Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BL9842

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
31-03-2010
Datum publicatie
06-04-2010
Zaaknummer
585412 cv 10-796
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onderbreking drinkwaterlevering. Eerste levensbehoefte van een particulier. Ontbreken wettelijke basis voor vordering tot wegnemen van watermeter. Machtiging tot beslag tot afgifte watermeter op de door de wet voorgestane wijze.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010, 126

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 585412 CV EXPL 10-796

vonnis d.d. 31 maart 2010

inzake

de naamloze vennootschap VITENS N.V., gevestigd/kantoorhoudend te Utrecht,

eiseres,

gemachtigde: R.P.A.J. ter Horst gerechtsdeurwaarder te Utrecht,

tegen

[gedaagde], wonende te [adres],

gedaagde,

niet verschenen.

1. Het verdere verloop van het geding

De procesgang blijkt uit het tussenvonnis van 17 februari 2010 met de daarin genoemde stukken, alsmede uit de door eiseres naar aanleiding van dat tussenvonnis genomen akte.

2. De verdere beoordeling

2.1 In voornoemd tussenvonnis is eiseres opgedragen nader te onderbouwen op welke wettelijke grondslag zij de vordering tot het wegnemen van de meetinrichting (watermeter) of anderszins c.q. beslag tot afgifte te leggen op de watermeter, baseert, aangezien artikel 9 van de Algemene Voorwaarden Drinkwater haar enkel de bevoegdheid geeft de levering te onderbreken.

2.2 Eiseres heeft hiertoe bij akte van 17 maart 2010 gesteld dat, nu het betreffende leveringsadres deel uitmaakt van een appartementencomplex, het niet mogelijk is de levering van één appartement te onderbreken, waardoor de enige mogelijkheid tot onderbreking van de levering aan gedaagde bestaat uit het wegnemen van de watermeter uit het appartement van gedaagde. Daarbij merkt eiseres nog op dat de watermeter haar in eigendom toebehoort.

2.3 Als onweersproken staat vast dat gedaagde in gebreke is met de voldoening van de aan hem gezonden facturen voor de levering van drinkwater ten bedrage van € 200,71, hetgeen een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst tussen partijen oplevert. Dit deel (de hoofdsom) van de vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat dit zal worden toegewezen.

2.4 Uit de nadere onderbouwing van eiseres volgt geen wettelijke basis voor toewijzing van de vordering tot het wegnemen van de meetinrichting (watermeter) of anderszins c.q. beslag tot afgifte te leggen op de watermeter.

Op grond van artikel 9 van de Algemene Voorwaarden Drinkwater is eiseres bevoegd -na voorafgaande waarschuwing- de levering te onderbreken, nu gedaagde zijn betalingsverplich-tingen niet nakomt. Uit de formulering van de vordering door eiseres wordt opgemaakt dat zij de intentie heeft de onderbreking ongedaan te maken nadat gedaagde alle door eiseres geleden schade heeft vergoed, waaronder de kosten van afsluiting en heraansluiting groot € 205,00 en de reden voor de onderbreking door gedaagde is weggenomen, derhalve betaling van de toe te wijzen hoofdsom. Een ander dient te worden beschouwd als een opschorting van de levering van drinkwater.

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 2 maart 2010 in zaaknr. HD 200.018.358 geoordeeld dat de uitoefening van het opschortingsrecht aan de maatstaven van redelijkheid en billijkheid is onderworpen. Gelet op de omstandigheid dat het gaat om de eerste levensbehoefte van een particulier en het feit dat eiseres een wettelijk beschermde positie inneemt, dient bij de opschorting van de drinkwaterlevering uiterste zorgvuldigheid en terughoudendheid te worden betracht. In een geval als het onderhavige vloeit uit de redelijkheid en billijkheid tenminste voort dat het opschortingsrecht pas kan worden uitgeoefend nadat eiseres zich redelijke inspanningen heeft getroost om gedaagde tot betaling te bewegen én hem heeft gewaarschuwd dat en op welke grond opschorting, althans onderbreking van de drinkwaterlevering zal plaatsvinden. Voldoende vaststaat dat eiseres meerdere keren heeft getracht gedaagde tot betaling te bewegen. Nu de dagvaarding op 20 januari 2010 is betekend waarin de vordering tot onderbreking is opgenomen, en gedaagde geen verweer heeft gevoerd, staat ook voldoende vast dat gedaagde gewaarschuwd is voor de gevolgen van de niet-nakoming van zijn betalingsverplichtingen.

Het opschortingsrecht, althans de onderbreking van de drinkwaterlevering, kan slechts worden geëffectueerd door de meter ter plaatse weg te nemen en de watertoevoerleiding af te sluiten, waarvoor fysieke toegang tot de woning nodig is, dit in tegenstelling tot gevallen waarin de watermeter zich buiten de woning bevindt. Artikel 9 van de Algemene Voorwaarden Drinkwater geeft eiseres weliswaar de bevoegdheid om een geval zoals het onderhavige, de drinkwaterlevering te onderbreken, maar omtrent een bevoegdheid daarvoor de woning van de afnemer binnen te treden, is niets opgenomen, althans daarvan is niets gebleken. In de hiervoor genoemde uitspraak is het Hof kennelijk voorbij gegaan de aan de Algemene wet op het binnentreden, waarin is bepaald dat het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner slechts is geoorloofd in de gevallen als bij of krachtens de wet bepaald en door personen daarbij of krachtens de wet aangewezen. Nu er geen sprake is van een wettelijk voorschrift tot onderbreking van de drinkwaterlevering, is voor onderbreking op de door eiseres voorgestane wijze derhalve toestemming van gedaagde nodig. Een machtiging tot binnentreden kan, gelet op het bepaalde in de Algemene Wet op het binnentreden ook niet door de kantonrechter worden verleend.

De vordering tot machtiging om, bij niet-voldoening van het toe te wijzen geldbedrag binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, de drinkwaterlevering aan gedaagde te onderbreken door het wegnemen van de aan eiseres in eigendom toebehorende meetinrichting (watermeter) of anderszins zal op grond van het voorgaande worden afgewezen.

2.5 Om eiseres in de gelegenheid te stellen haar bevoegdheid de drinkwaterlevering te onderbreken op grond van artikel 9 van de Algemene Voorwaarden Drinkwater, uit te voeren, zal als gevolg van het vorenstaande slechts machtiging worden verleend beslag tot afgifte te leggen op de watermeter op de door de wet voorgestane wijze, en conform de vordering met vooraankondiging met een termijn van ten minste drie dagen.

2.6 Ingevolge de Waterleidingwet is eiseres verplicht binnen haar distributiegebied iedereen die daarom verzoekt een aanbod te doen om hem te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde leidingnet. Dit impliceert dat eiseres verplicht is de onderbreking ongedaan te maken, nadat gedaagde voldaan heeft aan zijn verplichtingen en hij opnieuw aangesloten wenst te worden op het waterleidingnet van eiseres. Als onweersproken staat vast dat de kosten van afsluiting en heraansluiting € 205,00 bedragen. De overige schade is door eiseres niet nader gespecificeerd zodat ervan wordt uitgegaan dat de door haar geleden schade zich beperkt tot dit bedrag.

2.7 Voor zover eiseres heeft bedoeld aan dit deel van de vordering tevens nog een revindicatierecht van haar eigendom ten grondslag te leggen zou op die grondslag afwijzend moeten worden beslist, nu gedaagde geen gelegenheid heeft gehad op de desbetreffende stelling te reageren.

2.8 In genoemd tussenvonnis is reeds overwogen dat de nevenvordering de sterke arm van justitie en politie in te roepen zal worden afgewezen, nu hiervoor een wettelijke basis ontbreekt.

2.9 De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal als onweersproken worden toegewezen tot het in de tarievenregeling, die -als behorend bij de Algemene Voorwaarden Drinkwater- als overeengekomen geldt, bepaalde bedrag van € 51,50. De overige gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden afgewezen, nu deze de kantonrechter als gevolg van de toewijzing van het bedrag van € 51,50, bovenmatig voorkomen.

2.10 De gevorderde wettelijke rente zal als niet ongegrond of onrechtmatig voorkomend, worden toegewezen, conform de eis.

2.11 Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Daarbij zal voor de GBA-kosten niet meer worden toegekend dan het gebruikelijke bedrag van € 7,00.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 153,98, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 96,71 vanaf 12 januari 2010 tot aan de dag van algehele voldoening;

machtigt eiseres, bij niet-voldoening binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, de drinkwaterlevering aan gedaagde te onderbreken door beslag tot afgifte te leggen op de watermeter, zulks na vooraankondiging met een termijn van tenminste drie dagen;

bepaalt dat eiseres niet tot heraansluiting zal behoeven over te gaan indien gedaagde aan eiseres niet de door haar geleden schade ad € 205,00 ter zake van afsluiting en heraansluiting heeft vergoed, en voldaan heeft aan de door eiseres gestelde voorwaarden als bedoeld in artikel 9, lid 3 van de Algemene Voorwaarden Drinkwater;

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 230,89, daarin begrepen een bedrag van € 60,00 als salaris voor de gemachtigde van eiseres;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2010.

RECHTBANK BREDA

team kanton Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 585412 CV EXPL 10-796

vonnis d.d. 17 februari 2010

inzake

de naamloze vennootschap VITENS B.V., gevestigd en kantoorhoudend te Utrecht,

eiseres,

gemachtigde: R.P.A.J. ter Horst, gerechtsdeurwaarder te Utrecht,

tegen

[gedaagde], wonende te [adres],

gedaagde,

niet verschenen.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 20 januari 2010, met producties.

2. Het geschil

2.1 Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, die hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als in de dagvaarding omschreven. Daarnaast heeft zij gevorderd haar te machtigen, bij niet-voldoening van eerder bedoeld bedrag binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, de drinkwaterlevering aan gedaagde te onderbreken door het wegnemen van de aan eiseres in eigendom toebehorende meetinrichting (watermeter) of anderszins, c.q. beslag tot afgifte te leggen op de watermeter, dit met behulp van de sterke arm van justitie en politie, en zulks na vooraankondiging met een termijn van tenminste drie dagen, alsmede te bepalen dat eiseres niet tot heraansluiting zal behoeven over te gaan indien gedaagde aan eiseres niet alle door haar gelegen schade heeft vergoed, waaronder de kosten van afsluiting en heraansluiting groot € 205,00, en voldaan heeft aan de door eiseres gestelde voorwaarden als bedoeld in artikel 9, lid 3 van de Algemene Voorwaarden Drinkwater, en tenslotte veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

2.2 Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.

2.3 Alvorens zich een oordeel te kunnen vormen omtrent de rechtmatigheid en de gegrondheid van de vordering van eiseres acht de kantonrechter het noodzakelijk dat eiseres nader onderbouwt op welke wettelijke grondslag zij de vordering tot het wegnemen van de meetinrichting (watermeter) of anderszins, c.q. beslag tot afgifte te leggen op de watermeter, baseert. Immers, artikel 9 van de Algemene Voorwaarden Drinkwater geeft haar enkel de bevoegdheid de levering te onderbreken.

2.4 De kantonrechter zal de zaak daartoe naar de hierna te vermelden terechtzitting verwijzen.

2.5 Thans wordt reeds geoordeeld dat de nevenvordering de hulp van de sterke arm van justitie en politie in te roepen, dient te worden afgewezen, nu een wettelijke basis daarvoor ontbreekt.

2.6 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de terechtzitting van woensdag 17 maart 2010 te 11.00 uur, voor het nemen van een akte na tussenvonnis door eiseres zoals bedoeld in overweging sub 2.3;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op woensdag 17 februari 2010.