Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BO2621

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
09-06-2010
Datum publicatie
02-11-2010
Zaaknummer
582169 cv 10-348
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consument boekt op 23 december 2008 via internet bij Golden Tours B.V. een vliegreis met verblijf naar Turkije voor 2 personen voor een bedrag van € 1.875,71 voor de periode van 4 augustus 2009 tot en met 11 augustus 2009. Golden Tours is op dat moment geen deelnemer meer bij de Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR). Op 20 januari 2009 wordt Golden Tours opnieuw deelnemer bij SGR. Op 31 december 2008 heeft de consument een aanbetaling van € 417,19 gedaan en het resterende bedrag van € 1.458,52 heeft de consument op 10 juni 2009 betaald. Nadat Golden Tours op 9 juli 2009 haar financieel onvermogen aan SGR heeft gemeld, is zij bij uitspraak van de rechtbank Den Haag op 14 juli 2009 failliet verklaard. Kan de consument aanspraak maken op de SGR-garantieregeling ? Nee, want boekdatum van de reis, 23 december 2008, is bepalend. Golden Tours was toen geen deelnemer bij SGR. Ook op grond van redelijkheid en billijkheid en/of haar doelstelling is SGR niet gehouden tot dekking van de schade van de consument.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Team kanton Tilburg

zaak/rolnr.: 582169 CV 10-348

vonnis d.d. 9 juni 2010

inzake

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. F.L. Donders, advocaat te Tilburg,

tegen:

de STICHTING GARANTIEFONDS REISGELDEN,

gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigden: mr. P.J. Kreijger en mr. R. van den Berg, advocaten te Amsterdam.

Partijen zullen door de kantonrechter hierna worden aangeduid als [eiseres] en SGR.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 6 januari 2010, met producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- de conclusie van repliek, met producties;

- de conclusie van dupliek, met producties.

Hierna is vonnis bepaald.

2. De feiten

Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de

overgelegde producties gaat de kantonrechter uit van de volgende feiten:

a. [eiseres] heeft op 23 december 2008 via internet bij Golden Tours B.V. een vliegreis met verblijf naar Turkije voor 2 personen geboekt voor een bedrag van € 1.875,71 voor de periode van 4 augustus 2009 tot en met 11 augustus 2009. Op 31 december 2008 heeft [eiseres] een aanbetaling van € 417,19 gedaan en het resterende bedrag van € 1.458,52 heeft zij op 10 juni 2009 betaald.

b. Nadat Golden Tours op 9 juli 2009 haar financieel onvermogen aan SGR had gemeld, is zij bij uitspraak van de rechtbank Den Haag op 14 juli 2009 failliet verklaard.

c. Op 10 juli 2009 heeft SGR een brief aan [eiseres] gezonden met de mededeling dat Golden Tours in een situatie van financieel onvermogen verkeerde en dat zij de door [eiseres] geboekte reis niet meer zou kunnen uitvoeren. Tevens werd in die brief uitgelegd hoe [eiseres] haar reisgeld van SGR vergoed zou kunnen krijgen.

d. [eiseres] heeft SGR vervolgens om deze vergoeding verzocht, maar kreeg op 18 juli 2009 de volgende brief van SGR: “Door u is ingediend een schadeclaim naar aanleiding van het door Golden Tours BV gemelde financiële onvermogen. Uit de door u ingediende stukken en/of uit de administratie van Golden Tours BV blijkt dat de reisovereenkomst is gesloten in de periode tussen 12 december 2008 en 20 januari 2009. In die periode was Golden Tours BV geen SGR-deelnemer, en derhalve kunt u geen aanspraak maken op de SGR-garantieregeling. “

e. Artikel 4 van de SGR-garantieregeling luidt als volgt:

“Binnen de grenzen van het vorenstaande komen in beginsel voor een uitkering door SGR in aanmerking:

- de consument die partij is bij een reis-, vervoers- of verblijfsovereenkomst met een deelnemer en tevens in het bezit is van een boekingsformulier respectievelijk factuur met het/de daarop betrekking hebbende betalingsbewijs(zen);

- de consument die partij is bij een reis-, vervoers- of verblijfsovereenkomst met een niet-deelnemer, maar die geboekt heeft bij een deelnemer en tevens in het bezit is van een boekingsformulier respectievelijk factuur van die deelnemer met het/de daarop betrekking hebbende betalingsbewijs(zen).”

3. De vordering

3.1 [eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

A. voor recht zal verklaren dat de garantieregeling van SGR wel van toepassing is op haar boeking, ook in de periode dat Golden Tours niet was aangesloten bij SGR;

B. SGR zal veroordelen om aan haar te betalen de volledige reissom van € 1.875,71.

Subsidiair:

C. SGR zal veroordelen tot betaling van dat deel van de reissom, zijnde € 1.458,52, dat zij betaald heeft toen Golden Tours wel weer was aangesloten bij SGR;

D. SGR zal veroordelen om aan haar te betalen de wettelijke rente over € 1.875,71, althans over € 1.458,52, vanaf de dag dat deze verschuldigd is, zijnde 14 juli 2009, althans vanaf de datum dat SGR in gebreke is gesteld, zijnde 12 augustus 2009, tot aan de dag van de algehele voldoening;

met veroordeling van SGR in de proceskosten.

3.2 SGR voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.

4. De beoordeling

4.1 De standpunten van partijen.

4.1.1 [eiseres] heeft aan haar vordering het volgende ten grondslag gelegd. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat haar boeking wel degelijk onder de SGR-garantieregeling zou moeten vallen. Golden Tours heeft de gehele periode het SGR-logo op haar website en haar reisboeken gevoerd. [eiseres] is dan ook al die tijd in de veronderstelling geweest dat Golden Tours deelnemer was bij SGR. Indien [eiseres] geweten had dat Golden Tours niet aangesloten was bij SGR, dan had zij de betreffende reis niet geboekt en/of de resterende betaling van € 1.458,52 niet verricht. In het licht van haar doelstelling uit de statuten zou SGR de plicht hebben gehad [eiseres] in voldoende mate te informeren over het feit dat Golden Tours in de betreffende periode geen deelnemer was. [eiseres] heeft het grootste gedeelte van de reissom, namelijk € 1.458,52, betaald toen Golden Tours wel weer bij SGR was aangesloten. Op grond van artikel 4 van de SGR-garantieregeling heeft zij in ieder geval recht op dát bedrag, aldus [eiseres].

4.1.2 SGR is van mening dat zij niet tot vergoeding van de door [eiseres] ingediende claim kan overgaan omdat de reisovereenkomst is gesloten op een moment dat Golden Tours geen deelnemer van SGR was, zodat de garantieregeling niet van toepassing is. Op het moment van boeking, 23 december 2008, voerde Golden Tours niet het SGR-beeldmerk en verwees zij ook niet anderszins naar de SGR-garantieregeling. Op de website van Golden Tours werd vanaf 12 december 2008 niet meer verwezen naar de SGR-garantie en het SGR-logo was van die website verwijderd. SGR heeft in de periode dat het deelnemerschap van Golden Tours was beëindigd regelmatig gecontroleerd of ten onrechte het SGR-logo werd gevoerd en/of naar de SGR-garantieregeling werd verwezen. Dat was niet het geval. [eiseres] heeft dus welbewust niet bij een SGR-deelnemer geboekt, aldus SGR. Met betrekking tot haar informatieplicht heeft SGR aangevoerd dat vanaf het moment van beëindiging van het deelnemerschap van Golden Tours een bericht op haar website was geplaatst. Persoonlij-ke informatie door SGR van [eiseres] was niet mogelijk. SGR staat buiten de bedrijfsvoe-ring van haar deelnemers. Zij heeft geen contact met de klanten van haar deelnemers en kent deze ook niet. Pas bij financieel onvermogen van een deelnemer krijgt SGR in de regel van de onvermogende deelnemer een opgave van alle klanten van die deelnemer wier reis nog moet worden uitgevoerd. Via deze weg heeft SGR op 10 juli 2009 een brief aan [eiseres] kunnen sturen. Uit artikel 4 van de garantieregeling is zeker niet af te leiden, zoals [eiseres] betoogt, dat de SGR-garantie alsnog en met terugwerkende kracht in werking treedt door betaling van het restant van de reissom die is verschuldigd uit hoofde van een overeenkomst die is gesloten toen de reisorganisator geen deelnemer was.

4.2 De kantonrechter acht zich, op basis van de thans voorhanden zijnde informatie, nog niet voldoende voorgelicht om een definitieve beslissing te nemen en hij zal daarom een comparitie van partijen gelasten ter verkrijging van inlichtingen.

De kantonrechter wenst door partijen tijdens de comparitie in ieder geval nader geïnformeerd te worden over de gang van zaken bij boekingen bij Golden Tours in de periode van 12 de-cember 2008 tot 20 januari 2009. Daartoe dient [eiseres] naar de comparitie mee te nemen alle originele stukken die zij in haar bezit heeft inzake haar boeking bij Golden Tours via internet op 23 december 2008 (bijvoorbeeld de boekingsbevestiging die op of omstreeks die datum aan haar verzonden is (productie 1 bij de dagvaarding dateert immers van 11 mei 2009) en/of de factuur voor de aanbetaling van het door haar op 31 december 2008 betaalde bedrag van € 417,19. SGR dient op haar beurt naar de comparitie mee te nemen de originele -geanonimiseerde- boekingsbevestigingen die zij als productie 2 bij de conclusie van dupliek heeft overgelegd. De comparitie van partijen zal zo nodig tevens worden benut om te bezien of partijen tot een schikking kunnen komen.

4.3 In afwachting van het resultaat van de comparitie houdt de kantonrechter iedere

verdere beslissing aan.

5. De beslissing

De kantonrechter:

gelast partijen in persoon, tot het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking te verschij¬nen op de terechtzitting van de kantonrechter mr. Sierkstra op 7 juli 2010 om 14.30 uur in het gerechtsgebouw aan het Stadhuisplein 75 in Tilburg;

bepaalt dat partijen uiterlijk 10 dagen na het wijzen van dit vonnis door het verzenden van een brief naar de griffie (Postbus 3075, 5003 DB) gemotiveerd bezwaar kunnen maken tegen de dagbepaling onder opgave van de verhinderdata van beide partijen voor de komende drie maanden en bepaalt dat bij het ontbreken van een dergelijk bericht de comparitie doorgang zal vinden, overmacht daargelaten;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L. Sierkstra en is uitgesproken op de openbare terecht-zitting van 9 juni 2010.