Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BL6051

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
25-02-2010
Datum publicatie
02-03-2010
Zaaknummer
02/700433-09 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is na een avond stappen achter het stuur van een auto gekropen, terwijl hij te veel had gedronken en niet in het bezit was van een rijbewijs. Vervolgens heeft hij met te hoge snelheid een rood verkeerslicht genegeerd en een andere auto aangereden. Één van de inzittenden van deze auto heeft hierbij zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Na het veroorzaken van de aanrijding is verdachte weggelopen zonder zijn identiteit kenbaar te maken. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van roekeloosheid.

Hoewel, gelet op de voor deze feiten geldende oriëntatiepunten, een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 3 jaar passend zou zijn, ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding de straf te matigen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uur, een rijontzegging van 3 jaar en een voorwaardelijke hechtenis van 4 maanden. Voor het rijden zonder rijbewijs legt de rechtbank een voorwaardelijke hechtenis van 2 weken op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2011/59
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/700433-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 februari 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende aan [adres] te [woonplaats]

raadsman mr. Franssen, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 februari 2010, waarbij de officier van justitie, mr. Weijers, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: met een auto een ongeval heeft veroorzaakt waarbij een ander zwaar lichamelijk letsel

heeft opgelopen terwijl hij te veel alcohol had gedronken en geen rijbewijs had, dan

wel een gevaar op de weg heeft veroorzaakt terwijl hij te veel alcohol had

gedronken, dan wel zonder rijbewijs in een auto heeft gereden terwijl het

alcoholgehalte in zijn adem meer was dan 88 microgram per liter, dan wel auto

heeft gereden terwijl hij alcohol had gedronken;

feit 2: na het veroorzaken van een verkeersongeval de plaats van het ongeval heeft verlaten;

feit 3: zich schuldig heeft gemaakt aan joyriding;

feit 4: zonder rijbewijs een auto heeft bestuurd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor feit 3 en vraagt daarvoor vrijspraak. Zij acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 primair, feit 2 en feit 4 heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de verklaring van getuige [getuige 1] de verklaring van getuige [getuige 2], de verklaring van getuige [getuige 3], de verklaring van getuige [getuige 4], het resultaat van de ademanalyse en de eigen verklaringen van verdachte. Ten aanzien van feit 1 acht de officier van justitie lichamelijk letsel aanwezig bi[getuige 4]] waardoor deze tijdelijk niet in staat was om arbeid te verrichten.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is ook van mening dat de rechtbank, vanwege onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, niet tot een bewezenverklaring van feit 3 kan komen. Daarnaast deelt zij het standpunt van de officier van justitie, dat er bij [getuige 4] geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Uit het proces-verbaal blijkt immers niet dat er bij [getuige 4] een whiplash is geconstateerd en verder is het letsel zodanig dat niet van zwaar lichamelijk letsel gesproken kan worden.

Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend door rood licht te zijn gereden en heeft erop gewezen dat de verklaring van getuige [getuige 1] die inhoudt dat verdachte door rood licht is gereden, niet geloofwaardig is, nu deze getuige ook heeft verklaard dat hij verdachte niet goed kent, terwijl beiden al jaren bevriend zijn. Ook heeft verdachte ter terechtzitting aangegeven dat hij zijn naam wel degelijk bekend heeft gemaakt bij getuige [getuige 3], één van de slachtoffers van het ongeval, door te zeggen dat hij [verdachte] was.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 3

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zonder toestemming van zijn vriendin in haar auto heeft gereden. Zij zal hem dan ook van feit 3 vrijspreken.

Feit 1 en 2

In de vroege uren van zaterdag 21 februari 2009 stapte verdachte dronken in een personenauto (Volkswagen) om deze te gaan besturen . Verdachte had op dat moment geen rijbewijs . Toen verdachte met deze personenauto op de Abdis van Thornstraat te Oosterhout reed en de kruising met de Veerseweg en Leijsenhoek naderde, reed hij met een snelheid van 65 tot 70 kilometer per uur , terwijl de ter plaatse geldende maximum snelheid 50 kilometer per uur bedroeg . Op de kruising naderde hem van rechts een auto (Ford) die bestuurd werd door [getuige 2] en waarvan [getuige 4] inzittende was . De personenauto die verdachte bestuurde reed op de kruising de personenauto die [getuige 2] bestuurde aan. Hierbij raakte [getuige 4] gewond . Zij had kneuzingen aan haar linkervoet, linkerschouder en kaak en een hersenschudding . Later nam verdachte deel aan een ademanalyse-onderzoek en bleek dat er 490 microgram alcohol per uitgeademde liter lucht in zijn adem aanwezig was .

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting ontkend dat hij door rood licht is gereden. De rechtbank acht echter wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wel degelijk door rood is gereden. Het is immers niet alleen getuige [getuige 1] die dit heeft verklaard, ook getuigen [getuige 2] en [getuige 3] verklaren dat het stoplicht voor hen op groen stond. Het is een feit van algemene bekendheid dat er op een kruising altijd enkele seconden zijn waarin de stoplichten voor alle rijrichtingen op rood staan, waarna slechts één rijrichting een groen licht krijgt. Het verkeerslicht voor verdachte moet daarom wel rood zijn geweest.

Verdachte heeft het verkeersongeval veroorzaakt door met te hoge snelheid door rood licht te rijden, terwijl hij te veel alcohol had gedronken en niet in het bezit was van een rijbewijs. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van roekeloosheid.

[getuige 4] heeft door het door verdachte veroorzaakte ongeval lichamelijk letsel opgelopen. Dit letsel bestond onder andere uit kneuzingen en een hersenschudding. Uit de geneeskundige verklaring van 22 oktober 2009 blijkt dat mevrouw [getuige 4] ruim een half jaar na het ongeval nog steeds nekklachten heeft waarvoor uitgebreide behandeling tot dusverre zonder effect is gebleven. De arts heeft aangegeven dat niet te zeggen is of en wanneer er überhaupt genezing op zal treden. De rechtbank is daarom van oordeel dat er sprake is van zwaar lichamelijk letsel.

Na het ongeval is verdachte bij de door hem aangereden auto gaan kijken. Hij dacht dat het meisje dat in de auto zat bewusteloos was en zag dat zij niet reageerde . Hij is hierna weg gelopen en naar het huis van zijn vriend gegaan .

Verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat hij aan de heer [getuige 3], één van de inzittenden van de door hem aangereden auto, zijn naam bekend heeft gemaakt. Hij zou hem hebben gezegd dat hij [verdachte] heette.

Dit blijkt echter niet uit de verklaring die getuige [getuige 3] heeft afgelegd en valt evenmin op te maken uit de verklaring van verdachte die hij bij de politie heeft afgelegd.

Daarnaast heeft verdachte niet aan [getuige 3] of andere betrokkenen bekend gemaakt dat hij de bestuurder was van de personenauto die het ongeval had veroorzaakt. [getuige 3] heeft deze conclusie zelf getrokken .

Op grond van bovenstaande kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte feit 1 primair en feit 2 heeft gepleegd.

Feit 4

De rechtbank acht feit 4 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 11 februari 2010 en afgelegd bij de politie ;

- de bevraging landelijke systemen , waaruit blijkt dat verdachte niet in het bezit is van een rijbewijs.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij, op 21 februari 2009, te Oosterhout, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Volkswagen), daarmede rijdende over de weg, de Abdis van Thornstraat en gekomen ter hoogte van de kruising/splitsing van die weg, met de wegen, de Veerseweg en de weg, de Leysenhoek,

na het gebruik van alcoholhoudende drank,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, rijdend op die weg, die Abdis van Thornstraat en naderend genoemde kruising van wegen,

geen gevolg te geven aan een, in zijn, verdachtes, richting gekeerd, op die weg, die Abdis van Thornstraat, ter hoogte van de kruising van die weg, met de weg, de Veerseweg en de weg, de Leysenhoek, geplaatst, voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd, "rood licht" uitstralend, driekleurig verkeerslicht (aanduidende: "stop"), die kruising van wegen, zowel te naderen, als vervolgens op te rijden, waarna hij, verdachte, met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, in aanrijding is gekomen met

een, komende vanaf de weg, de Leysenhoek, het kruisingsvlak van de kruising van genoemde wegen oprijdend motorrijtuig (personenauto, Ford, bestuurd door: [getuige 2], met als inzittende: [getuige 4]),

tengevolge waarvan die inzittende (genaamd: [getuige 4]) van dat motorrijtuig (personenauto, Ford, bestuurd door: [getuige 2]) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten: een (zware) hersenschudding en/of hoof/kaakletsel en/of meerdere kneuzingen,

zulks terwijl hij, verdachte, toen dat motorrijtuig (personenauto, Volkswagen) bestuurde, terwijl het alcoholgehalte van zijn, verdachtes, adem, bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 490 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig (personenauto, Volkswagen) een rijbewijs was vereist en verdachte door motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;

2.

op 21 februari 2009, te Oosterhout, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Volkswagen), door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de weg, de Abdis van Thornstraat, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of aan (een) ander(en) (te weten [slachtoffer 1] en/of [getuige 2] en/of [getuige 4]) letsel en/of schade was toegebracht;

4.

op 21 februari 2009, te Oosterhout, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Volkswagen) heeft gereden op de weg, de Abdis van Thornstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte voor feit 1 en 2 een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en 2 jaar ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. Voor feit 4 vraagt zij een schuldigverklaring zonder strafoplegging.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft erop gewezen dat verdachte veel problemen heeft gekend in zijn leven en dat er bij hem een posttraumatische stressstoornis is gediagnosticeerd, waarvoor hij momenteel behandeld wordt. Hoewel verdachte eerder vergelijkbare feiten heeft gepleegd, heeft hij zijn leven op orde gebracht en gaat het nu al langere tijd goed met hem. Zij vraagt een taakstraf al dan niet gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld een proeftijd op te leggen, zodat verdachte zijn woonruimte kan behouden en ingezette hulpverleningstrajecten voort kan zetten.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is na een avond stappen achter het stuur van een auto gestapt en heeft een ernstig verkeersongeval veroorzaakt, waarna hij van het ongeval is weggelopen. Hij reed met te hoge snelheid en negeerde een rood verkeerslicht, terwijl hij te veel alcohol had gedronken en niet in het bezit was van een rijbewijs. Bij dit ongeval heeft mevrouw [getuige 4] zwaar lichamelijk letsel opgelopen, waarvoor zij geruime tijd onder medische behandeling is geweest en waarschijnlijk ook nog lange tijd zal moeten zijn. De rechtbank wijst erop dat het letsel bij mevrouw [getuige 4] en de overige betrokkenen vele malen ernstiger of zelfs dodelijk had kunnen zijn.

De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan. Door zijn handelswijze heeft hij de verkeersveiligheid in hoge mate aangetast en nadat het inderdaad fout was gelopen, niet zijn verantwoordelijkheid willen nemen.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij meerdere malen is veroordeeld voor dronken rijden, het rijden zonder rijbewijs en het verlaten van de plaats van een ongeval. De rechtbank vindt het dan ook onbegrijpelijk dat verdachte na deze waarschuwingen toch weer de fout in is gegaan.

Voor dit type feiten hanteert de rechtbank door het LOVS opgestelde oriëntatiepunten voor de straftoemeting. Volgens deze oriëntatiepunten zou een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaar opgelegd dienen te worden. De eis van de officier van justitie, die er bij de strafeis niet van uit is gegaan dat [getuige 4] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, is in dit licht dan ook alleszins te begrijpen.

Het zijn echter de bijzondere, in de persoon van verdachte gelegen omstandigheden, die de rechtbank heeft doen besluiten hiervan in substantiële zin ten gunste van verdachte af te wijken. Verdachte zou bij een dergelijke straf immers alle geboekte vooruitgang met betrekking tot de problemen in zijn leven verliezen.

Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat een forse werkstraf een meer passende sanctie is. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Dit voorwaardelijke deel geldt als stok achter de deur, zodat dit verdachte ervan zal weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Een ontzegging van de rijbevoegdheid voor een langere periode acht de rechtbank ook noodzakelijk.

Alles afwegende komt de rechtbank voor feit 1 en 2 tot het opleggen van een werkstraf van 240 uren, een rijontzegging van 3 jaar, en een voorwaardelijke hechtenis voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Voor feit 4, een overtreding, heeft de officier van justitie een schuldigverklaring zonder strafoplegging gevraagd. Gelet op de ernst van het feit is dat echter niet passend. De rechtbank zal voor deze overtreding een voorwaardelijke hechtenis van 2 weken opleggen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 62 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 7, 8, 107, 175, 176, 178, 179, 188 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 3 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld

bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar

lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl degene die schuldig is aan dit

feit, verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder

a van deze wet;

feit 2: Overtreding van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de

Wegenverkeerswet 1994;

feit 4: Overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging feit 1 en 2

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 3 jaar;

Strafoplegging feit 4

- veroordeelt verdachte tot een hechtenis van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. Dekker, voorzitter, mr. Van Kralingen en mr. Prenger, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Aalst, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 februari 2010.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij, op of omstreeks 21 februari 2009, te Oosterhout, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Volkswagen), daarmede rijdende over de weg, de Abdis van Thornstraat en gekomen ter hoogte van de kruising/splitsing van die weg, met de wegen, de Veerseweg en de weg, de Leysenhoek,

na het gebruik van alcoholhoudende drank,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig, rijdend op die weg, die Abdis van Thornstraat en naderend genoemde kruising/splitsing van wegen,

geen gevolg te geven aan een, in zijn, verdachte's, richting gekeerd, op die weg, die Abdis van Thornstraat, ter hoogte van de kruising of splitsing van die weg, met de weg, de Veerseweg en de weg, de Leysenhoek, geplaatst, voor zijn, verdachte's, rijrichting bestemd, "rood licht" uitstralend, driekleurig verkeerslicht (aanduidende: "stop"), die kruising / splitsing van wegen, zowel te naderen, als vervolgens op te rijden, waarna hij, verdachte, met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, in botsing/aanrijding is gekomen met

een, komende vanaf de weg, de Leysenhoek, het kruisingsvlak van de kruising / splitsing van genoemde wegen oprijdend motorrijtuig (personenauto, Ford, bestuurd door: [getuige 2], met als inzittende: [getuige 4]),

tengevolge waarvan die inzittende (genaamd: [getuige 4]) van dat motorrijtuig (personenauto, Ford, bestuurd door: [getuige 2]) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten: een (zware) hersenschudding en/of hoof/kaakletsel en/of meerdere kneuzingen,

zulks terwijl hij, verdachte, toen dat motorrijtuig (personenauto, Volkswagen) bestuurde, terwijl het alcoholgehalte van zijn, verdachte's, adem, bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 490 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig (personenauto, Volkswagen) een rijbewijs was vereist en verdachte dor motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 21 februari 2009, te Oosterhout, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Volkswagen),

daarmee rijdende op de weg, de Abdis van Thornstraat en gekomen ter hoogte van de kruising / splitsing van die weg, met de weg, de Veerseweg en de weg, de Leysenhoek, geen gevolg heeft gegeven aan een, in zijn, verdachte's, richting gekeerd, op die weg, die Abdis van Thornstraat, ter hoogte van genoemde kruising of splitsing van wegen, geplaatst, voor zijn, verdachte's, rijrichting bestemd, "rood licht" uitstralend, driekleurig verkeerslicht

(aanduidende: "stop"),

die kruising/splitsing van wegen, zowel is genaderd, als vervolgens is opgereden, waarna hij, verdachte, met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, in botsing/aanrijding is gekomen met een, komende vanaf de weg, de Leysenhoek, het kruisingsvlak van de kruising/splitsing van voornoemde wegen oprijdend motorrijtuig (personenauto, Ford, bestuurd door: [getuige 2], met als inzittende [getuige 4]),

zulks terwijl hij, verdachte, toen daar verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 21 februari 2009, te Oosterhout, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Volkswagen), dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 490 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;

art 8 lid 3 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 4 Wegenverkeerswet 1994

derde subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 21 februari 2009, te Oosterhout, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), dit motorrijtuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;

art 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994

2.

hij, op of omstreeks 21 februari 2009, te Oosterhout, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Volkswagen), betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de weg, de Abdis van Thornstraat, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan (een) ander(en) (te weten [slachtoffer 1] en/of [getuige 2] en/of [getuige 4]) letsel en/of schade was toegebracht;

art 7 lid 1 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994

3.

hij, te Tilburg, althans te Oosterhout, op of omstreeks 21 februari 2009, opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig (personenauto, Volkswagen), toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, als bestuurder heeft gebruikt op de weg, het Sint Severushof (te Tilburg) en/of op de weg, de Abdis van Thornstraat (te Oosterhout), in elk geval op (een) weg(en);

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 11 Wegenverkeerswet 1994

4.

hij, op of omstreeks 21 februari 2009, te Oosterhout, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Volkswagen) heeft gereden op de weg, de Abdis van Thornstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994