Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BO7424

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
18-11-2010
Datum publicatie
15-12-2010
Zaaknummer
624021 mb 10-177
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV).

Discussie wel of niet rijden door rood licht.

Vaste jurisprudentie dat ambtsedige verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht van het CJIB in beginsel voldoende grondslag biedt voor de vaststelling van de gedraging die betrokkene wordt verweten. Voorts nog aanvullend proces-verbaal aanwezig.

Het feit dat een andere verbalisant dan die de gedraging heeft waargenomen de aankondiging beschikking heeft opgemaakt, doet aan de bewijskracht van de waarneming niet af, aangezien dit slechts wijst op de omstandigheid dat de verbalisant in het gezelschap van een andere verbalisant was en er kennelijk gezamenlijk is opgetreden (vgl. de uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden d.d. 1 oktober 2002, LCJ AM1913).

Beslissing kantonrechter: Beroep ongegrond.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2011/37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaaknummer : 624021 \ MB VERZ 10-177

CJIB-nummer: 138385410

uitspraak: 18 november 2010

Op de in het openbaar gehouden zitting van 18 november 2010 is mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, bijgestaan door L.P.A. Gijsen-van der Linden als griffier, overgegaan tot de mondelinge behandeling van het beroep dat is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie met bovengenoemd CJIB-nummer. Het beroepschrift is ingediend door:

naam: : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats], nader ook te noemen: betrokkene,

--------------------

Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Bij schrijven van 24 oktober 2010 heeft betrokkene te kennen gegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

Namens de officier van justitie is verschenen F. Slootweg, werkzaam bij het CVOM te Utrecht.

Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden, welke aantekeningen worden geacht deel uit te maken van dit proces-verbaal.

Betrokkene heeft beroep ingesteld en daartoe aangevoerd hetgeen in het beroepschrift - dat zich bij de stukken van het geding bevindt - is vermeld. Ter zitting heeft betrokkene medegedeeld de gronden van het beroep te handhaven.

De officier van justitie heeft meegedeeld de beslissing waarvan beroep is ingesteld, alsmede de verwerping van de bezwaren van betrokkene, te handhaven.

1. De beoordeling

De kantonrechter heeft op grond van de navolgende overwegingen een beslissing genomen, welke beslissing is uitgesproken ter openbare terechtzitting.

Het beroep is ontvankelijk omdat het tijdig is ingesteld en er zekerheid is gesteld voor de betaling van de sanctie.

Op grond van de inhoud van het zaakoverzicht en dan met name de weergave van de ambtsedige verklaring van de verbalisant, de inhoud van het aanvullende ambtsedige opgemaakte proces-verbaal van 27 april 2010, is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende komen vast te staan dat de verweten gedraging is verricht.

Betrokkene voert aan dat hij niet door het rood, maar door het oranje verkeerslicht is gereden. Bovendien heeft een andere verbalisant dan de verbalisant die de verweten gedraging heeft geconstateerd hem staande gehouden. Het proces-verbaal is opgemaakt door de verbalisant die hem heeft staande gehouden. Nu in het proces-verbaal staat de verbalisant die hem staande heeft gehouden de gedraging heeft geconstateert, terwijl dit de andere verbalisant is geweest, klopt het proces-verbaal niet, alsdus betrokkene.

De kantonrechter overweegt dat op grond van vaste jurisprudentie geldt dat de weergave van de ambtsedige verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht van het CJIB, in beginsel voldoende grondslag biedt voor de vaststelling van de gedraging die betrokkene wordt verweten. Dat is pas dan anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de weergave van de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht, dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Dergelijke feiten en / of omstandigheden zijn door betrokkene niet aangevoerd en zijn ook anderszins niet gebleken. Er bestaat dus geen reden tot twijfel aan de juistheid van de constatering van de verbalisant.

Het feit dat een andere verbalisant dan degene die de gedraging heeft waargenomen de aankondiging van beschikking zou hebben opgemaakt, doet aan de bewijskracht van de waarneming niet af, aangezien dit slechts wijst op de omstandigheid dat de verbalisant in het gezelschap van een andere verbalisant was en er kennelijk gezamenlijk is opgetreden (vlg. de uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden, van 1 oktober 2002, LCJ AM1913).

Er zijn ook geen feiten of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot matiging van de opgelegde sanctie, zodat het beroep ongegrond dient te worden verklaard.

2. De beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

de griffier, de kantonrechter,

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden, doch alleen indien:

a. de bij deze beslissing opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of

b. het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Breda, sector kanton, locatie Bergen op Zoom, (118 4600 AC Bergen op Zoom) en dient door degene die bij de sector kanton beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending beslissing: