Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BN4329

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
12-08-2010
Datum publicatie
18-08-2010
Zaaknummer
222029 / KG ZA 10-424
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

dwangsomperikelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 222029 / KG ZA 10-424

Vonnis in kort geding van 12 augustus 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WERNER'S CARAVANS BV,

gevestigd en kantoorhoudende te Stegeren, gemeente Ommen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. O. Diemel te Leusden,

tegen

[gedaagde],

wonende te Oosterhout,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. J.A.M. Smeekens te Breda.

Partijen zullen hierna Werner's Caravans en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 28 juli 2010 met 18 producties,

- de bij brief van 30 juli 2010 door [gedaagde] overgelegde producties, genummerd 1 tot en met 3,

- de mondelinge behandeling, gehouden op 4 augustus 2010,

- de pleitnota van Werner's Caravans,

- de pleitnota van [gedaagde], tevens conclusie van eis in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Werner's Caravans vordert in conventie, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

PRIMAIR:

A) [gedaagde] te veroordelen tot het opheffen van de executoriaal gelegde beslagen en deze opgeheven te houden:

-op 13 juli 2010 gelegde derdenbeslag bij de Coöperatieve Rabobank Vaart en Vechtstreek U.A.,

-op 14 juli 2010 gelegde beslag op roerende zaken;

B) [gedaagde] te veroordelen tot het staken tot het nemen van verdere executiemaatregelen gebaseerd op het vonnis d.d. 14 april 2010 van de rechtbank Zwolle-Lelystad (155589 HA ZA 09-372);

beide vorderingen te effectueren binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, althans binnen de door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn(en), op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500,-- per dag voor iedere dag waarop [gedaagde] in gebreke blijft om aan deze veroordelingen te voldoen;

SUBSIDIAIR:

[gedaagde] te veroordelen tot het schorsen van de geplande executieverkoop van de roerende zaken en het schorsen van de verdere executie van het derdenbeslag bij de Rabobank, totdat een deskundige, die door de rechtbank in het kader van een voorlopig deskundigenbericht zal worden benoemd, verslag heeft uitgebracht inzake constructieve aanpassingen van het chalet waarmee de door [gedaagde] verlangde stevigheid zal worden verkregen;

de vordering te effectueren binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, althans binnen de door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn(en), op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500,-- per dag voor iedere dag waarop [gedaagde] in gebreke blijft om aan deze veroordeling(en) te voldoen;

MEER SUBSIDIAIR:

uitsluitend indien en voor zover geoordeeld wordt dat van het verbeurd zijn van boetes sprake is, de hoogte van deze boete(s) vanwege de niet coöperatieve houden van [gedaagde] substantieel te matigen;

PRIMAIR en (MEER) SUBSIDIAIR:

[gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis en eveneens vermeerderd met nakosten voor een bedrag van EUR 131,-- dan wel, indien betekening plaatsvindt, van EUR 199,--.

2.2. [gedaagde] vordert in reconventie, bij vonnis, voor zover rechtens toegelaten uitvoerbaar bij voorraad:

I. Werner's Caravans te veroordelen tot betaling van EUR 643,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der terechtzitting tot en met de dag der algehele voldoening;

II. Primair: Werner's Caravans te veroordelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis alsnog integraal uitvoering te geven aan de onder 5.1 van het vonnis van Rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 14 april 2010 opgenomen veroordeling en te bepalen dat Werner's Caravans voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij met die veroordeling in strijd handelt een dwangsom verbeurt van EUR 2.500,--;

Althans subsidiair: het maximum bedrag dat door de Rechtbank Zwolle-Lelystad is vastgesteld in overweging 5.2 van het voornoemde vonnis nader vast te stellen op EUR 100.000,--, met bepaling dat – voor zover na 14 mei 2010 tot op heden niet dagelijks dwangsommen zijn verbeurd – deze in elk geval vanaf de datum van betekening van dit vonnis opnieuw worden verbeurd, tot dat alsnog integraal aan de in het voornoemde vonnis onder 5.1 uitgesproken veroordeling is voldaan;

met veroordeling van Werner's Caravans in de kosten van dit geding.

2.3. Partijen hebben de vorderingen over en weer bestreden.

2.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

- Tussen partijen is een procedure aanhangig geweest bij de rechtbank Zwolle-Lelystad. Bij vonnis van 14 april 2010 (verder te noemen: het vonnis) is onder meer het volgende beslist:

“De rechtbank

5.1 veroordeelt Werner's Caravans tot nakoming van de tussen partijen overeengekomen regeling door binnen vier weken na betekening van dit vonnis de volgende werkzaamheden te verrichten:

-De constructie van het chalet te verstevigen overeenkomstig een door een onafhankelijk ter zake kundig en erkende constructeur gemaakte constructieberekening, waaruit blijkt dat dit tot een deugdelijk resultaat zal leiden;

-De zij- en achterwand van het fornuis te vervangen door een roestvrijstalen wand;

-Het klemmen en open- en dichtvallen van deuren, kastdeuren en ovendeur te verhelpen;

-De knop van de doucheglijstand te vervangen;

-Het lampje bij de wastafel te vervangen:

-De afwerklatten in de badkamer te herstellen en waar nodig te vervangen, zodanig dat er geen vocht meer achter kruipt;

5.2 bepaalt dat Werner's Caravans voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met het onder 5.1 bepaalde, aan [gedaagde] een dwangsom verbeurt van EUR 500,00, tot een maximum van EUR 50.000,00,”

- Voornoemd vonnis is bij exploot van 16 april 2010 aan Werner's Caravans betekend.

- Op 4 mei 2010 heeft Werner's Caravans een constructietekening en –berekening aan [gedaagde] toegezonden.

- Op 5 mei 2010 heeft Werner's Caravans aangegeven dienovereenkomstig tot herstel te willen overgaan op 7 mei 2010.

- In reactie daarop heeft [gedaagde] te kennen gegeven eerst de constructie-berekening te willen controleren.

- [gedaagde] heeft op 18 mei 2010 aan Werner's Caravans te kennen gegeven dat op 21 mei 2010 de kleinere werkzaamheden verricht konden worden.

- Op 26 mei 2010 heeft [gedaagde] de constructieberekening van Werner's Caravans mondeling afgekeurd.

- Op 14 juni 2010 heeft [gedaagde] het rapport van haar constructeur van 9 juni 2010 aan Werner's Caravans toegezonden, in reactie op de constructieberekening van Werner's Caravans.

- Op 17 juni 2010 heeft Werner's Caravans een gewijzigde constructietekening met toelichting aan [gedaagde] toegezonden.

- Op 18 juni 2010 heeft Werner's Caravans de werkzaamheden zoals genoemd onder rechtsoverweging 5.1 van het vonnis, met uitzondering van de aanpassingen aan de constructie, uitgevoerd.

- Op 13 juli 2010 heeft [gedaagde] executoriaal derdenbeslag doen leggen ten laste van Werner's Caravans onder de Rabobank Vaart en Vechtstreek, voor verbeurde dwangsommen tot en met deze datum voor een bedrag van EUR 30.000,--, vermeerderd met kosten.

- Op 14 juli 2010 heeft [gedaagde] executoriaal beslag doen leggen ten laste van Werner's Caravans op roerende zaken, te weten een zestal stacaravans.

- Bij deurwaardersexploot van 15 juli 2010 heeft [gedaagde] aan Werner's Caravans doen aanzeggen dat tot openbare verkoop van de roerende zaken zal worden overgegaan op woensdag 25 augustus 2010 om 09.30 uur.

in conventie en in reconventie

3.2. De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

3.3. Werner's Caravans legt aan haar vorderingen ten grondslag dat geen dwangsommen zijn verbeurd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij binnen de in het vonnis gestelde termijn heeft voldaan althans heeft willen voldoen aan haar verplichtingen, maar dat [gedaagde] haar niet in de gelegenheid heeft gesteld uitvoering te geven aan het vonnis binnen de daarvoor gestelde termijn. De vertraging in de nakoming van het vonnis kan [gedaagde] aangerekend worden, zodat zij niets verschuldigd is aan [gedaagde]. De beslagen moeten daarom als onrechtmatig worden gekwalificeerd, aldus Werner's Caravans.

3.4. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat Werner's Caravans tot op de dag van vandaag geen integrale uitvoering heeft gegeven aan het vonnis. Er is geen sprake van aan hem te wijten vertraging. De gelegde executoriale beslagen zijn dan ook terecht gelegd, aldus [gedaagde]. Hij probeert al drie jaar een deugdelijk chalet te krijgen en inmiddels beschikt hij over een executoriale titel, maar de werkzaamheden ter versteviging van de constructie zijn nog steeds niet uitgevoerd. Kennelijk is het dus nodig dat Werner's Caravans een extra prikkel wordt geboden om haar verplichtingen jegens hem na te komen, en daarom vordert [gedaagde] in reconventie aanvullende dwangsommen.

3.5.De vraag die voorligt is of, naar voorlopige beoordeling, de bodemrechter in executiegeschil van oordeel zal zijn dat dwangsommen zijn verbeurd ingevolge het vonnis van 14 april 2010. Volgens vaste rechtspraak gelden daarbij als uitgangspunten: de uitleg van de dwangsomveroordeling dient plaats te vinden op basis van de rechtsoverwegingen van het vonnis, de veroordeling wordt niet ruimer geïnterpreteerd dan noodzakelijk voor het doel wat zij nastreeft, en bij ruim geformuleerde veroordelingen is pas sprake van een overtreding indien in ernst niet kan worden betwijfeld dat de gewraakte handelingen inbreuken op de dwangsomveroordeling opleveren.

3.6. Het eerste onderdeel van de veroordeling ziet op de aanpassing van de constructie van het chalet. Vast staat dat binnen de in het vonnis gestelde termijn een constructietekening en –berekening is overgelegd, met het aanbod om overeenkomstig deze berekening de werkzaamheden uit te voeren op een datum binnen de gestelde termijn. Volgens het vonnis moet het gaan om een door een onafhankelijk ter zake kundig en erkende constructeur. [gedaagde] heeft gesteld dat de berekening niet is gemaakt door een onafhankelijke constructeur, omdat deze constructeur in relatie tot de fabrikant van het chalet zou staan. Werner's Caravans heeft dit betwist. In deze procedure kan niet vastgesteld worden of aan de eis van onafhankelijk-heid is voldaan. Dit kort geding leent zich niet voor vaststellingen van feitelijke aard op dit punt. Tenslotte verschillen partijen van mening over de vraag of de constructieberekening tot een deugdelijk resultaat leidt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zal hierover een deskundigenbericht noodzakelijk zijn. Geconcludeerd wordt dat op dit moment niet met enige graad van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld of er sprake is van verbeurte van een dwangsom wegens overtreding van deze onderdelen van de veroordeling.

3.7. Ten aanzien van de overige onderdelen van de veroordeling, ter zitting benoemd als de overige werkzaamheden, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Vast staat dat Werner's Caravans op 5 mei heeft aangeboden om deze werkzaamheden op 7 mei, tegelijk met de reeds genoemde constructiewerkzaamheden, te komen verrichten. Vast staat ook dat medewerking van [gedaagde] nodig was, die immers toegang tot het chalet moest verlenen. [gedaagde] diende in reactie op het aanbod van Werner's Caravans mee te delen of deze dag schikte, voor één of meer van die werkzaamheden en om eventueel alternatieve data binnen de termijn van vier weken na betekening van het vonnis voor te stellen. [gedaagde] had behoren te berichten dat Werner's Caravans de overige werkzaamheden kon komen uitvoeren. Van Werner's Caravans kon in redelijkheid niet gevraagd worden om in dat opzicht meer activiteit te ontplooien.

De conclusie luidt dat door een gebrek aan medewerking van [gedaagde] deze prestatie niet tijdig kon worden geleverd. Dwangsommen zijn daardoor niet verbeurd wegens ofwel het ontbreken van een overtreding, ofwel omdat een te verwachten procedure ex artikel 611d Rv zal leiden tot opheffing van dwangsommen.

3.8. Onder deze omstandigheden behoort het beslag geheel en onmiddellijk te worden opgeheven. De primaire vordering sub A zal daarom worden toegewezen, met uitzondering van de vorderingen om “opgeheven te houden”. Dit laatste komt terug onder sub B.

De primaire vordering sub B zal slechts worden toegewezen ter zake de “overige werkzaamheden”. Niet uit te sluiten valt dat alsnog voldoende helderheid ontstaat om executie van dwangsommen te rechtvaardigen ter zake de constructieve herstelwerkzaamheden. De gevorderde dwangsom is toewijsbaar, gemaximeerd tot EUR 25.000,--.

De subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen behoeven geen beoordeling.

3.9. Ten aanzien van de meer subsidiaire vordering in conventie tot matiging van de boetes vanwege de niet coöperatieve houding van [gedaagde], overweegt de voorzieningenrechter ten overvloede dat de bevoegdheid tot matiging exclusief toebehoort aan de rechter die de dwangsom heeft opgelegd (art. 611d Rv). Deze bevoegdheid staat er aan in de weg dat in een executiegeschil betreffende de eventueel verbeurde dwangsom een andere rechter dan degene die de dwangsom heeft opgelegd zou beslissen dat de dwangsommen worden gematigd. In dit kort geding kan daarom, zoals gedaan, slechts worden ingeschat hoe de 611d-procedure gaat aflopen.

3.10. Met betrekking tot vordering in reconventie, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, overweegt de voorzieningenrechter dat terughoudendheid op zijn plaats is. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

3.11. [gedaagde] heeft geen spoedeisend belang bij deze vordering gesteld. Bovendien valt naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet in te zien waarom deze kosten niet voor eigen rekening van [gedaagde] zijn. Partijen hadden een vaststellingsovereenkomst gesloten, die door Werner's Caravans niet werd nagekomen. Vervolgens is Werner's Caravans in het vonnis veroordeeld tot nakoming van deze vaststellingsovereenkomst. De kosten hangen samen met de controle die [gedaagde] wilde uitoefenen op de juiste uitvoering van de vaststellingsovereenkomst. Ook bij een juiste en onmiddellijke naleving van die overeenkomst door Werner's Caravans zou [gedaagde] naar aannemelijkheid deze kosten hebben gemaakt. Het vereiste causale verband tussen de toerekenbare tekortkoming en de schade ontbreekt daardoor. Deze vordering wordt afgewezen.

3.12. Ten aanzien van de gevorderde aanvullende dwangsommen, overweegt de voorzieningenrechter dat uit het overwogene in conventie voortvloeit dat mogelijk is dat Werner's Caravans ook aan haar verplichting ter zake de constructie heeft voldaan. Als in de bodemprocedure blijkt dat de constructieberekening van 4 mei 2010 voldeed aan de eisen zoals genoemd in het vonnis, zijn geen dwangsommen verbeurd, omdat de uitvoering van dat voorstel door [gedaagde] is tegengehouden. Op dit moment kan niet vastgesteld worden dat er sprake is van “voortgezette weigerachtigheid” van Werner's Caravans, zodat er ook geen grond is voor een aanvullende dwangsomveroordeling.

4.De kosten

in conventie

4.1. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Werner's Caravans worden begroot op:

- dagvaarding EUR 78,29

- vast recht 263,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.157,29

in reconventie

4.2. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Werner's Caravans worden begroot op:

- salaris advocaat EUR 408,00 (factor 0,5 × tarief € 816,00)

- overige kosten 0,00

Totaal EUR 408,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

5.1. veroordeelt gedaagde om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis de na te noemen executoriale beslagen op te heffen:

-op 13 juli 2010 gelegde derdenbeslag bij de Coöperatieve Rabobank Vaart en Vechtstreek U.A.,

-op 14 juli 2010 gelegde beslag op roerende zaken,

5.2. veroordeelt gedaagde tot het staken van verdere executiemaatregelen gebaseerd op het vonnis d.d. 14 april 2010 van de rechtbank Zwolle-Lelystad (155589 HA ZA 09-372) ter zake de “overige werkzaamheden”,

5.3. veroordeelt gedaagde om aan eiseres een dwangsom te betalen van EUR 500,-- voor iedere dag dat hij niet aan voormelde veroordelingen voldoet, tot een maximum van EUR 25.000,-- is bereikt,

5.4. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op EUR 1.157,29, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.5.veroordeelt gedaagde in de nakosten aan de zijde van eiseres begroot op een bedrag van EUR 131,00 ter zake van salaris van de advocaat en veroordeelt gedaagde voorwaardelijk, voor het geval gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan de in dit vonnis uitgesproken veroordeling voldoet en indien betekening plaatsvindt en noodzakelijk is, in de kosten van betekening, tot op heden begroot op EUR 68,00 voor salaris van de advocaat en de kosten van het betekeningsexploot,

5.6. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.8. wijst de vorderingen af,

5.9. veroordeelt eiser in de proceskosten, aan de zijde van verweerster tot op heden begroot op EUR 408,00,

5.10. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Leijten en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2010.?