Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BM4393

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
11-05-2010
Datum publicatie
17-05-2010
Zaaknummer
217153 KG ZA 10-186
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bewijsbeslag.Vordering in kg tot kennisneming van het beslagen bewijsmateriaal.

Bewijsbeslag deels gelegd onder een derde ( werkgeefster van gerequestreerde) in weerwil van uitdrukkelijke afwijzing van het verzoek daartoe.

Bewijsbeslag ook in woonhuis gerequestreerde.In het verzoekschrift tot het leggen van bewijsbeslag aangebrachte beperking blijkt niet werkbaar.Aldus blijkt het beslag een fishing expedition.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 217153 / KG ZA 10-186

Vonnis in kort geding van 11 mei 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te Landgraaf,

eiser,

advocaat mr. Y. Moszkowicz,

tegen

1. [gedaagde],

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M. Koedooder.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

2. De procedure

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de mondelinge behandeling,

- de pleitnota van [eiser],

- de pleitnota van [gedaagde].

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde] te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] inzage te verlenen in de in beslag genomen zaken zoals vermeld in de processen-verbaal c.q. beslagexploiten, alsmede [gedaagde] te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] toestemming te geven kopieën c.q. afschriften te maken van de in beslag genomen zaken, alles op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] niet aan dit gebod voldoet;

2. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure waaronder het salaris voor de advocaat.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De feiten

4.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

a. [eiser] vordert in een bij deze rechtbank onder nummer 197679 / HA ZA 08-2127 aanhangige procedure een verklaring voor recht dat zijn auteursrecht is geschonden door onder meer gedaagde, omdat volgens [eiser] het werk “Elements of Life” dat door [T], samen met ondermeer [gedaagde] in 2007 is uitgebracht, een nagenoeg exacte kopie is van het werk van [eiser] genaamd “Swiwal”.

b. [eiser] heeft op 18 maart 2010 bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht om verlof tot het leggen van bewijsbeslag, tevens conservatoir beslag tot afgifte ter gerechtelijke bewaring onder toepassing van het bepaalde in artikel 709 lid 3 Rv ten laste van [GH] en [gedaagde]. Genoemd verzoekschrift en de daarop gegeven beschikking zijn in fotokopie aan dit vonnis gehecht.

5. De beoordeling

5.1. [eiser] grondt zijn vordering op de stelling dat hij spoedeisend belang heeft bij het verkrijgen van een veroordeling van [gedaagde] tot het verlenen van inzage in de in beslag genomen zaken, omdat [eiser] in de tussen partijen aanhangige procedure op 19 mei een conclusie van repliek dient te nemen en de gevorderde inzage noodzakelijk is voor eht leveren van het bewijs dat sprake is van inbreuk op zijn auteursrecht.

5.2. [gedaagde] voert als ondermeer als verweer dat [eiser] bij de beslagleggingen niet heeft voldaan aan het bepaaldheidvereiste, waardoor er sprake is van een niet toegestane fishing expedition. Ten aanzien van het in Breda gelegde beslag voert [gedaagde] aan dat dit beslag nietig is omdat het is gelegd onder derden, terwijl de voorzieningenrechter voor derdenbeslag geen toestemming heeft gegeven.

Beslaglegging te Breda

5.3. [gedaagde] stelt dat [eiser] beslag heeft gelegd in een studio die eigendom is van een derde, te weten Limited Productions BV, welke vennootschap tevens de werkgever is van [gedaagde] en dat ook de computerapparatuur die door de deurwaarder op trefwoorden is onderzocht en de meegenomen en gekopieerde digitale bestanden eigendom zijn van Limited Productions BV. Deze onbetwist gebleven stelling wordt ondersteund door het als productie 13 overgelegde uittreksel van de Kamer van Koophandel, waaruit blijkt dat de besloten vennootschap Limited Productions BV is gevestigd aan de Wilhelminasingel 3 te Breda en dat The Eagle BV enig aandeelhouder en bestuurder is van Limited Productions BV. Nu het verlof tot het leggen van het onderhavige

beslag is verleend met de vermelding: “met dien verstande dat het verzochte beslag onder derden wordt afgewezen”, en [eiser] in Breda desondanks beslag onder een derde heeft gelegd, moet dit beslag als onrechtmatig jegens [gedaagde] worden aangemerkt.

De stelling van [eiser] dat geen sprake is van beslag onder een derde omdat de studio aan de Wilhelminasingel te Breda de vaste werkplek is van [gedaagde] en in het verzoekschrift is verzocht om verlof te verlenen tot beslaglegging “op, (…) bevindende onder gerekwestreerde [gedaagde] in zijn studio aan de Wilhelminasingel 3 te Breda, althans op enige andere gerekwestreerden ter beschikking staande locatie in het arrondissement Amsterdam en/o Breda dan wel elders in Nederland, dan wel onder derden die voor gerekwestreerden deze documenten houden.” faalt, omdat de werkgever van [gedaagde] in het onderhavige geval niet anders kan worden aangemerkt als een derde.

Beslaglegging te Rotterdam.

5.4. Het verlof tot het leggen van beslag stond dit toe “zoals verzocht”. Daardoor verwees het verlof naar de inhoud van het verzoek. Dit verzoek strekte tot beslaglegging op “alle (schriftelijke en elektronische) documenten en correspondentie (waaronder brieven, e-mails, memo’s, presentaties, rapporten, etc.) waaruit de digitale ontstaansgeschiedenis van het werk “Elements of Life” en dus (de omvang van) de inbreuk op verzoekers auteursrecht blijkt of zou kunnen worden afgeleid, via welk communicatiemiddel dan ook (bijvoorbeeld per brief, fax, e-mail, telefoon, mondeling dan wel anderszins) waar dan ook ter wereld, waaronder -maar niet beperkt tot- de MIDI bestanden (.cpr) van het werk “Elements of Life” althans van een werk met dezelfde compositie dat een andere naam draagt.

Het proces-verbaal van beslaglegging op 24 maart 2010 vermeldt onder meer dat in de woning van [gedaagde] (waar niemand thuis was en de deur werd open-gebroken) in een kantoorruimte werden aangetroffen een laptop, twee harde schijven, en een aantal van in totaal 451 CD recordables. Deze werden meegenomen door de deurwaarder omdat onderzoek ter plaatse niet mogelijk was. In het kantoor van de deurwaarder is geconcludeerd dat de CD recordables niet voor het maken van een kopie in aanmerking kwamen, en dat de inhoud van de andere gegevensdragers, de laptop en de twee harde schijven, naar mening van de deurwaarder wel in aanmerking kwamen voor een kopie, waarna de volledige inhoud is gekopieerd op een viertal harde schijven, “aangezien niet kon worden vastgesteld of en zo ja welke gegevens onder de reikwijdte van het beslagverlof vallen”.

Uit dit proces-verbaal van beslaglegging blijkt dat de beperking die in het verzoek tot het leggen van beslag was opgenomen onwerkbaar was, niet behulpzaam kon zijn bij het bereiken van de bepaalbaarheid die vereist is bij een bewijsbeslag en dat zowel het vragen van het verlof als de uitvoering van de beslaglegging een “fishing expedition” betrof, die de wetgever beoogd heeft te voorkomen en die niet had mogen plaatsvinden.

De uitzondering hierop vormen de zgn. MIDI bestanden, maar [eiser] en de door hem ingeschakelde hulppersonen bij de beslaglegging hebben deze niet getraceerd, zodat het ervoor gehouden moet worden dat deze zich niet bevinden op de in beslaggenomen gegevensdragers.

5.5. Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen reeds om deze redenen behoren te worden afgewezen. Alle overige weren behoeven daardoor geen bespreking.

5.6. Voor opheffing van de beslagen is ingevolge artikel 705 Rv een vordering nodig en die is niet ingesteld in reconventie. Nu [gedaagde] slechts als verweer heeft aangevoerd dat de beslagen moeten worden opgeheven, kan dit verweer niet leiden tot opheffing van de onderhavige beslagen.

5.7. [gedaagde] verzoekt conform artikel 1019h Rv toekenning van een volledige proceskostenveroordeling en stelt dat hij ten behoeve van dit kort geding voor een bedrag van EUR 11.184,09 aan juridische kosten heeft gemaakt. Genoemd bedrag is door [eiser] niet betwist en is door [gedaagde] genoegzaam onderbouwd door de specificatie in productie 4 en het gestelde in paragraaf 9 van de pleitnota. De juridische kosten zullen dan ook overeenkomstig artikel 1019h Rv worden vastgesteld op een bedrag van EUR 11.184,09.

5.8. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- vast recht 263,00

- salaris advocaat 11.184,09

Totaal EUR 11.447,09

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

6.1. weigert de gevraagde voorziening,

6.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 11.447,09,

6.3. verklaart dit vonnis voor wat de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad,

6.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Leijten en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. Van de Kreeke-Schütz op 11 mei 2010.?