Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BM7350

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
01-06-2010
Datum publicatie
10-06-2010
Zaaknummer
601138 ov 10-2148
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opheffing vereffening nalatenschap. Publicatie in Staatscourant en twee nieuwsbladen in verband met de hoge kosten niet voorgeschreven. Bekendmaking op internwet geeft even goede, misschien zelfs betere, mogelijkheid iedere belanghebbende te informeren omtrent nalatenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 601138 OV VERZ 10-2148

beschikking d.d. 1 juni 2010 op een verzoek tot opheffing ex artikel 4:209 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

ingediend door:

mr. E.P.B. ten Brinke, werkzaam ten kantore van Ligne Netwerk Notarissen, met als plaats van vestiging Oud Gastel,

in haar hoedanigheid van gevolmachtigde van de erfgenamen in de nalatenschap van:

Richard Adrianus Martina Tak,

laatstelijk verblijvende te 4702 ZB Roosendaal, Kalsdonksestraat 89,

overleden te Roosendaal op 27 maart 2010,

nader te noemen “erflater”.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het op 28 april 2010 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;

b. de op 25 mei 2010 ter griffie ontvangen specificatie van de notariskosten.

2. Het verzoek

2.1 Verzoeker, in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde van de erfgenamen, tevens vereffenaars van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflater, verzoekt op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW opheffing van de vereffening te bevelen, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.

2.2 Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd.

2.3 Gevolmachtigde heeft afgezien van verhoor door de kantonrechter.

3. De beoordeling

3.1 Gebleken is dat de nalatenschap slechts uit schulden bestaat, hetgeen aanleiding geeft om

de opheffing van de vereffening te bevelen.

3.2 De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu geen publicatie heeft plaatsgevonden van het vereffenaarschap en er ook verder geen dwingende noodzaak bestaat voor de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen), zal deze niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.

3.3 In het verlengde van hetgeen hiervoor is overwogen zullen geen griffierechten berekend worden.

3.4 De kantonrechter dient het bedrag van de reeds gemaakte vereffeningkosten vast te stellen. De op de declaratie opgenomen griffierechten zijn niet als vereffeningskosten aan te merken, zodat het totaalbedrag zal worden vastgesteld op

€ 647,36 (incl. BTW).

3.5 De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.

4. De beslissing

De kantonrechter:

- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater;

- stelt de reeds gemaakte vereffeningkosten vast op € 647,36 en brengt deze kosten ten laste van de boedel;

- verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.J.G.M. Ides Peeters, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 juni 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's Hertogenbosch.