Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BL2062

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
28-01-2010
Datum publicatie
08-02-2010
Zaaknummer
584241 ov 10-218
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opheffing vereffening nalatenschap. Publicatie in Staatscourant en twee nieuwsbladen in verband met de hoge kosten niet voorgeschreven. Bekendmaking op internet geeft even goede, misschien zelfs betere, mogelijkheid iedere belanghebbende te informeren omtrent nalatenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 584241 OV VERZ 10-218

beschikking d.d. 28 januari 2010 op een verzoek tot opheffing ex artikel 4:209 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

ingediend door:

[E.M.], wonende te 3[adres]

in de nalatenschap van:

[J.M.]

laatstelijk gewoond hebbende te [adres],

overleden te 14 oktober 2009 te Steenbergen,

nader te noemen “erflaatster”.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit het op 13 januari 2010 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;

2. Het verzoek

2.1 Verzoeker, voogd over de enig erfgenaam van erflaatster, is vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflaatster. Het verzoek wordt aldus begrepen dat verzocht wordt op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW opheffing van de vereffening te bevelen, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.

2.2 Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd.

3. De beoordeling

3.1 De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van de baten van de nalatenschap (€ 483,94) zodanig gering is, dat er - gelet op de waarde van de schulden (€ 5.469,57)- aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen.

3.2 Nu er slechts één erfgenaam is, en verzoeker als voogd en executeur optreedt, is er geen reden om gevolg te geven aan de wettelijke plicht tot het horen van verzoeker. De door verzoeker verstrekte informatie is voldoende om het verzoek te kunnen toewijzen.

3.3 De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er vrijwel geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu daartoe geen dwingende noodzaak bestaat zal de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen) niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.

3.4 De vereffeningkosten tot heden zullen, nu van dergelijke kosten niet is gebleken, worden vastgesteld op nihil.

3.5 De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.

4. De beslissing

De kantonrechter:

- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflaatster;

- ontheft verzoeker van de wettelijke publicatieplicht;

- stelt de vereffeningskosten tot heden vast op NIHIL;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 januari 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's Hertogenbosch.