Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3678

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
11-08-2010
Zaaknummer
09/4354
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ9923, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende exploiteerde samen met zijn echtgenote in de rechtsvorm van een vennootschap onder firma een schoonheidssalon. De rechtbank acht een winstverdeling, waarbij aan de echtgenote een arbeidsvergoeding wordt toegekend en het resterende verlies voor 90% toekomt aan belanghebbende en 10% aan zijn echtgenote, niet zakelijk. Toekenning van een arbeidsbeloning is zakelijk voor zover de winst van de vof betaling daarvan toelaat. De rechtbank bepaalt dat de gehele winst als arbeidsbeloning aan de echtgenote moet worden toebedeeld. De winst voor belanghebbende bedraagt daardoor nihil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2010/59.3.2
FutD 2010-1948
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 09/4354

Uitspraakdatum: 28 juli 2010

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[eiser], wonende te [woonplaats],

eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Zuidwest, kantoor Roosendaal,

verweerder.

Eiser wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 6 oktober 2009 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende voor het jaar 2006 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 57.611 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 10.338 (aanslagnummer [aanslagnummer].H66).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2010.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn gemachtigde, [gemachtigde], verbonden aan Administratiekantoor V/H J. Zwagemakers te Steenbergen, alsmede namens de inspecteur, [gemachtigden].

1.Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 57.089 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 10.338;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 437;

- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 41 aan deze vergoedt.

2.Gronden

2.1.Belanghebbende exploiteert samen met zijn echtgenote in de rechtsvorm van een vennootschap onder firma (hierna: vof) een schoonheidssalon. Tevens is belanghebbende in loondienst. Zijn looninkomsten bedroegen in het onderhavige jaar € 75.293.

2.2.De salon werd voorheen geëxploiteerd door de echtgenote van belanghebbende in de rechtsvorm van een eenmanszaak. De vof is per 1 september 2006 aangegaan.

2.3.Uit de opgemaakte firma-akte volgt de volgende winstverdeling, waarbij met de vennoot sub 1 de echtgenote van belanghebbende wordt bedoeld en met de vennoot sub 2 belanghebbende zelf:

- rentevergoeding kapitaal

- arbeidsvergoeding

- overwinst: de vennoot sub 1 75%

de vennoot sub 2 25%

- oververlies: de vennoot sub 1 10%

de vennoot sub 2 90%

2.4.Het resultaat uit de vof bedroeg volgens belanghebbende in 2006 € 1.807. Partijen zijn het erover eens dat het resultaat gecorrigeerd moet worden naar € 2.611.

2.5.Achteraf is aan de echtgenote van belanghebbende ten laste van de winst van de vof een arbeidsvergoeding van € 15.000 toegekend. Hierdoor resteerde een verlies, waarvan op grond van de winstverdeling 90% aan belanghebbende werd toegekend. Belanghebbende heeft in zijn aangifte een verlies opgevoerd van € 13.500.

2.6.De inspecteur is afgeweken van de aangifte en heeft de arbeidsbeloning van € 15.000 niet geaccepteerd. De winst van € 2.611 heeft de inspecteur voor 20% (€ 522) toegerekend aan belanghebbende en voor 80% (€ 2.089) aan de echtgenote. Het belastbaar inkomen uit werk en woning van belanghebbende is daardoor verhoogd met € 13.500 plus € 522 of € 14.022 van € 43.589 tot € 57.611. In geschil is of de inspecteur terecht het inkomen uit werk en woning tot dit bedrag heeft verhoogd.

2.7.De inspecteur heeft gesteld dat de overeengekomen winstverdeling onzakelijk is en niet tussen derden zou zijn overeengekomen. De inspecteur heeft hiervoor onder meer verwezen naar de resultaten van de eenmanszaak over de jaren 2002 tot en met 2005. Deze bedroegen respectievelijk € 5.098, € 3.634, € 5.865 en € 6.408. Een arbeidsbeloning van € 15.000 zou in deze jaren telkens leiden tot een verlies, dat bovendien voor 90% zou toekomen aan belanghebbende.

2.8.De rechtbank overweegt hierover het volgende. Tussen partijen is klaarblijkelijk niet in geschil dat de echtgenote het leeuwendeel van de activiteiten binnen de vof verricht. Daarvan uitgaande zou naar het oordeel van de rechtbank ook tussen niet gelieerde partijen worden overeengekomen dat de echtgenote extra beloond zou worden voor haar aandeel in de onderneming. Dat uitgangspunt acht de rechtbank derhalve niet onzakelijk. De rechtbank acht echter onaannemelijk dat een onafhankelijke derde er mee akkoord zou gaan dat die extra beloning de facto en onvoorwaardelijk ten laste van die derde zou komen indien de winst van de vof niet toereikend zou zijn voor betaling daarvan, zoals in casu geschiedt door de bepaling in het vof-contract over de verliesverdeling. Evenmin acht de rechtbank aannemelijk dat een derde zou accepteren dat hij een groter aandeel zou hebben in een verlies dan in een winst van de vof. Naar het oordeel van de rechtbank berust de winstverdeling niet op zakelijke gronden en is de vof-overeenkomst alleen op de vermelde wijze tot stand gekomen vanwege de gelieerdheid tussen belanghebbende en de echtgenote. Belanghebbende heeft dat in feite ook bevestigd met zijn stelling dat het feit dat hij, in tegenstelling tot zijn echtgenote, in de gelegenheid is om elders te werken en een brutoloon te verdienen, een hoger aandeel in het verlies rechtvaardigt. Naar het oordeel van de rechtbank raakt deze stelling slechts de persoonlijke situatie van belanghebbende en zijn echtgenote.

2.9.De inspecteur heeft geen enkel bedrag aan arbeidsbeloning voor de echtgenote ten laste van de winst van de vof geaccepteerd. Dat acht de rechtbank ook onjuist aangezien, zoals onder 2.8. is verwogen, ook een onafhankelijke derde wel met een arbeidsbeloning voor de echtgenote akkoord zou zijn gegaan, zij het onder zakelijke voorwaarden.

2.10.Nu naar het oordeel van de rechtbank de winstverdeling die belanghebbende voorstaat onzakelijk is en datzelfde geldt voor de winstverdeling die de inspecteur voorstaat, zal de rechtbank zelf een zakelijke winstverdeling bepalen. De rechtbank acht een winstverdeling zakelijk, waarbij aan de echtgenote eerst de overeengekomen arbeidsvergoeding wordt toegekend van maximaal € 15.000, doch slechts voor zover de winst van de vof betaling daarvan toelaat. Voorts acht de rechtbank de verdeling in het restant van de winst van 75% voor de echtgenote en 25% voor belanghebbende, zoals is opgenomen in de firma-akte, gerechtvaardigd, maar dat heeft dan naar haar oordeel tevens te gelden voor verliezen van de vof. Voor het onderhavige jaar betekent dit, dat de gehele winst van de vof als arbeidsbeloning aan de echtgenote moet worden toebedeeld en dat de winst voor belanghebbende nihil bedraagt.

2.11.Het voorgaande heeft tot gevolg dat het belastbaar inkomen uit werk en woning van belanghebbende dient te worden verminderd met € 522 tot € 57.089.

2.12.Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond verklaard.

2.13.De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Besluit) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 874 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 437 en een wegingsfactor 1). De zaken met procedurenummers AWB 09/4354 en 09/4355 worden door de rechtbank aangemerkt als samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van het Besluit, zodat in elk van deze zaken een proceskostenvergoeding wordt toegekend van € 437.

Aldus gedaan door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, en door deze en mr. drs. I.E. Rijsdijk-van Eerd, griffier, ondertekend.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2010.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 6 augustus 2010

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als die onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als binnen zes weken na verzending van de uitspraak geen rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist. (artikel 27h, vijfde lid en artikel 28, zevende lid AWR)

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.