Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BN1185

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
28-06-2010
Datum publicatie
14-07-2010
Zaaknummer
10 / 484 WMO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aan afwijzing verzoek om een airconditioner op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) lagen 2 onderzoeken ten grondslag. Daaruit volgde dat eiseres is aangewezen op een ruimte met een temperatuur tussen de 17 en 22 graden, bij een luchtvochtigheid van 40-70%. Onvoldoende duidelijk was of het inpandige klimaatbeheerssysteem met name in de zomermaanden zodanig kan worden ingesteld dat aan die voorwaarden wordt voldaan. Ter zitting is afgesproken dat verweerder nader onderzoek naar dat klimaatbeheerssysteem zal doen. Dit onderzoek maakt dat voldoende aannemelijk is dat in de zomermaanden de temperatuur meer dan 22 graden kan worden, hetgeen zijn weerslag kan hebben op gezondheidstoestand van eiseres. De rechtbank verklaart het beroep dan ook gegrond vernietigd het bestreden besluit. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en bepaalt dat verweerder binnen 4 weken aan eiseres een woonvoorziening in de vorm van een airconditioner verstrekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, team bestuursrecht

procedurenummer: 10 / 484 WMO

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak van

[naam persoon],

wonende te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde mr. J.L.A.M. van Os,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg,

verweerder.

1. Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 10 december 2009 (bestreden besluit), inzake de afwijzing van een aanvraag om een woonvoorziening in de vorm van een airconditioner.

Het beroep is behandeld ter zitting van 12 april 2010, waarbij namens eiseres mr. J.L.A.M. van Os aanwezig was. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam persoon].

De behandeling ter zitting is geschorst teneinde verweerder de gelegenheid te geven binnen 4 weken nader onderzoek te doen naar het inpandig klimaatsysteem in de woning van eiseres.

Verweerder heeft bij brief van 7 mei 2010 de onderzoeksbevindingen (een op 14 april 2010 gedateerde notitie) ingezonden.

Partijen hebben vervolgens toestemming gegeven om een nadere zitting achterwege te laten.

2. Beoordeling

2.1 Op grond van de gedingstukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiseres heeft op 30 december 2008 een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een woonvoorziening in de vorm van een airconditioner op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO).

Bij primair besluit van 25 juni 2009 heeft verweerder medegedeeld dat de aanvraag van eiseres wordt afgewezen. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.

2.2 Het bestreden besluit is gebaseerd op een advies van het Centrum indicatiestelling zorg (hierna: Ciz) van 7 april 2009 en een advies van [naam bedrijf]. (hierna: [naam bedrijf) van 20 november 2009.

Ciz-indicatieadviseur [naam persoon] is op 2 april 2009 op huisbezoek bij eiseres geweest. Tijdens het huisbezoek heeft eiseres informatie versterkt van haar huisarts en longarts. Tevens heeft overleg met de Ciz-arts plaatsgevonden. Volgens het Ciz heeft eiseres als gevolg van een neurologische aandoening gevoelsstoornissen, krampen en krachtverlies in de linkerhand, linkerarm en het rechterbeen. Er is daarnaast sprake van een fors beperkte longfunctie, waarvoor zij zuurstofafhankelijk is, met hyperreacties slijmvlies. Omdat volgens het Ciz niet aan te geven is of airconditioning in het geval van eiseres meerwaarde heeft, wordt negatief geadviseerd.

Naar aanleiding van de bezwaargronden heeft verweerder een nader advies gevraagd bij [naam bedrijf]. [naam bedrijf]-arts [naam persoon] heeft dossieronderzoek gedaan en op

20 november 2009 een huisbezoek afgelegd. Volgens [naam persoon] is eiseres aangewezen op een prikkelarme ruimte met een temperatuur tussen de 17 en 22 graden, bij een luchtvochtigheid van 40-70%. Bij langdurig verblijf in een omgeving met een temperatuur buiten deze grenzen, nemen de klachten toe, waarbij een hoge luchtvochtigheid versterkend kan werken. In het kader van voorliggende maatregelen is nog onvoldoende duidelijk of het inpandige klimaatbeheerssysteem met name in de zomermaanden zodanig kan worden ingesteld dat aan voornoemde voorwaarden wordt voldaan. Zolang hierover geen definitief uitsluitsel bestaat, geldt een negatieve indicatie in het kader van de WMO, aldus [naam bedrijf].

2.3 Eiseres heeft in beroep, samengevat, aangevoerd dat het [naam bedrijf]-advies onvolledig is vanwege de stellingen inzake de mogelijkheden van het inpandige klimaatbeheerssysteem. Volgens eiseres kan bij de installateur van dat systeem of bij andere deskundigen worden nagetrokken of het systeem kan voldoen aan de gestelde eisen, vooral in de zomermaanden. Het getuigt van onzorgvuldigheid en een gebrek aan motivering om een negatieve indicatie te stellen, terwijl er nog geen definitief uitsluitsel omtrent de mogelijkheden bestaat.

2.4 Ter zitting heeft de rechtbank er op gewezen dat ten tijde van het huisbezoek van [naam bedrijf] op 20 november 2009 de binnentemperatuur in de woning 22,5 graad was terwijl de buitentemperatuur slechts 15 graden was. Verweerder heeft geen sluitend antwoord gegeven op de vraag waarom er geen nader onderzoek naar de inpandige klimaatbeheersingssysteem heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft zich bereid verklaard om alsnog een nader onderzoek te doen. Hierop is het onderzoek ter zitting geschorst.

Namens verweerder heeft de heer [naam persoon] dit onderzoek uitgevoerd. Hij heeft aangegeven dat er in het wooncomplex sprake is van een “warmte terugwininstallatie”. Dit betekent dat er geen sprake is van een ingebouwde airconditioner. De temperatuur is meestal rond de 21 graden. De huismeester van het wooncomplex acht het, ondanks dat de kamer van eiseres aan de noordzijde is gesitueerd, aannemelijk dat de temperatuur in de zomer de 22 graden overschrijdt. Daarbij komt dat in de kamer van eiseres sprake is van behoorlijk wat apparatuur (zoals een computer en een luchtverversingsapparaat) die ook warmte afgeven, aldus de heer [naam persoon]

De rechtbank is van oordeel dat uit de voorhanden zijnde informatie voldoende duidelijk is geworden dat eiseres aantoonbare beperkingen ondervindt in het normale gebruik van haar woning. De rechtbank overweegt dat voldoende aannemelijk is dat in de zomermaanden de temperatuur meer dan 22 graden kan worden, hetgeen zijn weerslag kan hebben op gezondheidstoestand van eiseres. De rechtbank zal beroep van eiseres dan ook gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen.

2.5 De rechtbank ziet voorts aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Eiseres heeft om een woonvoorziening in de vorm van een airconditioner gevraagd. Verweerder heeft ter zitting medegedeeld dat een airconditioner noodzakelijk wordt geacht indien uit onderzoek blijkt dat de temperatuur in de woning zonder woonvoorziening niet onder de 22 graden blijft. Inmiddels is voldoende aannemelijk dat deze situatie zich ook voordoet. De rechtbank acht het daarbij aannemelijk dat de beperkingen die eiseres in het normale gebruik van de woning ondervindt, worden gecompenseerd door toekenning van een airconditioner. De airconditioner moet de temperatuur in woning houden tussen de 17 en 22 graden en de luchtvochtigheid tussen de 40 en 70%.

De rechtbank overweegt verder dat uit het dossier valt op te maken dat de aanpassingskosten (de totale uitvoeringskosten inclusief airconditioner) lager zijn dan € 7.451,-, zodat volgens artikel 4.3, vierde lid, van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2007 juncto het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg wordt afgezien van het primaat van de verhuizing. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verweerder niet langer aan eiseres een airconditioner kan weigeren.

De rechtbank ziet in het feit dat verweerder in november 2009 onvoldoende onderzoek heeft gepleegd, dat verweerder na het onderzoek op 14 april 2010 niet reeds zelf het initiatief heeft genomen om een toekenningsbesluit te nemen en een airconditioner met name in de zomermaanden noodzakelijk is, aanleiding een termijn te verbinden van 4 weken waarbinnen de gevraagde woonvoorziening dient te worden verstrekt.

De rechtbank zal het bezwaar van eiseres tegen de weigering van de aangevraagde woonvoorziening gegrond verklaren, het primaire besluit van 25 juni 2009 herroepen en bepalen dat verweerder binnen 4 weken aan eiseres een woonvoorziening in de vorm van een airconditioner verstrekt.

2.6 Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient het griffierecht aan eiseres te worden vergoed. Tevens zal de rechtbank verweerder veroordelen in de proces¬kosten van eiseres, die op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden vast¬gesteld op het hieronder opgenomen bedrag. Aangezien eiseres in beroep met een toevoeging procedeert moeten die kosten worden betaald aan de griffier, waarvoor een accept¬giro zal worden toegezonden.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

herroept het besluit van 25 juni 2009;

bepaalt dat verweerder binnen 4 weken een woonvoorziening verstrekt in de vorm van een airconditioner;

bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

gelast dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 41,- vergoedt;

veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres in beroep tot een bedrag van € 874,-, te betalen aan de griffier;

Aldus gedaan door mr. D.H. Hamburger, rechter, en door deze en mr. J.H.C.W. Vonk, griffier, ondertekend.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2010.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De termijn daarvoor bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op: