Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BN0049

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
02-07-2010
Datum publicatie
22-07-2010
Zaaknummer
02/800136-09 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tijdens Caranaval 2009 vindt er te Rijsbergen (Zundert) een vechtpartij plaats tussen een groep Nederlanders en een groep Roemenen. Uiteindelijk dienen zich 7 Nederlanders en 3 Roemenen te verantwoorden voor de Meervoudige Kamer.

De rechtbank stelt vast dat na een woorden wisseling tussen een van de Nederlandse verdachten en een andere Nederlander over diens gedrag die avond, er in eerst instantie een vechtpartij ontstaat tussen een aantal Nederlanders en voornoemde Nederlander, waarna een aantal Roemen bij die vechtpartij betrokken raken nadat zij zien dat het hun bekende slachtoffer wordt geslagen. Het Nederlandse slachtoffer weet weg te rennen, maar wordt dan achterna gezeten door een aantal Nederlanders die vervolgens geweld tegen hem uitoefenen. Daarna komt het tot een confrontatie tussen de groep Roemenen en de groep Nederlanders. Daarbij raken vier Nederlanders door messteken gewond.

De verdachte in onderstaand vonnis betreft de Roemeen die gestoken heeft. De rechtbank stelt ten aanzien van hem vast dat hij 3 mensen heeft verwond en acht hem voor het 4e slachtoffer aansprakelijk omdat het geweld door de groep is uitgeoefend waarbij hij betrokken is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/800136-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 juli 2010

in de strafzaak tegen

I[verdachte]

geboren op 8 maart 1983 te Roemenië (Roemenië)

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland

raadsman mr. Stoof, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 juni 2010 en 18 juni 2010 (sluiting onderzoek). Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie, mr. De Hollander, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte deel heeft uitgemaakt van een groep die geweld heeft gepleegd tegen [mededader1], [mededader2], [mededader3] en [mededader4], dan wel dat hij geprobeerd heeft om deze personen te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan - met uitzondering van het met een mes steken van

[mededader2] - en baseert zich daarbij op de verklaringen van verdachte en getuigen, de medische informatie van de slachtoffers en de resultaten van het NFI-onderzoek waaruit blijkt dat bloed van de slachtoffers is aangetroffen op de schoenen van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman kan zich grotendeels vinden in het standpunt van de officier van justitie, nu zijn cliënt een bekennende verklaring heeft afgelegd. Hij wijst erop dat de officier van justitie de mogelijkheid open laat dat er naast zijn cliënt nog iemand was die een mes bij zich had, nu zij niet bewezen acht dat zijn cliënt [mededader2] heeft gestoken. De vraag is of dan wel bewezen kan worden dat hij [mededader1] heeft gestoken. Er waren die avond immers meerdere Roemenen aanwezig en wellicht droeg een van hen ook een trui met strepen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

In de nacht van 21 op 22 februari 2009 zijn diverse personen aanwezig in café Jolly Jester te Rijsbergen, gemeente Zundert, om carnaval te vieren.

Naar aanleiding van een ruzie in het café ontstaat buiten een woordenwisseling tussen [slachtoffer] en [mededader 6]. [mededader 6] spreekt [slachtoffer] aan op wat er in het café gebeurd is. Zij wordt hierop geduwd door [slachtoffer], waarna vrienden van [mededader 6] zich er mee gaan bemoeien. [slachtoffer] wordt geslagen door [mededader1] en geduwd door [mededader2] . Er ontstaat dan een vechtpartij.

Kort daarna komen meerdere Roemenen, waaronder [verdachte], [mededader7] en [mededader8], aan in twee auto’s, een Opel en een Ford. Nadat ze hun auto’s hebben geparkeerd bij de Rabobank, lopen zij in de richting van café Jolly Jester en zien dat er een gevecht gaande is, waarbij hun vriend [slachtoffer] op de grond ligt en klappen moet incasseren van [mededader5] en [mededader1] .

[verdachte], [mededader7] en [mededader8] raken bij de vechtpartij betrokken. [mededader7] heeft verklaard dat [verdachte] en hij werden geslagen door een agressief blond meisje met een zwarte rok. [mededader 6] was die avond verkleed als non en droeg een zwarte rok . [mededader5] verklaart over dit moment dat er een vechtpartij aan de gang was tussen de jongens van hun groep en de Roemenen en dat iedereen geslagen heeft. Dat was blijkens zijn verklaring voordat de Roemenen naar hun voertuigen liepen.

Op een gegeven moment ziet [slachtoffer] kans om weg te rennen richting de Sint Bavostraat, waarbij hij achterna wordt gezeten door [mededader4], [mededader 6], [mededader5] en [mededader1] . [slachtoffer] valt op de grond en wordt geschopt en geslagen. Na deze confrontatie blijft [slachtoffer] achter. Diverse Nederlandse verdachten lopen in de richting van de Roemenen die inmiddels in hun auto’s zijn gestapt. [mededader7] is hier niet bij. Met de Opel waarin [mededader8] zit probeert men weg te rijden, maar in ieder geval [mededader4] en [mededader5] trappen tegen de Opel aan. [mededader8] stapt uit en pakt een visnet uit de kofferbak . In ieder geval hij en [verdachte] raken wederom slaags met de Nederlandse verdachten. [verdachte] heeft daarbij een mes meegenomen. Ook [mededader3] heeft zich inmiddels in het gevecht gemengd. Bij deze vechtpartij heeft [verdachte] ernstige steekverwondingen toegebracht aan [mededader4] en [mededader3]. [verdachte] heeft verklaard te hebben gevoeld dat hij twee mensen heeft geraakt met het mes. [mededader2] heeft verklaard dat hij denkt gestoken te zijn toen hij een Roemeen die met [mededader4] aan het vechten was, een trap had gegeven.

Uit de medische informatie blijkt dat [mededader4] een steekwond in de borst, een schuurwond aan zijn lip en een klaplong heeft opgelopen . [mededader3] heeft steekwonden in de oksel en de rug en een klaplong opgelopen en heeft enkele dagen op de afdeling intensive care van het ziekenhuis moeten verblijven . [mededader2] heeft een steekwond aan de bovenarm opgelopen .

Op de schoenen van [verdachte] is bloed aangetroffen van [verdachte] zelf, [mededader3] en een onbekende man. Bij vergelijkend onderzoek in de DNA-databank is een match gevonden tussen het DNA-profiel van het bloed van deze onbekende man en het DNA-profiel van [mededader4] .

Nadat [mededader8] uit de auto is gestapt heeft hij met het schepnet om zich heen geslagen. [mededader 6] en [mededader4] zijn daarbij geraakt. [mededader7] is op dat moment niet bij de vechtpartij betrokken. Hij was bij [slachtoffer] blijven staan nadat deze in elkaar was geslagen. Hij is van die plek weggerend toen hij achterna werd gezeten door een aantal Nederlanders. Hij wordt door deze Nederlanders op de grond gegooid en geslagen. [verdachte] en [mededader8] zien dat [mededader7] wordt aangevallen en ontzetten hem. Hierna lopen ze weg.

[mededader1] heeft inmiddels de gewonde [mededader4] naar een shoarmazaak gebracht en is weer naar buiten gelopen, waar hij de drie Roemeense verdachten tegenkomt. Hij wordt gestoken door één van hen. [verdachte] heeft verklaard degene te zijn geweest die een mes bij zich had en hiermee meerdere personen te hebben geraakt. Uit het dossier is niet gebleken dat van deze drie verdachten een andere dan [verdachte] een mes bij zich had. Nu bovendien de onbekend gebleven Roemenen op dat moment niet meer aanwezig waren, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat [mededader1] door [verdachte] is gestoken. Gelet hierop verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman dat [mededader1] mogelijk door iemand anders is gestoken.

Het letsel van [mededader1] bestond uit een oppervlakkige steekwond ter hoogte van de rechterflank/thorax .

Wanneer de ambulance en de politie ter plaatse arriveren, rennen [mededader8], [verdachte] en [mededader7] de Sint Bavostraat in. Onderweg gooien zij het mes en het visnet weg. Ter hoogte van de Boerenbond worden zij aangehouden. De verbalisanten treffen het mes en het visnet in de directe omgeving aan.

Ten aanzien van het al dan niet steken van [mededader2] door verdachte overweegt de rechtbank dat zij niet bewezen acht dat verdachte degene is geweest die [mededader2] heeft gestoken. Wel staat vast dat [mededader2] tijdens de vechtpartij met de groep Roemenen is gestoken. De rechtbank stelt vast dat verdachte deel uitmaakte van deze groep. Hij heeft zich op geen enkel moment gedistantieerd van de geweldpleging, maar heeft bewust aan de uitvoering daarvan deelgenomen en daaraan ook een significante bijdrage geleverd. Niet is vereist dat de plegers van het geweld gelijktijdig met het geweld beginnen en ook niet is vereist dat de plegers alle handelingen die in de tenlastelegging staan hebben gepleegd.

De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de genoemde verklaringen. Niet is gebleken dat de getuigen of medeverdachten, die behoren tot de groep van verdachte, een reden hadden om de waarheid te verdraaien. Dat de verklaringen niet helemaal consistent zijn, is inherent aan feiten als de onderhavige, waarbij getuigen in een massa van personen, vaak in korte momenten, iets waarnemen vanuit hun eigen positie en later uit hun geheugen moeten putten bij het afleggen van een verklaring daarover.

