Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3778

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
11-08-2010
Datum publicatie
17-08-2010
Zaaknummer
598946 ov 10-1800
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot opheffing meerderjarigenbewind

Afgewezen omdat gronden die destijds hebben geleid tot instelling van dit bewind nog steeds bestaan

Het moeilijk aanstuurbaar zijn van rechthebbende voorshands geen reden voor opheffing van dit bewind

Geestelijke gronden wel vaker aanleiding voor het niet willen en/of kunnen meewerken door rechthebbende aan een goede invulling van het bewind

Zeker van een professioneel bewindvoerder mag in een dergelijk geval een "extra" inspanning worden verwacht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 598946 OV VERZ 10-1800

beschikking d.d. 11 augustus 2010 op een verzoek tot opheffing van het bewind over de goederen

van

[rechthebbende], wonende te [adres].

1. Het procesverloop

1.1 Bij beschikking van de kantonrechter te Bergen op Zoom, d.d. 17 maart 2009 zijn de goederen van [rechthebbende], hierna ook te noemen rechthebbende, geboren te [geboorteplaats en datum], thans wonende te [adres], onder bewind gesteld met benoeming van Maria Wilhelmina Somers, gevestigd te (4600 AM) Bergen op Zoom, Postbus 500, tot bewindvoerster. Genoemde bewindvoerster is werkzaam op het kantoor van Vitak Advocaten B.V. .

1.2 Op 28 april 2010 is ter griffie een verzoekschrift van mr. J.C. van der Tak, eveneens werkzaam bij Vitak Advocaten B.V., namens rechthebbende ontvangen. In dit verzoek wordt opheffing van het onderhavige bewind gevraagd. Rechthebbende is van mening thans weer in staat te zijn zelf ten volle de belangen van vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen.

1.3 Dit verzoek is mondeling behandeld op 10 augustus 2010 in aanwezigheid van

mr. J.C. van der Tak namens bewindvoerster. De huidige bewindvoerster is in het tweede halfjaar van 2009 uitgevallen wegens ziekte en is nog steeds ziek thuis. Rechthebbende is niet ter zitting verschenen.

2. De beoordeling

2.1 Ter zitting heeft de kantonrechter vastgesteld dat de rechtbank sinds de instelling van het bewind van de huidige bewindvoerster nooit informatie heeft gekregen over de financiële positie van rechthebbende en dat ook -ondanks diverse rappellen- nimmer is gerapporteerd aan de kantonrechter. Mr. van der Tak bevestigt dit. Volgens hem heeft dit deels te maken met de ziekte van de huidige bewindvoerster maar rechthebbende blijkt ook niet of nauwelijks aanstuurbaar. Rechthebbende laat volgens mr. Van der Tak na om de relevante gegevens te verstrekken en hij uit ook regelmatig bedreigingen via de telefoon. Volgens mr. Van der Tak wenst rechthebbende maar één ding: geld van zijn bejaarde moeder voor de aankoop van een mooie auto.

Mr. Van der Tak weet dat rechthebbende beperkt begaafd is maar volgens hem is het pure onwil van rechthebbende om niet mee te werken aan het goed op orde brengen van zijn financiën.

Om die reden heeft mr. Van der Tak geen bezwaar tegen het eventueel opheffen van het bewind.

De kantonrechter heeft ter zitting al medegedeeld, dat de enkele omstandigheid dat rechthebbende moeilijk is aan te sturen voor hem geen reden is om het onderhavige bewind op te heffen. Hij heeft het bewind destijds zelf ingesteld.

Van een professionele bewindvoerder mag worden verwacht dat hij/zij ook zonder de medewerking van rechthebbende de vereiste gegevens, zoals bankgegevens, verwerft.

Vaak hoort het moeilijk aanstuurbaar zijn bij het ziektebeeld van een onder bewind of onder curatele gesteld persoon.

2.2 Rechthebbende heeft door niet ter zitting te verschijnen de kans voorbij laten gaan argumenten aan te dragen die bij hadden kunnen dragen om het bewind op te heffen.

2.3 De kantonrechter is, op grond van het dossier en van wat bij gelegenheid van de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, van oordeel dat de grond, die destijds heeft geleid tot het instellen van het bewind, nog steeds aanwezig is en dat daarom het verzoek dient te worden afgewezen. Uit het dossier blijkt dat rechthebbende een zogenaamd jonggehandicapte is. Hij krijgt ook een uitkering in dat verband. In feite heeft rechthebbende kennelijk nooit kunnen werken of een vak kunnen leren. Volgens een UWV-deskundige wordt hij aangemerkt als zwak begaafd. Omstandigheden waardoor rechthebbende niet dan wel onvoldoende in staat is om zelf zijn financiën te regelen. Hij geldt als makkelijk beïnvloedbaar door derden. Deze geestelijke toestand zal naar verwachting in de toekomst niet wijzigen.

2.4 De kantonrechter merkt nog op dat rechthebbende te zijner tijd waarschijnlijk gerechtigd wordt in de nalatenschap van zijn inmiddels hoog bejaarde moeder. Deze moeder blijkt zelf ook onder bewind te staan. Ten einde te voorkomen dat rechthebbende niet goed om zal gaan met deze nalatenschap heeft de kantonrechter mr. Van der Tak opgedragen contact te leggen met de bewindvoerder van de moeder van rechthebbende om een en ander goed kort te sluiten.

Het is in het belang van rechthebbende dat deze -nog te vervallen- nalatenschap in de toekomst op goede wijze wordt beheerd.

2.5 In verband met de langdurige ziekte van de huidige bewindvoerster verzoekt mr. Van der Tak, om thans de besloten vennootschap Vitak Advocaten B.V. te benoemen tot bewindvoerster. Op deze wijze kan worden gezorgd voor een goede invulling van het huidige bewind. Na terugkeer kan mw. Somers de belangen van rechthebbende weer gaan behartigen. De kantonrechter acht een dergelijke wijziging in het belang van rechthebbende en zal dit verzoek hierna toewijzen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek van rechthebbende tot opheffing van het bewind af;

ontslaat met ingang van heden Maria Wilhelmina Somers voornoemd;

benoemt met ingang van heden Vitak Advocaten B.V. voornoemd tot bewindvoerder.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 augustus 2010.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.