Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2009:BK2030

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
200105 - HA ZA 09-295
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

wanprestatie levensverzekeraar door verstrekken onjuiste/onvolledige informatie over fiscale belastbaarheid uit te keren som. Causaal verband; schade niet als gevolg van fout toe te rekenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAV 2010, 18

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

team handelsrecht

zaaknummer / rolnummer: 200105 / HA ZA 09-295

Vonnis van 4 november 2009

in de zaak van

1. [eiser],

wonende te Goirle,

2. [eiseres],

wonende te Goirle,

eisers,

advocaat mr. A.C. van Schaick,

tegen

de naamloze vennootschap

REAAL LEVENSVERZEKERINGEN NV,

gevestigd te Alkmaar,

gedaagde,

advocaat mr. S.W. Polak.

Partijen zullen hierna Van [eisers] c.s. en Reaal genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 mei 2009 en de daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van de op 2 juli 2009 gehouden comparitie;

- de conclusie van repliek met twee producties;

- de conclusie van dupliek met een productie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Van [eisers] c.s. vorderen samengevat – uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Reaal tot betaling van eur 146.207,01, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten ex artikel 6:96 lid 2 BW. Voorts vorderen zij veroordeling van Reaal in de kosten van de procedure.

2.2. Reaal voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken en/of op grond van de onbestreden inhoud van overgelegde producties het volgende vast:

Op 17 november 1987 hebben Van [eisers] c.s. met Hooge Huys Levensverzekeringen N.V., de rechtsvoorgangster van Reaal (hierna wordt ook Hooge Huys “Reaal” genoemd), een levensverzekering (kapitaalverzekering) afgesloten op het leven van Van [eisers]-[H] (polisnr. 1106085035). Ingevolge deze verzekering diende Reaal op 17 december 2008 (einddatum) een bepaald bedrag uit te keren als van [eisers]-[H] alsdan nog in leven zou zijn, dan wel diende zij terstond een bedrag uit te keren als Van [eisers]-[H] eerder zou overlijden. De verzekering bevatte een lijfrenteclausule, ingevolge waarvan het op de einddatum uit te keren bedrag kan worden aangewend als koopsom voor lijfrenteverzekeringen.

?Op 13 november 2001 was op de polis geen premie meer verschuldigd.

Op 7 mei 2002 hebben Van [eisers] c.s. Reaal verzocht om informatie over de belastbaarheid van het op de einddatum uit te keren bedrag in het geval zij zouden emigreren. Bij brief van 5 juni 2002 heeft Reaal aan Van [eisers] c.s., voor zover hier van belang, medegedeeld:

“(…) Op basis van de huidige wetgeving geldt, voor alle pré-Brede Herwaardering verzekeringen, waarop na 1-1-2001 geen premie meer is betaald, dat deze na emigratie belastingvrij zijn. Nederland zal hier niet over heffen. Ook niet, indien na emigratie de verzekering wordt afgekocht. (…)”

?Op 12 juni 2003 hebben Van [eisers] c.s. Reaal nog eens verzocht om informatie over de belastbaarheid van de uitkering bij emigratie naar Mexico. Reaal heeft Van [eisers] c.s. hierop bij brief van 12 juni 2003 in identieke bewoordingen medegedeeld dat geen belasting verschuldigd is.

Op 18 juni 2003 hebben Van [eisers] c.s. voor 2.700.000 Mexicaanse pesos (MXN) een woning in Chiluca, Mexico gekocht, welke woning in augustus 2003 geleverd is. De notariskosten en belasting ter verkrijging van het huis bedroegen MXN 96.845,00. Daarnaast hebben Van [eisers] c.s. kosten gemaakt voor schilderwerk en reparaties aan het huis.

In de loop van 2006 is bij Van [eisers] c.s. twijfel gerezen over de juistheid van de mededelingen van Reaal omtrent de belastbaarheid van het uit te keren bedrag, hetgeen zij op 9 augustus 2006 aan Reaal kenbaar hebben gemaakt. Bij brief van 14 augustus 2006 heeft Reaal in grote lijnen bevestigd hetgeen zij eerder had medegedeeld, namelijk dat over de uitkering ook bij afkoop geen belasting verschuldigd zou zijn. Reaal heeft hieraan toegevoegd dat de uiteindelijke beslissing over de fiscale gevolgen/belastingheffing bij de Belastingdienst ligt.

Bij brief van 2 januari 2007 hebben Van [eisers] c.s. Reaal medegedeeld dat zij, vertrouwende op de juistheid van de mededelingen van Reaal, een woning in Mexico hebben gekocht en hebben zij Reaal aansprakelijk gesteld voor het geval de mededelingen onjuist zouden blijken. Bij brief van 25 januari 2007 heeft Reaal zich op het standpunt gesteld dat de eerder door haar verstrekte informatie over de belastbaarheid van de uitkering, juist is.

In opdracht van Van [eisers] c.s. heeft de heer [ ] [S] (hierna: [S]), als fiscalist verbonden aan Loyens & Loeff, gerapporteerd over de belastbaarheid van het uit te keren bedrag. Op 20 januari 2007 heeft [S] Van [eisers] c.s. onder meer als volgt bericht:

“(…) Op grond van het belastingverdrag met Mexico zijn lijfrenten met een periodiek karakter aan Mexico ter belastingheffing toegewezen. Het is juist dat Nederland hierover geen inkomstenbelasting mag heffen (…). Indien in plaats van periodieke lijfrenten een afkoopsom wordt betaald mag deze afkoopsom in Nederland worden belast (zie artikel 18, lid 2 verdrag).

Vervolgens moet gekeken worden of onze nationale wetgeving de mogelijkheid biedt tot belastingheffing over de afkoopsom. In de literatuur wordt hierover verschillend gedacht. De Staatssecretaris van stelt zich echter op het standpunt dat deze afkoopsom voor de buitenlandse belastingplichtige tot het binnenlands inkomen behoort (artikel 7.2 wet IB 2001, het Besluit van 13 februari 2001 onderdeel C39, het overgangsrecht en de Tweede Kamer stukken vergaderjaren 1998-1999 en 1999-2000). We moeten er dus terdege rekening mee houden dat de afkoopsom in Nederland in de inkomstenbelasting belast zal worden. Overigens is binnen ons kantoor te Eindhoven inmiddels één geval bekend waarbij de belastingdienst het standpunt inneemt dat bij afkoop (heffing op grond van verdrag aan Nederland toegewezen) belastingheffing in Nederland moet plaatsvinden.”

Bij brief van 25 mei 2007 hebben Van [eisers] c.s. de brief van [S] aan Reaal doen toekomen en hebben zij verzocht mede te delen of Reaal naar aanleiding daarvan haar standpunt wenste te herzien. Voorts is vermeld dat Van [eisers] c.s., vertrouwend op de juistheid van de mededelingen van Reaal een huis in Mexico hebben gekocht en dat zij, nu zij ervan uit lijken te moeten gaan dat de uitkering wel zal worden belast en de Mexicaanse peso in waarde daalt, overwegen om de woning in Mexico ter beperking van hun schade te verkopen. Reaal heeft op deze brief niet gereageerd.

?Bij brief van 5 juni 2008 hebben Van [eisers] c.s. Reaal nogmaals aansprakelijk gesteld en hebben zij medegedeeld dat zij de woning in Mexico inmiddels te koop hebben gezet. Toen een reactie van Reaal uitbleef, hebben Van [eisers] c.s. begin juli 2008 telefonisch contact gezocht met Reaal. Tijdens dat gesprek heeft Reaal voorgesteld om de kwestie ter beoordeling voor te leggen aan de Belastingdienst, waarbij namens Reaal is medegedeeld dat zij in overleg zou treden met Van [eisers] c.s. als de Belastingdienst anders zou oordelen dan Reaal.

Van [eisers] c.s. hebben het voornoemde gesprek in een brief van 24 juli 2008 bevestigd en de kwestie ter beoordeling voorgelegd aan de Belastingdienst. Op 8 oktober 2008 heeft de Belastingdienst medegedeeld dat het standpunt van Reaal onjuist is en dat de uitkering belastbaar is.

Op 30 oktober 2008 hebben Van [eisers] c.s. hun woning in Mexico verkocht voor een bedrag van MXN 2.680.000,--.

?Van [eisers] c.s. hebben Reaal op 8 januari 2009 bericht dat zij de verzekering wilden afkopen en dat zij de expiratiewaarde van eur 305.729,53 wensten te ontvangen. Op 12 januari 2009 heeft Reaal dit bedrag aan Van [eisers] c.s. overgemaakt.

3.2. Van [eisers] c.s. gronden hun vordering op wanprestatie. Zij leggen aan hun vordering ten grondslag dat Reaal tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenissen uit de verzekeringsovereenkomst door Van [eisers] c.s. bij herhaling en zonder enig voorbehoud de onjuiste mededeling te doen dat het uit hoofde van de verzekering uit te keren bedrag bij afkoop door Van [eisers] c.s., niet belastbaar zou zijn. Van [eisers] c.s. hebben, vertrouwende op de juistheid van deze mededeling, een woning in Mexico gekocht, hetgeen zij niet zouden hebben gedaan als zij hadden beschikt over de juiste informatie. Deze woning hebben zij gefinancierd door de voor hun eigen woning in Nederland bestaande hypothecaire lening te verhogen. Toen Van [eisers] c.s. is gebleken dat de door Reaal verstrekte informatie onjuist was, hebben zij de woning in Mexico, met verlies, verkocht, aldus Van [eisers] c.s. De schade bestaat volgens Van [eisers] c.s. in het verschil tussen eur 249.444,03 (de prijs van de woning, vermeerderd met notariskosten, belastingen, schilder- en reparatiekosten, omgerekend naar de ten tijde van het maken van de kosten geldende wisselkoers) en de verkoopprijs van eur 163.914,36, te vermeerderen met de makelaarskosten van eur 4.136,69 (waarbij de prijs en de kosten zijn omgerekend naar de ten tijde van de verkoop geldende wisselkoers), derhalve een bedrag van eur 89.666,36. Daarnaast bestaat de schade volgens Van [eisers] c.s. uit de betaalde, niet aftrekbare hypotheekrente die zij verschuldigd zijn geworden doordat zij ten behoeve van de aankoop van de woning in Mexico de hypothecaire lening hebben verhoogd, te weten een bedrag van eur 56.540,65. Tenslotte maken Van [eisers] c.s. aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente over de schade vanaf 13 november 2008, op de kosten van de inschakeling van [S] ten bedrage van eur 2.036,74 en op kosten van buitengerechtelijke rechtsbijstand ter hoogte van twee punten van het toepasselijke liquidatietarief.

3.3. Reaal betwist dat sprake is van een tekortkoming en stelt, zo begrijpt de rechtbank, dat zodanige tekortkoming haar niet kan worden toegerekend. Voorts betwist zij het causaal verband tussen een eventuele tekortkoming en de gestelde schade en betwist zij de omvang van de gestelde schade. Zij beroept zich voordeelstoerekening en op eigen schuld van Van [eisers] c.s.

3.4. De rechtbank stelt allereerst vast dat de informatie van Reaal dat het uit hoofde van de verzekering uit te keren bedrag, ook bij afkoop door Van [eisers] c.s., niet belastbaar zou zijn, onjuist is. Reaal heeft deze stelling van Van [eisers] c.s. in het licht van het overgelegde advies van [S] en de overgelegde brief van 8 oktober 2008 van de Belastingdienst, onvoldoende gemotiveerd betwist. Bij conclusie van dupliek heeft Reaal haar eerder ingenomen standpunt dat nog steeds onzeker is of haar informatie al dan niet juist is, ook niet langer expliciet gehandhaafd.

3.5. Zoals Van [eisers] c.s. met juistheid hebben aangevoerd, worden de verbintenissen die uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeien niet slechts bepaald door hetgeen partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen, maar tevens door de redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding van partijen mede beheerst. Op grond daarvan dient een partij haar gedrag mede af te stemmen op de gerechtvaardigde belangen van de andere partij.

3.6. Het gaat hier om een overeenkomst waarbij Reaal op grond van de expliciete bewoordingen van de verzekeringsovereenkomst gehouden was om een bepaald bedrag uit te keren bij in leven zijn van Van [eisers]-[H], al dan niet in de vorm van lijfrenteverzekeringen. Het is algemeen bekend dat fiscale aspecten bij verzekeringen als de onderhavige van belang zijn voor (potentiële) verzekeringnemers terwijl dergelijke aspecten niet zelden juist de reden vormen om zulke verzekeringen te ontwikkelen en op de markt te brengen. Naar het oordeel van de rechtbank brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid mee dat, indien een verzekeringnemer informatie vraagt over de belastbaarheid van een uitkering uit hoofde van zo’n overeenkomst – in feite over het product van de verzekeraar –, hij in beginsel mag verwachten dat de verstrekte informatie juist is. Weliswaar was Reaal, naar kennelijk ook Van [eisers] c.s. als uitgangspunt nemen, niet verplicht om Van [eisers] c.s. te informeren over de belastbaarheid van de uitkering, maar zij was wel gehouden om geen verkeerde of onvolledige informatie aan Van [eisers] c.s. te verstrekken. Door dit wel te doen, is Reaal tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis uit de overeenkomst.

3.7. Voor het antwoord op de vraag of Reaal tekortgeschoten is, is niet van belang dat, zoals Reaal heeft aangevoerd, de informatie uit “service-overwegingen” is verstrekt. Op zichzelf is het juist dat Reaal niet gehouden was om fiscale informatie over de uitkering te verschaffen toen Van [eisers] c.s. hierom vroegen. In zoverre is inderdaad sprake van een zekere service. De verbintenis waarin Reaal tekortgeschoten is, bestaat evenwel niet in het verstrekken van informatie over de belastbaarheid van de uitkering, maar in het nalaten om verkeerde informatie te verstrekken op een op het verkrijgen van die informatie gericht verzoek. Indien Reaal twijfelde aan de juistheid van de door haar verstrekte informatie of daaraan niet gebonden wilde zijn, had zij dit (eenvoudig) in haar brieven kunnen vermelden. Juist het niet vermelden daarvan, schept de verwachting bij de verzekeringnemer dat de informatie juist is.

3.8. De tekortkoming is aan de schuld van Reaal te wijten en dient haar daarom te worden toegerekend. Zoals blijkt uit de brief van de fiscalist [S] heeft de Staatssecretaris van Financiën al in 2001 het standpunt ingenomen dat de afkoopsom ook belast is als de ontvanger een buitenlandse belastingplichtige is. Reaal heeft dit niet weersproken. Reaal had derhalve op de hoogte kunnen en moeten zijn van dit standpunt, op het moment dat zij Van [eisers] c.s. bij brieven van 5 juni 2002 en 12 juni 2003 stellig en zonder voorbehoud informeerde. Dat zij volstaan heeft met het raadplegen van een door haar genoemd handboek, doet hier niet aan af.

3.9. Vervolgens is de vraag aan de orde of het verschaffen van de verkeerde informatie door Reaal een noodzakelijke voorwaarde is geweest voor het intreden van de door Van [eisers] c.s. aan hun vordering ten grondslag gelegde schade en, zo ja, of die schade in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid rust, dat zij Reaal, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend (artikel 6:98 BW).

3.10. Bij de beantwoording van de vraag of de schade redelijkerwijs als gevolg van de informatieverstrekking kan worden toegerekend, is van belang dat de norm die Reaal heeft overtreden geen verkeers- of veiligheidsnorm maar een contractuele zorgvuldigheidsnorm betreft, terwijl de schade waarvan vergoeding gevorderd wordt geen personenschade betreft maar zuivere vermogensschade. Deze omstandigheden pleiten voor een terughoudende toerekening van schade die geen direct gevolg is van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid rust.

3.11. Verder gaat de rechtbank er bij de beoordeling van de vraag naar de toerekening van uit dat Van [eisers] c.s. Reaal voorafgaande aan het verstrekken van de informatie in de brieven van 5 juni 2002 en 12 juni 2003 (de nadien geschreven brieven zijn in dit verband niet van belang, nu Van [eisers] c.s. stellen dat zij op basis van de hier genoemde brieven een huis in Mexico hebben gekocht) hebben gevraagd of de uitkering fiscaal belastbaar zou zijn indien zij (fiscaal) naar Mexico zouden emigreren en de verzekering zouden afkopen en derhalve niet zouden omzetten in lijfrenteverzekeringen. Dat Reaal beschikte over meer specifieke gegevens, bijvoorbeeld over gegevens over de vermogenssituatie van Van [eisers] c.s. of bekend waren met hun voornemen om een woning in Mexico aan te schaffen, hebben Van [eisers] c.s. tegenover de betwisting door Reaal onvoldoende gemotiveerd gesteld. Weliswaar hebben zij bij conclusie van repliek aangevoerd dat Van [eisers] c.s. in de telefoongesprekken waarnaar in de brieven wordt verwezen wel degelijk melding hebben gemaakt van de “bijzondere omstandigheden” die bij de emigratie speelden, maar zij hebben niet uiteengezet welke bijzondere omstandigheden dat zijn, zodat de rechtbank die stelling zal passeren.

3.12. Met voornoemd uitgangspunt, diende Reaal er rekening mee te houden dat Van [eisers] c.s. voornemens waren om te emigreren naar Mexico. Dat betekent evenwel niet zonder meer dat zij moest verwachten dat Van [eisers] c.s. een woning in Mexico zouden aanschaffen en dat zij de koop van deze woning zouden financieren door een verhoging van de hypothecaire lening voor hun woning in Nederland. Reaal wist immers niets over de vermogenspositie van Van [eisers] c.s. Derhalve kon zij niet voorzien dat Van [eisers] c.s. hun beslissing om te emigreren (mede) afhankelijk zouden maken van de door Reaal verstrekte informatie en dat zij voor de koop van de woning in Mexico geen eigen geld zouden gebruiken maar een hypothecaire lening zouden treffen, daarbij anticiperend op de ontvangst van een uitkering in 2008 (ruim vijf jaren later). Zoals Reaal onweersproken heeft aangevoerd was fiscale emigratie ook mogelijk geweest indien Van [eisers] c.s. een woning in Mexico gehuurd zouden hebben in plaats van aldaar een woning te kopen. Voorts was het niet ondenkbaar dat, naar Reaal eveneens heeft gesteld, Van [eisers] c.s. hun vraag stelden in verband met het oog op hun vermogensvorming in het algemeen. Een en ander brengt mee dat noch het gestelde verlies in verband met de koop (en verkoop) van de woning, noch de gestelde schade in verband met de financiering van die woning, voor Reaal redelijkerwijs voorzienbaar is geweest toen zij Van [eisers] c.s. bij brieven van 5 juni 2002 en 12 juni 2003 informatie verschafte. Wat het verlies bij de verkoop van de woning betreft, geldt dat te meer nu, naar Van [eisers] c.s. niet hebben weersproken, verreweg het grootste deel van dat verlies terug te brengen is tot de devaluatie van de Mexicaanse peso ten opzichte van de euro.

3.13. Als de rechtbank er veronderstellenderwijs van uitgaat dat de foutieve informatieverstrekking een noodzakelijke voorwaarde is geweest voor het kopen van de woning in Mexico door Van [eisers] c.s., dan is zij op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden niettemin van oordeel dat het benodigde causaal verband tussen de fout van Reaal en de schade in verband met de koop van de woning in Mexico ontbreekt. Deze schade is te ver verwijderd van de foutieve informatieverstrekking en was voor Reaal redelijkerwijs niet te voorzien. Nu de aard van de overtreden norm en de aard van de schade die hier gevorderd wordt, niet nopen tot een verregaande toerekening, is het naar het oordeel van de rechtbank niet redelijk om de schade in verband met de koop van de woning als gevolg van de verkeerde informatieverstrekking aan Reaal toe te rekenen.

3.14. Van [eisers] c.s. hebben nog aangevoerd dat Reaal, in het licht van de bij brief van 24 juli 2008 bevestigde afspraak dat Reaal bij een andersluidend oordeel van de Belastingdienst bereid zou zijn om in overleg te treden over de vergoeding van de schade, afstand heeft gedaan van haar recht om in de onderhavige procedure nog te ontkennen dat er oorzakelijk verband bestaat tussen haar tekortkoming en de schade van Van [eisers] c.s., althans dat Van [eisers] c.s. daarop hebben mogen vertrouwen en dat Reaal haar recht daarop heeft verwerkt.

3.15. Het oordeel van de Belastingdienst ziet echter slechts op de vraag of de door Reaal gegeven informatie al dan niet juist was en niet op het causaal verband tussen informatieverstrekking door Reaal en de door Van [eisers] c.s. gestelde schade. Indien Van [eisers] c.s. uit de door hen gestelde mededeling van Reaal al mochten afleiden dat Reaal zich aan het standpunt van de Belastingdienst zou conformeren – in dit verband is van belang dat gesteld noch gebleken is dat partijen zijn overeengekomen dat dit oordeel bindend zou zijn –, dan geldt dit slechts voor de vraag of Reaal foute informatie had verschaft. Uit de gestelde mededeling van Reaal hebben Van [eisers] c.s. in ieder geval niet mogen afleiden dat Reaal afstand deed van haar processuele recht om zich tegen het gestelde causaal verband tussen fout en schade te verweren. Het beroep van Van [eisers] c.s. op rechtsverwerking en afstand van recht faalt derhalve.

3.16. Het voorgaande brengt mee dat het verweer van Reaal dat het condicio sine qua non-verband tussen haar fout en de schade in verband met de koop van de woning ontbreekt, geen bespreking behoeft. Dat geldt ook voor de stellingen van partijen ten aanzien van de omvang van de schade, het beroep op voordeelstoerekening en het beroep op eigen schuld.

3.17. Van [eisers] c.s. hebben naast de hiervoor genoemde schade in verband met de koop van de woning in Mexicio, vergoeding gevorderd van de buitengerechtelijke kosten die zij hebben gemaakt voor de inschakeling van hun raadsman en de fiscalist [S]. Zij stellen dat zij [S] hebben ingeschakeld om een begin van duidelijkheid te verkrijgen over hun fiscale positie en de onjuistheid van de informatie van Reaal aan te tonen. Zij hebben een raadsman ingeschakeld om Reaal te bewegen om buiten rechte haar verplichtingen jegens hen na te komen, aldus Van [eisers] c.s.

3.18. Volgens artikel 6:96 lid 2 BW komen als vermogensschade mede voor vergoeding in aanmerking redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (sub b) en redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (sub c). Volgens HR 11 juli 2003, NJ 2005, 50 kunnen dergelijke kosten ook dan voor vergoeding in aanmerking komen als uiteindelijk niet komt vast te staan dat er overigens schade als gevolg van de fout is geleden.

3.19. Reaal heeft niet weersproken dat de kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte zijn gemaakt. Zij heeft evenmin betwist dat de inschakeling van deskundige bijstand door een raadsman en een fiscalist redelijk was en dat de gevorderde kosten redelijk zijn. De rechtbank zal de gevorderde buitengerechtelijke kosten daarom toewijzen en begroten op eur 2.036,74 wegens kosten van het inschakelen van [S] en eur 2.842,00 (2 punten van het toepasselijke liquidatietarief) wegens buitengerechtelijke rechtsbijstand. De gevorderde wettelijke rente over deze bedragen vanaf de dag der dagvaarding is toewijsbaar nu deze kosten voorafgaande aan het uitbrengen van de dagvaarding zijn gemaakt.

3.20. Van [eisers] c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. veroordeelt gedaagde om aan eisers tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.036,74 wegens kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en € 2.842,00 wegens kosten voor buitengerechtelijke rechtsbijstand, te vermeerderen met de wettelijke rente over beide bedragen vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der voldoening;

4.2. veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op € 6.102,00, waarvan een bedrag van € 2.842,00 wegens kosten advocaat en een bedrag van € 3.260,00 wegens vastrecht;

4.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Lagas, Römers en Louwerse en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2009.?