Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BL0200

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
25-01-2010
Zaaknummer
565033 cv 09-6527
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- vertegenwoordiging

- is het bedrijf, door ondertekening van een overeenkomst door haar administratief medewerkster, jegens de wederpartij gebonden?

- schijn van volmacht

- organisatie/inrichting bedrijf en gerechtvaardigd vertrouwen wederpartij

- is er sprake van een eenvoudige transactie die wat betreft inhoud en kostprijs niet van zodanige zwaarte is dat de wederpartij reeds daarom had moeten begrijpen dat administratief medewerkster niet bevoegd kon zijn?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2010, 28
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 565033 CV EXPL 09-6527

vonnis d.d. 20 januari 2010

inzake

de stichting Stichting Videma,

gevestigd te Noordeloos,

eiseres,

gemachtigde: GGN Brabant B.V., Gerechtsdeurwaarders te Tilburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Muys Reizen B.V.,

gevestigd te Zundert, kantoorhoudende te (4715 RB) Rucphen, aan de Sprundelseweg 31,

gedaagde,

gemachtigde: mw.mr. T. Casteleijn, van Achmea Rechtsbijstand te Tilburg.

Partijen worden hierna aangeduid als: “Videma” en “Muys Reizen”.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. de dagvaarding d.d. 26 augustus 2009, met producties;

b. de conclusie van antwoord, met producties;

c. de conclusie van repliek, met producties;

d. de conclusie van dupliek.

2. Het geschil

2.1 Videma vordert om Muys Reizen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.825,97 vermeerderd met wettelijke rente en kosten.

2.2 Muys heeft de vordering gemotiveerd betwist.

3. De beoordeling

3.1 De volgende feiten staan tussen partijen in rechte vast:

a. Videma verleent tegen betaling licenties voor vertoning van videofilms en/of televisieprogramma’s in cafés, winkels, overheidsinstellingen e.d.;

b. Muys Reizen exploiteert onder meer een personenvervoerbedrijf, waaronder met name een touringcarbedrijf;

c. d.d. 21 mei 2008 stuurt Videma een mailing naar – onder meer – Muys Reizen, ter attentie van de directie, betreffende de vertoning van videofilms;

d. aan deze mailing is een ‘retourstrook’ bevestigd, die op naam staat van Muys Reizen en die een aanvraag van een licentie bij Videma behelst voor – kort samengevat - het vertonen van videofilms in touringcars;

e. voornoemde retourstrook is op 21 mei 2008 door mevrouw [R.] ondertekend. Mevrouw [R.] is als administrateur werkzaam bij Muys Reizen, hetgeen ook op de retourstrook staat vermeld;

f. d.d. 15 augustus 2008 is aan Muys Reizen, ter attentie van mevrouw [R.], een factuur gestuurd ten bedrage van

€ 2.479,15, betreffende vergoeding(en) ingevolge toestemming gebruik filmwerken over de periode 1 januari 2008 tot 31 december 2008 (hierna te noemen: “de factuur”);

g. d.d. 22 oktober 2008 bericht mevrouw [R.] aan Videma dat Muys Reizen ten onrechte een vertoningsvergunning toegestuurd heeft gekregen omdat zij contact hebben met On Board Television en dat Muys Reizen graag een creditnota ontvangt voor de factuur;

h. bij brief van 6 december 2008 wordt aan Muys Reizen, ter attentie van mevrouw [R.], bericht dat de brief d.d. 22 oktober jl. is ontvangen en verwerkt en dat de vergunning wordt beëindigd per 31 december 2008. In deze brief wordt tevens verzocht om de factuur te voldoen;

i. d.d. 13 januari 2009 is een aanmaning aan Muys Reizen, ter attentie van mevrouw [R.], gezonden met betrekking tot de factuur;

j. op 26 januari 2009 vraagt Muys Reizen een kopie van de factuur aan Videma, welke diezelfde dag naar Muys Reizen wordt gefaxt;

k. d.d. 13 februari 2009 is een aanmaning aan Muys Reizen, ter attentie van mevrouw [R.], gezonden met betrekking tot de factuur;

l. op 23 februari 2009 vindt een e-mailwisseling plaats tussen Muys Reizen en Videma met betrekking tot de factuur.

3.2 Videma legt aan haar vordering ten grondslag dat er tussen haar en Muys Reizen een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan Videma aan Muys Reizen een vergunning heeft verstrekt voor de vertoning van – kort samengevat - videofilms. Videma stelt dat Muys Reizen, uit hoofde van die overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden, een bijdrage verschuldigd is over het jaar 2008 ten bedrage van € 2.479,15, zoals gefactureerd d.d. 15 augustus 2008. Aangezien betaling van voornoemd bedrag - ondanks sommaties - is uitgebleven, maakt Videma tevens aanspraak op vergoeding van door haar gemaakte buitengerechtelijke kosten ten bedrage van

€ 250,00 en op de wettelijke rente, die tot 26 augustus 2009 is berekend op een bedrag van € 96,82.

3.3 Muys Reizen voert het volgende verweer:

1. er is geen overeenkomst tussen Videma en Muys Reizen tot stand gekomen omdat de vergunningsaanvraag niet is getekend door een persoon die bevoegd was Muys Reizen te vertegenwoordigen;

2. er is geen sprake van ‘schijn van volmacht’, nu Muys Reizen op geen enkele wijze de schijn heeft gewekt van de aanwezigheid van een toereikende volmacht;

3. Videma mocht ook niet op grond van de betreffende omstandigheden aannemen dat er sprake was van een toereikende volmacht;

4. Muys Reizen heeft een gerechtelijke procedure trachten te voorkomen;

5. nu er geen sprake is van een overeenkomst tussen Videma en Muys Reizen, zijn er geen algemene voorwaarden van toepassing. De vordering is ongegrond en er is geen ruimte voor toewijzing van buitengerechtelijke kosten en/of rente.

3.4 De kernvraag in de onderhavige zaak is of er door de ondertekening en retournering door mevrouw [R.] van de onder 3.1 sub d genoemde retourstrook, een overeenkomst tot stand is gekomen waaraan Muys Reizen (jegens Videma) is gebonden. Niet in geschil is immers dat mevrouw [R.] de onderhavige overeenkomst niet voor zichzelf heeft gesloten.

3.5 Als onweersproken staat vast dat mevrouw [R.] niet als bestuurder en/of gevolmachtigde van Muys Reizen in het Handelsregister staat ingeschreven. Dit enkele feit brengt echter nog niet – zonder meer – met zich mee dat mevrouw [R.], als zijnde een werkneemster van Muys Reizen, laatstgenoemde niet aan rechtshandelingen zou kunnen binden. Nu Videma niet heeft gesteld dat statutair vertegenwoordigingsbevoegden van Muys Reizen betrokken waren bij de totstandkoming van de overeenkomst en zij ook niet heeft gesteld dat statutair daartoe bevoegden aan mevrouw [R.] volmacht hebben verleend om in naam van Muys Reizen de overeenkomst met Videma aan te gaan, dient te worden beoordeeld of er sprake is van een aan Muys Reizen toe te rekenen schijn dat mevrouw [R.] toereikende volmacht had om in naam van Muys Reizen de overeenkomst met Videma aan te gaan en/of dat er voldoende feiten en omstandigheden zijn gesteld of gebleken om aan te nemen dat Muys Reizen zich zo heeft verklaard of gedragen dat Videma daaraan redelijkerwijs de zin mocht toekennen dat Muys Reizen de door mevrouw [R.] onbevoegd in naam van Muys Reizen met Videma gesloten overeenkomst, bekrachtigde.

3.6 Muys Reizen stelt zich op het standpunt dat zij op geen enkele wijze de schijn heeft gewekt van de aanwezigheid van een toereikende volmacht. Volgens Muys Reizen was de correspondentie van Videma slechts gericht aan mevrouw [R.] en was Muys Reizen nergens van op de hoogte. Pas nadat mevrouw [R.] op 23 december 2008 langdurig ziek is geworden, stelt Muys Reizen kennis te hebben genomen van de kwestie en wel middels de aanmaning van Videma d.d. 13 januari 2009.

Aan Videma, met wie mevrouw [R.] als vertegenwoordiger van Muys Reizen handelde, kan het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid niet worden tegengeworpen indien Videma heeft aangenomen dat mevrouw [R.] bevoegd was tot het aangaan van de onderhavige overeenkomst op grond van aan Muys Reizen toerekenbare schijn. Het gerechtvaardigd vertrouwen van Videma in toereikende vertegenwoordigingsbevoegdheid van mevrouw [R.] verdient niet alleen bescherming wanneer de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid is gewekt door verklaringen en gedragingen van Muys Reizen, maar ook indien deze is gewekt door feiten en omstandigheden die in de risicosfeer van Muys Reizen vallen. Of hiervan sprake is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De ter zake doende omstandigheden zullen hierna worden besproken.

3.7 Uit het arrest Hartman/Bakker (HR 09-10-1998, NJ 1999,581) volgt dat voor de vraag of de werkgever gebonden is aan een door zijn werknemer namens haar gesloten overeenkomst, van betekenis is of de wederpartij heeft aangenomen en in de gegeven omstandigheden heeft mogen aannemen dat in de aanstelling als – in casu - administrateur besloten ligt dat aan deze administrateur een toereikende volmacht is verleend om die overeenkomsten aan te gaan die naar verkeersopvatting uit de vervulling van deze functie voortvloeien. Hierbij is

– mede - van belang de beantwoording van de vraag of de overeenkomst moet worden gekenmerkt als een eenvoudige transactie, die wat betreft inhoud en kostprijs niet van zodanige zwaarte is dat Videma reeds daarom had moeten begrijpen dat de administrateur (i.c. mevrouw [R.]) niet bevoegd kon zijn.

Muys Reizen heeft haar bedrijfsvoering kennelijk zo georganiseerd dat de mailing, die gericht is aan de directie van Muys Reizen, is geopend en beantwoord door haar werkneemster, mevrouw [R.]. Mevrouw [R.] heeft hierbij de retourstrook, betreffende de aanvraag van een licentie waarbij Muys Reizen als contractant staat vermeld, ondertekend geretourneerd aan Videma. Op de retourstrook heeft mevrouw [R.] achter het voorbedrukte veld ‘contactpersoon’ haar naam vermeld, achter het voorbedrukte veld ‘functie’, ‘administrateur’ vermeld en heeft zij haar handtekening geplaatst op dezelfde regel als waar als voorbedrukte velden staan vermeld ‘naam bevoegde vertegenwoordiger’, ‘datum’, ‘handtekening’. In de mailing staat vermeld dat het tarievenblad te vinden is in de bijlage. Muys Reizen is er niet in geslaagd om voldoende gemotiveerd onderbouwd aan te tonen dat de overeenkomst wat betreft inhoud en kostprijs zodanig zwaar is dat Videma reeds daarom had moeten begrijpen dat mevrouw [R.] niet bevoegd kon zijn tot het aangaan van de overeenkomst. Het enkele vermelden van de prijs ad € 2.479,15 en het feit dat het een overeenkomst betreft voor minimaal een jaar die – behoudens opzegging – telkens wordt verlengd met een jaar, is daartoe onvoldoende. Bovendien blijkt uit de in het geding gebrachte correspondentie dat het vertonen van films in bussen van Muys Reizen tot de dagelijkse gang van zaken behoort in haar bedrijf. Verder heeft Videma gesteld dat het in dit geval ging om een overeenkomst die zowel qua inhoud als omvang een gering belang vertegenwoordigt. Muys Reizen heeft deze stelling betwist. Zij voert daartoe aan dat een zodanige aanvraag nooit eerder is gedaan en dat de overeenkomst stilzwijgend zou worden verlengd, wat een overeenkomst is die naar verkeersopvatting niet door een administrateur wordt gesloten. Dit is echter geen gemotiveerde betwisting van de stelling van Videma. Zowel een eerste aanvraag als een (stilzwijgende) verlenging van een overeenkomst sluiten immers een gering belang niet uit. Derhlave zal van de juistheid van de stelling van Videma worden uitgegaan. Voorts is onvoldoende betwist de stelling van Videma dat het juist tot de taken van een administrateur behoort om een dergelijke “kleine” overeenkomst af te sluiten, omdat niet valt in te zien waarom een directeur hem/haar anders in dienst neemt. Hierbij is – gelet op het bepaalde in het arrest Kuijpers/Wijnveen (HR 12-01-2001, NJ 2001,157) - mede van belang dat de schijn van vertegenwoordigings-bevoegdheid, afhankelijk van de verdere omstandigheden van het geval, ook door een niet-doen kan worden gewekt, waarbij het niet ter zake doet of een gedeelte van de omstandigheden waarop de schijn van bevoegdheid berust, zich heeft voorgedaan na de totstandkoming van de overeenkomst. Daartoe wordt het volgende overwogen.

3.8 Er, veronderstellenderwijs, van uitgaande – zoals Muys Reizen aanvoert – dat geen andere medewerkers van Muys Reizen tot 13 januari 2009 van de kwestie op de hoogte waren, dan is dit een omstandigheid die naar verkeersopvatting in de risicosfeer van Muys Reizen valt. Immers, uit de overgelegde stukken blijkt dat de factuur d.d. 15 augustus 2008 is gericht aan Muys Reizen ter attentie van mevrouw [R.]. Uit de aantekeningen op de factuur, zoals door Muys Reizen in het geding gebracht, blijkt dat de factuur in augustus (2008) is geboekt, maar nooit is overgemaakt en dat de factuur (daarna) kwijtgeraakt is. Door Videma is onbetwist gesteld dat er niet (direct) is gereageerd door Muys Reizen naar aanleiding van de factuur. Het eerste bericht dat Videma van Muys Reizen ontvangt is de e-mail van mevrouw [R.] d.d. 22 oktober 2008. Hierin vermeldt mevrouw [R.] niet dat zij niet vertegenwoordigingsbevoegd zou zijn, maar zij stelt slechts dat Muys Reizen ten onrechte een vertoningsvergunning toegestuurd heeft gekregen, daar zij contact hebben met On Board Television. De brief is ondertekend door Nelly [R.] met daaronder de naam en overige bedrijfsgegevens van Muys Reizen. Videma heeft hierop geantwoord bij brief d.d. 8 december 2008, welke brief is gericht aan Muys Reizen ter attentie van mevrouw [R.]. Hierin heeft Videma te kennen gegeven de vergunning te beëindigen per 31 december 2008 en aangedrongen op betaling van de factuur. Naar aanleiding van deze brief is geen reactie van Muys Reizen ontvangen. Die reactie komt pas nadat Videma op 13 januari 2009 en 13 februari 2009 aanmaningen naar Muys Reizen stuurt met betrekking tot de factuur. Videma stelt zich vervolgens op het standpunt dat op dat moment, zijnde omstreeks 9 maanden na het aangaan van de overeenkomst - geen controle meer mogelijk is of er in het jaar 2008 videofilms zijn vertoond waarvoor de vergunning nodig was en dat zij Muys Reizen houdt aan de namens haar afgesloten overeenkomst. Dat Muys Reizen de aanvraag van de vergunning, de originele factuur en de opzegging, niet in haar administratie heeft aangetroffen, is een omstandigheid die Videma niet kan worden tegengeworpen. Dat Videma haar correspon-dentie aan Muys Reizen telkens ter attentie van mevrouw [R.] stuurt, is naar verkeers-opvatting niet ongebruikelijk en kan Videma evenmin worden tegengeworpen.

Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat mevrouw [R.] post gericht aan de directie kon openen en beantwoorden, facturen kon ontvangen en inboeken en (overige) correspon-dentie kon afwikkelen, zonder dat hier andere medewerkers van Muys Reizen bij betrokken waren. Door haar bedrijfsvoering zo te laten plaatsvinden, heeft Muys Reizen een aan haar toe te rekenen situatie in het leven geroepen en laten voortbestaan, die Videma geen aanleiding behoefde te geven enig onderzoek te verrichten naar de vertegenwoordigings-bevoegdheid van mevrouw [R.] of waarbij Videma enige twijfel behoefde te hebben omtrent die vertegenwoordigingsbevoegdheid.

3.9 Gelet op alle voornoemde feiten en omstandigheden, mocht Videma er gerechtvaardigd op vertrouwen dat mevrouw [R.] bevoegd was om Muys Reizen te vertegenwoordigen. Dit brengt met zich mee dat Muys Reizen gebonden is aan de gesloten licentie-overeenkomst. Kennelijk is er sprake van een fout aan de zijde van (een werknemer van) Muys Reizen, omdat de vertoning van beeldmateriaal door Muys Reizen op andere wijze (dan via Videma) was geregeld. Dit wordt door Muys Reizen ook aangevoerd in de e-mailwisseling d.d. 23 februari 2009 en in het e-mailbericht d.d. 22 oktober 2008. Echter, dit brengt niet met zich mee dat Muys Reizen niet gehouden zou zijn aan de door haar met Videma gesloten overeenkomst. De conclusie is dan ook dat Muys Reizen gehouden is te voldoen aan de betalingsverplichting, voortvloeiende uit voornoemde licentie-overeenkomst. Nu Muys Reizen (de omvang van) het factuurbedrag niet heeft betwist, is het terzake gevorderde bedrag van € 2.479,15, toewijsbaar.

3.10 Door Muys Reizen is niet betwist dat op de tussen haar en Videma gesloten overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard. Nu Muys Reizen de verschuldigdheid van de door Videma gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst niet heeft betwist en er geen termen aanwezig zijn om (ambtshalve) tot matiging van de gevorderde vergoeding over te gaan, zal het terzake gevorderde bedrag van € 250,00, worden toegewezen.

3.11 Wegens betalingsverzuim van Muys Reizen is de gevorderde wettelijke rente - die tot 26 augustus 2009 onbetwist is berekend op een bedrag van € 96,82 - eveneens toewijsbaar.

3.12 Als de in het ongelijk te stellen partij, wordt Muys Reizen veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Videma gevallen.

4 . De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Muys Reizen om aan Videma tegen kwijting te betalen het bedrag van € 2.825,97, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2009 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Muys Reizen in de kosten van de procedure aan de zijde van Videma gevallen en tot op heden begroot op een bedrag van € 635,71, waaronder een bedrag van € 350,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Minnaar, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2010.