Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BQ2301

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
24-11-2010
Datum publicatie
22-04-2011
Zaaknummer
219433 HAZA 10-949
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 219433 / HA ZA 10-949

Vonnis van 24 november 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap

PARFIP NEDERLAND BV,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. P.J. Stuy,

tegen

[gedaagde]

wonende en zaakdoende te Oisterwijk,

gedaagde,

advocaat mr. M.M.A.A. van Oosterhout.

Partijen zullen hierna Parfip en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 augustus 2010 met alle daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van comparitie van 4 november 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Parfip vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van Euro 7.288,45 vermeerderd met rente en kosten.

2.2. [gedaagde] voert verweer.

2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. De navolgende feiten staan in rechte vast:

3.1.1. Op 20 oktober 2004 hebben Proximedia Nederland BV (hierna te noemen: Proximedia) en [gedaagde] een overeenkomst gesloten met betrekking tot de levering van diensten. Deze diensten bestonden uit het aanmaken van een domeinnaam en een e-mail adres, het ontwikkelen van een website, de hosting daarvan alsmede het leveren van een laptop welke gedurende de overeenkomst door [gedaagde] kon worden gebruikt. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Proximedia van toepassing verklaard.

3.1.2. Op 27 oktober 2004 heeft [gedaagde] een brief ontvangen van Parfip waarin staat vermeld dat Parfip door Proximedia is gekozen om het contract van [gedaagde] te financieren en dat Parfip zorgt voor de maandelijkse facturatie en incasso van de facturen, daar alle rechten aan Parfip zijn overgemaakt.

3.1.3. [gedaagde] heeft de facturen met betrekking tot de maanden november 2006 tot en met 1 oktober 2008 tot op heden onbetaald gelaten.

3.1.4. Op 31 oktober 2008 is de overeenkomst tussen Proximedia en [gedaagde] geëindigd.

3.2. Parfip legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst die hij met Proximedia heeft gesloten nu hij een aantal facturen niet heeft betaald. Parfip stelt dat Proximedia alle rechten en plichten met betrekking tot de tussen Proximedia en [gedaagde] gesloten overeenkomst aan Parfip heeft overgedragen en dat zij thans gerechtigd is betaling te vorderen van de onbetaalde facturen. Daarnaast stelt Parfip dat zij buitengerechtelijke kosten heeft moeten maken bestaande uit een combinatie van het verzenden van aanmaningen, het inwinnen van inlichtingen, correspondentie tussen de raadsman en Parfip en het voeren van besprekingen.

3.3. [gedaagde] verweert zich en voert daartoe primair aan dat er geen rechtsgeldige overdracht heeft plaatsgevonden van de rechten en plichten van Proximedia aan Parfip nu geen gewaarmerkt uittreksel of een origineel exemplaar van de cessieovereenkomst is overgelegd. Subsidiair stelt [gedaagde] dat Proximedia tekort is geschoten in de nakoming van de tussen Proximedia en [gedaagde] gesloten overeenkomst waardoor [gedaagde] schade heeft geleden. Ter comparitie heeft [gedaagde] aangevoerd dat hij deze schade wenst te verrekenen met de onbetaald gelaten facturen. Tot slot heeft [gedaagde] betwist dat er buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt.

rechtsgeldige cessie

3.4. Parfip stelt dat zij rechtsgeldig de rechten en plichten van Proximedia heeft overgenomen. Ter onderbouwing van die stelling heeft Parfip als produktie 7 bij de dagvaarding een kopie van de cessieovereenkomst in het geding gebracht. [gedaagde] betwist de echtheid van deze akte en stelt zich op het standpunt dat niet controleerbaar is of deze akte door Proximedia is getekend door een daartoe bevoegde persoon.

3.5. Nu Parfip haar vordering baseert op de stelling dat Proximedia haar rechten en plichten met betrekking tot de tussen Proximedia en [gedaagde] gesloten overeenkomst rechtgeldig aan Parfip heeft overgedragen en deze stelling door [gedaagde] gemotiveerd wordt betwist, rust de bewijslast ingevolge art. 150 Rv op Parfip. Parfip zal daarom, conform haar aanbod, worden toegelaten tot het leveren van dit bewijs. Zij kan dit bewijs onder andere leveren door het deponeren ter griffie van de originele akte van cessie (zoals die als kopie als produktie 7 bij de dagvaarding in het geding is gebracht) in combinatie met een akte waaruit blijkt dat de akte van cessie namens Proximedia door een daartoe bevoegde persoon is getekend danwel middels het horen van (een) getuige(n).

3.6. Indien Parfip er in slaagt te bewijzen dat een rechtsgeldige cessie heeft plaatsgevonden zijn de navolgende overwegingen van belang.

verrekening

3.7. [gedaagde] heeft aangevoerd dat Proximedia toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen Proximedia en [gedaagde] gesloten overeenkomst. Er zou geen onderhoud zijn uitgevoerd, de telefoonnummers op de website waren lange tijd verkeerd en er is geen nieuwe computer geleverd na 2 jaar. Voorts zouden bij onderhoud van de computer essentiële gegevens verloren zijn gegaan waardoor [gedaagde] schade zou hebben geleden. [gedaagde] stelt dat hij om die reden niet gehouden is de openstaande facturen te betalen.

3.8. De rechtbank stelt voorop dat wie een ander een toerekenbare tekortkoming verwijt in de nakoming van een verbintenis enkel aan zijn eigen verplichting tot betaling van de facturen kan ontkomen door ontbinding van de overeenkomst danwel een geldig beroep op verrekening met een tegenvordering. De omstandigheid dat Parfip wanprestatie zou hebben gepleegd doet, anders dan [gedaagde] lijkt te denken, zijn betalingsverplichting niet teniet.

3.9. Gesteld noch gebleken is dat de overeenkomst tussen Proximedia en [gedaagde] is ontbonden. Wel is door [gedaagde] ter comparitie een beroep op verrekening gedaan in verband met de schade die zou zijn ontstaan doordat de computergegevens verloren zijn gegaan.

3.10. Parfip betwist dat zij aansprakelijk is voor eventueel door [gedaagde] geleden schade stellende dat [gedaagde] voorafgaande aan het onderhoud van de computer duidelijk is gemaakt dat belangrijke gegevens opgeslagen moesten worden omdat deze verloren konden gaan en dat [gedaagde] voorafgaande aan het onderhoud een formulier heeft getekend waarmee elke aansprakelijkheid wordt uitgesloten.

3.11. [gedaagde] heeft erkend dat hij het formulier heeft getekend waarin stond dat elke aansprakelijkheid zou worden uitgesloten maar [gedaagde] stelt dat de monteur de voorgeschreven procedure niet heeft gevolgd waardoor hij het formulier pas heeft getekend nadat er gegevens verloren waren gegaan. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat, nu de monteur zich niet aan de voorgeschreven procedure heeft gehouden, de aansprakelijkheidsbepaling in het formulier niet geldt.

3.12. De rechtbank is van oordeel dat, indien de voorgeschreven procedure niet is gevolgd en het formulier pas na verlies van de computergegevens aan [gedaagde] ter ondertekening is overhandigd, [gedaagde] zich niet tijdig en op redelijke wijze op de hoogte heeft kunnen stellen van de inhoud van het formulier en de daarin opgenomen exoneratieclausule. Een beroep van Parfip op deze exoneratieclausule zou in dat geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.

3.13. Nu [gedaagde] stelt dat de voorgeschreven procedure niet is doorlopen en Parfip deze stelling gemotiveerd heeft betwist zal Den Truck worden toegelaten tot het leveren van het bewijs dat de monteur bij het onderhoud aan de computer niet de voorgeschreven procedure heeft doorlopen. Om redenen van efficiëntie zal Parfip echter eerst in de gelegenheid worden gesteld de rechtsgeldigheid van de cessie te bewijzen waarna eventueel een bewijsopdracht voor [gedaagde] zal volgen.

3.14. In afwachting van de bewijslevering zal de rechtbank iedere verdere beslissing aanhouden.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. draagt Parfip op te bewijzen dat de vordering van Proximedia op den Turck rechtsgeldig aan haar is gecedeerd;

4.2. beveelt, indien Parfip dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, een getuigenverhoor en bepaalt dat het verhoor zal plaatshebben voor het bij deze tot rechter commissaris benoemde lid van deze rechtbank mr. Van den Heuvel, die daartoe zitting zal houden in een van de kamers van het gerechtsgebouw aan de Sluissingel 20 te Breda op een op verzoek van partijen nog nader te bepalen dag en uur;

4.3. bepaalt, dat de advocaten van partijen binnen veertien dagen na heden, bij brief overeenkomstig bijlage B bij het landelijk reglement voor de civiele rol bij de rechtbanken, aan de griffie van de sector handelsrecht opgave zullen doen van de verhinderdagen aan hun zijde op dinsdagen, woensdagen en donderdagen voor de periode van vijf maanden vanaf de dagtekening van die brief en bepaalt verder dat de advocaten van de partijen opgave zullen doen van het aantal en zo mogelijk de namen van de te horen getuigen;

4.4. verstaat, dat bij de oproeping van de getuigen de in artikel 170 Rv voorgeschreven formaliteiten in acht zullen worden genomen, waarbij de in dat artikel bedoelde oproepingsbrieven aangetekend zullen worden verzonden;

4.5. bepaalt dat Parfip, indien zij het bewijs niet door getuigen wil leveren maar door overlegging van bewijsstukken en / of door een ander bewijsmiddel, zij dit binnen twee weken na de datum van deze uitspraak schriftelijk aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - en aan de wederpartij moet opgeven; in dat geval zal het getuigenverhoor geen doorgang vinden en zal de zaak naar een nader te bepalen rolzitting worden verwezen voor het nemen van een akte met dit doel door Parfip;

4.6. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Heuvel en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 24 november 2010.