Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2011:BO9546

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
03-01-2011
Datum publicatie
03-01-2011
Zaaknummer
800989/10 (hoofdzaak) en 10855-09 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

poging doodslag en mishandeling van vriendin

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 800989/10 (hoofdzaak) en 10855-09 (tul)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 januari 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Van Asselt, advocaat te Roosendaal.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 december 2010, waarbij de officier van justitie, mr. Klootwijk, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: heeft geprobeerd zijn vriendin [slachtoffer] te doden

feit 2: zijn vriendin heeft mishandeld

feit 3: zijn vriendin met de dood, dan wel met zwaar lichamelijk letsel, heeft bedreigd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de drie tenlastegelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer], de verklaringen van getuigen, de 112-meldingen en op het geconstateerde letsel bij het slachtoffer.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1, onder verwijzing naar de aangifte, de verklaringen van de getuigen en de 112-melding van met name getuige [getuige 1], gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Met de officier van justitie komt ook de verdediging tot een bewezenverklaring van feit 2.

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van feit 3 kan komen. Voor de bewoordingen, zoals opgenomen in de tenlastelegging, is geen wettig bewijs aanwezig. De aangifte van het slachtoffer vindt geen steun in ander bewijs. Verzocht is verdachte in zoverre vrij te spreken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1 en 2

Op 11 september 2010 zijn omstreeks 4.51 uur bij de meldkamer van de politie twee

112-meldingen binnengekomen . Beide melders hebben aangegeven dat op de Markt in Oudenbosch een vrouw werd mishandeld door een man en dat de keel van de vrouw werd dichtgeknepen. De vrouw schreeuwde heel hard. Meldster [voornaam] [getuige 1] heeft de meldkamer bericht: “hij wurgt ze, ze wordt gewurgd, ze wordt gekilled… dat is gewoon een minuut lang”.

Korte tijd later trof de politie op de Markt in Oudenbosch een hevig geëmotioneerde vrouw aan. Dit bleek [voornaam] [slachtoffer] te zijn . Zij verklaarde dat zij in het gezicht was geslagen en over de grond was gesleept door haar [verdachte]] Ook vertelde zij de politie dat haar keel was dichtgeknepen en dat zij dacht dat ze zou stikken. Geconstateerd werd dat de keel van [voornaam] [slachtoffer] rood gekleurd was en dat er rode striemen op haar keel zichtbaar waren.

Bij de politie heeft [voornaam] [slachtoffer] verklaard dat zij samen met haar vriend [verdachte] op weg was naar huis. Zij hadden ruzie. [voornaam verdachte] pakte haar bij de keel beet waardoor zij van de grond af kwam. Zij werd tegen de muur van de ABN/AMRO-bank geduwd. Verklaard is dat het dichtknijpen van de keel lang duurde, dat zij geen lucht meer kreeg en dat zij een kokhalzend gevoel kreeg. Daarna stak [voornaam verdachte] zijn vingers in haar mond waardoor zij geen lucht meer kreeg. Aangegeven is dat zij ook dat stukje kwijt is. Zij probeerde weg te komen maar dat lukte niet omdat verdachte haar een paar keer hard aan de haren trok. Dit veroorzaakte pijn.

De verklaring van aangeefster vindt steun in de verklaring van de getuige [getuige 1] . Zij heeft gezien dat het slachtoffer met beide handen bij de keel gepakt werd. Het slachtoffer kwam door de kracht tegen de ruit van het reisbureau. Gezien werd dat haar achterhoofd met kracht tegen de ruit kwam. Getuige [getuige 1] hoorde een flinke klap waarna zij 112 belde. Ook werd gezien dat het slachtoffer aan de haren getrokken werd en diverse keren lang de keel werd dichtgeknepen.

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij zijn vriendin tegen de muur van de ABN-AMRO-bank heeft geduwd.

Ten slotte vindt de verklaring van aangeefster steun in de medische verklaring waarin is aangegeven dat sprake is van blauwe plekken in het gelaat, op de borst en beide ellebogen. Verder is sprake van een schaafwond aan de linkerpols.

Op grond van de hiervoor aangehaalde verklaringen en bevindingen is de rechtbank van oordeel dat de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen verklaard kunnen worden. Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank hierbij nog dat is komen vast te staan dat verdachte gedurende langere tijd de keel van het slachtoffer heeft dichtgeknepen. Door deze handelingen heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer als gevolg van die handelingen het leven zou laten. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag.

Feit 3

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat feit 3 niet wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden.

Vast is komen te staan dat verdachte zijn vriendin heeft bedreigd. Dit blijkt uit de aangifte en de verklaring van getuige [getuige 1]. Echter niet is komen vast te staan dat verdachte de woorden heeft gezegd die in de tenlastelegging zijn opgenomen. Deze bewoordingen blijken slechts uit de verklaring van aangeefster en vinden geen steun in andere verklaringen. De toevoeging in de tenlastelegging van de zinsnede “althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking” acht de rechtbank te algemeen om de echt anders luidende verklaring van de getuige [getuige 1] onder te kunnen begrijpen.

Gelet hierop wordt verdachte vrijgesproken van feit 3.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 11 september 2010 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met kracht de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en dichtgehouden en vingers in

de mond van die [slachtoffer] heeft gestopt, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 11 september 2010 te Oudenbosch, gemeente Halderberge,

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]),

met kracht met haar hoofd tegen een muur heeft geduwd en meermalen met

kracht aan de haren van die [slachtoffer] heeft getrokken, waardoor deze letsel

heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen 24 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als die aanwijzingen inhouden dat hij zich laat behandelen door Novadic & Kentron.

6.2 Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is verzocht te volstaan met een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met daarbij een verplicht reclasseringscontact. Daartoe is aangevoerd dat verdachte en [voornaam] [slachtoffer] inmiddels weer bij elkaar zijn en dat zij samen een kind verwachten. Gesteld is dat niemand erbij gebaat is wanneer verdachte een gevangenisstraf moet ondergaan. Ten slotte is aangevoerd dat verdachte hulp nodig heeft van de reclassering.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Na het vieren van zijn verjaardag in een café, waarbij verdachte veel alcohol heeft gedronken, zijn verdachte en zijn vriendin naar huis gelopen. Zij kregen een woordenwisseling. Deze woordenwisseling is uitgemond in een poging tot doodslag en een mishandeling van zijn vriendin. Verdachte heeft daarbij diverse keren de keel van zijn vriendin dichtgeknepen, haar hard tegen een muur geduwd en haar aan de haren getrokken. Dankzij het geschreeuw van het slachtoffer en dankzij alert optreden van een getuige is erger voorkomen kunnen worden doordat de politie ter plaatse kwam.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een ernstig feit. Juist bij haar partner had het slachtoffer zich veilig moeten voelen.

Bij de bepaling van de soort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het rapport van de reclassering. Uit dit rapport en uit het onderzoek ter zitting is de rechtbank gebleken dat verdachte gok-, alcohol- en drugsproblemen heeft. Onder invloed van middelen heeft verdachte een problematische zelfbeheersing. Door de reclassering wordt het recidiverisico als hoog gemiddeld ingeschat.

Verdachte is zich bewust van zijn problemen. Hij heeft zich gemeld bij de zorgafdeling van de reclassering. De hulpvraag ligt met name op het gebied van het middelengebruik en de agressieproblematiek. In de bij verdachte bestaande problematiek ziet de rechtbank reden een gedeeltelijk voorwaardelijk straf op te leggen. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte hulp nodig heeft op het gebied van middelengebruik en agressiebeheersing.

Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte al eerder met justitie in aanraking is geweest, onder meer ter zake van geweldsmisdrijven.

De verdediging heeft verzocht verdachte niet terug te sturen naar de gevangenis omdat niemand daarbij gebaat is en omdat verdachte gemotiveerd is om aan zichzelf te werken. De rechtbank acht echter de door verdachte gepleegde feiten te ernstig om te volstaan met een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten 6 maanden, voorwaardelijk op te leggen. Deze voorwaardelijke straf maakt een verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk. Verdachte zal zich dienen te houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als die aanwijzingen inhouden dat verdachte zich moet laten behandelen voor zijn middelengebruik.

7 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van 20 uur werkstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van 20 oktober 2009 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 27, 45, 57, 287 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 3 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: poging tot doodslag;

feit 2: mishandeling;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt dat verdachte zich moet laten behandelen door de zorgafdeling Novadic & Kentron;

* dat verdachte zich binnen drie dagen nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden en in vrijheid is gesteld, zal melden bij deze reclasseringsinstelling;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 20 oktober 2009 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 10855-09 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten 20 uur werkstraf;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. Dekker, voorzitter, mr. Kok en mr. Koch, rechters, in tegenwoordigheid van Van den Goorbergh, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 januari 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 11 september 2010 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met kracht de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgehouden en/of een of meer vinger(s) in

de mond van die [slachtoffer] heeft gestopt, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 11 september 2010 te Oudenbosch, gemeente Halderberge,

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]),

met kracht met haar hoofd tegen een muur heeft geduwd en/of meermalen met

kracht aan de haren van die [slachtoffer] heeft getrokken, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 11 september 2010 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, P.

[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met

zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer]

dreigend de woorden toegevoegd :"Ik ga je buiten op straat niet vermoorden,

dat doe ik thuis wel" en/of "Ik snijd je kop eraf, die hangt morgen bij de

slager", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht