Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BL6656

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
10-02-2010
Datum publicatie
08-03-2010
Zaaknummer
211946 kg 09-721
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding bij de kantonrechter. De overdracht van de (vervoers)concessie Haaglanden is niet aan te merken als een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW. Het personeel dat betrokken is bij de exploitatie van een buslijn in een bepaald concessiegebied vormt op zich zelf geen economische eenheid. De arbeidsvoorwaarden van de werknemer, waaronder loon, lease-autoregeling en variabele beloning, gaan van de overdragende concessiehouder naar de nieuwe concessiehouder mee over op basis van artikel 37 lid 1 in verbinding met artikel 38 lid 1 Wet personen vervoer (WPV). De arbeidsvoorwaarden zijn namelijk gebaseerd op de CAO Openbaar vervoer, dan wel op bedrijfsregelingen van de overdragende concessiehouder. De stelling van de werkgever dat zij enkel de bedrijfsregelingen van de oude werkgever gestand hoeft te doen die in het kader van het artikel 40 WPV-overleg zijn aangedragen, vindt geen steun in de wettekst of de parlementaire geschiedenis van de WPV en komt de voorzieningenrechter overigens onaannemelijk voor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0228
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector Civiel

Team handelsrecht

zaak/rolnr.: 211946 KG ZA 09-721

vonnis in kort geding d.d. 10 februari 2010

inzake

[eiser],

wonende te Veldhoven,

eiser,

advocaat: mr. J.L.G.M. Verwiel te Breda,

tegen

De naamloze vennootschap VEOLIA TRANSPORT BRABANT N.V.,

gevestigd te Breda,

gedaagde,

advocaat: mr. R.J.C. Brouwer te Venlo.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit de navolgende stukken:

a. de dagvaarding in kort geding van 9 december 2009 met producties;

b. de brief van de advocaat van eiser van 25 januari 2010 met producties;

c. de brief van de advocaat van gedaagde van 25 januari 2010 met producties;

d. de brief van de advocaat van eiser van 26 januari 2010 met producties;

1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 januari 2010. Ter zitting is verschenen eiser in persoon, bijgestaan door mr. Verwiel voornoemd, alsmede namens gedaagde, M.G.L. Stienen (HR-manager), bijgestaan door mr. Brouwer voornoemd. Beide gemachtigden hebben ter gelegenheid van de zitting hun pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.

1.3 Volledigheidshalve wordt vermeld dat gedaagde vrijwillig is verschenen. Eiser heeft de besloten vennootschap Veolia Transport Nederland B.V. gedagvaard, maar volgens gedaagde bestaat deze vennootschap niet en dient gedaagde als werkgever van eiser te worden aangemerkt. Eiser is met deze vrijwillige verschijning akkoord gegaan onder voorbehoud dat de gedagvaarde besloten vennootschap inderdaad niet bestaat of althans niet als werkgever van eiser kan worden aangemerkt.

2. Het geschil

2.1 Eiser (verder te noemen [eiser]) heeft bij wege van voorlopige voorziening, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gevorderd:

a. gedaagde (verder te noemen Veolia) te veroordelen aan hem vanaf 30 augustus 2009 een loon van € 9.290,16 bruto per maand te betalen, alsmede de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente over het vanaf 30 augustus 2009 achterstallige loon;

b. Veolia te veroordelen aan hem vanaf 30 augustus 2009 8% vakantiegeld te betalen over het onder a. genoemde loon;

c. Veolia te veroordelen aan hem het variabel loon (van 30% van het basisloon) te betalen op basis van de regeling die laatstelijk (per 30 augustus 2009) gold in de arbeidsovereenkomst met Connexxion;

d. Veolia te veroordelen aan hem een leaseauto ter beschikking te stellen met een leasewaarde van € 1.246,93 per maand, subsidiair aan hem vanaf 30 augustus 2009 een leasevergoeding te betalen van € 597,= netto per maand tot het moment dat aan hem de leaseauto met voornoemde waarde ter beschikking wordt gesteld;

e. Veolia te veroordelen de levensloopregeling na te komen zoals deze gold in de arbeidsovereenkomst met Connexxion, hetgeen met zich meebrengt een betaling op jaarbasis van € 7.688,41;

f. Veolia te veroordelen -indien zij enig gebod niet nakomt- tot het betalen van een dwang-som van € 500,= per dag dat ieder gebod niet wordt nakomen, met een maximum van

€ 250.000,=;

g. Veolia te veroordelen in de proceskosten.