Uit voornoemde verklaringen over de gebeurtenissen tijdens carnaval op 22 februari 2009, heeft de rechtbank niet alleen het wettige, maar ook het overtuigende bewijs, dat verdachte heeft deelgenomen aan de vechtpartij, zodat de ten laste gelegde openlijke geweldpleging kan worden bewezen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 22 februari 2009 te Zundert met een ander of anderen, op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen [mededader1] en [mededader2] en [mededader3] en/of

P.L. [mededader4], welk geweld bestond uit

het slaan/schoppen/ en steken met een mes.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 149 dagen met aftrek van de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt eveneens een straf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tijdens carnaval in Rijsbergen, waarbij Rijsbergse jongeren in gevecht raakten met Roemeense jongeren. Verdachte maakte deel uit van de groep Roemeense jongeren en heeft deelgenomen aan gewelddadige handelingen jegens de Rijsbergse jongeren. Er zijn die avond verschillende vechtpartijen ontstaan waarbij grof geweld niet werd geschuwd. Een dergelijk feit veroorzaakt gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de maatschappij en wordt als schokkend ervaren. Door het plegen van dit feit heeft verdachte er blijk van gegeven dat hij zich weinig aantrekt van de lichamelijke integriteit van de diverse slachtoffers.

Verdachte heeft tijdens de vechtpartij een mes gepakt en hiermee gestoken. Er zijn hierdoor diverse slachtoffers gevallen. Uit de medische verklaringen van de slachtoffers blijkt onder meer dat zij steekwonden hebben opgelopen. Bij twee slachtoffers is daarnaast nog een klaplong ontstaan. De slachtoffers mogen van geluk spreken dat de steekverwonding niet fataal is geworden, gelet op de plekken waar verdachte hen heeft geraakt. De rechtbank vindt deze omstandigheid zodanig ernstig dat deze strafverhogend werkt.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het blanco strafblad van verdachte.

Met de officier van justitie en de raadman is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 149 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden is. Dit houdt in dat verdachte, gelet op de duur van het voorarrest, zijn straf al heeft uitgezeten.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [mededader2] heeft een voegingsformulier ingediend voor het ten laste gelegde feit, maar heeft hierop geen schadebedrag vermeld. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij M.Q. [mededader3] vordert een vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 362,89 en immateriële schade tot een bedrag van € 2.000,- bij wijze van voorschot, voor het ten laste gelegde feit.

De officier van justitie acht de benadeelde partij [mededader3] niet-ontvankelijk, nu de vordering niet eenvoudig van aard is en de benadeelde partij de geleden schade deels aan zichzelf heeft te wijten. De raadsman is eveneens van mening dat het slachtoffer blaam treft. Voorts acht hij de immateriële schade onvoldoende onderbouwd, zodat volgens de raadsman de vordering moet worden afgewezen althans de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.032,94 een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit, waarvan € 282,94 ter zake van materiële schade en € 750,- als vergoeding ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde acht zij tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank het gevorderde bedrag onvoldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de benadeelde partij daarom voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. In het bijzonder ten aanzien van het gevorderde bedrag van € 79,95 voor een nieuwe broek overweegt de rechtbank dat niet eenvoudig is vast te stellen hoe de broek beschadigd is geraakt, nu het slachtoffer verwondingen in het bovenlichaam heeft opgelopen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 149 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [mededader2] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [mededader2] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij M.Q. [mededader3] van

€ 1.032,94, waarvan € 282,94 ter zake van materiële schade en € 750,- als voorschot ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij M.Q. [mededader3] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer M.Q. [mededader3], € 1.032,94 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd. (BP.04A)

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Bergen, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Ebben, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Graumans en Van Rijs, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 juli 2010.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 22 februari 2009 te Zundert met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, de St. Bavoweg te Rijsbergen, gemeente Zundert, in elk

geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen [mededader1] en/of [mededader2] en/of [mededader3] en/of

P.L. [mededader4], althans tegen één of meerdere personen, welk geweld bestond uit

het slaan/schoppen/stompen en/of steken met een mes, althans met een scherp

voorwerp;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 februari 2009 te Zundert ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [mededader1] en/of [mededader2] en/of M.Q. [mededader3] en/of P.L. [mededader4], althans één of meerdere

personen van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet [mededader1] en/of [mededader2] en/of M.Q.

[mededader3] en/of P.L. [mededader4], althans één of meerdere personen, met een mes,

althans met een scherp voorwerp heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht