Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BO3365

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
04-11-2010
Datum publicatie
12-11-2010
Zaaknummer
10/1537
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank leidt uit een brief van de inspecteur en het telefonisch onderhoud van de griffier met de gemachtigde af dat belanghebbende kennelijk zijn grieven heeft laten varen. Nu de rechtbank overigens in de stukken of het mondeling contact geen reden ziet de aanslag te verminderen, is het beroep ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2011/6.21.4
FutD 2010-2638
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 10/1537

Uitspraakdatum: 4 november 2010

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats] (Thailand),

eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Oost-Brabant, kantoor Eindhoven,

verweerder.

Eiser wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 11 maart 2010 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem over het jaar 2006 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer].H.66).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 november 2010 te Breda. Partijen zijn niet verschenen. Uit correspondentie en het telefonisch contact dat partijen met de griffier hebben gehad, leidt de rechtbank af dat partijen de uitnodiging om het onderzoek ter zitting bij te wonen, hebben ontvangen.

1.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2.Gronden

2.1.Bij brief van 27 oktober 2010 heeft de inspecteur aan de rechtbank gemeld dat het onderhavig beroep zal worden ingetrokken. De gemachtigde zal daartoe een intrekkingsverklaring ondertekenen welke door de inspecteur naar de rechtbank zal worden doorgestuurd. De gemachtigde van belanghebbende heeft in een telefonisch onderhoud met de griffier op 1 november 2010 bevestigd dat hij de intrekkingsverklaring ter post zal bezorgen en dat het beroep zal worden ingetrokken. De intrekkingsverklaring is niet vóór de zitting ontvangen. De rechtbank ziet in de stukken noch in het mondeling contact met partijen aanleiding het onderzoek ter zitting te verdagen.

2.2.De rechtbank leidt uit de voormelde brief en het telefonisch onderhoud af dat belanghebbende kennelijk zijn grieven heeft laten varen. Nu de rechtbank overigens in de stukken of het mondeling contact geen reden ziet de aanslag te verminderen, moet het beroep ongegrond worden verklaard.

2.3.De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Aldus gedaan door mr. C.A.F.M. Stassen, voorzitter, mr. W. Brouwer en mr.dr. M.J.G.A.M. Weerepas, rechters, en door de voorzitter en drs. J.M.C. Hendriks, griffier, ondertekend.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2010.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 5 november 2010

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.