Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2009:BK9736

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
16-12-2009
Datum publicatie
19-01-2010
Zaaknummer
09 / 1169 TRI
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Slechts één herbeoordeling kan worden aangemerkt als herbeoordeling in het kader van art. 34, vierde lid, van de WAO. Uit de formulering “een herbeoordeling” (in plaats van “de herbeoordeling”) in de toelichting op de TRI leidt de rechtbank niet af dat meer dan één eenmalige herbeoordeling kan plaatsvinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, team bestuursrecht

procedurenummer: 09 / 1169 TRI

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak van

[naam persoon],

wonende te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde mr. G.J.M. Volders,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Dordrecht),

verweerder.

1. Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 3 februari 2009 (bestreden besluit), inzake de weigering van een tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke Regeling Inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten (TRI-uitkering). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 18 november 2009, waarbij aanwezig waren eiseres en haar gemachtigde

mr. G.J.M. Volders en namens verweerder de heer [naam persoon].

2. Beoordeling

2.1 Op grond van de gedingstukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Aan eiseres is met ingang van 7 februari 2000 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, laatstelijk naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%.

Op 14 april 2005 heeft een medische herbeoordeling plaatsgevonden van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres. Bij besluit van 25 mei 2005 is de WAO-uitkering van eiseres ingetrokken met ingang van 25 juli 2005. Aansluitend heeft eiseres tot 30 oktober 2005 een WW-uitkering ontvangen. Bij besluit van 2 november 2005 is aan eiseres een TRI uitkering toegekend. Eiseres heeft deze uitkering ontvangen met ingang van 30 oktober 2005 tot en met 24 januari 2006.

Inmiddels had eiseres bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar WAO-uitkering en beroep ingesteld tegen het door verweerder genomen besluit op bezwaar. Het beroep is gegrond verklaard, waarna verweerder op 13 juni 2007 een nieuw besluit op bezwaar inzake de WAO-uitkering heeft genomen. Verweerder heeft eiseres met ingang van 25 juli 2005 alsnog voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt geacht en heeft om die reden de toegekende TRI uitkering verrekend met de WAO-uitkering.

In 2008 is de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres opnieuw beoordeeld, waarna verweerder eiseres bij besluit van 3 april 2008 heeft meegedeeld dat de mate van arbeidsongeschiktheid met ingang van 4 juni 2008 wordt vastgesteld op 15 tot 25%.

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 3 april 2008 en vervolgens beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van haar bezwaar. Op 16 september 2009 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten (procedurenummer 08/5376 WAO).

Eiseres heeft met ingang van 4 juni 2008 een TRI-uitkering aangevraagd.

Bij besluit van 8 september 2008 heeft verweerder eiseres meegedeeld dat zij geen recht heeft op een TRI-uitkering. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het daartegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2.2 Het bestreden besluit berust op het standpunt dat alleen aanspraak kan worden gemaakt op een TRI-uitkering als de verzekerde door de eerste herbeoordeling op grond van het aangepaste Schattingsbesluit een lager arbeidsongeschiktheidspercentage heeft gekregen. Volgens verweerder kan maar één herbeoordeling worden aangemerkt als de beoordeling in het kader van de eenmalige herbeoordelingsoperatie. Bij eiseres heeft deze eenmalige herbeoordeling plaatsgevonden in 2005, aldus verweerder. De herbeoordeling in 2008 was volgens verweerder een zogeheten professionele herbeoordeling en dus niet een beoordeling in de zin van artikel 34, vierde lid, van de WAO en artikel 1, aanhef en onder c, van de TRI.

Eiseres heeft in beroep, samengevat, aangevoerd dat een TRI-uitkering niet slechts kan worden verstrekt na een eenmalige of eerste herbeoordeling, maar na elke herbeoordeling waarbij de verlaging of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering het gevolg is van toepassing van het gewijzigde schattingsbesluit. Voor zover de rechtbank mocht oordelen dat alleen na een eenmalige herbeoordeling toekenning van een TRI-uitkering kan plaatsvinden, stelt eiseres zich subsidiair op het standpunt dat de in 2008 uitgevoerde keuring de eenmalige herbeoordeling is. Het doel van de TRI-regeling is immers een tijdelijke tegemoetkoming te verstrekken voor degenen die geconfronteerd worden met een verlaging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering als gevolg van de herbeoordelingsoperatie. Nu het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres in 2005 (uiteindelijk) niet is verlaagd, heeft eiseres de gevolgen van de herbeoordelingsoperatie pas voor het eerst ondervonden in 2008 toen haar arbeidsongeschiktheidspercentage wel werd verlaagd. Eiseres zoekt steun voor haar standpunt in een uitspraak van de rechtbank Zwolle van 1 april 2008, LJN: BC8943.

Tot slot heeft eiseres zich op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit strijdig is met het motiveringsbeginsel, aangezien verweerder te snel voorbij is gegaan aan de argumenten van eiseres.

Verweerder heeft hoger beroep ingesteld tegen de door eiseres genoemde uitspraak van de rechtbank Zwolle en heeft de gronden van het hoger beroep toegevoegd aan de stukken in de onderhavige procedure. Ter zitting van de rechtbank heeft verweerder toegelicht dat het hoger beroep is ingetrokken omdat alsnog een volledige WAZ-uitkering is toegekend aan de eiseres in de ‘Zwolse’ zaak. Verweerder houdt onverkort vast aan het standpunt inzake de TRI-uitkering zoals ingenomen in de desbetreffende zaak.

2.3 Op grond van artikel 34, vierde lid, van de WAO moet verweerder ten aanzien van personen die na 1 juli 1954 zijn geboren, op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald tijdstip bezien of er in verband met wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid gronden zijn voor herziening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het tijdstip kan voor verschillende groepen van personen verschillend worden vastgesteld.

Artikel 1, eerste lid, van het Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten stelt het tijdstip, bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de WAO, ten aanzien van personen geboren op of na 1 juli 1956 vast op: een tijdstip gelegen in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 31 december 2006.

Artikel 1, aanhef en onder c, van de TRI bepaalt dat onder herbeoordeelde wordt verstaan: de persoon wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is verlaagd of ingetrokken als gevolg van de toepassing van artikel 34, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 35, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 28, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten alsmede de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is verlaagd of ingetrokken.

In artikel 2 van de TRI is bepaald dat verweerder op aanvraag vaststelt of recht op een tegemoetkoming (TRI-uitkering) bestaat.

De inleidende zin van de toelichting op de TRI (Staatscourant 15 december 2004, nr. 242, p. 30) luidt als volgt: “Deze regeling voorziet in een tijdelijke tegemoetkoming voor bepaalde arbeidsongeschikten die door een herbeoordeling in het kader van de zogenaamde herbeoordelingsoperatie een lager arbeidsongeschiktheidspercentage hebben gekregen.”

2.4 In geding is de vraag of verweerder terecht heeft besloten de aanvraag om een tegemoetkoming TRI af te wijzen.

De rechtbank stelt voorop dat naar haar oordeel slechts één herbeoordeling kan worden aangemerkt als herbeoordeling in het kader van artikel 34, vierde lid, van de WAO. Anders dan de rechtbank Zwolle leidt deze rechtbank uit de formulering “een herbeoordeling” (in plaats van “de herbeoordeling”) in de toelichting op de TRI niet af dat er meer dan één eenmalige herbeoordeling kan plaatsvinden. Overigens wordt elders in toelichtingen op regelgeving inzake de TRI-uitkering juist gesproken over “de herbeoordeling”, zoals in de toelichting op de Regeling uitbreiding doelgroep verlenging tegemoetkoming TRI (Stcrt. 29 juni 2007, nr. 123, p. 16). Het eenmalige karakter van de herbeoordeling wordt daarnaast onderstreept door de naam van het Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten en door de omstandigheid dat herbeoordeling moet plaatsvinden op een tijdstip in een vastgestelde periode.

Van doorslaggevend belang acht de rechtbank echter dat artikel 34, vierde lid, van de WAO verweerder opdraagt een herbeoordelingsoperatie uit te voeren waarmee wordt beoogd de terugkeer van mensen met arbeidsbeperkingen naar werk te bevorderen. Voor deze herbeoordelingsoperatie is een periode van enkele jaren uitgetrokken. Dit betekent dat op een gegeven moment alle uitkeringsgerechtigden hun eenmalige herbeoordeling moeten hebben ondergaan en dat alle volgende herbeoordelingen zogeheten professionele of overige herbeoordelingen betreffen.

2.5 Tussen partijen staat vast, en ook de rechtbank gaat daarvan uit, dat het aangepaste Schattingsbesluit het toetsingskader heeft gevormd voor de herbeoordeling van eiseres in 2005. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat deze herbeoordeling moet worden aangemerkt als de eenmalige herbeoordeling als bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de WAO.

Op grond van artikel 1, aanhef en onder c, van de TRI kan een TRI-uitkering slechts worden toegekend als de verlaging of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering het gevolg is van de toepassing van – voor zover hier van belang – artikel 34, vierde lid, van de WAO. Daarom had alleen de herbeoordeling van eiseres in 2005 tot toekenning van een TRI uitkering kunnen leiden. Aanvankelijk is daadwerkelijk een TRI-uitkering aan eiseres toegekend, maar deze is teruggedraaid (verrekend) toen eiseres in het besluit op bezwaar van 13 juni 2007 alsnog op grond van het aangepaste Schattingsbesluit 80 tot 100% arbeidsongeschikt werd geacht.

Omdat – zoals hiervoor overwogen – slechts één herbeoordeling in het kader van artikel 34, vierde lid, van de WAO kan plaatsvinden, is de herbeoordeling van eiseres in 2008 een ‘overige herbeoordeling’ geweest, die niet tot toekenning van een TRI-uitkering kan leiden. Om diezelfde reden kan het standpunt van eiseres dat een TRI-uitkering kan worden verstrekt naar aanleiding van elke herbeoordeling waarbij de verlaging of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering het gevolg is van toepassing van het gewijzigde schattingsbesluit, niet worden gevolgd.

2.6 Gelet op de hiervoor opgenomen overwegingen heeft verweerder terecht besloten de aanvraag tegemoetkoming TRI af te wijzen. Verweerder is in het bestreden besluit voldoende ingegaan op de bezwaren van eiseres, zodat het standpunt van eiseres dat het bestreden besluit lijdt aan een motiveringsgebrek, niet kan slagen.

Dat betekent dat het beroep ongegrond is.

2.7 Nu het beroep ongegrond wordt verklaard, ziet de rechtbank geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door mr. E.S.M. van Bergen, voorzitter, mr. J.G.M. Wouters en mr. D.H. Hamburger, rechters, en ondertekend door de voorzitter en mr. P. Oudkerk, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2009

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De termijn daarvoor bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op: