Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BN5051

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
25-08-2010
Datum publicatie
26-08-2010
Zaaknummer
610930 ov 10-3121
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

beschikking bekend maken door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 610930 OV VERZ 10-3121

beschikking d.d 25 augustus 2010 op een verzoek tot opheffing ex artikel 4:209 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

ingediend door:

mr. M.A.C. Vermunt, notaris te Hoogerheide, gemeente Woensdrecht,

in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde van de erfgenaam in de nalatenschap van:

Johannes Drop,

laatstelijk gewoond hebbende te 4731 JW Hoogerheide, KLM laan 26a,

overleden te Roosendaal op 12 januari 2008,

nader te noemen ´erflater´.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het op 14 juli 2010 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;

b. de op 16 juli 2010 ter griffie ontvangen aanvulling van het verzoekschrift.

2. Het verzoek

2.1 Verzoeker, in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde van de erfgenaam, tevens vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflater, verzoekt op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW opheffing van de vereffening te bevelen, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.

2.2 Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd.

2.3 Gevolmachtigde heeft afgezien van verhoor door de kantonrechter.

3. De beoordeling

3.1 De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van

de baten van de nalatenschap zodanig gering is, dat er -gelet op de waarde van de schulden-

aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen.

3.2 De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er vrijwel geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu geen publicatie heeft plaatsgevonden van het vereffenaarschap en er ook verder geen dwingende noodzaak bestaat voor de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen), zal deze niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.

3.3 In het verlengde van hetgeen hiervoor is overwogen zullen geen griffierechten berekend worden.

3.4 De kantonrechter zal de vereffeningskosten, conform de opgave van verzoeker, vaststellen op € 9.350,25.

3.5 De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.

4. De beslissing

De kantonrechter:

- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater;

- stelt de reeds gemaakte vereffeningskosten vast op € 9.350,25 en brengt deze kosten ten laste van de boedel;

- verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Minnaar, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 augustus 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's Hertogenbosch.