Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BO2809

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
21-10-2010
Datum publicatie
03-11-2010
Zaaknummer
617322 ov 10-3746
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot opheffen meerderjarigenbewind door betrokkene (onderbewindgestelde).

Gemotiveerde afwijzing.

Nadere eis aan eventuele toekomstige verzoeken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 617322 OV VERZ 10-3746

beschikking d.d. 21 oktober 2010 op een verzoek tot opheffing van het bewind over de goederen

van

[rechthebbende], verblijvende te [adres]

1. Het procesverloop

1.1 Bij beschikking d.d. 2 februari 1993 van de kantonrechter te Bergen op Zoom zijn de goederen van [rechthebbende] voornoemd, hierna ook te noemen rechthebbende, onder bewind gesteld met benoeming van Stichting Beschermingsbewind Meerderjarigen, gevestigd te (4600 AV) Bergen op Zoom, Postbus 802, tot bewindvoerster.

Dit bewind is bij beschikking van 1 maart 1995 van de kantonrechter te Bergen op Zoom opgeheven. Vervolgens zijn bij beschikking d.d. 20 september 1999 van de kantonrechter te Bergen op Zoom de goederen van [rechthebbende] voornoemd wederom onder bewind gesteld, met benoeming van Stichting Beschermingsbewind Meerderjarigen, voornoemd, tot bewindvoerster.

1.2 Op 19 augustus 2010 is ter griffie een verzoekschrift van rechthebbende ontvangen waarin opheffing wordt gevraagd van het bewind. Rechthebbende is van mening thans weer in staat te zijn zelf ten volle de belangen van vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen.

1.3 Dit verzoek is mondeling behandeld op 7 oktober 2010 in aanwezigheid van:

[rechthebbende] en mw. [X] namens Stichting Beschermingsbewind Meerderjarigen, respectievelijk rechthebbende en bewindvoerster.

2. De beoordeling

2.1 Ter zitting heeft rechthebbende verklaard dat zij sinds ongeveer 2 jaar op vrijwillige basis op bovengenoemde afdeling Moermontstede, een GGZ-locatie te Halsteren, verblijft. Zij staat onder behandeling van psychiater [Y]. Gebruikt 5 (vijf) verschillende soorten medicatie o.m. ter bestrijding van paniekaanvallen. In het kader van een therapie maakt zij volgens haar zeggen “kunstwerken”. De kantonrechter begrijpt dat het hierbij onder meer gaat om het bewerken/verfraaien van kleding. Desgevraagd vertelt rechthebbende dat zij “de studie Rechten volgt aan de V.U. te Breda”. Zij vertelt verder dat zij het diploma reanimatie en sterilisatie heeft gehaald in 1986. Zij zegt letterlijk “ik schrijf strafrecht”. Zij wil ook naar Lourdes om zieke mensen te helpen. Is daar voor het laatst geweest 3 jaar geleden “via Hare Majesteit”. Zij zegt in God te geloven maar niet in psychiaters. Zij vertelt voorts een oorlogssyndroom te hebben en als kind heeft ze -volgens haar- bij een ongeval een hersenletsel opgelopen.

Ook zegt zij meteen in hoger beroep te zullen gaan indien haar verzoek wordt afgewezen.

2.2 Tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat rechthebbende een zeer onsamenhangend verhaal vertelt. Zij springt “van de hak op de tak”. Bij doorvragen door de kantonrechter geeft rechthebbende steeds een ontwijkend antwoord en snijdt zij snel een ander onderwerp aan.

Hoewel de kantonrechter geen medicus is, is duidelijk dat rechthebbende in een waanwereld leeft.

2.3 Namens bewindvoerster wordt aangevoerd dat rechthebbende weinig inzicht heeft in haar financiële zaken en dat het daarom -kort gezegd- niet goed zou zijn om de onderbewindstelling te beëindigen. Benadrukt wordt dat rechthebbende nog steeds via de GGZ behandeld wordt voor haar stoornis(sen).

2.4 De kantonrechter is, op grond van hetgeen bij gelegenheid van de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, van oordeel dat de grond, die destijds heeft geleid tot het instellen van het bewind, nog steeds duidelijk aanwezig is en dat daarom het verzoek dient te worden afgewezen. De kantonrechter verwacht ook niet dat de toestand van rechthebbende zich op korte termijn dusdanig zal wijzigen dat opheffing van het onderhavige bewind aan de orde kan zijn. Nieuwe verzoeken van rechthebbende zullen in de toekomst ook pas dan in behandeling worden genomen indien dit schriftelijke verzoek in positieve zin ondersteund wordt door een medische verklaring van de behandelende arts. Dit om onnodige kosten te voorkomen.

Gelet op vorenstaande zal de kantonrechter beslissen als hierna gemeld.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 oktober 2010.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.