Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BN9701

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
07-10-2010
Datum publicatie
07-10-2010
Zaaknummer
225138 / KG ZA 10-556
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Uitspraak over de vraag wanneer en onder welke voorwaarden CZ de lijst met de namen van ziekenhuizen en hun scores in het onderzoek van CZ naar de zorg bij borstkankeronderzoek mag publiceren.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010/505
GJ 2010/153 met annotatie van mr. G.R.J. de Groot
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 225138 / KG ZA 10-556

Vonnis in kort geding van 7 oktober 2010

in de zaak van

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

SAZ VERENIGING VAN SAMENWERKENDE ALGEMENE

ZIEKENHUIZEN,

gevestigd te Woerden,

eiseres,

advocaat mr. T.A.M. van den Ende,

tegen

DE ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CENTRALE

ZORGVERZEKERAARS GROEP, ZORGVERZEKERAAR U.A.

gevestigd te Tilburg,

gedaagde,

advocaat mr. A.J.H.W.M. Versteeg.

Partijen zullen hierna SAZ en CZ genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 30 september 2010;

- de brief van 30 september 2010 van de zijde van SAZ met producties, genummerd 1 tot en met 18;

- de brief van 30 september 2010 van de zijde van CZ met twee producties;

- de mondelinge behandeling gehouden op 30 september 2010;

- de pleitnota van SAZ;

- de pleitnota van CZ;

- de mondelinge uitspraak van 30 september 2010 ten aanzien van punt 1 van het petitum.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. SAZ vordert bij vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad:

(I) CZ te verbieden over te gaan tot publicatie van de ‘lijst’ met daarop ruim

tachtig ziekenhuizen ingedeeld naar categorieën (‘matige zorg’ en ‘onvoldoende zorg’) zoals door CZ in de media aangekondigd, onder straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000.000 indien CZ in strijd handelt met dit verbod vanaf het moment dat mondeling vonnis is gewezen; en

(II) CZ te gebieden alvorens een toekomstige publicatie houdende preferentiebeleid borstkankerzorg te verrichten, deugdelijk te overleggen over de normstelling met de SAZ en haar leden, door inzage te verschaffen in een objectief en transparant kwaliteitskader, alsmede de ziekenhuizen die zullen worden genoemd in een toekomstige publicatie aangaande preferentiebeleid borstkankerzorg te voren te informeren en een redelijke termijn te stellen om op de bevindingen te reageren alvorens de publicatie bekend te maken;

(III) althans een zodanige voorziening te treffen die de Voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht;

(IV) een en ander met veroordeling van CZ in de kosten van dit geding.

2.2. CZ voert verweer.

2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de volgende feiten:

- SAZ is een vereniging waarvan 42 ziekenhuizen lid zijn.

- De bestuursvoorzitter van CZ heeft op 27 september 2010 in het televisieprogramma Pauw en Witteman aangekondigd dat CZ, zoals ook al was gecommuniceerd aan de NOS, op 1 oktober 2010 een gecategoriseerde lijst van ziekenhuizen die zorg verlenen op het gebied van borstkanker, bekend zal maken. Verder heeft die bestuursvoorzitter uitspraken gedaan die een waardeoordeel inhouden over ziekenhuizen die volgens de criteria van CZ matig en onvoldoende scoren.

- CZ heeft de lijst met ziekenhuizen in vier categorieën ingedeeld, te weten:

- Categorie 1: voorkeursaanbieders die de ‘beste borstkankerzorg’ leveren.

- Categorie 2: ziekenhuizen die een ‘goed’ scoren.

- Categorie 3: ziekenhuizen die een ‘matig’ scoren.

- Categorie 4: ziekenhuizen die een ‘onvoldoende’ scoren.

- De dominante factor bij de bepaling van de score is het aantal op jaarbasis verrichte operaties.

- CZ heeft aangekondigd dat zij met de ziekenhuizen die een ‘onvoldoende’ hebben gescoord in 2011 niet meer zal contracteren. Zes ziekenhuizen hebben een ‘onvoldoende’ gescoord.

3.2. SAZ legt aan haar vorderingen kortgezegd ten grondslag dat CZ onrechtmatig jegens de bij SAZ aangesloten ziekenhuizen handelt indien zij op 1 oktober 2010 een lijst met namen en scores van ziekenhuizen openbaar maakt. SAZ heeft daartoe gesteld dat de leden van SAZ door publicatie van de lijst worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen en dat bij de patiënten die bij de matig of lager scorende ziekenhuizen in behandeling zijn onnodig onrust over de kwaliteit van de hen verleende of te verlenen zorg wordt gewekt. De normstelling van CZ is volgens SAZ niet objectief en transparant. De wetenschappelijke onderbouwing dat de medische zorg onvoldoende is bij lagere operatiehandelingen dan CZ verlangt voor een goede score vindt SAZ ondeugdelijk. Verder is volgens SAZ niet inzichtelijk op welke punten naar welke normen de kwaliteit is getoetst. Tot slot acht SAZ het onrechtmatig, onder verwijzing naar de in een contractuele verhouding in acht te nemen redelijk en billijkheid, dat CZ de ziekenhuizen voorafgaande aan de publicatie geen inzicht biedt in de totstandkoming van de score en geen gelegenheid geeft daarover richting CZ te reageren.

3.3. CZ voert daartegen kortgezegd aan dat inzichtelijk is hoe zij tot de scores voor de ziekenhuizen is gekomen. Zij stelt dat zij de ziekenhuizen die een behandeling voor borstkanker aanbieden heeft ingedeeld in categorieën op basis van medische kwaliteit en patiëntervaringen. Zij heeft hiervoor openbaar beschikbare informatie, zoals onder andere de volumen aan zorg die een ziekenhuis aanbiedt en de uitkomsten van patiënttevredenheidsonderzoeken, gebundeld om op basis daarvan een selectief contracteerbeleid te formuleren. De uitkomst van haar toetsing, die wetenschappelijk is onderbouwd, wil CZ bekend maken om zo duidelijkheid te scheppen in de verschillen in de zorg die ziekenhuizen bieden. Met de publicatie is derhalve een maatschappelijk belang gediend. Eerder heeft de Consumentenbond ook een lijst gepubliceerd met een rangschikking van ziekenhuizen die chirurgische behandeling voor borstkanker aanbieden. Tegen deze bekendmaking is nimmer geprotesteerd, aldus CZ. CZ stelt niet de plicht te hebben om over een door haar te voeren contracteerbeleid met zorgaanbieders te overleggen. Naar aanleiding van de dagvaarding stelt CZ alle ziekenhuizen die een behandeling voor borstkanker aanbieden op 30 september 2010 te hebben benaderd met het verzoek te reageren op de gebruikte informatie en om in te stemmen met openbaarmaking van hun naam. De namen en scores van de ziekenhuizen die aangeven geen bezwaar te hebben tegen openbaarmaking wil CZ in ieder geval op 1 oktober 2010 al bekend maken. De namen en scores van andere ziekenhuizen volgen dan één week later.

3.4. SAZ is als belangenbehartiger van algemene ziekenhuizen bevoegd namens die ziekenhuizen in rechte een vordering in te stellen. Aangezien CZ de lijst met ziekenhuizen op 1 oktober 2010, derhalve enkele uren na afloop van de mondelinge behandeling, bekend wilde maken was er een dermate spoedeisend belang aan de zijde van SAZ aanwezig dat de voorzieningenrechter mondeling zijn beslissing heeft gegeven over punt 1 van de vordering van SAZ. Daarbij heeft hij aangegeven dat deze mondelinge beslissing in het schriftelijk vonnis van heden zal worden opgenomen. De voorzieningenrechter heeft ten aanzien van het gevorderde onder punt 1 van het petitum als volgt geoordeeld.

3.5. Het betreft hier een voornemen van CZ een standpunt c.q mening in de openbaarheid te brengen. Het antwoord op de vraag of de publicatie op 1 oktober 2010 van een lijst met namen van ziekenhuizen, met daarbij het beoordelingsresultaat van CZ, onrechtmatig is jegens SAZ vergt een weging van feiten en belangen.

3.6. CZ heeft aangegeven dat er een maatschappelijk belang voor de zorgzoekende burger bestaat om gebundeld kennis te nemen van informatie over de kwaliteit van zorg die op het gebied van borstkanker wordt geboden. SAZ heeft het belang op voorlichting als zodanig niet betwist, maar betoogt dat zij een zwaarwegender belang heeft bij het verbod om op 1 oktober 2010 al die publicatie te verrichten. Tegen publicatie op een later moment onder bepaalde voorwaarden zoals die zijn gevorderd onder punt 2 van het petitum, heeft zij geen bezwaar.

3.7. Bij de beoordeling moet in aanmerking worden genomen dat door de uitlatingen van de heer [naam] - bestuursvoorzitter van CZ - bij het televisieprogramma Pauw en Witteman, een programma dat door een aanzienlijk aantal mensen wordt bekeken en overigens media-aandacht heeft gehad, bij vele kijkers is bijgebleven dat de zeer grote groep ziekenhuizen die ‘matig’ in de beoordeling van CZ hebben gescoord, slechte ziekenhuizen zijn. Dat CZ zich overigens thans genuanceerder uitdrukt, leidt er niet toe dat dat beeld ten tijde van deze uitspraak reeds zal zijn weggenomen.

3.8. Gelet op de situatie ten tijde van de mondelinge behandeling is aannemelijk dat een publicatie op 1 oktober 2010 al ten minste reputatieschade voor de ‘matig’ en ‘onvoldoende’ scorende ziekenhuizen zal meebrengen. Voorts hebben de ziekenhuizen er belang bij dat bij patiënten die zij in behandeling hebben niet onnodig onrust tijdens die behandeling wordt veroorzaakt. Niet onaannemelijk is dat die onrust zal ontstaan doordat een ziekenhuis volgens de publicatie ‘matig’ of ‘onvoldoende’ heeft gescoord.

3.9. Verder geldt dat inhoudelijke discussie over de deugdelijkheid van de door CZ gehanteerde criteria bestaat, in het bijzonder over de normen betreffende het aantal verrichte operaties. Op dit moment kan niet worden geoordeeld dat de bezwaren van SAZ tegen deze gehanteerde criteria ondeugdelijk zijn.

3.10. Gelet op voorgemelde overwegingen geldt dat op dit moment het belang van SAZ om reputatieschade bij ziekenhuizen en onrust bij de bij de ziekenhuizen in behandeling zijnde patiënten te voorkomen door een verbod op de publicatie op 1 oktober 2010 zwaarder weegt dan het eerder genoemde belang van CZ. Dat geldt ook voor zover CZ betoogt dat alleen namen van ziekenhuizen die toestemming geven, zullen worden gepubliceerd. In die situatie is er immers geen gebundelde informatievoorziening, hetgeen CZ als haar belang heeft genoemd. De dwangsom van € 1.000.000,00 die in dit verband is gevorderd behoort te worden toegewezen.

3.11. De onrechtmatigheid van de publicatie onder voormelde omstandigheden wordt weggenomen wanneer de beginselen van hoor- en wederhoor in acht worden genomen. CZ heeft aangegeven daartoe over te gaan. CZ heeft ter zitting aangegeven dat zij de betrokken ziekenhuizen heeft aangeschreven om zich binnen een week uit te laten over de gebruikte informatie en bij wijzigingen in de informatie deze te zullen doorvoeren. SAZ heeft gesteld dat zij een termijn van vier weken een redelijke termijn vindt. De voorzieningenrechter heeft ter zitting aangegeven in dit vonnis ten aanzien van de publicatie van meergenoemde lijst te beslissen welke termijn en welke voorwaarden CZ daarbij in acht behoort te nemen. Dit in verband met punt 2 van de vordering van SAZ.

3.12. De voorzieningenrechter oordeelt over punt 2 van de vordering van SAZ als volgt. Het eerste onderdeel van deze vordering, te weten CZ te gebieden alvorens een toekomstige publicatie te verrichten houdende preferentiebeleid borstkankerzorg, deugdelijk te overleggen over de normstelling met de SAZ en haar leden, door inzage te verschaffen in een objectief en transparant kwaliteitskader, wordt afgewezen. De voorzieningenrechter is met CZ van oordeel dat het haar als contractant vrijstaat beleid vast te stellen op grond waarvan zij ziekenhuizen voor de toekomst al dan niet als mogelijke contractuele wederpartij selecteert. SAZ heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die de voorzieningenrechter tot het oordeel konden brengen dat voormelde vrijheid behoort te worden beperkt in de door SAZ gevorderde zin.

3.13. Zoals reeds is uitgesproken behoort CZ, wil zij in het concrete geval en in aanmerking genomen de voor punt 1 van de vordering relevante feiten en omstandigheden de onrechtmatigheid van publicatie van haar onderzoeksresultaten wegnemen, de bij SAZ aangesloten ziekenhuizen in de gelegenheid te stellen om binnen een redelijke termijn aan CZ hun gemotiveerde zienswijze kenbaar te maken. Aldus neemt CZ de jegens haar contractuele wederpartijen te betrachten zorgvuldigheid in acht.

3.14. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter bieden de door CZ aan de desbetreffende ziekenhuizen kenbaar gemaakte onderzoekscriteria en onderzoeksgegevens voor de ziekenhuizen voldoende feitelijke informatie om een gemotiveerde inhoudelijke reactie te kunnen geven. Daarbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat het aantal verrichte operaties de dominante factor voor de uiteindelijke score is. De beoordeling door CZ op dit punt is door de ziekenhuizen eenvoudig te controleren en van een gemotiveerde reactie te voorzien. De verder in de beoordeling van CZ betrokken informatie is ontleend aan Zichtbare Zorg, een database die door de ziekenhuizen zelf wordt gevuld. De ziekenhuizen worden dan ook in staat geacht hun reactie te geven. De ook in de beoordeling betrokken CQ index vermeldt de uitkomsten van patiënttevredenheidsonderzoeken. Ook hierop moeten de ziekenhuizen een gemotiveerde reactie kunnen geven. Voor zover bij de beoordeling eigen gegevens van CZ zijn gebruikt zijn die, gelet op voormelde dominante factor, van zo’n ondergeschikte betekenis dat informatieverstrekking daarover achterwege mag blijven.

3.15. De ziekenhuizen zijn door CZ op 30 september j.l. verzocht op de gebruikte informatie te reageren. De voorzieningenrechter oordeelt een redelijke termijn voor de ziekenhuizen om die reactie aan CZ te geven een periode van een week. Om het beginsel van wederhoor ook daadwerkelijk in acht te nemen zal CZ, zoals zij heeft aangegeven te zullen doen, die reacties dienen te bestuderen en dienen te beoordelen of die reacties aanleiding geven de uitkomst van haar onderzoek ten aanzien van één of meer ziekenhuizen aan te passen. Ook hier oordeelt de voorzieningenrechter een termijn van een week redelijk. Dit betekent voor de vordering onder punt 2 dat de voorzieningenrechter zal beslissen dat CZ niet tot publicatie van meergenoemde lijst zal overgaan dan na een redelijke termijn van twee weken vanaf 30 september 2010, derhalve tot en met 14 oktober 2010, in acht te hebben genomen. Aldus zijn de ziekenhuizen tevens in de gelegenheid het publiek te informeren over hun niveau van zorg op het gebied van borstkanker en zo hun reputatie en rust bij patiënten te bevorderen. Een dwangsom is door SAZ op dit onderdeel niet gevorderd.

3.16. CZ zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SAZ worden begroot op:

- dagvaarding EUR 77,64

- vast recht 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.156,64

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1. verbiedt CZ om op 1 oktober 2010 over te gaan tot publicatie van de ‘lijst’ met daarop ruim tachtig ziekenhuizen ingedeeld naar categorieën zoals door CZ in de media aangekondigd, onder straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000.000 indien CZ in strijd handelt met dit verbod;

4.2. gebiedt CZ om de ‘lijst’ met daarop ruim tachtig ziekenhuizen ingedeeld naar categorieën zoals door CZ in de media aangekondigd, niet vóór 15 oktober 2010 te publiceren;

4.3. veroordeelt CZ in de proceskosten, aan de zijde van SAZ tot op heden begroot op EUR 1.156,64;

4.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.A. van Geloven en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. P.E. van Althuis op 7 oktober 2010.