Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BO3363

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
09-11-2010
Datum publicatie
09-11-2010
Zaaknummer
02/800232-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Internetbedreiging met een schoolshooting op een niet nader genoemde school in Breda. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Nederland ook rechtsmacht als een bericht in Nederland op een buitenlandse website geplaatst is, maar ziet op Nederland. Nu daadwerkelijk een scholier van een school in Breda kenbaar heeft gemaakt te overwegen niet naar school te willen gaan vanwege het bericht van verdachte is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een voltooide bedreiging. Voorwaardelijk opzet nu verdachte zich bewust was van de angst die zijn bericht bij anderen teweeg kon brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2011/34
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/800232-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 november 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats, adres]

raadsvrouw mr. Kools, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 oktober 2010, waarbij de officier van justitie, mr. Emmen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

via internet personeelsleden en/of leerlingen van scholen in Breda heeft bedreigd dan wel geprobeerd heeft te bedreigen

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De verdediging heeft betoogd dat Nederland geen rechtsmacht toekomt op grond van artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht, waardoor de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.

In de tenlastelegging is vermeld dat het strafbare feit zou zijn gepleegd in zowel Amerika als Zundert. Naar de mening van de verdediging heeft het feit zich volgens de leer van het instrument voorgedaan in Amerika en niet in Nederland. Dit komt volgens de verdediging doordat verdachte een bericht geplaatst heeft op een Amerikaanse website. De Amerikaanse website is het instrument in deze en dus bepalend voor de plaats waar het feit zich heeft voorgedaan en daarmee samenhangend de rechtsmacht.

Aangezien er volgens de verdediging niet voldaan is aan het vereiste van de dubbele strafbaarheid, zoals gesteld in artikel 5 eerste lid sub 2 van het Wetboek van Strafrecht, heeft Nederland volgens de verdediging ook op basis van dit artikel geen rechtsmacht in deze zaak.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe het volgende.

De locus delicti wordt niet alleen op basis van de leer van het instrument bepaald. Op grond van de leer van de lichamelijke gedraging is Nederland de locus delicti. Verdachte bevond zich immers in Nederland toen hij zijn bericht verzond.

Op basis van de leer van het constitutieve gevolg is Nederland eveneens de locus delicti. Het bericht dat verdachte verstuurde betrof immers scholen in Breda, als gevolg waarvan mensen in Breda en dus Nederland zich bedreigd zouden kunnen voelen.

Tenslotte is er nog de ubiquiteitsleer, die met zich meebrengt dat meerdere plaatsen als locus delicti kunnen worden aangemerkt op basis van de verschillende theorieën.

Naar het oordeel van de rechtbank kan Nederland op grond van bovenstaande leerstukken worden aangenomen als locus delicti evenals de Verenigde Staten.

Artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht brengt volgens vaste jurisprudentie, zie onder andere een arrest van de Hoge Raad van 2 februari 2010 (LJN BK6328), met zich dat de Nederlandse strafwet van toepassing is op eenieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt. Indien het feit daarnaast ook in een ander land heeft plaatsgevonden, kan op grond van artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht ook ten aanzien van het strafbare deel van het feit dat in het buitenland plaatsvond op basis van het Nederlandse strafrecht in Nederland vervolgd worden. Hoewel het feit deels ook in de Verenigde Staten plaatsvond, heeft Nederland naar het oordeel van de rechtbank op grond van het bovenstaande rechtsmacht over het hele feitencomplex en is de officier van justitie ontvankelijk.

De verdediging heeft ook de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie bepleit op grond van schending van de beginselen van een goede procesorde. Naar de mening van de verdediging is het openbaar ministerie niet zorgvuldig met de persoonlijke belangen van verdachte omgesprongen door onnodig en met veel bombarie een persbericht uit te geven en aantoonbaar foute beweringen in de media over verdachte niet te rectificeren. Het openbaar ministerie heeft hierdoor in strijd met haar eigen beleid gehandeld.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De zaak kwam aan het licht toen een [medewerker] van het televisieprogramma EenVandaag de politie inlichtte over het bericht dat verdachte op 12 maart 2009 op internet had geplaatst. De politie vatte het bericht dan ook serieus op. De media stonden die dag vol met berichten over de schietpartij op een school in het Duitse Winnenden op 11 maart 2009. Naar aanleiding hiervan werd een opsporingsonderzoek gestart. Ook vond er crisisoverleg plaats. Overwogen werd om als de plaatser van het bericht niet tijdig opgespoord kon worden en de dreiging niet voor

13 maart 2009 weggenomen kon worden alle scholen en kinderdagverblijven in Breda op 13 maart 2009 te sluiten.

Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee voldoende duidelijk dat het bericht van verdachte veel commotie kon veroorzaken. Een persbericht met een bijbehorende persconferentie om mensen gerust te stellen was naar het oordeel van de rechtbank dan ook op zijn plaats.

De rechtbank overweegt verder dat het openbaar ministerie de persconferentie niet op eigen houtje heeft georganiseerd, maar dat hiertoe door de zogeheten driehoek, in dit geval bestaande uit de Gemeenten Breda en Zundert, het openbaar ministerie en de Politie Midden- en West-Brabant, is besloten.

In het persbericht heeft de rechtbank niets aangetroffen waaruit blijkt dat de beginselen van een goede procesorde zijn geschonden. Er wordt gesproken over een 18-jarige ex-HBO ICT student en inwoner van de gemeente Zundert. Hiermee is de identiteit van verdachte naar het oordeel van de rechtbank voldoende afgeschermd gebleven. Ook in de overige berichten zijn de belangen van verdachte niet zodanig geschonden dat dit tot de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie zou moeten leiden, waarbij de rechtbank opmerkt dat het openbaar ministerie niet gehouden kan worden tot het bijhouden en corrigeren van alle uitgebrachte media-uitingen in alle zaken.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het feit heeft begaan. Op zijn laptop is het fotootje, dat als avatar bij het bericht gebruikt is, aangetroffen. Uit onderzoek bleek dat verdachte gebruik maakte van het onbeveiligde draadloze internetnetwerk van zijn buren en verdachte heeft bekend het betreffende bericht te hebben geplaatst.

Het bericht dat verdachte plaatste werd naar EenVandaag getwitterd en vervolgens bij de politie gemeld. Het is door veel bezoekers gezien. De lokale driehoek kwam bijeen en vroeg advies aan gedragsdeskundigen van het KLPD. Deze adviseerden het bericht serieus te nemen. De bedreiging was gericht aan de Bredase gemeenschap en is blijkens de daarop volgende handelingen ook duidelijk als een bedreiging door die gemeenschap gezien.

De bedreiging was direct, specifiek en plausibel. Verdachte las zelf ook de reacties op zijn bericht, ook de reacties waarin stond dat mensen de politie wilden bellen. Uit het bericht van verdachte blijkt dat verdachte er alles aan heeft gedaan om zoveel mogelijk dreiging van zijn bericht uit te laten gaan. Verdachte heeft in zijn bericht verwezen naar eerder schoolshootings, onder andere de schoolshooting van één dag daarvoor in het Duitse Winnenden.

Er is volgens de officier van justitie sprake van voorwaardelijk opzet en er kan een parallel getrokken worden met het doen van een valse bommelding of het versturen van een poederbrief. Ook wanneer dat als een geintje bedoeld is, kan dit een veroordeling voor bedreiging opleveren, zoals uit het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 juli 2004

(LJN AQ 5186) blijkt.

De waarschuwing die de [medewerker] op de site www.4chan.org heeft geplaatst maakt dit niet anders. De [medewerker] kan immers niet instaan voor alle berichten die op de site geplaatst worden en ondanks de waarschuwingen heeft in ieder geval één bezoeker van de site zich geroepen gevoeld om de zaak aan het licht te brengen. Uit de daaropvolgende handelingen blijkt dat er sprake is van een strafrechtelijke bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het volgende.

Voor een strafbare bedreiging is vereist dat bij degenen tot wie de uitlatingen zijn gedaan de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zouden kunnen verliezen. Reguliere bezoekers van de site konden zich gezien de context waarin en de site waarop het bericht is geplaatst redelijkerwijs niet bedreigd voelen, omdat www.4chan.org een onzinnige site is. Van een redelijke vrees daadwerkelijk het leven te kunnen verliezen is geen sprake.

Ten tweede is opzet dan wel voorwaardelijk opzet vereist om tot een strafbare bedreiging te komen en hiervan is volgens de verdediging geen sprake. Naar de mening van de verdediging is de website www.4chan.org in Nederland zo onbekend dat de kans dat een Bredase scholier of leerkracht daar op de dag van het bericht op kon zijn gestuit nihil is.

Er kijken bijna geen Nederlanders op de betreffende site en er worden zeer veel berichten geplaatst die ook weer snel van het forum verwijderd worden, waardoor de kans dat een Bredase scholier of leerkracht zich daadwerkelijk bedreigd heeft gevoeld nihil is en verdachte vrijgesproken dient te worden. De raadsvrouw heeft hierbij gewezen op een uitspraak van de Rechtbank te ’s-Gravenhage van 2 april 2010 (LJN BM1481).

Als derde punt heeft de raadsvrouw gesteld dat van een bedreiging pas sprake is als de bedreigde er weet van heeft. Nu niet uit het dossier blijkt dat dit het geval was, dient verdachte in ieder geval van het primair ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 12 maart 2009 werd op de site www.4chan.org een bericht met de volgende tekst geplaatst: "When I'm going to school tomorrow I'm going to shoot some people dead. Look in the new for a school shooting in the city Breda in The Netherlands. And remember me, because 1 will beat Chu's Highscore."

Een [medewerker] van het televisieprogramma EenVandaag nam kennis van het bericht en lichtte de afdeling persvoorlichting van de politie in.

Een tweetal gedragsdeskundigen van de Divisie Recherche bekeken het bericht en overlegden met hun collega’s van het KLPD. Zij concludeerden dat het bericht serieus genomen moest worden.

De politie heeft vervolgens het adres www.4chan.org bevraagd bij een voor hen toegankelijke Domain Name Server. Hieruit kwam het IP adres van www.4chan.org naar voren. Via de Whois database werd duidelijk wat het e-mail adres van de webmaster van www.4chan.org was. De politie mailde vervolgens naar de webmaster en kreeg van de webmaster van www.4chan.org het IP adres waar het bericht was aangemaakt. De politie deed navraag over dit IP adres bij het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) en kwam uit bij de buren van verdachte. De buren van verdachte bleken een onbeveiligd draadloos netwerk te hebben. Het signaal van de router van de buren van verdachte bleek één tot twee panden rondom hun woning te ontvangen te zijn.

Naar aanleiding van deze bevindingen werd onder andere binnengetreden in de woning van de ouders van verdachte. Zodra verdachte van de verbalisanten vernam waarvoor zij kwamen, bekende hij met gebruikmaking van het draadloze netwerk van zijn buren het betreffende bericht op www.4chan.org te hebben geplaatst. Verdachte bevestigde dit ter zitting.

Naar het oordeel van de rechtbank staat daarmee vast dat verdachte het bericht met als inhoud: "When I'm going to school tomorrow I'm going to shoot some people dead. Look in the new for a school shooting in the city Breda in The Netherlands. And remember me, because 1 will beat Chu’s Highscore.” op 12 maart 2009 op de site www.4chan.org heeft geplaatst.

De verdediging heeft gesteld dat er geen sprake is van een bedreiging omdat het bericht op een onzinsite is geplaatst en degene, die dit bericht leest, van aanvang af onmiddellijk moet inzien dat het hier om een grap gaat. Voorts kan niet worden vastgesteld dat personeelsleden dan wel leerlingen van Bredase scholen dit bericht hebben gelezen.

Voor een veroordeling terzake van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is gedaan dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen laten.

De rechtbank stelt vast dat de bewoordingen in het voornoemde bericht op www.4chan.org zonder meer bedreigend van aard zijn. Het bericht moet ook worden gezien tegen de achtergrond dat net één dag ervoor zich een drama had voorgedaan op een Duitse school in Winnenden waarbij 16 mensen om het leven zijn gekomen. Voorts hebben zich de afgelopen jaren al eerdere incidenten voorgedaan waarbij in scholen met wapens is geschoten hetgeen tot veel commotie heeft geleid in de samenleving. Verdachte heeft zijn bericht onder deze omstandigheden geplaatst.

De rechtbank kan voorts het standpunt van de verdediging niet volgen dat het bericht voor een ieder van aanvang af als grap had moeten worden herkend. Niet alleen [een medewerker] van Een Vandaag vatte het bericht zo serieus op dat hij dit heeft doorgegeven aan de politie. Het bericht van verdachte leidde ook tot de volgende reacties op www.4chan.org:

- een reactie van 12 maart 2009 10:38 uur met als inhoud: “calling the police”

- een reactie van 12 maart 2009 10:32 uur met als inhoud: “I called the polic in the Netherlands. Apparantly they speak

English pretty well. He asked me to e-mail them the link, which I’m about to do.”

- een reactie van 12 maart 2009 10:48 uur met als inhoud: “So, Breda in the Netherlands – I imagine early in the morning. Thanks for the warning asshole. I’m making an image of this and sending it to the authorities in Breda.”

-een reactie van 12 maart 2009 10:49 uur met als inhoud: “Don’t do it. We don’t need anymore of this shit. Can someone living in the Netherland call the cops?”

-een reactie van 12 maart 2009 10:58 uur met als inhoud: “Woon je in Breda dan? Heeft er iemand al daadwerkelijk de pliesie gebeld eigenlijk, of moet ik het nog doen? Has anyone actually called the police yet, or do I have to do it?”

-een reactie van 12 maart 2009 10:58 uur met als inhoud: “this isnt funny. Ive sent an email to fbi.gov, the rest is in their hands”

- een reactie van 12 maart 2009 11:10 uur met als inhoud: “Nederlanders, iemand de pliesie al aan de telefoon gehad?”

- een reactie van 12 maart 2009 11:15 uur met als inhoud: “ hey daar ga ik naar school. optieven hoor meld ik me eerst even ziek”

Hoewel de site de volgende waarschuwing bevat “The stories and information posted here are artistic Works of fiction and falsehood. Only a fool would take anything posted here as fact” kan de [medewerker] van de site geen enkele garantie bieden dat er geen serieuze berichten op zijn site worden geplaatst. Eerdere schoolshootings zijn immers ook op voorhand via internet aangekondigd en dit gebeurt meestal anoniem en via sites waarbij de maker van het bericht moeilijk te achterhalen is. Uit de voornoemde reacties die zijn geplaatst binnen korte tijd na het bericht van verdachte blijkt in ieder geval niet dat de lezers het bericht als een geintje hebben beschouwd. Dat er mensen reageren die het wel als een grap zien doet hier niets aan af.

Uit de reactie van 11:15 uur blijkt dat één leerling van een school in Breda van het bericht kennis genomen heeft en in het bericht aanleiding heeft gezien te overwegen om op de dag van de aangekondigde shooting niet naar school te gaan. Naar het zich laat aanzien heeft in ieder geval één leerling van een Bredase school zich daadwerkelijk bedreigd gevoeld door het bericht van verdachte.

De verdediging heeft voorts gesteld dat verdachte geen opzet heeft gehad op het bedreigen van mensen, waardoor hij vrijgesproken dient te worden.

De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat verdachte de intentie had om een dag later daadwerkelijk in een school in Breda te gaan schieten. Dat het opzet van verdachte was gericht op de bedreiging hiermee, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen, tenminste in de vorm van voorwaardelijk opzet. De vraag die in dat verband beantwoord dient te worden is of gezegd kan worden dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat mensen zich bedreigd zouden voelen door zijn bericht. Daarvoor is niet alleen vereist dat verdachte zich op het tijdstip van het plaatsen van zijn bericht op internet zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat mensen zich bedreigd zouden kunnen voelen, maar ook dat hij die kans daarop op dat betreffende tijdstip bewust heeft aanvaard. Bepaalde gedragingen kunnen volgens de HR in zijn uitspraak van 8 april 2008 (LJN BC 5982) naar hun uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht zijn op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra- indicaties- niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Naar het oordeel van de rechtbank is hier sprake van, waartoe als volgt wordt overwogen.