2.2 Veolia heeft geconcludeerd tot niet ontvankelijk verklaring van [eiser], althans tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3. De beoordeling

3.1 Tussen partijen staan de volgende feiten vast:

a. [eiser] is op 1 januari 1992 in dienst getreden bij Veolia in de functie van hoofd Financiën en Informatisering. [eiser] heeft meerdere functies bekleed binnen Veolia, waaronder medio 2008 de functie van manager Chipoffice tegen een beloning van

€ 9.108,00 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

b. Bij brief van 15 juli 2008 heeft Veolia aan [eiser] meegedeeld dat hij vanwege de overgang van de (vervoers)concessie SRE/Utrecht Noord-West van Veolia naar Connexxion op de “transferlijst” is geplaatst om te worden “overgedragen” aan Connexxion.

c. Op 14 december 2008 is [eiser] van rechtswege overgegaan van Veolia naar Connexxion. Connexxion heeft de arbeidsvoorwaarden van [eiser] zoals deze golden bij Veolia gehandhaafd in de arbeidsovereenkomst die zij met ingang van 1 april 2009 met [eiser] heeft gesloten.

d. In deze arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Connexxion is -voor zover relevant- het volgende bepaald:

“(…)

Artikel 3 – Functie, standplaats

De werknemer vervult de functie van controller binnen Techno Service Nederland (TSN)(…)

Artikel 5 – Salaris

Het maandsalaris van de werknemer bedraagt € 9.290,16 bruto per maand (Cxx/Hay-schaal E, RSP 110,1265%) bij een fulltime dienstverband. Voor de werknemer geldt een arbeidspercentage van 100%.

(…)

Artikel 6 – Variabele beloning

De werknemer komt in aanmerking voor de binnen Connexxion geldende regeling Variabele Beloning.

(…)

Artikel 10 – Vergoedingen

(…)

10.4 Lease-auto

Voor de uitoefening van de functie, wordt een auto op arbeidsvoorwaardelijke gronden ter beschikking gesteld, volgens een door de Raad van Bestuur van Connexxion Holding N.V. vastgestelde regeling (…)

Artikel 14 – Bijzondere bepalingen

Ad artikel 7 – Vakantiedagen

U heeft op jaarbasis een extra aanspraak op 18 vakantiedagen, die jaarlijks in de maand april rechtstreeks betaalbaar worden gesteld op uw Levenslooprekening 22.37.06.736.

(…) ”

e. Aan voornoemde arbeidsovereenkomst is als bijlage de Regeling Variabele Beloning 2009 van Connexxion gehecht, waarin is bepaald dat de variabele beloning voor werknemers die zijn ingeschaald in de Cxx/Hay-schalen E of hoger ligt tussen de 15 en 30% van het bruto jaarsalaris.

f. Bij brief van 19 mei 2009 heeft Connexxion aan [eiser] bericht dat hij vanwege de overgang van de (vervoers)concessie Haaglanden naar Veolia als indirecte werknemer op de transferlijst is geplaatst.

g. Bij brief van 29 mei 2009 heeft Veolia aan [eiser] onder meer het volgende bericht: “Vorige week hebben wij van uw huidige werkgever Connexxion c.q. TSN vernomen dat u aangewezen en inmiddels geïnformeerd bent dat u als gevolg van de concessiewisseling “Haaglanden” door Connexxion/TSN wordt overgedragen aan Veolia Transport. Bij deze verwelkomen we u dan ook als nieuwe collega binnen de Veolia Groep. Wij streven ernaar om u uiterlijk 2 weken voor daadwerkelijke overgangsdatum duidelijkheid te verschaffen omtrent uw nieuwe functie of anderszins. Indien de duidelijkheid eerder gegeven kan worden zullen we dit niet nalaten maar de zorgvuldigheid vereist dat we kritisch naar uw competenties en onze organisatie kijken. Om dit proces op een goede wijze vorm te geven, zouden wij graag (…) persoonlijk met u spreken over uw ideeën en onze mogelijkheden. Tevens zullen we niet alleen naar uw huidige functie kijken maar ook onderzoeken wat de verdere mogelijkheden zijn. Op voorhand kunnen we geen opties uitsluiten. (….)”

h. Bij brief van 20 augustus 2009 heeft Veolia aan [eiser] onder meer het volgende bericht: “Voor de goede orde bevestig ik bij deze de gesprekken welke 16 juli 2009 en hedenmiddag met u plaatsvonden. In het kader van de overgang van de concessie Haaglanden van Connexion/TSN naar Veolia komt u van rechtswege over naar Veolia ingaande 30 augustus 2009. We kunnen u het volgende aanbieden: U treedt bij ons in dienst in een combinatiefunctie. Deze combinatie bestaat uit de volgende 2 onderdelen: business controller voor de concessie Haaglanden en business analist voor de afdeling Marketing en Development. De verdeling welke we thans voorstaan is 60% business controller en 40% business analist (…) Arbeidsvoorwaardelijk kunnen we u het volgende aanbieden.

Een bruto jaarsalaris (inclusief 8% vakantiegeld en 1,15% eindejaarsuitkering) van EUR 108.000. De CAO Openbaar vervoer is van toepassing. Overeenkomstig uw afspraak bij Connexion zullen we op jaarbasis een bedrag gelijk aan de waarde van 18 vakantiedagen storten op een rekening ten behoeve van de levensloopregeling. Met betrekking tot uw lease-auto (…) Uw norm leasebedrag (excl. Brandstof en BTW) bedraagt EUR 650,= per maand (…)”

In de toegezonden concept-arbeidsovereenkomst heeft Veolia [eiser] verder een jaarlijkse bonus aangeboden van maximaal 20% van het basissalaris.

i. Met ingang van 30 augustus 2009 is [eiser] van rechtswege overgegaan van Connexxion naar Veolia.

j. [eiser] is eind augustus 2009 begonnen met de werkzaamheden behorende bij de aangeboden combinatiefunctie.

k. Veolia heeft [eiser] vanaf 30 augustus 2009 beloond conform haar aanbod van

20 augustus 2009.

l. Partijen hebben vanaf juli 2009 gecorrespondeerd over de passendheid van de aangeboden functie, alsmede de door Veolia aangeboden arbeidsvoorwaarden. [eiser] en zijn advocaat hebben zich in die correspondentie verzet tegen de verlaging van zijn basisloon en variabele beloning en de negatieve aanpassing van een aantal andere arbeidsvoorwaarden.

3.2 [eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat Veolia gehouden is om hem met ingang van 30 augustus 2009 te belonen conform de arbeidsvoorwaarden zoals vastgelegd in zijn arbeidsovereenkomst met Connexxion. Naar de voorzieningenrechter begrijpt vordert [eiser] in kort geding feitelijk nakoming van deze arbeidsvoorwaarden door Veolia. Hieraan heeft [eiser] primair artikel 7:662 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ten grondslag gelegd, stellende dat er sprake is van een overgang van onderneming zoals bedoeld in dit artikel. De betreffende concessie die van Connexxion naar Veolia is overgegaan, is ondergebracht in een afzonderlijke vennootschap en vormt daarom volgens [eiser] als geheel, ook zonder de bijbehorende bussen, een economische entiteit. Subsidiair heeft [eiser] zijn vordering gegrond op de toezegging van Veolia in haar brieven van 29 mei 2009 en 20 augustus 2009 dat zijn rechtspositie zoals die bij Connexxion gold zou worden gehandhaafd. In deze brieven is hem immers meegedeeld dat er sprake was van overgang van rechtswege, zodat hij ervan uit mocht gaan dat alle arbeidsvoorwaarden ongewijzigd zouden overgaan naar Veolia. Meer subsidiair heeft [eiser] zijn vordering gegrond op de artikelen 37 en 38 van de Wet Personenvervoer (WPV), waarvan de ratio volgens [eiser] is om (indirecte) werknemers die na een concessieoverdracht overgaan niet in een nadeliger positie te brengen en aldus alle rechten en plichten mee over te laten gaan naar de nieuwe concessiehouder.

3.3 Veolia heeft uitgebreid verweer gevoerd. In de kern komt haar verweer op het volgende neer. Zij heeft betwist dat er sprake is van een overgang van onderneming zoals bedoeld in artikel 7:662 BW, aangezien er geen materieel is overgedragen. Volgens Veolia zijn op de concessieovergang enkel de artikelen 36 tot en met 40 WPV van toepassing, op basis waarvan uitsluitend de arbeidsvoorwaarden die volgen uit de van toepassing zijnde CAO-bepalingen en de collectieve bedrijfsregelingen van de verliezende concessiehouder overgaan naar de nieuwe concessiehouder. Werknemers die vallen onder de werkingssfeer van de WPV kunnen volgens Veolia geen aanspraak maken op het behoud van hun functie of hun individuele arbeidsvoorwaardenpakket. Nu geen van de arbeidsvoorwaarden, waarop [eiser] aanspraak maakt, afkomstig is uit de CAO of uit collectieve bedrijfs-regelingen, was zij enkel verplicht om aan [eiser] een passende functie met de daarbij behorende passende arbeidsvoorwaarden aan te bieden, hetgeen zij heeft gedaan, aldus Veolia.

3.4 Voor zover Veolia heeft beoogd aan te voeren dat [eiser] geen spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen, overweegt de voorzieningenrechter dat voor de loonvordering onder a. van het petitum geldt dat het spoedeisend belang gezien de aard daarvan gegeven is. Ten aanzien van de overige vorderingen onder b. tot en met e. geldt dat deze zodanig samenhangen met de vordering ter zake het basisloon en het achterliggende belang om op korte termijn duidelijkheid te verkrijgen omtrent zijn rechtspositie bij Veolia, dat de voorzieningenrechter ook voor die vorderingen van [eiser] spoedeisendheid aanneemt.

3.5 De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat de onderhavige overdracht van de concessie Haaglanden van Connexxion naar Veolia, naar aanleiding waarvan [eiser] reeds na een periode van vijf maanden na overgang naar Connexxion op de transferlijst werd geplaatst om terug te keren naar Veolia, niet is aan te merken als een overgang van onder-neming zoals bedoeld in artikel 7:662 BW. Immers, uit het Finse busvervoerarrest (Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 25 januari 2001, zaak C-172/99), waarnaar beide partijen verwijzen, volgt eenduidig dat in een situatie waarin de exploitatie van buslijnen in een bepaald gebied aan een andere onderneming in concessie wordt gegeven en er personeel overgaat van de oude naar de nieuwe concessiehouder, maar er geen materiële activa van enige belang worden overgedragen, de EG-richtlijn 77/187 niet van toepassing is. Het Hof van Justitie overweegt daartoe dat busvervoer niet kan worden aangemerkt als een activiteit waarin de arbeidskrachten de voornaamste factor zijn, aangezien het een belangrijke inzet van materieel en middelen (waaronder bussen) vereist om buslijnen te exploiteren. Met andere woorden, het personeel dat betrokken is bij de exploitatie van de buslijnen in een bepaald concessiegebied vormt op zich zelf geen economische eenheid. Of dat personeel nu in een afzonderlijke vennootschap is ondergebracht of in één vennootschap zit met het materieel, doet daarbij niet ter zake.

3.6 Ook in het subsidiaire argument van [eiser] ziet de voorzieningenrechter vooralsnog geen grond voor het toekennen van diens vorderingen. Niet aannemelijk is dat Veolia met de aankondiging in de brieven van 29 mei 2009 en 20 augustus 2009, dat [eiser] zou worden “overgedragen aan Veolia” en dat hij “van rechtswege” zou overgaan naar Veolia per 30 augustus 2009, de toezegging heeft gedaan dat zij alle rechten en plichten en daarmee alle arbeidsvoorwaarden zoals die op dat moment bij Connexxion voor [eiser] golden zou overnemen. Dat [eiser] daar van uit ging op basis van die brieven is allerminst aannemelijk, nu hij zelf stelt dat hij reeds in de voorfase en in ieder geval bij e-mails van 11 augustus 2009 en 21 augustus 2009 heeft geprotesteerd tegen een verslechtering van zijn arbeidsvoorwaarden.

3.7 Alsdan rest een beoordeling op basis van de artikelen 37 tot en met 40 WPV. Op grond van artikel 37 lid 1 onder b. in verbinding met artikel 38 lid 1 WPV gaan door de overgang van een concessie voor indirect personeel, zoals [eiser], de rechten en plichten die voortvloeien uit bedrijfsregelingen van de voormalig concessiehouder van rechtswege over op de nieuwe concessiehouder en gaat ook de op het moment van de overgang bestaande CAO mee over naar de nieuwe concessiehouder.

In de memorie van toelichting bij de WPV (kamerstukken Tweede Kamer 1998-1999, 26456, nr. 3 pag. 70) wordt deze regeling nader toegelicht: “Bij een concessie-overgang, niet zijnde een overgang van een onderneming in de zin van het BW, gaan derhalve alleen de arbeidsvoorwaarden uit de cao en de bedrijfsregelingen over en niet die uit de individuele arbeidsovereenkomst welke niet rechtstreeks te herleiden zijn tot die collectieve arbeidsovereenkomst of bedrijfsregelingen.”

3.8 In artikel 5 van de arbeidsovereenkomst met Connexxion wordt ten aanzien van het bruto maandloon van [eiser] ter hoogte van € 9.290,16 verwezen naar de Hay-schaal E (RSP 110, 1265%). Door [eiser] is onweersproken gesteld dat deze salarisschaal uit de CAO Openbaar Vervoer afkomstig is. Zulks blijkt ook uit bijlage 12A bij de CAO Openbaar Vervoer, waarin – als aanvulling op artikel 21 van de CAO omtrent o.a. loonschalen – de Hay-schalen A tot en met F nader zijn uitgewerkt. Voor zover deze CAO-schalen binnen Connexxion zijn aangepast en Connexxion – zoals door Veolia gesteld – een bedrijfseigen regeling van loonschalen hanteert, heeft te gelden dat het loon van [eiser] dan in ieder geval gebaseerd is geweest op een bedrijfsregeling van Connexxion. De voorzieningenrechter is van oordeel dat reeds daarom het loon van [eiser] bij Connexxion conform artikel 37 lid 1 in verbinding met artikel 38 lid 1 WPV is overgegaan naar Veolia. Veolia is dan ook gehouden dit loon van € 9.290,16 bruto per maand vanaf 30 augustus 2009 aan [eiser] te betalen, ongeacht of dit loon binnen het loongebouw past dat Veolia hanteert en ongeacht of [eiser] daarmee hetzelfde of meer verdient dan degene aan wie hij verantwoording aflegt.

3.9 Los van het voorgaande geldt in de omstandigheden van het geval dat Veolia ook op grond van goed werkgeverschap/de eisen van redelijkheid en billijkheid kan worden gehouden tot betaling van het loon dat [eiser] bij Connexxion verdiende in de acht maanden dat hij aldaar in dienst is geweest. Het kan naar het oordeel van de voorzieningen-rechter niet zo zijn dat een werknemer die 16 jaar in dienst is geweest bij een concessiehou-der en gedurende dat dienstverband in loon is gestegen tot een bedrag van € 9.108,= bruto per maand en die na een transfer in verband met de overgang van vervoersconcessies, na een periode van slechts acht maanden weer terugkeert bij die oude werkgever, genoegen moet nemen met een loon dat circa € 800,= bruto per maand lager ligt dan het loon dat hij had toen hij wegging en dat zelfs bijna € 1.000,= bruto per maand lager ligt dan het loon dat de nieuwe concessiehouder hem heeft betaald, terwijl die nieuwe concessiehouder enkel zijn oorspronkelijke loon (met een reguliere CAO-verhoging) heeft gehandhaafd. De eisen van goed werkgeverschap/redelijkheid en billijkheid brengen in een dergelijk geval mee dat de oude werkgever het loon van de werknemer bij de nieuwe concessiehouder ongewijzigd mee overneemt.

3.10 Het voorgaande betekent dat de onder a. van het petitum gevorderde betaling van het loon ad € 9.290,16 bruto per maand zal worden toegewezen, waarbij het loon dat Veolia vanaf 30 augustus 2009 reeds maandelijks aan [eiser] heeft betaald uiteraard in mindering strekt op dit loonbedrag.

De gevorderde wettelijke rente zal als gegrond op de wet worden toegewezen over het (achterstallige deel van het) loon telkens vanaf het moment van opeisbaarheid tot aan de dag van de algehele voldoening.

De gevorderde wettelijke verhoging zal gezien de omstandigheden van het geval worden gematigd tot 10% over het achterstallige loon.

3.11 In artikel 6 van de arbeidsovereenkomst met Connexxion wordt ten aanzien van de variabele beloning van [eiser] verwezen naar een binnen Connexxion geldende regeling. De voorzieningenrechter kan deze Regeling Variabele Beloning 2009 die als addendum bij de arbeidsovereenkomst is gevoegd, niet anders kwalificeren dan als een binnen Connexxion geldende bedrijfsregeling. Deze geldt immers blijkens de tekst van de regeling voor alle werknemers van Connexxion die zijn ingedeeld in één van de Cxx/Hay-schalen. Nu arbeidsvoorwaarden die voortvloeien uit een bedrijfsregeling conform artikel 38 lid 1 WPV van rechtswege mee overgaan naar de opvolgende concessiehouder is Veolia naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter gehouden om de Regeling Variabele Beloning 2009 ten aanzien van [eiser] na te leven.

3.12 Hetzelfde geldt ten aanzien van de bedrijfsregeling op basis waarvan [eiser] bij Connexxion een lease-auto ter beschikking is gesteld. In artikel 10.4 van de arbeidsovereen-komst met Connexxion wordt uitdrukkelijk verwezen naar een door de Raad van Bestuur van Connexxion Holding N.V. vastgestelde regeling. Ook hier is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter sprake van een bedrijfsregeling die Veolia moet overnemen en naleven.

3.13 Veolia heeft ter zitting aangevoerd dat zij alleen gehouden is de bedrijfsregelingen gestand te doen, die Connexxion in het kader van het overleg tussen de voormalige en nieuwe concessiehouder ex artikel 40 WPV aandraagt. Nu de betreffende regelingen van Connexxion omtrent de variabele beloning en de lease-auto niet zijn besproken in het zogenoemde artikel 40-overleg, betreft het volgens Veolia geen collectieve bedrijfsregelingen zoals bedoeld in artikel 38 WPV en hoeft zij deze ook niet over te nemen.

De voorzieningenrechter volgt Veolia niet in haar stelling. Deze stelling vindt in de eerste plaats geen enkele steun in de wettekst van artikel 40 (of 38) WPV of de parlementaire geschiedenis van de WPV, voor zover binnen het beperkte kader van deze procedure te overzien. In de tweede plaats komt het de voorzieningenrechter onaannemelijk voor dat artikel 40 WPV de werkingsfeer van artikel 38 WPV op een dergelijke manier inperkt. Dit zou immers betekenen dat de werknemer in onduidelijkheid komt te verkeren ten aanzien van zijn rechtspositie bij de nieuwe concessiehouder, zolang het artikel 40-overleg niet is gevoerd, of zolang hij over de uitkomst van dit overleg niet wordt geïnformeerd. Het op deze wijze aantasten van de rechtszekerheid van de overgaande werknemer kan de wetgever met de WPV naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet hebben beoogd.

3.14 Het voorgaande betekent niet dat de vorderingen, zoals onder punt c. en d. van het petitum geformuleerd, zonder meer kunnen worden toegewezen. Of Veolia daadwerkelijk een variabele beloning ter hoogte van 30% van het basisloon aan [eiser] moet uitbetalen is -zoals ook door Veolia aangevoerd- afhankelijk van een aantal (nog) onzekere factoren, zoals het behalen van prestatienormen. Ook ten aanzien van het gevorderde lease-bedrag bestaat nog enige onduidelijkheid, nu Connexxion dit bedrag kennelijk anders berekent dan Veolia. De voorzieningenrechter begrijpt de vorderingen onder c. en d. echter zo, dat [eiser] in feite nakoming vordert van de bedrijfsregelingen die bij Connexxion voor hem golden op het gebied van de variabele beloning en de ter beschikking gestelde lease-auto. Nu voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat Veolia gehouden is tot nakoming van die bedrijfsregelingen zal de voorzieningenrechter vooruitlopend op dat oordeel thans een zodanige veroordeling uitspreken.

3.15 [eiser] heeft onder e. van het petitum gevorderd Veolia tevens te veroordelen om de levensloopregeling uit de arbeidsovereenkomst met Connexxion na te leven, in die zin dat Veolia op jaarbasis een bedrag van € 7.688,41 op zijn levenslooprekening stort. [eiser] had op basis van artikel 14 van de arbeidsovereenkomst bij Connexxion recht op de storting van de waarde van 18 vakantiedagen op zijn levenslooprekening. Blijkens de brief van 20 augustus 2009 heeft Veolia deze afspraak gehandhaafd en zal ook zij jaarlijks een bedrag gelijk aan de waarde van 18 vakantiedagen aan [eiser] overmaken. Volgens Veolia komt dit neer op een bedrag van € 7.600,= per jaar, maar Veolia gaat daarbij uit van het aangeboden loon van € 8.333,33 bruto per maand. Het door Connexxion betaalbaar gestelde bedrag is uiteraard gebaseerd op het hogere bruto maandloon van

€ 9.290,16. Nu Veolia dit loon moet handhaven zal de waarde van de storting van de 18 vakantiedagen gelijk worden aan het bedrag dat Connexxion heeft betaald. Naar het voor-lopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiser] dan ook onvoldoende belang bij een veroordeling van Veolia om de levensloopregeling van Connexxion na te komen.

3.16 De onder b. van het petitum gevorderde betaling van 8% vakantiegeld over het loon ad € 9.290,16 zal worden toegewezen voor zover dit vakantiegeld thans opeisbaar is.

3.17 [eiser] heeft ter zitting verklaard dat de gevorderde dwangsom van € 500,= per dag enkel betrekking heeft op de vordering tot afgifte van een lease-auto met een lease-waarde van € 1.246,93 per maand. Nu Veolia niet wordt veroordeeld tot afgifte van een zodanige lease-auto maar enkel wordt veroordeeld tot nakoming van de lease-regeling zoals deze binnen Connexxion voor [eiser] gold, zal de gevorderde dwangsom worden afgewezen.

3.18 Veolia zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [eiser]. Die kosten worden tot op heden begroot op een bedrag van

€ 1.163,98 (bestaande uit € 85,98 dagvaardingskosten, € 262,- griffierecht en € 816,- salaris advocaat).

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt Veolia om aan [eiser] vanaf 30 augustus 2009 een loon van € 9.290,16 bruto per maand te betalen, op welk loon in mindering strekt de loonbedragen die reeds aan [eiser] vanaf die datum zijn voldaan;

veroordeelt Veolia om aan [eiser] te betalen 10% aan wettelijke verhoging over het achterstallige loon, alsmede de wettelijke rente over (het achterstallige deel van) het loon, telkens vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt Veolia om aan [eiser] vanaf 30 augustus 2009 8% aan vakantiebijslag over het loon ad € 9.290,16 bruto per maand te betalen voor zover opeisbaar;

veroordeelt Veolia om ten aanzien van [eiser] de bedrijfsregelingen die gedurende het dienstverband met Connexxion voor hem golden op het gebied van de variabele beloning en de ter beschikking gestelde lease-auto na te komen;

veroordeelt Veolia in de proceskosten van [eiser] gevallen en tot op heden begroot op € 1.163,98;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L. Sierkstra, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2010.