Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3602

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
27-07-2010
Datum publicatie
10-08-2010
Zaaknummer
02-810518-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

"Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan zes voorwaardelijk ter zake van verkrachting. DNA-bewijs."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 810518-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 juli 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteland]

wonende te [woonplaats]

thans gedetineerd in het huis van bewaring.

raadsman mr. Mooren, advocaat te Goirle

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 juli 2010, waarbij de officier van justitie, mr. Gudde, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

op 12 oktober 2008 te Tilburg [slachtoffer] heeft verkracht dan wel dit heeft geprobeerd, dan wel haar heeft aangerand.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft verkracht en baseert zich daarbij op de aangifte van aangeefster, op het DNA-onderzoek en op de verklaringen van getuigen.

De officier van justitie is van oordeel dat de feiten gekwalificeerd kunnen worden als verkrachting aangezien [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte met zijn handen in haar vagina is geweest. De Hoge Raad heeft recent bevestigd dat het aanraken aan de binnenzijde van de schaamlippen seksueel binnendringen betreft en derhalve is ook in onderhavige zaak sprake van verkrachting, aldus de officier van justitie.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en stelt daarbij dat de aangifte van [slachtoffer] en de verklaringen van de getuigen verdachte niet direct aan het tenlastegelegde feit linken. De door hen gegeven signalementen van de dader zijn namelijk onderling verschillend en met name de geschatte leeftijd van de dader komt niet overeen met de leeftijd van verdachte. Door de getuigen is verdachte tijdens fotoconfrontaties niet herkend. Het enige voor verdachte belastende bewijs is het DNA-onderzoek. Nu bij dit onderzoek geen aandacht is besteed aan mogelijke alternatieve scenario’s die kunnen verklaren hoe het DNA van verdachte terecht is gekomen op aangeefster [slachtoffer], is de relatie tussen het aangetroffen DNA en het gepleegde strafbare feit niet met zekerheid te leggen, aldus de raadsman. Naar zijn mening is er dan ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft gepleegd.

Subsidiair voert de raadsman aan dat er onvoldoende bewijs is voor de primair tenlastegelegde verkrachting. [slachtoffer] weet niet zeker wat er is gebeurd, blijkens haar verklaring op dit onderdeel. De raadsman verzoekt om vrijspraak voor het primair tenlastegelegde. Voor de subsidiair tenlastegelegde poging tot verkrachting, refereert hij zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 12 oktober 2008 loopt [slachtoffer] alleen over straat in Tilburg. Zij is met vrienden uit geweest en zij is onderweg naar huis als zij wordt aangesproken door een man. [slachtoffer] loopt door en ineens wordt zij van achteren bij haar keel gegrepen, over straat gesleurd en op de grond gegooid . Terwijl zij op haar rug ligt, gaat de man op haar buik zitten . De man heeft een mes in zijn hand en die houdt hij met de scherpe kant tegen haar keel . De man kust haar op haar mond, maakt haar bovenkleding los en kust haar op haar borsten . Hij maakt haar broek los en betast haar vagina met zijn hand . [slachtoffer] probeert de man van zich af te duwen, maar slaagt daar niet in. Er ontstaat een worsteling. Hij gaat hoger op haar zitten . Hij haalt zijn penis uit zijn broek en zegt daarbij: “Suck” . De man staat op als er een auto langs komt gereden, maar hij gaat weer op haar zitten op het moment dat de auto voorbij is. Hij zit op haar ribbenkast en zegt opnieuw: “Suck, suck” . De man zegt dat zij moet stoppen met huilen en hij knijpt haar keel dicht. Hij houdt haar keel dichtgeknepen, zodat zij geen kracht meer heeft. Daarna schudt hij haar door elkaar en slaat hij haar in het gezicht .

Getuige [naam] ziet aangeefster op straat liggen, met een man bovenop haar. Hij ziet dat zij geen onderkleding aan heeft. Hij hoort dat het meisje huilt en hij ziet dat de man met beide handen op het gezicht van aangeefster slaat. Na enige tijd gaat de man er vandoor .

Bij aangeefster is een zedenkit afgenomen . Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft onderzoek gedaan naar de biologische sporen die bij of op haar zijn aangetroffen, bestaande uit bloed en speeksel. Op verschillende plaatsen op haar linkerborst, haar gezicht en op de tailleband van haar broek is een DNA-mengprofiel aangetroffen. Dat DNA-mengprofiel bestond uit DNA van [slachtoffer] en van een onbekende man . Het afgeleide DNA-profiel van de onbekende man is opgenomen in de databank en vanaf dat moment vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Dit resulteerde in matchende DNA-profielen; de match betrof een DNA-spoor dat in 2002 in de DNA-databank was opgenomen naar aanleiding van een vermoedelijk zedendelict. Verdachte is terzake betreffend zedendelict veroordeeld in 2002. De gevonden match is geregistreerd onder DNA-profielcluster 11095 .

Van verdachte is vervolgens een referentiemonster (wangslijmvlies RAAE2675NL) afgenomen . Van het DNA in betreffend referentiemonster is een DNA-profiel van verdachte verkregen, dat vervolgens is opgenomen in de databank en vergeleken. Deze vergelijking leverde 1 match op, te weten de DNA-profielen geregistreerd onder DNA-profielcluster 11095 . Deze bleken volledig gelijk te zijn, zoals de getuige-deskundige Van Gorp heeft toegelicht op de zitting van 26 november 2009. Tot deze conclusie kon het NFI komen – zo heeft getuige-deskundige Van Gorp ter zitting d.d. 26 november 2009 toegelicht – omdat in het mengprofiel alle kenmerken van aangeefster werden aangetroffen en omdat het een bemonstering van het lichaam van aangeefster betreft zodat het NFI kon aannemen dat één van de contribuanten van het mengprofiel aangeefster was en haar DNA-kenmerken uit het mengprofiel ‘gefilterd’ konden worden. Het NFI heeft berekend wat de frequentie is van het DNA-profiel van de man dat is bemonsterd op de linkertepel van [slachtoffer]. Deze bleek kleiner dan 1 op 1 miljard, ofwel de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard.

Door het Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek (FLDO) is een contra-expertise uitgevoerd. Het FLDO heeft het DNA-profiel uit de bemonstering van de linkertepel van aangeefster vergeleken met de DNA-profielen uit de referentiemonsters van aangeefster en van verdachte. Voor alle 15 onderzochte DNA-kenmerken kon niet worden uitgesloten dat het DNA-profiel van verdachte in de bemonstering aanwezig was. Hierbij is geen kansberekening uitgevoerd omdat het FLDO over materiaal van mindere kwaliteit beschikte, zoals door getuige-deskundige Kraaijenbrink ter zitting van 26 november 2009 werd toegelicht. Vanwege deze mindere kwaliteit kon niet de aanname gemaakt worden dat het DNA-profiel van aangeefster in de bemonstering zat (aangezien één kenmerk van aangeefster (22.2. op HumFGA) niet kon worden vastgesteld), zodat statistiek achterwege is gebleven.

De rechtbank stelt vast dat het NFI, zoals in het voorgaande is weergegeven, tot een match en vervolgens tot de conclusie komt dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het op aangeefster aangetroffen DNA-profiel, kleiner is dan 1 op 1 miljard. Blijkens hetgeen hierboven is weergegeven, is het FLDO minder stellig in haar conclusies. Echter uit het onderzoek uitgevoerd door het FLDO is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken van een reden om te twijfelen aan deze conclusie van het NFI. Dit geldt te meer nu voor alle 15 gevonden en onderzochte DNA-kenmerken de aanwezigheid van het DNA-profiel van verdachte niet kan worden uitgesloten. Bovendien is ter zitting van 26 november 2009 een – naar het oordeel van de rechtbank - logische verklaring voor het verschil in de resultaten van het onderzoek van het NFI en FLDO gegeven. De rechtbank neemt dan ook de conclusie van het NFI over. De rechtbank trekt uit de rapportages van het NFI de conclusie – die overigens door de raadsman van verdachte op zichzelf niet is betwist – dat het DNA dat in het mengprofiel op onder andere de linkertepel van aangeefster is aangetroffen, behalve van aangeefster afkomstig is van verdachte.

Door de verdediging is betoogd dat uit het DNA-onderzoek niet met voldoende zekerheid conclusies kunnen worden getrokken, nu mogelijk alternatieve verklaringen voor het aantreffen van het DNA van verdachte op het lichaam van [slachtoffer] niet zijn onderzocht.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Alternatieve scenario’s die kunnen verklaren hoe het DNA van verdachte terecht is kunnen komen op het lichaam en de kleding van aangeefster, zijn door de verdediging niet geschetst. De rechtbank heeft zich ambtshalve gebogen over mogelijke alternatieve verklaringen. Echter mede vanwege de plek waar DNA van verdachte is aangetroffen, namelijk onder andere op de linkertepel van [slachtoffer] en vanwege de aard van de aangetroffen biologische sporen, namelijk speeksel, kunnen de aangetroffen DNA-sporen bezwaarlijk anders worden verklaard dan door direct contact tussen verdachte en aangeefster. Hierbij wordt tevens in aanmerking genomen de verklaring van getuige-deskundige Van Gorp die ter zitting van 26 november 2009 verklaarde dat kan worden gesteld dat die bemonstering er na een keer douchen vanaf zou zijn geweest.

De rechtbank sluit alternatieve scenario’s derhalve uit en acht gezien het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de genoemde feiten heeft gepleegd.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld hoe het feit gekwalificeerd dient te worden. In dat verband dient vastgesteld te worden of er sprake is geweest van binnendringen door verdachte in het lichaam van [slachtoffer] met een seksuele strekking. [slachtoffer] heeft enkel in haar aangifte verklaard over dergelijke handelingen die mogelijk bestaan uit het seksueel binnendringen. Echter naar het oordeel van de rechtbank is [slachtoffer] in haar aangifte onvoldoende stelllig over het seksueel binnendringen door verdachte, nu haar verklaring op dit punt bestaat uit de zinsnede dat hij misschien ook toch tussen de schaamlippen en de clitoris is geweest en een bevestigend antwoord op een door de verbalisanten geformuleerde vraag betrekking hebbend op handelingen bestaande uit seksueel binnendringen. Nu dit niet anderszins wordt ondersteund, bijvoorbeeld bij gelegenheid van het verhoor bij de rechter-commissaris, acht de rechtbank voor de primair tenlastegelegde verkrachting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden. Zij zal verdachte dan ook van dit feit vrijspreken.

De rechtbank oordeelt dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de poging tot verkrachting van [slachtoffer].

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 12 oktober 2008 te Tilburg ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of andere

feitelijkheden en bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van

handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende hij, verdachte

- de borsten van die [slachtoffer] gekust en

- de vagina van die [slachtoffer] betast en

- zijn verdachte's penis uit zijn broek gehaald en zijn penis nabij haar

gezicht gehouden en daarbij gezegd: "Suck"

en bestaande dat geweld eruit dat hij, verdachte

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft gepakt/gegrepen en

- die [slachtoffer] op de grond heeft gegooid en

- die [slachtoffer] over straat heeft gesleurd en

- op het lichaam van die [slachtoffer] is gaan zitten en

- een mes, althans een scherp voorwerp tegen de keel van die

[slachtoffer] heeft gehouden en

- de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en dichtgeknepen heeft

gehouden en

- in het gezicht van die [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vier jaar. Zij houdt daarbij rekening met het gewelddadige karakter van de feiten en het feit dat verdachte eerder voor zedenfeiten veroordeeld is.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt de rechtbank bij het opleggen van een straf rekening te houden met het feit dat verdachte al 18 maanden in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Verder is de raadsman van mening dat de eerdere veroordeling van verdachte voor zedenfeiten niet strafvermeerderend mag meewegen aangezien de aard van die feiten anders is dan het onderhavige feit.

Tevens verzoekt de raadsman om opheffing van de voorlopige hechtenis. Hij wijst daarbij op artikel 67a lid 3 Wetboek van Strafvordering.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft [slachtoffer] ’s nachts overmeesterd terwijl zij alleen over straat liep. Hij heeft haar met veel geweld gedwongen seksuele handelingen te ondergaan. Verdachte stopte toen er een auto langs reed, maar ging vervolgens weer verder met de seksuele handelingen en met het geweld. Het is vermoedelijk te danken aan het feit dat er andere mensen langs liepen, dat verdachte niet verder is gegaan.

Verdachte heeft hierdoor de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] op ernstige wijze geschonden. Hij heeft hierbij enkel rekening gehouden met zijn eigen behoeftebevrediging, en geen acht geslagen op de angst en pijn van aangeefster. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van een zeer ernstig misdrijf dat een aanzienlijke straf rechtvaardigt.

De rechtbank constateert dat volgens de oriëntatiepunten van het LOVS op een verkrachting in beginsel een gevangenisstraf van 24 maanden staat gesteld. Weliswaar acht de rechtbank slechts de poging tot verkrachting bewezen, maar de ernst van het feit is in dit geval gelegen in de omstandigheden waaronder het feit gepleegd is. De onverhoedse aanval, het gebruik van het mes, het dichtknijpen van de keel en het overige geweld dat door verdachte gepleegd is, rechtvaardigen het opleggen van een hogere straf dan genoemd in de oriëntatiepunten. De rechtbank houdt tevens rekening met het feit dat verdachte eerder veroordeeld is voor zedendelicten.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de duur van het voorarrest en de bijbehorende detentieomstandigheden.

Verdachte heeft niet willen meewerken aan onderzoeken door een psycholoog, een psychiater en aan onderzoeken in het Pieter Baan Centrum. Hierdoor is geen inzicht verkregen in het recidiverisico. Het enige middel dat de rechtbank dan tot beschikking staat om invloed uit te oefenen op het toekomstige gedrag van verdachte, is het opleggen van een voorwaardelijke straf.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het bovenstaande, een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden noodzakelijk is. De rechtbank legt een deel daarvan, te weten zes maanden, voorwaardelijk op. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af, gelet op het voorgaande.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 45 en 242 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Poging tot verkrachting

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kok, voorzitter, mr. Dekker en mr. Van Roij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van ‘t Nedereind, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 juli 2010.

Mr. Van Roij is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 12 oktober 2008 te Tilburg door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een)

handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- zijn hand en/of een of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd/gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- de borsten van die [slachtoffer] gekust en/of gelikt en/of betast en/of

- het gezicht van die [slachtoffer] heeft gekust en/of

- zijn, verdachte's, penis uit zijn broek gehaald en/of zijn penis nabij haar

gezicht gehouden en/of (daarbij) gezegd: "Suck"

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft gepakt/gegrepen en/of

- die [slachtoffer] op de grond heeft gegooid en/of

- die [slachtoffer] over straat heeft gesleurd en/of

- op het lichaam van die [slachtoffer] is gaan zitten en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp tegen de keel van die

[slachtoffer] heeft gehouden en/of

de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft

gehouden en/of

- in/tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft gestompt/geslagen

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 oktober 2008 te Tilburg ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van (een)

handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte

- de borsten van die [slachtoffer] gekust en/of gelikt en/of betast en/of

- de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- zijn verdachte's penis uit zijn broek gehaald en/of zijn penis nabij haar

gezicht gehouden en/of (daarbij) gezegd: "Suck"

en bestaande dat geweld eruit dat hij, verdachte

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft gepakt/gegrepen en/of

- die [slachtoffer] op de grond heeft gegooid en/of

- die [slachtoffer] over straat heeft gesleurd en/of

- op het lichaam van die [slachtoffer] is gaan zitten en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp tegen de keel van die

[slachtoffer] heeft gehouden en/of

- de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft

gehouden en/of

- in/tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft gestompt/geslagen, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 242 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 oktober 2008 te Tilburg, door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden

van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het betasten van de vagina van die [slachtoffer] en/of

- het kussen en/of likken en/of betasten van de borsten van die [slachtoffer] en/of

- het kussen van het gezicht van die [slachtoffer] en/of

- het uit zijn broek halen van zijn, verdachte's penis en/of het houden van

zijn penis nabij het gezicht van die [slachtoffer] en/of het (daarbij) zeggen:

"Suck"

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit

- het pakken/grijpen van die [slachtoffer] bij haar keel en/of

- het gooien van die [slachtoffer] op de grond en/of

- het sleuren van die [slachtoffer] over straat en/of

- het zitten op het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- het houden van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp tegen de

keel van die [slachtoffer] en/of

- het dichtknijpen en/of dichtgeknepen houden van de keel van die [slachtoffer]

en/of

- het stompen/slaan in/tegen het gezicht van die [slachtoffer];

art 246 Wetboek van Strafrecht