Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BM1552

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
14-04-2010
Datum publicatie
19-04-2010
Zaaknummer
582771 cv 10-300
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incidenteel vonnis

Exceptie van (absolute) onbevoegdheid kantonrechter

Objectieve cumulatie van vorderingen waarvan tenminste één aardvordering

Artikel 94 lid 2 Rv

Kantonrechter oordeelt in incident absoluut bevoegd te zijn.

In hoofdzaak

Eerst uitlating procespartijen betreffende voorstel tot doorverwijzing voor mediation.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 582771 CV EXPL 10-300

vonnis d.d. 14 april 2010

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Trendy B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Numansdorp,

eiseres in de hoofdzaak tevens verweerster in het incident,

hierna te noemen: Trendy,

gemachtigde: mr. L.R. Ridderbroek, advocaat te Rotterdam,

tegen

[gedaagde in conventie/eiser in het incident], wonende te [adres],

gedaagde in de hoofdzaak tevens eiser in het incident,

hierna te noemen: [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident],

gemachtigde: mr. A.H.H.M. Roelofs, advocaat te ’s-Hertogenbosch.

1. Het verloop van het geding

In de hoofdzaak en in het incident

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

1.1 het exploot van dagvaarding van 21 december 2009, met 55 producties;

1.2 de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid;

1.3 de conclusie van antwoord in het incident tot onbevoegdheid;

1.4 het audiëntieblad d.d. 17 maart 2010, waaruit blijkt dat deze zaak is verwezen voor vonnis in het incident.

De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.

2. Het geschil

In de hoofdzaak

Trendy vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. primair: de tussen Trendy en [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] op 29 december 2008 gesloten vaststellings-overeenkomst op grond van bedrog partieel te vernietigen dan wel deze partieel nietig te verklaren;

2. subsidiair: de bovenvermelde vaststellingsovereenkomst op grond van dwaling partieel te vernietigen dan wel deze nietig te verklaren;

3. meer subsidiair: de bovenvermelde vaststellingsovereenkomst op grond van onvoorziene omstandigheden gedeeltelijk te ontbinden, althans deze gedeeltelijk buiten werking te stellen op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, althans te bepalen dat [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] ook bij gehele of gedeeltelijke instandhouding van de vaststellingsovereenkomst gehouden is tot vergoeding van de door Trendy overeengekomen prestaties, zoals vermeld onder punt 59 van de dagvaarding;

4. nog meer subsidiair: de bovenvermelde vaststellingsovereenkomst op grond van bedrog dan wel dwaling te vernietigen, dan wel nietig te verklaren, dan wel deze op grond van onvoorziene omstandigheden geheel te ontbinden, althans deze geheel buiten werking te stellen op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid;

5. [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] te veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van € 63.631,78, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag ter zake bovenvermelde vaststellingsovereenkomst, de geleden schade wegens de diverse toerekenbare tekortkomingen in de nakoming van de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen en de geleden schade wegens diens onrechtmatige daden jegens Trendy, vermeerderd met de wettelijke rente;

6. voor recht te verklaren dat [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn arbeidsovereenkomst, dan wel dat hij onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar door:

a. de order voor Unilever gedurende zijn dienstverband voor zichzelf uit te voeren en/of;

b. de exclusieve distributierechten van Inoxcrom voor België gedurende zijn dienstverband van Trendy af te troggelen, en/of;

c. Inoxcrom ertoe proberen te bewegen de samenwerking met Trendy te beëindigen door de exclusieve distributieovereenkomst voor Nederland te beëindigen, en/of;

d. de exclusieve distributieovereenkomst van Inoxcrom voor Nederland te ontduiken door meerdere keren pennen van Inoxcrom aan Nederlandse klanten van Trendy te leveren via België, en/of;

e. Trendy onbehoorlijke concurrentie aan te doen, mede door gebruikmaking van ontvreemde vertrouwelijke bedrijfsinformatie van Trendy, door pennen te verkopen en/of te leveren aan vaste klanten van Trendy;

7. [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] te veroordelen om aan Trendy een kopie te verstrekken van alle stukken uit de administratie van [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] en diens onderneming(en) met betrekking tot orders voor pennen die hij direct of indirect heeft uitgevoerd voor in Nederland gevestigde afnemers, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] na betekening van het in deze te wijzen vonnis in gebreke blijft hieraan te voldoen, tot een maximum van € 25.000,00;

8. [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] te verbieden om op enigerlei wijze direct of indirect zakelijk contact te onderhouden en/of zaken met Inoxcrom te doen en voorts om pennen van Inoxcrom te verkopen en/of te leveren aan afnemers die gevestigd zijn binnen het exclusieve territoir van Trendy van Inoxcrom zoals dat van tijd tot tijd geldt, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 500.000,00;

9. [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] te verbieden om op enigerlei wijze direct of indirect zakelijk contact te onderhouden en/of zaken te doen met klanten van Trendy, zoals vermeld in het bij dagvaarding als productie 55 overgelegde overzicht, althans [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] te verbieden deze klanten pennen in de ruimste zin des woords op enigerlei wijze direct of indirect te verkopen en/of te leveren, zulks op verbeurte van een dwangsom van

€ 10.000,00 per overtreding, vermeerderd met een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 500.000,00;

10. [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, waaronder begrepen de noodzakelijke voorschotten, het salaris van de gemachtigde van Trendy, te vermeerderen met de nakosten ten bedrage van € 131,00 zonder betekening, dan wel € 200,54 in het geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, en -voor het geval voldoening van de (na-)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf bovenvermelde termijn voor voldoening;

11. met bepaling dat dit vonnis uitvoerbaar is in alle EG-landen, Denemarken uitgezonderd.

In het incident

[gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] concludeert tot onbevoegdverklaring door de kantonrechter om van het onderhavige geschil kennis te nemen en tot verwijzing naar de rechtbank Breda, sector Civiel, met veroordeling van Trendy in de kosten van dit incident.

Trendy concludeert tot bevoegdverklaring door de kantonrechter om van het onderhavige geschil kennis te nemen, met veroordeling van [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] in de kosten van dit incident.

3. De beoordeling

In het incident

3.1 Trendy stelt in haar dagvaarding dat de rechtbank, sector kanton, locatie Bergen op Zoom, op grond van artikel 94 lid 2 Rv jo. artikel 93 sub c Rv en artikel 99 Rv bevoegd is om van de onderhavige vorderingen kennis te nemen. Trendy wijst erop dat [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] woonachtig is in Willemstand (NB).

3.2 [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] betwist in zijn incidentele vordering de absolute bevoegdheid van de kantonrechter om van het onderhavige geschil kennis te nemen. [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] benadrukt hierbij, dat alvorens artikel 94 lid 2 Rv van toepassing kan zijn, eerst aan artikel 93 Rv getoetst dient te worden. [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] neemt het standpunt in dat de door Trendy ingestelde vorderingen niet voldoen aan het bepaalde in artikel 93 Rv (ook niet sub c daarvan), zodat volgens hem niet toegekomen wordt aan het bepaalde in artikel 94 Rv. Om die reden dient de kantonrechter zich volgens [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] onbevoegd te verklaren en ex artikel 71 e.v. Rv te verwijzen naar de bevoegde kamer van de rechtbank. De vordering betreffende de (gedeeltelijke) vernietiging van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst laat zich volgens [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] niet kwalificeren als zijnde een vordering, waarvan op grond van artikel 93 Rv (dan wel sub c)

de kantonrechter bevoegd is. Bovendien ziet de inhoud van deze vaststellingsovereenkomst grotendeels op het beëindigen van het geschil omtrent (het afbreken van de onderhandelingen van) het overnameproces van de onderneming van Trendy, waardoor deze vaststellingsovereenkomst evenmin gekwalificeerd kan worden als vallend onder artikel 93 sub c Rv, aldus [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident]. De vordering omtrent het aan hem op te leggen relatiebeding, alsmede de vordering tot verbod om zaken te doen met Inoxcrom, kan volgens hem ook niet gebaseerd worden op een arbeidsrechtelijke grondslag. Dit omdat een dergelijk beding ontbreekt. De ingestelde schadevorderingen van Trendy ontberen volgens [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] ook een arbeidsrechtelijke basis. Voor het geval de kantonrechter van oordeel zou zijn, dat de vordering ter zake slecht werkgeverschap valt onder het bepaalde van artikel 94 lid 2 Rv, benadrukt [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] dat de samenhang tussen deze vordering en de andere vorderingen zich niet tegen een afzonderlijke behandeling verzet. Nu het merendeel van de vorderingen tot de competentie van de sector Civiel van de rechtbank behoort, meent [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] dat verwijzing op zijn plaats is.

3.3 Trendy stelt zich op het standpunt, dat ingevolge artikel 93 sub c Rv de kantonrechter (sector kanton) wel degelijk bevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen.

Trendy benadrukt dat voor deze bevoegdheid beslissend is de vordering, zoals deze door haar is ingesteld, derhalve of zij een arbeidsovereenkomst als grondslag van haar eis heeft gesteld. Artikel 94 lid 2 Rv bepaalt dat indien een zaak meer vorderingen betreft en tenminste één daarvan een vordering is als bedoeld in artikel 93 sub c (of d), deze vorderingen alle door de kantonrechter behandeld dienen te worden. Uitgangspunt van de wetgever is hierbij volgens Trendy geweest, dat met elkaar samenhangende vorderingen vanuit oogpunt van doelmatigheid zoveel mogelijk door eenzelfde rechter behandeld en beslist dienen te worden, aangezien een gescheiden behandeling van vorderingen in geval van samenhang bezwaarlijk kan zijn. Hierbij is volgens de wetsgeschiedenis in het oog gehouden dat de kantonrechter specialist is op het gebied van (onder meer) het arbeidsrecht en dat gezamenlijke behandeling in het geval van aardvorderingen slechts kan plaatsvinden voor de kantonrechter (MvT 27824, nr. 3. p. 37-38). Trendy stelt verder vast, dat tenminste bij aan één vordering (onder punt 6 van het petitum) een arbeidsovereenkomst ten grondslag heeft gelegd. Dat zij daarnaast diverse vorderingen (tevens) op onrechtmatige daad heeft gebaseerd, staat volgens haar volgens vaste rechtspraak aan een bevoegdheid van de kantonrechter niet in de weg. Ook vorderingen tot schadevergoeding of vorderingen tot vernietiging van een (vast)stellingovereenkomst ter beëindiging van een arbeidsovereenkomst wegens dwaling of bedrog zijn volgens haar betrekkelijk een arbeidsovereenkomst. Trendy betwist overigens dat de vaststellingsovereenkomst grotendeels zou zien op het afbreken van het overnameproces. Daarnaast verzet de samenhang van de vorderingen zich volgens haar tegen afzonderlijk behandeling.

Trendy concludeert tot bevoegdverklaring door de kantonrechter om kennis te nemen van het onderhavige geschil, met veroordeling van [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] in de kosten van dit incident.

3.4 De kantonrechter deelt het bovengenoemde standpunt van Trendy volledig. Hij acht het ook niet zinvol om de door Trendy terecht aangevoerde gronden voor deze bevoegdheid hier nog eens uitgebreid te herhalen. Kern is dat Trendy aan ten minste één vordering, te weten: onder punt 6 van het petitum, een arbeidsovereenkomst ten grondslag heeft gelegd.

Voorts bepaald artikel 94 lid 2 Rv dat ingeval van objectieve cumulatie van vorderingen een (of meer) waardevorderingen met ten minste één aardvordering, alle vorderingen door de kantonrechter behandeld en beslist worden. Verder is inderdaad het uitgangspunt van de wetgever om samenhangende vorderingen vanuit oogpunt van doelmatigheid zoveel mogelijk aan één en dezelfde rechter voor te leggen waarbij rekening wordt gehouden met het specialisme van de sector kanton op het gebied van aardvorderingen, waaronder arbeidsrecht. De kantonrechter zal zich hierna dan ook absoluut bevoegd verklaren om van alle vorderingen van Trendy (lees: het onderhavige geschil) kennis te nemen.

3.5 [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] zal als de in het incident in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit incident.

In de hoofdzaak

3.6 In de hoofdzaak zal de kantonrechter bepalen dat de zaak weer op de rol zal worden geplaatst voor de rolzitting over 4 weken voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident].

3.7 Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak houdt de kantonrechter aan. Na het nemen van de conclusie van antwoord door [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] zal worden bepaald of er al dan niet een mondelinge behandeling (comparitie) zal volgen dan wel of er schriftelijk wordt doorgeprocedeerd.

Mediation

3.8 Gelet op de aard en de omvang van het onderhavige geschil is de kantonrechter van oordeel dat dit geschil zich leent voor doorverwijzing voor mediation. De kantonrechter weet dat er tussen partijen eerder een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen welke nu ter discussie staat. Partijen zouden hun geschil in volle omvang aan een mediator, zijnde een onafhankelijk en deskundig persoon, kunnen voorleggen. Dit biedt in elk geval partijen de mogelijkheid om op relatief korte termijn tot een voor beide partijen bevredigende regeling te komen. Wanneer partijen dit niet doen, kiezen zij voor een -waarschijnlijk lange- (bodem)procedure bij de kantonrechter welke vrijwel zeker gevolgd wordt door een nog langere procedure in hoger beroep bij het gerechtshof. Voorzichtig geschat zijn partijen dan een paar jaren verder, een eventueel beroep in cassatie bij de Hoge Raad niet meegerekend. Soms is het raadzaam eventueel aanwezige emoties in een geschil opzij te zetten en tot een zuiver zakelijke afwikkeling van een geschil te komen. Partijen kunnen indien gewenst gezamenlijk om doorverwijzing voor mediation verzoeken. Onderling overleg tussen partijen op dit punt is wellicht raadzaam. Dit kan op de rolzitting van woensdag 28 april 2010 om 11.00 uur. De kantonrechter benadrukt dat beide partijen in dat geval moeten instemmen met doorverwijzing. In geval van doorverwijzing voor mediation zal iedere verdere beslissing in de hoofdzaak worden aangehouden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

verklaart zich absoluut bevoegd om van de vorderingen van Trendy kennis te nemen;

veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident] in de kosten van het incident, aan de zijde van eiseres tot deze uit¬spraak begroot op € 300,00 als salaris voor de gemachtigde van Trendy;

in de hoofdzaak:

stelt partijen in de gelegenheid zich bij akte uit te laten omtrent hun bereidheid in te stemmen met mediation op de rolzitting van:

woensdag 28 april 2010, om 11.00 uur;

in het geval partijen niet met mediation instemmen de zaak te verwijzen naar de rolzitting van:

woensdag 12 mei 2010, om 11.00 uur

voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in het incident];

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 14 april 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.