers af te sluiten van het energienetwerk omdat eisers weigeren een wintertoeslag van EUR 300,-- aan Camping Fort Oranje te voldoen. Volgens eisers kwam de door Camping Fort Oranje in rekening gebrachte wintertoeslag onverwacht uit de lucht vallen en is die toeslag niet contractueel overeengekomen en nergens op gebaseerd. Eisers stellen dat het afsluiten van energie in wintertijd met temperaturen onder nul onmenselijk is en dat voor die stelling aansluiting kan worden gezocht bij de Regeling afsluiten elektriciteit en gas van kleinverbruikers van 28 november 2006, nr. WJZ 6101739, volgens welke regeling het netwerkbeheerders en vergunninghouders verboden is in de wintertijd energie af te sluiten.

4.2. Camping Fort Oranje stelt allereerst dat zij niet met [eiser], maar uitsluitend met [eiseres] een huurovereenkomst heeft. Nu eisers ter zitting hebben erkend dat de huurovereenkomst op naam van [eiseres] is gesteld, en dat [eiseres] en [eiser] niet met elkaar zijn gehuwd, staat vast dat uitsluitend [eiseres] als huurder kan worden aangemerkt en dient [eiser] in zijn vorderingen niet ontvankelijk te worden verklaard.

4.3. Camping Fort Oranje voert als verweer dat [eiseres] weigert twee openstaande rekeningen te voldoen. Het betreft een rekening ten bedrage van EUR 6.124,14 ter zake de afrekening van elektriciteitskosten van de campingwinkel die [eiseres] gedurende negen maanden heeft gehuurd, alsmede een rekening van EUR 300,-- aan wintertoeslag.

Camping Fort Oranje stelt dat [eiser] haar op enig moment heeft medegedeeld dat die beide rekeningen van [eiseres] nooit zullen worden betaald en dat zij na die mededeling is overgegaan tot afsluiting van de elektriciteit totdat de rekeningen zullen zijn voldaan.

Camping Fort Oranje heeft onbetwist gesteld dat [eiseres] pas sinds vorig jaar ook in de winter op de camping verblijft en dat zij daarom niet eerder een wintertoeslag behoefde te betalen.

Desgevraagd heeft Camping Fort Oranje toegelicht dat de wintertoeslag in rekening wordt gebracht bij huurders die ook tijdens de winterperiode geregeld op het terrein verblijven, dat de wintertoeslag in de informatiebrochure is vermeld en dat die toeslag is bedoeld om de extra kosten die het open houden van het terrein in de winter met zich brengt te dekken. Onder deze extra kosten vallen personeelskosten, de kosten van verwerking en afvoer van afval en elektriciteitskosten in het algemeen. Dat eisers bekend waren met de wintertoeslag blijkt volgens Fort Camping Oranje ook uit het feit dat eisers wel de wintertoeslag hebben voldaan voor de dochter van eisers, die eveneens een plaats op het terrein huurt en in wiens stacaravan eisers thans verblijven. Tenslotte stelt Camping Fort Oranje er niet mee bekend te zijn dat zij met [eiseres] zou hebben afgesproken dat zij de wintertoeslag niet zou hoeven te betalen indien zij de winkel gedurende de winter open zou houden, zoals [eiseres] ter zitting heeft aangevoerd.

4.4. De voorzieningenrechter overweegt als volgt:

Anders dan in de dagvaarding wordt geschetst is ter zitting gebleken dat er geen sprake is van een nijpende situatie, waarvoor met spoed een voorziening moet worden getroffen.

Ter zitting is gebleken dat [eiseres] en [eiser] thans verblijven in de stacaravan van hun dochter waarvoor zij de wintertoeslag ad EUR 300,-- wel hebben voldaan en die dus niet is afgesloten van energie. Daarnaast hebben eisers de mogelijkheid om te verblijven in hun (normaal verwarmde) woning te Rotterdam. Gelet op het recreatieve gebruik van het gehuurde kan geen aansluiting worden gezocht bij de regeling afsluiten elektriciteit en gas van kleinverbruikers.

Nu [eiseres] de wintertoeslag voor de dochter van eisers wel heeft voldaan staat vast dat [eiseres] er van op de hoogte is dat wintertoeslag wordt berekend aan huurders die ook in de winter op Camping Fort Oranje verblijven en is de stelling in de dagvaarding dat die wintertoeslag “uit de lucht kwam vallen” volstrekt onaannemelijk. Niet betwist is dat andere huurders die in de winter op het terrein verblijven eveneens wintertoeslag betalen en evenmin is betwist dat Camping Fort Oranje in de winter extra kosten moet maken om het terrein voor haar huurders open te houden.

Eisers hebben ter zitting voor het eerst gesteld dat [eiseres] met Camping Fort Oranje de afspraak zou hebben gemaakt dat [eiseres] geen wintertoeslag hoeft te betalen indien zij de winkel op de camping gedurende de winter zou openhouden. Die door eisers gestelde afspraak is Camping Fort Oranje onbekend. Indien die afspraak al zou zijn gemaakt dan geldt overigens dat de campingwinkel in november is gesloten en dus niet door [eiseres] gedurende de winter open is gehouden. Desgevraagd hebben eisers de vraag of zij menen dat sprake is van een onmenselijke situatie niet bevestigend beantwoord maar gesteld dat het gaat om “het principe”. Spoedeisend belang bij de vordering is dan ook niet aanwezig, zodat de vordering reeds om die reden moet worden afgewezen.

4.5. Ten overvloede wordt nog overwogen:

Ingevolge artikel 6:52 BW lid 1 is een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten totdat voldoening van zijn vordering plaatsvindt, indien tussen vordering en verbintenis voldoende samenhang bestaat om deze opschorting te rechtvaardigen.

In het onderhavige geval bestaat voldoende samenhang als bedoeld in genoemd artikel tussen enerzijds de opeisbare vorderingen inzake elektriciteitskosten en wintertoeslag en anderzijds de nakoming van de verbintenis die bestaat uit het aangesloten houden op de energie, nu die verbintenissen over en weer voortvloeien uit dezelfde rechtsverhouding. De stelling van [eiseres] dat de energierekening die betrekking heeft op de winkelruimte met dit geschil niets te maken heeft, omdat daar een andere advocaat op zit, snijdt geen hout. Het gaat in dit geval om twee huurovereenkomsten die [eiseres] in persoon met Camping Fort Oranje heeft gesloten.

[eiseres] betwist weliswaar de hoogte van de eindafrekening van energie met betrekking tot de winkel, maar erkent ter zitting dat een deel van die rekening openstaat.

Het beroep van Camping Fort Oranje op opschorting slaagt dan ook.

4.6. Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Camping Fort Oranje worden begroot op EUR 560,-- aan vast recht.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verklaart [eiser] niet ontvankelijk in zijn vorderingen;

5.2. weigert de gevorderde voorzieningen;

5.3. veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op 560,00 EUR;

5.4. verklaart dit vonnis wat voormelde kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Leijten en in aanwezigheid van mr. van de Kreeke-Schütz in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2011.