Verdachte heeft zijn bericht bewust een dag na een schoolshooting in het Duitse Winnenden geplaatst en hij was concreet door een plaats en datum te noemen waarop de shooting plaats zou vinden. Het is voorts een feit van algemene bekendheid dat eerdere schoolshootings op internet zijn aangekondigd en dat het zeer ernstige gebeurtenissen betreft die tot veel onrust in de samenleving leiden. Verder verklaarde verdachte ter zitting dat er bekenden van hem, waaronder oud-klasgenoten uit Breda bekend waren met de site. Ook verklaarde hij zijn bericht juist naar aanleiding van de commotie over de schoolshooting in het Duitse Winnenden geplaatst te hebben. Verdachte wist dus wat het effect op de samenleving van de shooting in Duitsland was en hij wist dat de kans dat scholieren uit Breda kennis van zijn bericht zouden nemen groot was. Desondanks heeft verdachte zijn bericht geplaatst en dit later, ondanks het teruglezen van reacties van mensen die verontrust waren, niet aangepast of verwijderd.

Naar het oordeel van de rechtbank is hier sprake van een bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij de bedreiging ook is aangekomen bij een persoon aan wie de bedreiging gericht was. Op grond hiervan is naar het oordeel van de rechtbank van oordeel het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 12 maart 2009 te Rijsbergen, gemeente Zundert, en (via het internet) in de Verenigde Staten,

onbekend gebleven personen (te weten: een of meer personeelsleden

en leerlingen van scholen in Breda) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend op de internetsite 4chan.org een bericht

geplaatst met de navolgende inhoud: "When I'm going to school tomorrow I'm

going to shoot some people dead. Look in the new for a school shooting in the

city Breda in The Netherlands. And remember me, because I will beat Chu's

Highscore",

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf van 120 uur, bij niet voldoening te vervangen door 60 dagen vervangende hechtenis en 2 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar en reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt het volgen van een behandeling bij de GGZ.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en verzocht daar rekening mee te houden bij het bepalen van de strafmaat.

De raadsvrouw heeft hierbij gewezen op de triple rapportage waaruit blijkt dat verdachte lijdt aan PDD NOS, waardoor hij enigszins verminderd toerekeningsvatbaar is. Ook wees zij op de hinder die verdachte heeft ondervonden ten gevolge van de beeldvorming rondom zijn persoon, de 13 dagen die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, het kwijtraken van zijn scoutinglidmaatschap en het feit dat hij al meer dan een jaar een behandeling bij de GGZ volgt en inmiddels met een nieuwe opleiding is begonnen. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd voor wat betreft het opleggen van een werkstraf, maar betoogd dat een voorwaardelijke gevangenisstraf onnodig is en een te grote druk op verdachte zal leggen.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft een dreigend bericht op een voor iedereen toegankelijke website geplaatst. Het bericht betrof het aankondigen van een schietpartij op een school in Breda. Verdachte deed dit één dag nadat daadwerkelijk een zogeheten school shooting had plaatsgevonden in Duitsland. Bij de Duitse schoolshooting kwamen, inclusief de dader, 16 mensen om het leven. Het feit veroorzaakte veel onrust in Nederland. Het bericht van verdachte werd door meerdere mensen gelezen en als bedreigend ervaren. Het televisieprogramma EenVandaag meldde de bedreiging bij de politie. Door deskundigen in dienst van de politie werd geadviseerd de bedreiging serieus te nemen.

De politie nam dit advies ter harte en heeft samen met de gemeenten Breda en Zundert en het openbaar ministerie met man en macht gewerkt aan een plan om eventueel alle scholen en kinderdagverblijven in Breda op 13 maart 2009 preventief te kunnen sluiten. Tevens is veel capaciteit ingezet om zo spoedig mogelijk te achterhalen wie het bericht geplaatst had om zodoende de dreiging weg te nemen.

Over verdachte is op 31 augustus 2009 een triple rapportage opgesteld door milieurapporteur Bakkers, GZ-psychologe Meuwese en psychiater Marcos-Kingsale. Hieruit is naar voren gekomen dat verdachte lijdt aan PDD-NOS. Verdachte voelt anderen niet goed aan en kan zich minder inleven in anderen. Ook heeft verdachte moeite heeft met het uiten van zijn emoties. Verdachte kan ook niet goed de gevolgen van zijn gedrag en de impact van zijn gedrag op anderen overzien. Dit was volgens de deskundigen ten tijde van de feiten ook zo, waardoor geadviseerd wordt verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Geadviseerd wordt aan verdachte een voorwaardelijke straf met verplicht reclasseringscontact op te leggen. Een behandeling door de GGZ kan hierbij als bijzondere voorwaarde worden opgenomen. Bij een behandeling door de GGZ kan aandacht besteed worden aan psycho-educatie, begeleiding gericht op onderwijs en de omgang met andere mensen. Aangezien verdachte naar verwachting voorlopig nog thuis zal blijven wonen, wordt geadviseerd ook de rest van het gezin bij de GGZ-behandeling te betrekken.

De rechtbank neemt de conclusie uit de triple rapportage over.

Een zorgpunt voor de rechtbank is dat verdachte emoties van anderen minder goed aan kan voelen en tekort schiet in zijn inzicht in zijn eigen handelen. Dit geldt temeer nu verdachte verklaarde dat hij alleen maar een grap heeft willen maken en niet zegt te snappen dat anderen zijn bericht serieus op zouden kunnen vatten. Zelfs tijdens de zitting is gebleken dat verdachte het kwalijke van zijn handelen nog steeds niet ten volle lijkt in te zien. Naar het oordeel van de rechtbank is om herhaling te voorkomen een stok achter de deur in de vorm van een voorwaardelijke gevangenisstraf, met daarbij reclasseringstoezicht en een verdere, niet vrijblijvende behandeling door de GGZ, noodzakelijk.

Naast de voorwaardelijke gevangenisstraf, dient naar het oordeel van de rechtbank gelet op de ernst van het feit en de gevolgen die het feit heeft gehad nog een onvoorwaardelijke straf aan verdachte opgelegd te worden.

De rechtbank houdt hierbij rekening met het feit dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, het feit dat hij als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd dient te worden, de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en het effect dat de zaak op verdachte en zijn familie heeft gehad.

Alles overwegende zal de rechtbank naast de voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte nog een werkstraf opleggen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27 en 285 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze, artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook als dit inhoudt het volgen van een behandeling bij de GGZ;

* dat verdachte zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij deze reclasseringsinstelling;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. Woerdeman, voorzitter, mr. Bakx en mr. Volkers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Schroeijers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 november 2010.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

hij op of omstreekst 12 maart 2009 te Rijsbergen, gemeente Zundert, in elk

geval in Nederland en/of (via het internet) in de Verenigde Staten, een of meer

onbekend gebleven perso(o)n(en) (te weten: een of meer personeelsleden

en/of leerling(en) van een of meer scholen in Breda) heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft

verdachte opzettelijk dreigend op de internetsite 4chan.org een bericht

geplaatst met de navolgende inhoud: "When I'm going to school tomorrow I'm

going to shoot some people dead. Look in the new for a school shooting in the

city Breda in The Netherlands. And remember me, because I will beat Chu's

Highscore", althans woorden van gelijke dreigende strekking en/of aard;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 maart 2009 te Rijsbergen, gemeente Zundert, in elk

geval in Nederland en/of (via het internet) in de Verenigde Staten, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meer onbekend

gebleven perso(o)n(en) (te weten: een of meer personeelsleden en/of

leerling(en) van een of meer scholen in Breda) met enig misdrijf tegen het

leven gericht, althans met zware mishandeling, te bedreigen, opzettelijk

dreigend op de internetsite 4chan.org een bericht heeft geplaatst met de

navolgende inhoud: "When I'm going to school tomorrow I'm going to shoot some

people dead. Look in the new for a school shooting in the city Breda in The

Netherlands. And remember me, because I will beat Chu's Highscore", althans

woorden van gelijke dreigende strekking en/of aard, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht