Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BM2354

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
14-04-2010
Datum publicatie
26-04-2010
Zaaknummer
543440 cv 09-3174
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kop:

- wanprestatie/onrechtmatige daad en schade

- werknemer ontslagen op staande voet vanwege diefstal

- werkgever vordert vergoeding van onderzoekskosten van bedrijfsrecherchebureau ad € 7.500,00

- kantonrechter bevoegd

- geen verjaring

- uitgangspunt: volledige schadevergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0382
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 543440 CV EXPL 09-3174

vonnis d.d. 14 april 2010

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Autobedrijf Tigchelaar Breda B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Breda,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigden: mr. J.C. Meijroos, advocaat te ’s-Gravenhage en PVU Gerechtsdeurwaarders

te Etten-Leur,

tegen:

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

gemachtigde: mr. I. Ouwehand van FNV Bondgenoten te Rotterdam.

1. Het verdere verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het tussenvonnis d.d. 15 juli 2009 en de in dat vonnis genoemde stukken;

b. de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

c. de aantekeningen van de comparitie van partijen d.d. 24 augustus 2009, met het daarbij behorende audiëntieblad;

d. de conclusie van repliek in conventie, met een productie;

e. de conclusie van dupliek in conventie.

2. Het geschil

in conventie

2.1 Eiseres (hierna te noemen: “Tigchelaar”) vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad om gedaagde (hierna te noemen: “[gedaagde in conventie/eiser in reconventie]”) te veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 7.992,82, te vermeerderen met de proceskosten en met de rente.

2.2 [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] voert verweer.

in reconventie

2.3 [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad om Tigchelaar te veroordelen tot betaling van een bedrag ter zake van achterstallig loon ad € 433,00 bruto en een bedrag ter zake van vakantietoeslag ad

€ 554,24 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging, de wettelijke rente en de proceskosten.

2.4 Tigchelaar voert gemotiveerd verweer.

3. De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie:

3.1 Bij voornoemd tussenvonnis is een comparitie van partijen gelast. Partijen zijn ter terechtzitting verschenen en hebben inlichtingen verstrekt. Een minnelijke regeling is niet bereikt. Hierna hebben partijen in conventie nog een conclusie van repliek, respectievelijk dupliek genomen, waarna vonnis is bepaald.

3.2 Tussen partijen staan de volgende feiten in rechte vast:

a. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] is bij Tigchelaar in dienst geweest in de periode van 1 april 2003 tot en met 4 september 2009, in de functie van werkplaatsreceptionist voor 38 uur per week, tegen een laatstverdiend loon van

€ 3.247,52 bruto per maand;

b. omstreeks juli 2008 heeft Tigchelaar het onderzoeksbureau Hoffmann Bedrijfsrecherche (hierna te noemen: “Hoffmann”) ingeschakeld teneinde te achterhalen wie zich binnen haar onderneming schuldig maakte aan diefstal;

c. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] heeft (uiteindelijk) aan Hoffmann toegegeven dat hij zich bij Tigchelaar schuldig heeft gemaakt aan diefstal;

d. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] is, in verband met het voorgaande, op 4 september 2008 op staande voet ontslagen, in welk ontslag [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] heeft berust;

e. Hoffmann heeft voor haar werkzaamheden op 1 augustus 2008 en 24 september 2008 facturen aan Tigchelaar gezonden voor een totaalbedrag van € 7.500,00 (exclusief btw).

en voorts in conventie:

3.3 Tigchelaar stelt dat zijn vordering betrekking heeft op de tussen partijen bestaand hebbende arbeidsovereenkomst. Volgens Tigchelaar is [gedaagde in conventie/eiser in reconventie], gelet op de diefstallen, geen goed werknemer geweest en is er derhalve sprake van een wanprestatie dan wel van een onrechtmatige daad zijdens [gedaagde in conventie/eiser in reconventie]. De kosten die Tigchelaar voor het onderzoek van Hoffmann heeft moeten betalen ad € 7.500,00 (exclusief btw), wenst zij als schadevordering op [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] te verhalen. Voor zover vereist vult Tigchelaar bij conclusie van repliek haar vordering aan door te stellen dat deze kosten als vermogensschade ex artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking komen. Op voornoemd bedrag heeft Tigchelaar een bedrag ad € 469,65 in mindering gebracht, betreffend het nog aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] toekomende loon c.a. Aangezien betaling van de per saldo gevorderde schadevordering ad € 7.030,35 uitbleef, maakt Tigchelaar tevens aanspraak op vergoeding van de door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten ad € 700,00 en op de rente, die tot 30 april 2009 is berekend op een bedrag van € 262,47.

3.4 [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] voert bij conclusie van antwoord – onder meer – aan dat de kantonrechter niet bevoegd is, dat de vordering is verjaard en dat – voor zover het voorgaande niet van toepassing is – de vordering dient te worden afgewezen. Gelet op het minimale bedrag van de op dat moment vermiste spullen, was het inschakelen van Hoffmann buitenproportioneel. Ook de (hoogte van de) buitengerechtelijke kosten en de rente worden betwist.

3.5 Nadat de kantonrechter tijdens de comparitiezitting heeft aangegeven dat hij denkt bevoegd te zijn om de onderhavige zaak te behandelen en te beslissen, heeft [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] – bij conclusie van dupliek - geen nader verweer meer gevoerd ten aanzien van de bevoegdheid van de kantonrechter. Aangezien de kantonrechter van oordeel is en blijft dat de vordering betrekking heeft op de tussen partijen bestaand hebbende arbeidsovereenkomst, verklaart hij zich in deze zaak bevoegd.

3.6 Nadat de kantonrechter tijdens de comparitiezitting heeft aangegeven dat hij denkt dat er geen sprake is van een verjaring van de vordering, heeft [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] – bij conclusie van dupliek - geen nader verweer meer gevoerd ten aanzien van de niet ontvankelijkheid van de vordering. Aangezien de kantonrechter van oordeel is en blijft dat de onderhavige vordering (gelet op de daaraan ten grondslag gelegde wanprestatie) niet aan de verjaring ex artikel 7:683 BW jo 7:677 BW is onderworpen, kan Tigchelaar in zoverre in die vordering worden ontvangen.

3.7 In artikel 6:74 BW is bepaald dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar – in beginsel - verplicht de schade die de schuldeiser daardoor lijdt, te vergoeden. Verder is in artikel 6:162 BW bepaald dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, - in beginsel - verplicht is de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. Nu de diefstal (of verduistering) door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] een gedraging is die in strijd komt met zijn contractuele verplichting uit de arbeidsovereenkomst, maar ook los van die arbeidsovereenkomst als een onrechtmatige daad kan worden gezien, is de wanprestatie van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] tevens een onrechtmatige daad en dient hij de daaruit voortgekomen schade zijdens Tigchelaar, te vergoeden.

3.8 Uitgangspunt voor de te vergoeden schade is dat de benadeelde zoveel mogelijk in de situatie moet worden gebracht waarin zij zou hebben verkeerd, indien de schadeveroor-zakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden. In het onderhavige geval houdt dat in dat Tichgelaar – in beginsel - aanspraak kan maken op volledige schadevergoeding. Vast staat dat Hoffmann voor de onderzoekswerkzaamheden ter zake de diefstallen bij Tigchelaar, een totaalbedrag van

€ 7.500,00 (exclusief btw) bij Tigchelaar in rekening heeft gebracht, welk bedrag door Tigchelaar aan Hoffmann is betaald.

Uit het onderzoeksrapport dat door Tigchelaar in het geding is gebracht, blijkt – onder meer - dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] in het gesprek d.d. 4 september 2008 met de medewerkers van Hoffmann heeft meegedeeld dat hij:

- circa vier keer een geldbedrag, voor een totaalbedrag van circa € 100,00, uit de fooienpot heeft weggenomen;

- meerdere malen geldbedragen uit de werkplaatskas heeft weggenomen. Het zou gaan om geldbedragen van € 10,00,

€ 20,00 en € 50,00;

- eenmaal een geldbedrag van € 50,00 uit de verkoopkas heeft weggenomen;

- tweemaal de kosten van een privé-aankoop, een autogordel en olie, heeft weggeschreven respectievelijk heeft weggeboekt op rekening van een zakelijke (lease-)klant van Tigchelaar;

- de kosten van vier privé tankbeurten heeft weggeschreven respectievelijk heeft weggeboekt op een factuur van een zakelijke (lease-)klant van Tigchelaar.

Hieruit blijkt dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] (uiteindelijk) aan Hoffmann heeft toegegeven dat hij zich bij Tigchelaar schuldig heeft gemaakt aan diefstal. Door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] is dit ook niet betwist. Volgens hem had Tigchelaar de zaak eerst intern moeten bespreken, waarbij een volgende stap zou zijn om de politie in te schakelen. Mede gezien het minimale bedrag van de vermiste goederen, is het inschakelen van het onderzoeksbureau voor het betreffende bedrag buitenproportioneel, aldus [gedaagde in conventie/eiser in reconventie]. Tigchelaar heeft daarop aangegeven dat zich in haar onderneming, waar ongeveer 140 mensen werkzaam zijn, op enig moment geruchten de kop opstaken dat er gestolen werd op één of meerdere afdelingen. Tigchelaar geeft aan vervolgens een intern onderzoek te hebben ingesteld, maar niet verder te komen dan de vaststelling dat met redelijke zekerheid gesteld kon worden dat daadwerkelijk gelden en materialen gestolen werden. Tigchelaar geeft aan dat zij er vervolgens voor gekozen heeft om een gespecialiseerd en professioneel bedrijf in te schakelen, dat direct een onderzoek kon opstarten naar de omvang en de duur van de diefstallen en naar de dader, zodat in ieder geval op zo’n kort mogelijke termijn ook de schade verder beperkt zou kunnen worden. Volgens Tigchelaar zou een onderzoek door de politie (veel) meer tijd in beslag (kunnen) nemen. Tigchelaar geeft aan het onderzoek stop gezet te hebben, zodra gebleken was dat geen andere personeelsleden dan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] zich schuldig maakten aan diefstel. Hiermee heeft Tigchelaar de kosten van Hoffmann niet verder laten oplopen. Dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] bovenstaande diefstallen heeft toegegeven, brengt nog niet met zich mee dat hij niet meer gestolen zou kunnen hebben en dat de daardoor geleden schade voor Tigchelaar nog groter is. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] had ook, op het moment dat Hoffmann werd ingeschakeld, zich direct kunnen melden en de diefstallen toe kunnen geven, waardoor de onderzoekskosten voorkomen dan wel beperkt hadden kunnen worden. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] heeft dit echter niet gedaan; sterker nog, in eerste instantie hield hij zich in de gesprekken met Hoffmann op de vlakte en hij heeft de diefstallen pas in een later stadium toegegeven. De kantonrechter is van oordeel dat - in weerwil van hetgeen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] daaromtrent heeft gesteld en gelet op al het voorgaande - de noodzaak van het inschakelen van een bedrijfsrecherchebureau voldoende aannemelijk is geworden, nu er sprake was van een - bevestigd – vermoeden van diefstal. De onderzoeks-kosten van dit bureau ad € 7.500,00, welke door Tigchelaar zijn gespecificeerd en waarvan niet is betwist dat die ook daadwerkelijk zijn gemaakt, komen als schade voor vergoeding in aanmerking. Nu volledige schadevergoeding – gelet op alle omstandigheden van het geval – niet tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen leidt, ziet de kantonrechter geen aanleiding om deze vergoeding – zoals door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] verzocht – te matigen.

3.9 Tigchelaar heeft op haar schadevordering ad € 7.500,00 nog een bedrag ad € 469,65 in mindering gebracht, zijnde het nog aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] toekomende loon c.a. Als restantschade-bedrag maakt Tigchelaar in deze procedure derhalve aanspraak op een bedrag ad € 7.030,35. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] stelt zich – kort samengevat – op het standpunt dat verrekening met zijn loon c.a. niet mogelijk is. Gelet op het bepaalde in artikel 7:632 BW, is verrekening van het loon c.a. met de door van Gorssel aan Tigchelaar verschuldigde schadevergoeding, toegestaan. Nadat Tigchelaar, voorafgaande aan de comparitie van partijen, de door haar verrekende loonaanspraken c.a. middels een loonstrook en uitleg nader heeft onderbouwd, heeft [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] geen verweer gevoerd ten aanzien van de hoogte van de verrekende bedragen. Derhalve is aan hoofdsom toewijsbaar het gevorderde bedrag ad € 7.030,35. Nu dit een bedrag exclusief btw is, wordt aan de opmerking van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie], dat de btw niet voor zijn rekening hoort te komen, voorbij gegaan.

3.10 Wegens betalingsverzuim is de gevorderde wettelijke rente eveneens toewijsbaar en wel zoals gevorderd vanaf 30 dagen na factuurdatum. Deze rente is tot 30 april 2009 (onbetwist) berekend op het bedrag van € 262,47.

3.11 Tigchelaar heeft een bedrag aan buitengerechtelijke kosten gevorderd. De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat dergelijke kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Tigchelaar heeft weliswaar gesteld dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten, maar dit wordt door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] betwist. Tigchelaar heeft haar aanspraken terzake ook niet nader concreet onderbouwd door bijvoorbeeld aan te geven op welke data welke verrichtingen hebben plaatsgevonden. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

3.12 Als de grotendeel in het ongelijk te stellen partij, wordt [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Tigchelaar gevallen. De over de proceskosten gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen zoals in het dictum vermeld.

en voorts in reconventie

3.13 Al hetgeen in conventie is overwogen en beslist, dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. Nu onder 3.9 reeds is overwogen dat Tigchelaar het loon c.a. op goede gronden met haar schadevordering heeft verrekend, kan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] hierop geen aanspraak meer maken. De vordering van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] dient derhalve te worden afgewezen.

3.14 Nu de vordering wordt afgewezen, wordt [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] veroordeeld in de proceskosten.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

veroordeelt [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] om aan Tigchelaar te betalen, een bedrag van € 7.292,82, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 7.030,35 vanaf 1 mei 2009 tot aan de dag van de uiteindelijke voldoening;

veroordeelt [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] in de proceskosten aan de zijde van Tigchelaar gevallen en tot op heden begroot op een bedrag van € 1.032,75 (waaronder een bedrag van € 750,00 aan salaris gemachtigde) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 dagen na de betekening van dit vonnis;

verklaart dit vonnis – tot zover – uitvoer bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

in reconventie:

wijst de vordering af;

veroordeelt [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] in de proceskosten aan de zijde van Tigchelaar gevallen en tot op heden begroot op een bedrag van € 75,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Minnaar, kantonrechter, en uitge¬sproken ter openbare terechtzitting van woensdag 14 april 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.