Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BL9502

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
22-01-2010
Datum publicatie
30-03-2010
Zaaknummer
09/3668
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2010:BO2732, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Teruggave van ongeldig verklaard rijbewijs: voorlopige voorziening

Het CBR heeft het rijbewijs van betrokkene ongeldig verklaard. De rechtbank constateert dat het rapport van de keurend artsen geen conclusie bevat over de rijgeschiktheid. Het CBR had niet zonder nadere raadpleging van de keurend psychiater een conclusie over de rijgeschiktheid mogen trekken, gelet op de omstandigheden van deze zaak en de gemotiveerde betwisting door betrokkene. De rechtbank heeft het CBR opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift. Het CBR zal de (psychiatrische) conclusies van het onderzoek en de wettelijke eisen concreet moeten vertalen naar de geschiktheid of ongeschiktheid van betrokkene voor het rijbewijs. Personen met een bipolaire stoornis of een persoonlijkheidsstoornis zijn namelijk niet per definitie ongeschikt voor het rijbewijs, zo blijkt uit de toepasselijke regelgeving.

Het onderzoek van betrokkene heeft geen bijzonderheden opgeleverd en bij psychiatrisch onderzoek zijn geen afwijkingen geconstateerd. Sindsdien is een jaar verstreken en ter zitting heeft betrokkene verklaard dat het onverkort beter met haar gaat. Gelet op deze stand van zaken in samenhang met de gegrondverklaring van het beroep heeft de rechtbank aanleiding gezien een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft het CBR opdracht gegeven het rijbewijs binnen acht dagen aan betrokkene terug te geven in afwachting van het nieuwe besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, team bestuursrecht

procedurenummer: 09 / 3668 WET

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Tilburg, eiseres,

gemachtigde mr. R.T.A.G. Keller,

en

de algemeen directeur van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR),

verweerder.

1. Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 2 juli 2009 (bestreden besluit), inzake de ongeldigverklaring van het rijbewijs van eiseres. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 16 december 2009, waarbij aanwezig waren eiseres en haar gemachtigde en namens verweerder [woordvoerder verweerder].

2. Beoordeling

2.1 Op grond van de gedingstukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 10 oktober 2008 is namens de korpschef van de regiopolitie Brabant-Noord aan verweerder mededeling gedaan van het vermoeden dat eiseres niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van de categorieën BE van motorrijtuigen.

Naar aanleiding van deze mededeling heeft verweerder eiseres verplicht mee te werken aan een onderzoek naar haar geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres daartegen ongegrond verklaard.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 20 december 2008 en is uitgevoerd door keurend arts [naam keurend arts] en psychiater [naam psychiater]. De bevindingen zijn vastgelegd in een verslag van bevindingen.

Verweerder heeft eiseres schriftelijk meegedeeld dat op grond van de uitslag van het onderzoek het voornemen bestaat om het rijbewijs van eiseres ongeldig te verklaren.

Eiseres heeft geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid voor een tweede onderzoek.

Bij besluit van 16 april 2009 (het primaire besluit) heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiseres niet voldoet aan de eisen van geschiktheid. Verweerder heeft het rijbewijs ongeldig verklaard voor alle categorieën met ingang van de zevende dag na de dagtekening van dit besluit.

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.

2.2 Eiseres heeft in beroep, samengevat, het volgende aangevoerd.

De gang van zaken bij de aanhouding van eiseres op 4 oktober 2008 was genuanceerder dan door de politie weergegeven. Eiseres was niet verward maar kalm. Weliswaar zag zij het even allemaal niet meer zitten, maar zij was niet voornemens zichzelf van het leven te beroven. Een manische episode heeft eiseres nooit gehad.

Vorig jaar is eiseres opgenomen op de PAAZ-afdeling van een ziekenhuis vanwege een gediagnosticeerde borderline persoonlijkheidsstoornis. De diagnose bipolaire stoornis is nooit gesteld. Eiseres is van mening dat zij niet lijdt aan deze stoornis en zij betwist met klem dat zij tijdens het onderzoek door de keurend arts heeft aangegeven bekend te zijn met een bipolaire stoornis. Eiseres is van mening dat de keurend arts niet heeft voldaan aan de eigen onderzoeksverplichting. Met name in de jaren 2006 en 2007 heeft eiseres ernstige depressieve klachten gehad, maar daarna niet meer. Eiseres wijst erop dat uit het onderzoek geen verdere bijzonderheden zijn gebleken. In feite komt het beeld naar voren van een ongestoord en goed functionerend persoon die eenmalig een inzinking heeft gehad. Inmiddels is eiseres de voorgeschreven medicatie aan het afbouwen.

Eiseres heeft haar rijbewijs 36 jaar en is altijd een correcte verkeersdeelnemer geweest.

Gesteld dat werkelijk sprake is van een borderline persoonlijkheidsstoornis, dan nog zou eiseres pas ongeschikt zijn voor elk rijbewijs wanneer is voldaan aan de criteria zoals vermeld in de bijlage behorend bij de Regeling eisen geschiktheid 2000. Het rapport dat nu voorligt, voldoet daar volgens eiseres niet aan.

Eiseres is voor haar sociale leven sterk afhankelijk van het gebruik van haar auto. Het bestreden besluit is daarom volgens eiseres ook in strijd met het evenredigheidsbeginsel.

2.3 Ingevolge artikel 134, vierde lid, van de WVW wordt, indien het CBR besluit dat het rijbewijs van de houder ongeldig wordt verklaard, daarbij bepaald op welk deel van de geldigheidsduur alsmede op welke categorie(ën) van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven, de ongeldigverklaring betrekking heeft.

Ingevolge artikel 134, negende lid, van de WVW (voor zover hier van belang) worden bij ministeriële regeling nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het vierde lid. Die nadere regels zijn vervat in de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (Regeling).

Ingevolge artikel 12, aanhef en onder b, van de Regeling (voor zover hier van belang) besluit het CBR tot ongeldigverklaring van het rijbewijs indien de uitslag van het onderzoek inhoudt dat betrokkene niet voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van één of meer categorieën van motorrijtuigen.

De eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen zijn neergelegd in de bijlage bij (artikel 2 van) de Regeling eisen geschiktheid 2000. Hoofdstuk 8 van die bijlage heeft betrekking op psychiatrische stoornissen en bevat onder meer de volgende paragrafen.

Paragraaf 8.3. ‘Stemmingsstoornissen’ luidt als volgt.

“Personen met een unipolaire of bipolaire stoornis, die therapeutisch goed zijn ingesteld (regelmatige controle, recidiefvrije periode van minstens één jaar) en een redelijk ziekte-inzicht hebben, hoeven in beginsel niet ongeschikt te zijn. Wel is een specialistisch rapport vereist.

Mensen met regelmatig terugkerende manische episoden zijn in het algemeen ongeschikt voor het rijbewijs. Hetzelfde geldt voor mensen met een geregeld optredende depressie IEZ. Ook mensen die voor hun aandoening hoge doses sederende psychofarmaca nodig hebben, zijn ongeschikt voor deelname aan het gemotoriseerde verkeer.”

Paragraaf 8.7. ‘Persoonlijkheidsstoornissen’ luidt als volgt.

“Personen die op grond van stoornissen in hun persoonlijkheid grote aanpassingsmoeilijkheden hebben met betrekking tot de eisen van de maatschappij, zullen in de regel ook in het verkeer onaangepaste gedragingen vertonen, waardoor zij ongeschikt kunnen zijn voor deelname aan het gemotoriseerde verkeer. Mensen met ernstige persoonlijkheidsstoornissen (zoals bijvoorbeeld antisociale persoonlijkheidsstoornis, borderline persoonlijkheidsstoornis en paranoïde persoonlijkheidsstoornis) zijn ongeschikt voor elk rijbewijs, wanneer zij duidelijk blijk hebben gegeven (bijvoorbeeld in de vorm van grove verkeersovertredingen of -delicten) van:

- gebrek aan sociale verantwoordelijkheid of gebrekkig geweten;

- miskenning van de risico’s van rijden onder invloed van alcohol of andere gedragsbeïnvloedende middelen (…).

Voor elke beslissing op dit gebied is een specialistisch rapport geboden.”

2.4 Beoordeeld moet worden of verweerder op basis van de rapportage van de keurend artsen terecht is gekomen tot het besluit dat eiseres niet voldoet aan de eisen van geschiktheid voor het besturen van motorvoertuigen en op grond daarvan tot ongeldigverklaring van haar rijbewijs.

De inhoud van het rapport van keurend arts [naam keurend arts] en psychiater [naam psychiater] luidt voor zover hier relevant als volgt.

“3. Speciële anamnese: (…) Betrokkene is sinds 2,5 jaar onder behandeling op de PAAZ van het [naam ziekenhuis] bij [naam psychiater], psychiater, i.v.m. een bipolaire stoornis met suïcidaliteit. Ze heeft diverse suïcidepogingen gedaan, de laatste keer was in april 2008 (...). Haar man heeft haar begin dit jaar verlaten waardoor ze weer erg depressief raakte. Betrokkene is in september/oktober 2008 voor het laatst opgenomen geweest voor 5 weken tot 10-11-2008. Ze voelde zich toen heel goed en wilde naar Hawai vliegen om uit te zoeken of ze daar met haar dochters kon gaan wonen. Dit was in de periode dat betrokkene werd aangehouden. Ze voelt zich sindsdien een stuk beter. Betrokkene is nooit psychotisch geweest.

(…)

5. Psychiatrisch onderzoek: (…) Betrokkene geeft zakelijk antwoord op de vragen. Het bewustzijn is helder, de oriëntatie intact. De kennende functies zijn ongestoord, het denken is coherent (…) De stemming is normofoor en het affect moduleert adequaat. De impulscontrole en agressieregulatie zijn ten tijde van het onderzoek intact. Betrokkene werd mede beoordeeld door mevrouw [naam psychiater], psychiater.

7. Samenvattende bespreking: Betrokkene is 53 jaar en komt nu voor onderzoek omdat ze op 4-10-08 in verwarde toestand en onder invloed van alcohol in een trein werd aangetroffen na een melding dat zij suïcidale meldingen had. Betrokkene kwam reeds meermalen in de politiesystemen voor ter zake van het veroorzaken van overlast onder invloed van drank en pogingen tot suïcide. (…) Uit de anamnese komt naar voren: (…) Het onderzoek toont geen bijzonderheden. Beschouwend was er ons inziens sprake van een manische episode bij een bipolaire stoornis ten tijde van de laatste aanhouding. Sinds medio november 2008 heeft betrokkene geen symptomen meer gehad van de psychiatrische stoornis. Bij psychiatrisch onderzoek werden geen afwijkingen geconstateerd.

8. Classificatie volgens DSM-IV-TR:

As I: 296.4 Bipolaire I stoornis, laatste episode manisch, in vroege remissie.

As II: geen diagnose

As III: geen afwijkingen.”

De rechtbank constateert dat het advies van de keurend artsen geen conclusie bevat over de rijgeschiktheid. Anders dan verweerder in het bestreden besluit heeft overwogen, blijkt uit het verslag van bevindingen niet (reeds) dat eiseres ten tijde van het onderzoek niet voldeed aan de eisen. Eiseres betwist dat zij aan een bipolaire stoornis lijdt en dat zij dat tegenover de keurend artsen zou hebben verklaard. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres in de bezwaarfase stukken overgelegd, bijvoorbeeld de beschikking van 13 oktober 2008 van de civiele rechter van deze rechtbank waarin geen sprake is van een bipolaire stoornis maar van een borderline persoonlijkheidsstoornis. Verweerder heeft in het bestreden besluit overwogen dat het alleszins mogelijk is dat de diagnose bij opname die van een borderline persoonlijkheidsstoornis was, maar dat er tevens sprake was van een bipolaire stoornis. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat dit standpunt is gebaseerd op overleg met een (basis)arts. Nog afgezien van het feit dat dit overleg uit het bestreden besluit niet blijkt, had verweerder onder deze omstandigheden niet met dergelijk overleg mogen volstaan. Verweerder had niet zonder meer een conclusie over de rijgeschiktheid van eiseres mogen trekken op basis van de beschikbare gegevens, maar had de keurend psychiater moeten vragen om een aanvullend rapport naar aanleiding van de gemotiveerde betwisting door eiseres.

Het voorgaande betekent dat het bestreden besluit tot stand is gekomen in strijd met de zorgvuldigheid en onvoldoende is gemotiveerd, zodat het beroep gegrond is en het besluit zal worden vernietigd. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen op het bezwaarschrift.

In het nieuwe besluit zal verweerder de (psychiatrische) conclusies van het onderzoek en de eventueel toepasselijke paragrafen van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000 concreet moeten vertalen naar de geschiktheid of ongeschiktheid van eiseres voor het rijbewijs. Uit § 8.3 en § 8.7 van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000 blijkt immers dat personen met een bipolaire stoornis of een persoonlijkheidsstoornis niet per definitie ongeschikt zijn voor het rijbewijs.

2.5 Eiseres heeft de rechtbank (onder meer) verzocht teruggave van het rijbewijs te gelasten. Naar aanleiding van dat verzoek overweegt de rechtbank het volgende. Het onderzoek van eiseres in december 2008 heeft geen bijzonderheden opgeleverd en bij psychiatrisch onderzoek zijn geen afwijkingen geconstateerd. Sindsdien is een jaar verstreken en ter zitting heeft eiseres verklaard dat het onverkort beter met haar gaat.

Gelet op deze stand van zaken in samenhang met de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank schorst het primaire besluit van 16 april 2009 tot zes weken na de verzending van het nieuwe besluit op het bezwaarschrift en geeft verweerder opdracht het rijbewijs aan eiseres terug te geven in afwachting van het nieuwe besluit. De teruggave moet plaatsvinden binnen acht dagen na verzending van deze uitspraak.

2.6 Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient het griffierecht aan eiseres te worden vergoed.

Tevens zal de rechtbank verweerder veroordelen in de proceskosten van eiseres, die op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden vastgesteld op het hieronder opgenomen bedrag. Aangezien eiseres met een toevoeging procedeert moeten die kosten worden betaald aan de griffier, waarvoor een acceptgiro zal worden toegezonden.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift met inachtneming van deze uitspraak;

schorst het primaire besluit van 16 april 2009 tot zes weken na de verzending van het nieuwe besluit op het bezwaarschrift;

gelast verweerder binnen acht dagen na verzending van deze uitspraak het rijbewijs terug te geven aan eiseres;

gelast dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 150,- vergoedt;

veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 644,-, te betalen aan de griffier.

Aldus gedaan door mr. E.S.M. van Bergen, rechter, en door deze ondertekend. De griffier is buiten staat de uitspraak mede te ondertekenen.

De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2010.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's Gravenhage.

De termijn daarvoor bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op: 2 februari 2010