Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2009:BK3578

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
13-11-2009
Datum publicatie
18-11-2009
Zaaknummer
625648-09 [P
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

"art. 5 WVW. Gevaar op de weg veroorzaakt. Een aanhanger is losgekomen van een vrachtwagen en in botsing gekomen met een aantal auto's, waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen. Vrijspraak voor artikel 6 WVW"

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2010, 36

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 625648-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 november 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Th. Ten Velde, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 oktober 2009, waarbij de officier van justitie, mr. De Hollander, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair

met zijn vrachtauto een ongeval heeft veroorzaakt doordat een van zijn vrachtauto losgeraakte aanhangwagen tegen een voertuig, bestuurd door [slachtoffer 1] en tegen een voertuig bestuurd door de heer [slachtoffer 2] is gereden, waardoor [slachtoffer 2] werd gedood en waarna mevrouw [slachtoffer 3] tegen de losgeraakte aanhangwagen is gereden;

subsidiair

dat verdachte met zijn vrachtauto met aanhangwagen is gaan rijden, terwijl die aanhangwagen onvoldoende deugdelijk was gekoppeld en zonder dat verdachte zich voldoende ervan had vergewist dat die aanhangwagen deugdelijk was gekoppeld, waardoor gevaar op de weg werd veroorzaakt.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht niet bewezen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 en verzoekt de rechtbank verdachte daarom van het primair ten laste gelegde vrij te spreken.

Niet kan worden vastgesteld, dat verdachte in hoge of aanzienlijke mate onvoorzichtig of onachtzaam heeft gehandeld. Het feit dat verdachte de controlestift niet heeft gecontroleerd om te zien of de pen was geborgd, maakt dit niet anders. Deze (enkele) verkeersfout levert niet de voor bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde vereiste mate van schuld op.

De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met zijn vrachtauto met aanhangwagen is gaan rijden, terwijl die aanhangwagen onvoldoende deugdelijk was gekoppeld en zonder dat verdachte voorafgaand aan het rijden zich voldoende ervan had vergewist dat die aanhangwagen deugdelijk was gekoppeld, waardoor gevaar op de weg werd veroorzaakt, zoals subsidiair ten laste is gelegd.

De officier van justitie baseert zich daarbij op de verklaringen van verdachte afgelegd bij de politie en ter zitting, alsmede op het technisch rapport.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit. Er is voldoende reden voor twijfel omtrent de toedracht van het ongeval. Verdachte heeft geen fout gemaakt waardoor een reële kans op gevaar bestond. Verdachte heeft de wagen correct en handmatig gekoppeld en zich er van vergewist dat de aanhanger correct was gekoppeld. Indien sprake zou zijn van het verwijt dat verdachte zulks onvoldoende heeft gecontroleerd, dan geldt dat een enkele fout niet leidt tot de conclusie dat aanmerkelijk onvoorzichtig is gehandeld.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt de volgende feitelijke gang van zaken vast.

Op maandag 10 november 2008 vond er op de Burgemeester Bechtweg te Tilburg een ongeval plaats . Verdachte reed met een vrachtauto, merk Volvo, met daarachter een meerassige aanhangwagen van het merk Fruehauf op deze weg, toen ter hoogte van een

- gezien de rijrichting van verdachte - naar rechts verlopende bocht in die weg de aanhangwagen is losgeraakt van de vrachtauto . Ten gevolge van dat losraken is de aanhangwagen – gezien de rijrichting - naar links op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen , waarbij de aanhangwagen een aanrijding veroorzaakte met de personenauto, merk Seat, bestuurd door [slachtoffer 1] . Vervolgens is de aanhangwagen over de linkerzijde van de personenauto, merk Peugeot bestuurd door [slachtoffer 2] gereden , waarbij [slachtoffer 2] werd gedood . Uiteindelijk is de aanhangwagen tegen een personenauto, merk Honda, bestuurd door [slachtoffer 3] gereden en tenslotte tegen de – gezien de rijrichting – links van de weg staande vangrail gebotst en tot stilstand gekomen .

De politie heeft een onderzoek ingesteld naar de toedracht van het verkeersongeval .

Omtrent de vermoedelijke toedracht wordt gerapporteerd dat uit het technisch onderzoek is gebleken dat de vangmuilkoppeling goed functioneerde en dat de afstandbediening van de vangmuilkoppeling en de bevestiging ervan gebreken vertoonden, die niet waren ontstaan ten gevolge van het ongeval.

Het wordt, gelet op deze bevindingen, zeer waarschijnlijk geacht dat tijdens het aankoppelen van de aanhangwagen, in eerste instantie de afstandbediening is gebruikt en dat hierdoor de hevel in de bovenste stand is blijven staan. Uit onderzoek is geconstateerd dat op deze wijze de vangmuilkoppeling niet te openen was. Ten gevolge hiervan was de hevel van de afstandbediening voor de bedieningshandel van de vangmuilkoppeling blijven staan. Hierdoor kon tijdens het aankoppelen de bedieningshandel niet naar voren worden bewogen doordat deze werd tegengehouden door de hevel van de afstandsbediening. Het gevolg was dat de koppelpen niet volledig naar beneden kon worden bewogen en niet werd geborgd. Vermoedelijk is door de wippende beweging van de trekstang op de koppelpen, de koppelpen omhoog bewogen, waardoor de aanhangwagen los is gekomen van de motorwagen .

De rechtbank neemt deze bevindingen uit het rapport over omdat ze naar het oordeel van de rechtbank passend zijn bij wat feitelijk is gebeurd – immers de aanhangwagen is losgeschoten – en van een andere mogelijkheid waardoor de aanhangwagen kon losraken niet is gebleken. De rechtbank concludeert aldus dat de koppelpen niet volledig naar beneden is bewogen en niet werd geborgd en dat aldus de aanhangwagen onvoldoende deugdelijk gekoppeld was aan de bedrijfswagen en kon losraken.

Verdachte heeft ter zitting van 30 oktober 2009 verklaard, dat hij zich niet kan herinneren dat hij de borgpen niet heeft gecontroleerd en legt hierbij uit dat het een automatisme is, net als ’s avonds thuis de deuren op slot doen. Verdachte heeft echter eerder bij de politie verklaard dat hij de borgpen niet meer heeft gecontroleerd en de rechtbank zal hem aan die verklaring houden, nu deze kort na het ongeval is afgelegd.

Het verwijt dat verdachte daarom gemaakt kan worden is dat hij met de aanhangwagen is gaan rijden terwijl die onvoldoende was gekoppeld aan de bedrijfswagen en dat hij zich er onvoldoende van heeft vergewist - namelijk door de controlestift van de koppelpen van de vangmuilkoppeling te controleren – dat de aanhangwagen deugdelijk aan de vrachtauto was gekoppeld.

De vraag die de rechtbank gelet op het primair ten laste gelegde, te weten het zich zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waarbij een ander is omgekomen, dient te beantwoorden, is of verdachte schuld heeft aan dit ongeval en, indien die vraag bevestigend dient te worden beantwoord, in welke mate. Het antwoord op die vraag is afhankelijk van het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst van die gedragingen en de overige omstandigheden van het geval. Van belang is of gesproken kan worden van verwijtbaar verkeersgedrag en wat in dit verband door de rechtbank kan worden vastgesteld op grond van de stukken die zich in het dossier bevinden.

Volgt uit het gegeven dat verdachte de borgpen niet heeft gecontroleerd nu dat hij zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 heeft plaatsgevonden? De rechtbank oordeelt van niet. Weliswaar is sprake van een (verkeers)fout van verdachte met zeer ernstige gevolgen, maar deze enkele onoplettendheid van verdachte bij een, naar de rechtbank aanneemt, voor hem als vrachtwagenchauffeur gedurende 30 jaar routineuze handeling, is onvoldoende om (aanmerkelijke) schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 te kunnen aannemen en de rechtbank zal verdachte dan ook van het primair ten laste gelegde vrijspreken.

Het subsidiair ten laste gelegde kan naar het oordeel van de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen worden, op grond van de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen.

Door de controlestift van de koppelpen niet te controleren voorafgaande aan het rijden en door zich er onvoldoende van te vergewissen dat de aanhangwagen deugdelijk was gekoppeld, is sprake geweest van gevaarscheppend gedrag door verdachte.

De verdediging heeft hieromtrent nog aangevoerd, dat het maar de vraag is of het niet controleren van de controlestift van de koppelpen de aanleiding van het ongeval is geweest. Zij stelt, dat het immers goed mogelijk is dat de stift wel was geborgd toen verdachte wegreed, maar dat dit niet meer te controleren valt. De rechtbank verwerpt dit verweer, gelet op hetgeen zij hierboven heeft opgemerkt over de toedracht van het ongeval.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 10 november 2008, te Tilburg, als bestuurder van een

motorrijtuig (vrachtauto, Volvo, waarmede een meerassige aanhangwagen

(Fruehauf) werd voortbewogen), op de weg, de Burgemeester Bechtweg,

met dat motorrijtuig (vrachtauto, Volvo), waarmede die meerassige

aanhangwagen (Fruehauf) werd voortbewogen, is gaan rijden, zulks terwijl die

meerassige aanhangwagen onvoldoende deugdelijk was gekoppeld aan dat

trekkende motorrijtuig (vrachtauto, Volvo) en zonder dat hij, verdachte,

voorafgaand aan het rijden met dat motorrijtuig zich voldoende ervan had

vergewist, dat die genoemde meerassige aanhangwagen deugdelijk en/of met

borging door de controlestift van de koppelpen van de vangmuil-koppeling,

aan dat motorrijtuig (vrachtauto) was gekoppeld/bevestigd,

waardoor op enig moment, gekomen ter hoogte van een, in die weg, gelegen,

gezien zijn, verdachte's, rijrichting, "naar rechts" verlopende bocht in die

weg, die aanhangwagen is losgeraakt van dat door hem, verdachte, bestuurde

motorrijtuig (vrachtauto, Volvo),

waarna, die losgeraakte aanhangwagen, gezien de rijrichting, "naar links",

op de rijstrook van die weg, bestemd voor het tegemoetkomende verkeer is

geraakt en vervolgens

- tegen een, op laatstgenoemde rijstrook van die weg rijdend, motorrijtuig

(personenauto, Seat, bestuurd door: [slachtoffer 1]) is gereden

En vervolgens

- tegen een, eveneens op die rijstrook rijdend, motorrijtuig (personenauto,

Peugeot, bestuurd door: [slachtoffer 2]) is gereden

en waarna vervolgens

- de bestuurster (genaamd: [slachtoffer 3]) van een motorrijtuig (personenauto,

Honda), tegen die losgeraakte aanhangwagen is gereden

En tenslotte

- die aanhangwagen, tegen de, gezien de rijrichting, "links" langs die

rijstrook van die weg staande vangrail is gebotst en tot stilstand

is gekomen,

waarbij de bestuurder (genaamd: [slachtoffer 2]) van genoemd motorrijtuig

(personenauto, Peugeot) werd gedood,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

en het verkeer op die weg werd gehinderd.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een geldboete van € 500,=, alsmede een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat indien de rechtbank een straf wil opleggen dit dan vooral een symbolische vorm dient te hebben.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is op 10 november 2008 met zijn vrachtwagen met aanhanger richting de A65 te Tilburg gereden. Op de Burgemeester Bechtweg is de aanhanger losgeraakt van de motorwagen en is die aanhangwagen van de rechterrijstrook naar de linkerrijstrook gereden. Hierbij is de aanhangwagen over de linkerzijde van de Peugeot, bestuurd door [slachtoffer 2], gereden, waarbij [slachtoffer 2] werd gedood.

Het ongeval is voor de nabestaanden een zeer ingrijpende gebeurtenis geweest. Op verdachte heeft het ongeval, zoals op zitting is gebleken, een grote impact gehad, waar hij nog lang last van zal hebben. Immers, als beroepschauffeur begeeft hij zich vrijwel dagelijks op de weg. De rechtbank houdt hier rekening mee bij de bepaling van de straf.

Verdachte heeft een blanco strafblad. Hoewel verdachte al ruim 30 jaar als beroepschauffeur in het transport werkzaam is, heeft hij geen documentatie op verkeersgebied. De rechtbank zal ook dit gegeven meenemen bij de bepaling van de straf.

De fatale consequenties van het handelen van verdachte zijn te ernstig om te volstaan met geen of een geheel voorwaardelijke straf zoals de verdediging heeft verzocht.

Het voorgaande geeft de rechtbank aanleiding aan te sluiten bij de door de officier van justitie gevorderde geldboete, nu bij die vordering ook rekening is gehouden met voornoemde omstandigheden.

Een voorwaardelijk ontzegging van bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, acht de rechtbank in dit geval niet passend. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat verdachte in de toekomst nogmaals in de fout zou gaan.

De rechtbank zal volstaan met het opleggen van een geldboete van € 500,= aan verdachte.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [naam slachtoffer 2] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 288.729,35 terzake van dit feit.

De rechtbank acht de vordering niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177, 178 en 188 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 500,=;

- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 10 dagen;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

Dit vonnis is gewezen door mr. Schotanus, voorzitter, mr. Scheffers en mr. Zuidema, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Rooijen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 november 2009.

Mr. Zuidema is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Primair

hij, op of omstreeks 10 november 2008, te Tilburg, als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto, Volvo), waarmede een

meerassige aanhangwagen (Fruehauf) werd voortbewogen), daarmede rijdende over

de weg, de Burgemeester Bechtweg,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval in hoge, althans

aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of

ondeskundig,

met dat motorrijtuig (vrachtauto, Volvo), waarmede die meerassige

aanhangwagen werd voortbewogen, te gaan rijden, zulks terwijl die genoemde

meerassige aanhangwagen onvoldoende deugdelijk was gekoppeld aan dat

(trekkende) motorrijtuig (vrachtauto, Volvo) en/of zonder dat hij, verdachte,

voorafgaand aan het rijden met dat motorrijtuig, zich (voldoende) ervan had

vergewist, dat die genoemde meerassige aanhangwagen deugdelijk en/of met

borging door de controlestift van de koppelpen van de (vangmuil-)koppeling,

aan dat motorrijtuig (vrachtauto) was gekoppeld/bevestigd,

waardoor, op enig moment, tijdens het rijden over voormelde weg, die

Burgemeester Bechtlaan, ter hoogte van een, gezien zijn, verdachte's,

rijrichting, "naar rechts" verlopende bocht in die weg, die aanhangwagen

(Fruehauf) is losgeraakt van dat (trekkende) motorrijtuig (vrachtauto, Volvo),

waarna, die (losgeraakte) aanhangwagen, gezien de rijrichting, "naar links",

op de rijstrook van die weg, bestemd voor het tegemoetkomende verkeer is

geraakt

en/of (vervolgens)

- tegen een, op laatstgenoemde rijstrook van die weg rijdend, motorrijtuig

(personenauto, Seat, bestuurd door: [slachtoffer 1]) is gebotst/gereden

en/of (vervolgens)

- tegen een, eveneens op die rijstrook rijdend, motorrijtuig (personenauto,

Peugeot, bestuurd door: [slachtoffer 2]) is gebotst/gereden

en/of waarna (vervolgens)

- de bestuurster (genaamd: [slachtoffer 3]) van een motorrijtuig (personenauto,

Honda), tegen die losgeraakte aanhangwagen is gebotst/gereden

en/of (tenslotte)

- die aanhangwagen, tegen de, gezien de rijrichting, "links" langs die

rijstrook van die weg staande vangrail is gebotst/gereden en/of (gedeeltelijk

gekanteld) tot stilstand is gekomen,

waardoor de bestuurder (genaamd: [slachtoffer 2]) van genoemd motorrijtuig

(personenauto, Peugeot) werd gedood,

Art 6 Wegenverkeerswet 1994

Subsidiair

hij, op of omstreeks 10 november 2008, te Tilburg, als bestuurder van een

motorrijtuig (vrachtauto, Volvo, waarmede een meerassige aanhangwagen

(Fruehauf) werd voortbewogen), op de weg, de Burgemeester Bechtweg,

met dat motorrijtuig (vrachtauto, Volvo), waarmede die meerassige

aanhangwagen (Fruehauf) werd voortbewogen, is gaan rijden, zulks terwijl die

meerassige aanhangwagen onvoldoende deugdelijk was gekoppeld aan dat

(trekkende) motorrijtuig (vrachtauto, Volvo) en/of zonder dat hij, verdachte,

voorafgaand aan het rijden met dat motorrijtuig zich (voldoende) ervan had

vergewist, dat die genoemde meerassige aanhangwagen deugdelijk en/of met

borging door de controlestift van de koppelpen van de (vangmuil-)koppeling,

aan dat motorrijtuig (vrachtauto) was gekoppeld/bevestigd,

waardoor op enig moment, gekomen ter hoogte van een, in die weg, gelegen,

gezien zijn, verdachte's, rijrichting, "naar rechts" verlopende bocht in die

weg, die aanhangwagen is losgeraakt van dat door hem, verdachte, bestuurde

motorrijtuig (vrachtauto, Volvo),

waarna, die (losgeraakte) aanhangwagen, gezien de rijrichting, "naar links",

op de rijstrook van die weg, bestemd voor het tegemoetkomende verkeer is

geraakt

en/of (vervolgens)

- tegen een, op laatstgenoemde rijstrook van die weg rijdend, motorrijtuig

(personenauto, Seat, bestuurd door: [slachtoffer 1]) is gebotst/gereden

en/of (vervolgens)

- tegen een, eveneens op die rijstrook rijdend, motorrijtuig (personenauto,

Peugeot, bestuurd door: [slachtoffer 2]) is gebotst/gereden

en/of waarna (vervolgens)

- de bestuurster (genaamd: [slachtoffer 3]) van een motorrijtuig (personenauto,

Honda), tegen die losgeraakte aanhangwagen is gebotst/gereden

en/of (tenslotte)

- die aanhangwagen, tegen de, gezien de rijrichting, "links" langs die

rijstrook van die weg staande vangrail is gebotst/gereden en/of tot stilstand

is gekomen,

waarbij de bestuurder (genaamd: [slachtoffer 2]) van genoemd motorrijtuig

(personenauto, Peugeot) werd gedood,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994