Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2009:BK4856

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
01-12-2009
Datum publicatie
01-12-2009
Zaaknummer
800628-09 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op 20 juni 2009 heeft S. in Sint Willebrord een groep mensen die bijeen was om een verjaardag te vieren bedreigd en twee leden van die groep mishandeld. Dat S. uit het niets angst en paniek heeft veroorzaakt rekent de rechtbank hem zwaar aan. Die dag heeft een enorme impact gehad op de slachtoffers en hun naasten. De rechtbank veroordeelt S. tot een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Ook moet hij de slachtoffers schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 800628-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 december 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Thomas, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 november 2009, waarbij de officier van justitie, mr. Gimbrère, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: een aantal personen aanwezig in de tui[adres] op 20 juni 2009 heeft bedreigd en

feit 2: op 20 juni 2009 [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft mishandeld.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bewoners en bezoekers van de [adres] heeft bedreigd en zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] heeft mishandeld. Zij baseert zich daarbij op de aangiften en verklaringen van de slachtoffers.

4.2 Het standpunt van de verdediging

Ook de verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van de tenlastegelegde feiten. Wel wijst de verdediging er op dat verdachte naar eigen zeggen eerst bijna werd aangereden door de auto van [naam chauffeur] en dat hij daardoor geagiteerd raakte. Verdachte zou voorts op enig moment door de hele groep zijn aangevallen. Hij wilde zich aan die situatie onttrekken en heeft daarom de heer [slachtoffer 2] weggeduwd. De verdediging geeft aan dat de heer [slachtoffer 2] zich afzijdig had kunnen houden. Ook letsel of pijn van de heer [slachtoffer 2] veroorzaakt door de duw van verdachte is niet aangetoond. [slachtoffer 1] is weliswaar geslagen, maar zijn verwondingen zijn niet door een arts bevestigd.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 20 juni 2009 werd een verjaardag gevierd aan de [adres] . Verdachte, die in die straat liep, sloeg met zijn hand op een auto waarin een aantal feestgangers zat en schreeuwde naar de inzittenden van die auto. De echtgenoot van de bestuurster [naam chauffeur], [slachtoffer 1], kwam daarop aangerend en probeerde verdachte tot kalmte te manen. Hij werd door verdachte vol in het gezicht gestompt. Er ontstond een gevecht tussen verdachte en [slachtoffer 1]. Daarbij werd [slachtoffer 1] meerdere malen met gebalde vuist in het gezicht geslagen door verdachte. Dit deed pijn en hij raakte gewond aan zijn gezicht . Familieleden van [slachtoffer 1] kwamen erbij en probeerden verdachte en [slachtoffer 1] uit elkaar te halen . Er werd gevochten en geduwd . [slachtoffer 2], de grootvader van de jarige, kreeg daarbij een duw van verdachte en viel op de grond . Verdachte kon wegkomen en maakte schietgebaren naar de groep onder andere bestaande uit [initialen] [naam chauffeur] , [naam bezoeker] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 5] en [initialen].[slachtoffer 2] . Hij riep daarbij: “Wacht maar, ik maak jullie allemaal kapot” . Even later kwam hij teruggelopen naar de groep met twee messen zichtbaar in zijn handen . Met deze messen maakte hij dreigende bewegingen en stak hij in op de poort van de woning [adres] . Toen hij voor de poort stond heeft hij nog tegen [slachtoffer 6] gezegd: “Ik schiet je kapot. Ik maak je af” .

De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen. Er liggen meerdere aangiften van slachtoffers. Die verklaringen zijn consistent en ondersteunen elkaar. De slachtoffers hebben zich door de uitingen en gedragingen van verdachte bedreigd gevoeld. De verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 17 november 2009 strookt, althans voor wat betreft het insteken op de poort met een mes, met deze aangiften. Ook heeft verdachte aangegeven die avond kwaad te zijn geweest en geroepen te hebben .

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank het volgende. Vast staat dat verdachte [slachtoffer 1] meermalen met gebalde vuist heeft geslagen en dat dit pijnlijk was. Het door [naam chauffeur] en [slachtoffer 1] vermelde letsel van [slachtoffer 1] strookt met hetgeen over de vechtpartij is verklaard. Ook verdachte geeft aan dat er een worsteling is geweest. De rechtbank acht derhalve de mishandeling van [slachtoffer 1] waardoor hij letsel en pijn heeft ondervonden wettig en overtuigend bewezen.

[slachtoffer 2] werd door verdachte weggeduwd tijdens de vechtpartij. [slachtoffer 2], een oudere man die met een kruk liep, is daarbij achterover op de grond gevallen. Het is een feit van algemene bekendheid dat een val buiten op straat op de grond pijn doet. De val van [slachtoffer 2] was het gevolg van de duw van verdachte. Door [slachtoffer 2] te duwen heeft verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij zou vallen en heeft verdachte die kans blijkbaar op de koop toe genomen. Ook voor de bewezenverklaring van de mishandeling van [slachtoffer 2] acht de rechtbank derhalve voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig. Het feit dat [slachtoffer 2] zich wellicht afzijdig had kunnen houden doet daar niet aan af.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 20 juni 2009 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

[initialen] [naam chauffeur] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4]

en [slachtoffer 5] en [initialen].[slachtoffer 2] en [bezoeker]

en een bezoekers aanwezig in de tuin en/of een aanwezige op [adres] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

immers heeft/is verdachte opzettelijk dreigend

- bewegingen gemaakt alsof hij een pistool had en/of deze dreigend

de woorden toegevoegd : "ik maak je af en/of ik schiet je kapot en/of wacht maar, ik maak jullie allemaal kapot”, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en/of vervolgens

- twee messen, ter hand genomen en

- deze voorwerpen dreigend getoond aan een of meer hiervoor genoemde

personen en

- met deze voorwerpen naar en/of in de richting van een of meer van

deze personen gelopen en

- met deze voorwerpen in een poort behorende bij het perceel

Rozenkransstraat 42 gestoken;

2.

op 20 juni 2009 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer 1]

meermalen tegen het lichaam heeft gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn

heeft ondervonden;

en

op 20 juni 2009 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer 2] tegen het lichaam heeft geduwd, waardoor deze pijn

heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van

7 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De officier van justitie acht het opleggen van een verplicht reclasseringscontact niet opportuun.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging wijst op het eigen aandeel van de slachtoffers. Verdachte geeft aan dat hij eerst bijna van zijn sokken werd gereden voordat hij door het lint ging. De verdediging acht de vordering van de officier van justitie niet onredelijk. Wel acht de verdediging een verplicht reclasseringstoezicht zinvol. De verdediging verzoekt primair een werkstraf met een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Indien de rechtbank toch een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt verzoekt de verdediging de duur daarvan beperkt te houden tot hoogstens 90 dagen zodat elektronische detentie tot de mogelijkheden behoort.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft op 20 juni 2009 een groep mensen die bijeen was om een verjaardag te vieren bedreigd en twee personen van die groep mishandeld. Vlak na de mishandeling is de heer [slachtoffer 2] overleden aan hartfalen. Die dag heeft een enorme impact gehad op de slachtoffers en hun naasten, zoals ook naar voren kwam in de slachtofferverklaring die namens de familie op de zitting is voorgedragen. De rechtbank realiseert zich dat ook het overlijden van de heer [slachtoffer 2] een grote invloed heeft gehad, maar dat feit wordt verdachte strafrechtelijk niet aangerekend.

Nergens wordt bevestigd dat aan de feiten een bijna-aanrijding van verdachte of een dreiging voor verdachte voorafging. Verdachte heeft uit het niets op grove wijze angst en paniek veroorzaakt, zo blijkt uit de stukken. Dit rekent de rechtbank hem zwaar aan. Te meer omdat uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij meermalen is veroordeeld voor geweldsdelicten en bedreiging. Deze eerdere veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden wederom personen te bedreigen en te mishandelen. Dat verdachte verklaart dat hij dronken en agressief was omdat hij privé-moeilijkheden had, doet aan de ernst van de feiten niet af.

Ten voordele van verdachte weegt mee dat verdachte sinds een aantal maanden werk heeft. Ook weegt de rechtbank mee dat verdachte bereid is om zich te laten behandelen door Novadic-Kentron. Verdachte heeft bovendien aangegeven bereid te zijn tot een gesprek met de slachtoffers. De vordering van de officier van justitie zal de rechtbank dan ook enigszins matigen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten 90 dagen voorwaardelijk op te leggen. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De voorwaardelijke straf maakt een verplichte begeleiding door Novadic-Kentron mogelijk. De rechtbank maakt zich zorgen over het agressieve en ongecontroleerde gedrag van verdachte en acht daarom, anders dan de officier van justitie, langdurige begeleiding door deze instelling noodzakelijk. De begeleiding dient plaats te vinden zolang de instelling dit nodig acht. Daarom zal de rechtbank een proeftijd van 3 jaren opleggen.

7 De benadeelde partij

Als benadeelde partijen hebben zich gevoegd [slachtoffer 5], [initialen].[slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6]. De vorderingen zijn ingediend vanwege geleden immateriële schade. De rechtbank zal de vorderingen toewijzen, omdat deze haar als redelijk voorkomen en voldoende onderbouwd zijn. Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd. Tijdens de zitting heeft verdachte verklaard bereid te zijn om de vorderingen te voldoen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57, 285, 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 2: mishandeling, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd zolang Novadic-Kentron dit nodig acht, moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Novadic-Kentron;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij

- [slachtoffer 5], [adres], van € 600,= ter zake van immateriële schade;

- [initialen].[slachtoffer 2], [adres], van € 600,= ter zake van immateriële schade;

- [slachtoffer 6], [adres], van € 450,= ter zake van immateriële schade;

- [slachtoffer 3], [adres], van € 350,= ter zake van immateriële schade;

- voor ieder der benadeelde partijen vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf

20 juni 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 5], € 600,=, 12 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [initialen].[slachtoffer 2], € 600,=, 12 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 6], € 450,=, 9 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 3], € 350,=, 7 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen vervalt en omgekeerd;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Schotanus en mr. Prenger, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Triest, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 december 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op meerdere althans een tijdstip(pen) op of omstreeks 20 juni 2009 te Sint

Willebrord, gemeente Rucphen,

[initialen] [naam chauffeur] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5] en/of [initialen].[slachtoffer 2] en/of [bezoeker]

en/of een of meer andere bewoners en/of bezoekers aanwezig in de tuin en/of

een woning en/of gelegen [adres] en/of aanwezigen op [adres] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft/is verdachte opzettelijk dreigend

- bewegingen gemaakt alsof hij een pistool had en/of (daarbij) deze dreigend

de woorden toegevoegd : "Ik maak je kapot en/of ik maak je af en/of ik schiet

je kapot en/of wacht maar, ik maak jullie allemaal kapot”, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en/of vervolgens

- twee, althans een zwaard(en) en/of mes(sen),in elk geval (een) scherp(e)

en/of puntig(e) voorwerp(en) ter hand genomen en/of

- dit/deze voorwerp(en) dreigend getoond aan een of meer hiervoor genoemde

personen en/of

- met dit/deze voorwerp(en) naar en/of in de richting van een of meer van

deze personen gelopen en/of

- met dit/deze voorwerp(en) in een poort/deur behorende bij het perceel

Rozenkransstraat 42 gestoken

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 20 juni 2009 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

opzettelijk mishandelend een perso(o)n(en) (te weten [slachtoffer 1] en/[slachtoffer 2], meermalen, althans eenmaal op/tegen het lichaam heeft geslagen/

gestompt en/of geduwd, waardoor deze letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn

heeft/hebben ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht