Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1696

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
30-10-2009
Datum publicatie
02-11-2009
Zaaknummer
800133-09 + 002647-04 (Tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de belaging van twee van zijn ex-vriendinnen en de toenmalige partner van een van deze ex-vriendinnen.

Hij heeft daartoe deze personen overstelpt met mails, sms'jes en Hyves-contacten. Ook heeft hij vrienden/bekenden en/ of familieleden van deze personen via mails en sms'jes en/of Hyves contacten benaderd. De inhoud van genoemde berichten loog er niet om en waren veelal seksueel getint

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 800133-09 + 002647-04 (Tul)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 oktober 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te ([adres]

raadsman mr. J.C.B. Dionisius, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 oktober 2009, waarbij de officier van justitie, mr. Verheijen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer en zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313, 314 en 314a van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: [slachtoffer 1] heeft belaagd;

feit 2: [slachtoffer2] heeft belaagd;

feit 3: [slachtoffer 3] heeft belaagd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Inzake de tenlastegelegde feiten vindt vervolging niet plaats dan op klacht.

Met betrekking tot feit 3 heeft de verdediging aangevoerd dat [slachtof[slachtoffer 3] buiten de wettelijke termijn de klacht heeft ingediend, zodat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging voor dit feit.

De officier van justitie is van mening dat zij wel ontvankelijk is in haar vervolging omdat de termijnoverschrijding moet worden toegerekend aan de politie

De rechtbank oordeelt als volgt.

In het proces-verbaal van verbalisant [naam verbalisant] van 14 oktober 2009 is vermeld dat zij op

27 oktober 2008 een aangifte van stalking heeft opgenomen van [slachtoffer2]. Verder is vermeld dat [naam verbalisant] een mutatie heeft opgemaakt. In die mutatie is onder meer aangegeven dat er nog een aangifte moest worden opgenomen van [slachtoffer 3], omdat hij ook werd gestalkt door verdachte Douma. [slachtoffer 3] is vervolgens op 23 februari 2009, tijdens het zwangerschapsverlof van verbalisant [naam verbalisant], als getuige gehoord door een andere verbalisant.

Verbalisant [naam verbalisant 2] heeft in zijn proces-verbaal van 15 oktober 2009 vermeld dat [slachtoffer 3] die dag telefonisch is gehoord en heeft verklaard dat hij in de veronderstelling was dat hij op 27 oktober 2008 aangifte had gedaan en duidelijk had aangegeven dat hij vervolging van verdachte wenste.

Uit het dossier blijkt [dat slachtoffer 3] op 8 juli 2009 alsnog aangifte en klacht heeft gedaan tegen verdachte.

De rechtbank is op grond van de processen-verbaal van 14 en 15 oktober 2009 van oordeel dat buiten twijfel staat [dat slachtof[slachtoffer 3] op 27 oktober 2008 aangifte heeft willen doen en een klacht heeft willen indienen. Als gevolg van een misverstand tussen verbalisanten zijn de aangifte en klacht die dag echter niet opgenomen. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden het niet tijdig indienen van de klacht inzake feit 3 niet behoeft te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in haar vervolging (NJ 1998/661).

Ook overigens is niet gebleken van beletselen voor de vervolging.

De officier van justitie is daarom ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlaste- gelegde feiten heeft begaan. Zij baseert zich daarbij op:

- de aangiften van [slachtoffer 1], [slachtoffer2] en [slachtoffer 3];

- de verklaring van verdachte dat hij meerdere mailtjes heeft gestuurd aan [slachtoffers]

- de verklaring van verdachte dat hij diverse mails en sms’jes heeft verstuurd naar vrienden/bekenden en familieleden van [slachtoffer1]

- de verklaring van verdachte dat hij via Hyves [slachtoffer 1] en diverse vrienden/bekenden van haar heeft benaderd;

- de verklaring van verdachte dat hij sms’jes heeft verstuurd naar [slachtoffer 2] en mailtjes en sms’jes naar vrienden/bekenden van [slachtoffer 2];

- de verklaring van verdachte dat hij sms’jes heeft verstuurd naar [slachtoffer 3];

- de uitgeschreven sms’jes en mailtjes zoals die zich in het dossier bevinden.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten.

Verdachte heeft weliswaar de in de tenlastelegging genoemde mailtjes en sms’jes verstuurd en via Hyves mensen benaderd, maar deze contacten maken geen inbreuk op de privacy van betrokkenen.

De verdediging heeft geconcludeerd dat wie zijn privacygegevens via internet prijsgeeft, zich niet kan beroepen op inbreuk van privacy wanneer men vervolgens via mails/sms’jes wordt benaderd.

Verdachte heeft nimmer het oogmerk gehad met zijn mails/sms’jes en Hyves-contacten bedoelde mensen te dwingen iets te doen, niet te doen of iets te dulden.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

[slachtoffer 1], wonende te Breda, heeft aangifte gedaan van stalking. Zij verklaart in de periode van mei 2006 tot en met 9 februari 2009 meerdere malen lastig te zijn gevallen doordat zij steeds werd gemaild en ge-smst door haar ex-vriend [verdachte]. Uit een overzicht van de inbox van aangeefster blijkt de inhoud van deze mailtjes, die als ronduit onfatsoenlijk kan worden bestempeld. Vanaf mei 2007 wordt ook haar vriend [vriend slachtoffer 1] lastig gevallen . Tevens heeft verdachte mailtjes gestuurd naar diverse vrienden en familieleden van [slachtoffer 1], waarin vervelende dingen worden gezegd over [slachtoffer 1], die veelal betrekking hebben op haar seksleven. Ook de minderjarige kinderen van haar huidige vriend zijn door verdachte benaderd met kwetsende informatie over [slachtoffer 1].

Tevens heeft verdachte sms’jes gestuurd naar diverse vrienden en familieleden van [slachtoffer 1], die aan duidelijkheid niets te raden overlaten. Ook heeft hij via Hyves contact opgenomen met vrienden/bekenden van [slachtoffer 1] .

[slachtoffer 1] heeft gereageerd op de mailtjes van verdachte met het verzoek om haar, haar vrienden en familieleden met rust te laten. Verdachte is echter doorgegaan met het versturen van mailberichten, sms-berichten en het leggen van Hyves contacten met diverse vrienden en bekenden van [slachtoffer 1].

Verdachte heeft toegegeven dat hij in de tenlastegelegde periode sms-contact heeft gehad met [slachtoffer 1], haar moeder, haar broer en de toenmalige vriend van [slachtoffer 1], [vriend slachtoffer 1]. Ook heeft hij verklaard dat hij per e-mail mensen heeft benaderd die op de Hyves-site van [slachtoffer 1] stonden . Tevens heeft hij verklaard dat hij zijn mails steeds heeft gestuurd vanaf zijn computer in Etten-Leur, de sms’jes grotendeels vanaf zijn huisadres maar in ieder geval vanuit Nederland en dat hij de kinderen van [vriend slachtoffer 1] via Hyves heeft benaderd .

De rechtbank stelt voorop dat voor de vraag of sprake is van belaging in de zin van artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht beslissend is of er sprake is van gedragingen waardoor wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander. Het gaat er daarbij om of het lastigvallen van die ander een zekere mate van indringendheid, duur en frequentie heeft. Daarvan is, gelet op het vorenstaande, naar het oordeel van de rechtbank hier sprake. De rechtbank merkt hierbij op dat ook de positieve berichten een inbreuk op de privacy van [slachtoffer 1] kunnen maken.

Vervolgens komt de vraag aan de orde welk oogmerk verdachte had met het verzenden van de mailtjes, sms-berichten en de Hyves-contacten. De rechtbank is van oordeel dat verdachte het oogmerk had [slachtoffer 1] te dwingen iets te dulden. Dit oogmerk volgt uit de bewezenverklaarde handelingen, waaruit kan worden afgeleid dat [slachtoffer 1] geen keuze werd gelaten in het al dan niet aanvaarden van de contacten met verdachte. Dit geldt ook voor de vrienden, bekenden en de familieleden van [slachtoffer 1]. Door zijn handelen dwong verdachte [slachtoffer 1] daarmee feitelijk te dulden dat stelselmatig contact met haar werd gezocht.

Aldus werd inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer (NJ 2004, 354).

De rechtbank acht op grond van de aard, de hoeveelheid, de indringendheid en de frequentie van de sms- en mailberichten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 15 mei 2006 tot en met 9 februari 2009 wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1].

Feit 2

[slachtoffer2], in de tenlastegelegde periode wonende te Groningen respectievelijk Beerta, heeft aangifte gedaan van stalking, gepleegd door verdachte. In de periode van 13 augustus 2007 tot en met 27 oktober 2008 kreeg zij van verdachte meerdere mailberichten die onder meer betrekking hadden op haar overleden partner en op haar zelf . Ook de inhoud van deze mails spreekt voor zich. Met betrekking tot deze relatie heeft verdachte verklaard dat hij meerdere mails heeft verstuurd naar [slachtoffer 2] en een vriendin van [slachtoffer 2] genaamd [vreindin slachtoffer] Voorts heeft hij verklaard dat hij een mail heeft gestuurd naar de makelaar die het huis van [slachtoffer 2] heeft verkocht en naar degene die dit huis heeft gekocht. Tevens heeft verdachte verklaard dat hij via Hyves per e-mail contact heeft gehad met de buurvrouw van [slachtoffer 2], genaamd [naam buurvrouw] dat hij meerdere sms-jes naar [slachtoffer 2] heeft gestuurd en dat hij zijn mails steeds heeft gestuurd vanaf zijn computer in Etten-Leur .

De rechtbank acht op grond van de aard, de hoeveelheid, de indringendheid en de frequentie van de sms- en mailberichten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 13 augustus 2007 tot en met 27 oktober 2008 wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] en sluit aan bij hetgeen onder feit 1 is overwogen met betrekking tot stelselmatigheid, oogmerk en privacy.

Feit 3

[slachtoffer 3], wonende te Uithuizen, heeft aangifte gedaan van stalking. Hij verklaart in de periode van 1 juni 2008 tot en met 4 december 2008 lastig te zijn gevallen door verdachte. [slachtoffer 3] heeft een relatie met [slachtoffer 2]. [slachtoffer 3] heeft er op een gegeven moment genoeg van dat zijn vriendin wordt lastiggevallen door verdachte. Om hier een eind aan te maken heeft [slachtoffer 3] telefonisch contact opgenomen met verdachte. Hij vergeet echter zijn nummerherkenning uit te schakelen en na twee weken wordt ook hij bestookt met sms-berichten van verdachte. [slachtoffer 3] heeft terug gesms’t met de mededeling dat verdachte hiermee moest stoppen. Verdachte is gewoon doorgegaan en heeft ongeveer 80 sms-berichten aan [slachtoffer 3] verstuurd. De sms-berichten hadden veelal betrekking op details van de relatie die verdachte heeft gehad met [slachtoffer 2]. Het relaas van [slachtoffer 3] wordt bevestigd door [slachtoffer 2] . Verdachte heeft toegegeven vanuit Eemnes meerdere sms’jes te hebben gestuurd aan [slachtoffer 3] in de tenlastegelegde periode .

De rechtbank acht op grond van de aard, de hoeveelheid, de indringendheid en de frequentie van de sms-berichten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 juni 2008 tot en met 4 december 2008 wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 3] en sluit aan bij hetgeen onder feit 1 is overwogen met betrekking tot stelselmatigheid, oogmerk en privacy.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit de inhoud van de sms-berichten/mailberichten en Hyves-contacten duidelijk blijkt dat geen sprake was van een normaal contact tussen verdachte en zijn slachtoffers, nu voortdurend vanaf één kant contact werd gezocht met deze slachtoffers, terwijl dit contact door die slachtoffers zoveel mogelijk werd afgehouden en de inhoud van de berichten veelal beledigend voor die slachtoffers en/of hun vrienden/bekenden en familieleden waren.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat het voor verdachte duidelijk moet zijn geweest dat de slachtoffers niet gesteld waren op dergelijke berichten. Deze berichten waren veelal van een beschuldigend en beledigend karakter.

Gelet hierop is sprake van stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 15 mei 2006 tot en met 9 februari 2009 in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1], met het oogmerk die [slachtoffer 1], te dwingen iets te dulden immers heeft verdachte meerdere mails gestuurd naar die [slachtoffer 1], (onder meer) inhoudende de

mededeling: "Hoe kan die [vriend slachtoffer 1] met jou in een bed willen liggen terwijl jouw

kut gebruikt is als was het 't Bredase riool....?? Hij is minstens zo wijd...

Ik vind je nog steeds heel vies. BAH" en "En ALLES wat ik heb geschreven meen ik. Behalve het Bredase riool. Dat moet natuurlijk zijn het riool van Zaandam.... onder andere." en meerdere mails gestuurd naar diverse vrienden/bekenden en familieleden

van die [slachtoffer 1] (onder meer) inhoudende de mededeling: "[voornaam slachtoffer] is een wolf

in schaapskleren. Een min "mens", zeg maar onmens." en"Hoi [vriend slachtoffer 1], wat moet je toch nog steeds met dat monster jongen...? Geloof me, het is een wolf in schaapkleren" en "Als je vragen hebt of meer zekerheid wilt.... de waarheid wilt weten... mag je mij altijd bellen.

Ik vind dat dit soort vrouwen niet "weg" mogen komen met de manier waarop zij

anderen beschadigen en misbruiken. Zij is een wolf in schaapskleren [vriend slachtoffer 1]."

en"Hoi (naam), je kent mij niet maar ik wil je graag even iets vertellen. Weet jij dat jouw :stiefmoeder" en drugs en sex verleden heeft??? Nee he...? Zal ze vast niet verteld hebben. Denk ook niet dat Mama dit weet... Ik snap niet dat jou papa je niet eerlijik verteld wat voor

vriendin hij nu heeft... Zij heeft heel veel drugs gebruikt en ook hele zware.

Sexfeesten gehad met heel veel mannen erbij.... vooral in Zaandam."

en "Jullie weten een heleboel dingen niet van [voornaam slachtoffer]. Ik wel... Ik ben een tijd haar vriend geweest en ben achter heel erg veel smerige dingen gekomen. [namen ] groeien op met haar en ik ben bezorgd." en

- meerdere sms'jes gestuurd naar die [slachtoffer 1]en

- meerdere sms'jes gestuurd naar diverse vrienden/bekenden en familieleden

van die [slachtoffer 1] (onder meer) inhoudende de mededeling: "Dan weet je zeker ook

van de sexfeesten in Zaandam! Ze is gebruikt als hoer. Vele mannen hebben haar

gebruikt, keer op keer en ze kreeg er zelfs geld voor." en "Je gaat voor een vaste relatie met trouw en vertrouwen, eerlijkheid en

duidelijkheid. Zij is niet de vrouw die jou dat kan geven...!" en

- regelmatig en ongewenst via Hyves die [slachtoffer 1] en diverse vrienden/bekenden van die [slachtoffer 1] benaderd;

2.

op tijdstippen in de periode van 13 augustus 2007 tot en met

27 oktober 2008 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer2] , met het oogmerk die [slachtoffer 2], te dwingen iets te dulden, immers heeft verdachte

- meerdere mails gestuurd naar die [slachtoffer 2], (onder meer) inhoudende de

mededeling: "KJ is dood..., en jij speelt op zijn graf....!! Je neukt alles

wat los en vast zit... gaat op een respectloze manier met je 'partners' om

door hen het gevoel te geven dat jij ervoor wil gaan met 'die banaan'... maar

de enige banaan waar jij in geinteresseerd bent....! Een fatsoenlijke relatie

kun jij niet opbouwen" en "Je bent een gevoelloze,

harteloze en egocentrische bitch....!! René" en meerdere sms'jes gestuurd naar die [slachtoffer 2] en meerdere mails naar diverse vrienden/bekenden van die [slachtoffer 2];

3.

op tijdstippen in de periode van 1 juni 2008 tot en met 4 december 2008 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtof[slachtoffer 3], met het oogmerk die [slachtoffer 3], te dwingen iets te dulden , immers heeft verdachte meerdere sms'jes gestuurd naar die [slachtoffer 3]

inhoudende de mededeling "Ik heb haar na het openen van gsm en pc in het

gezicht gespuugd. uit pure wanhoop en teleurstelling! Al die ontkenning en

leugens, tegen beter weten in! Ik zou het morgen weer zo doen... Respectloos"

en "Ik hield van haar......met heel mijn hart! Ik voel nog steeds de pijn en het gemis..." en"zo mooi en bijzonder. Alles klopte...alles. Behalve haar pc en 2e gsm..." en meerdere malen gebeld naar de telefoon van die [slachtoffer 3].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht en een contactverbod.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen, verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheden dat verdachte door de voorlopige hechtenis een goede baan is kwijtgeraakt, de moeder van verdachte afhankelijk is van verdachte en dat verdachte hulp moet krijgen.

De raadsman heeft bepleit, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen, een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest met daarnaast een voorwaardelijk deel als stok achter de deur en eventueel daarnaast een werkstraf.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van drie personen.

Zo heeft verdachte na een relatie van zes weken met [slachtoffer 1] gedurende twee en een half jaar haar mailtjes gestuurd met voor haar zeer beledigende teksten. Ook haar toenmalige vriend en zijn minderjarige kinderen heeft hij via mails dan wel sms-berichten benaderd teneinde [slachtoffer 1] zwart te maken.

Nadat zijn relatie met [slachtoffer 2] was beëindigd, is hij begonnen haar lastig te vallen met mails die hij ook stuurde aan haar vrienden/bekenden, en met sms-berichten. Toen hij eenmaal achter het telefoonnummer was gekomen van de vriend van [slachtoffer 2] is hij begonnen hem te bestoken met sms-berichten. De inhoud van de meeste berichten was seksueel getint.

De feiten zijn als zeer kwalijk te bestempelen. Zij zullen zonder enige twijfel veel indruk op de slachtoffers hebben gemaakt en hun dagelijkse leven negatief hebben beïnvloed, zoals ook blijkt uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 1]. Zij heeft verklaard dat zij er wanhopig van werd en woede en schaamte voelde, hetgeen resulteerde in overspannenheid. Zij is alle vertrouwen in mannen kwijt en ook haar gevoel van eigenwaarde is helemaal weg. Zij durfde haar kinderen niet alleen te laten. Het is voor haar normaal geworden om steeds over haar schouder te moeten kijken en mensen te benaderen op basis van wantrouwen, aldus [slachtoffer 1].

Ondanks vele verzoeken van zijn slachtoffers om te stoppen met deze communicatie is verdachte gewoon doorgegaan. Verdachte ontkent niet dat hij genoemde berichten heeft verstuurd, maar geeft er een eigen uitleg aan. Al deze berichten, met name aan de vrienden en familieleden van de slachtoffers, waren bedoeld om deze mensen te waarschuwen voor [slachtoffer 1] respectievelijk [slachtoffer 2]. Daarom werden ook de partners van deze mensen benaderd.

Verdachte heeft er alles aan gedaan om in de persoonlijke levenssfeer van zijn slachtoffers aanwezig te zijn en te blijven, ondanks het feit dat de relatie voorbij was.

Uit het over verdachte opgemaakt psychologisch rapport blijkt dat verdachte slecht kan omgaan met kritiek en dat hij het vermogen ontbeert om zichzelf kritisch te beschouwen. Hij stelt zichzelf centraal en is tamelijk egocentrisch. Hij heeft een gebrek aan inlevingsvermogen en aan empatisch vermogen waardoor de beleving van eventuele slachtoffers ondergeschikt is aan zijn lustgevoelens.

De psycholoog concludeert dat er bij verdachte sprake is van een narcistische persoonlijkheidsstoornis en dat ten tijde van het plegen van de tenlaste gelegde feiten deze stoornis bestond. Zijn gedragskeuzes en gedragingen werden in enige mate beïnvloed door deze stoornis.

Zolang verdachte in zijn relatie met vrouwen waardering kreeg voor zijn dominante rol als leider en heerser ging het goed in de relatie. Hij kon echter niet accepteren aan de kant te worden gezet.

De psycholoog concludeert dat op basis van de persoonlijkheidsstoornis verdachte in enigszins verminderde mate toerekeningsvatbaar kan worden geacht.

Verdachte behoeft een behandeling. In samenspraak met de reclassering lijkt een dagbehandeling of een andere intensieve ambulante behandeling, gegeven door het DOK of de Waag geïndiceerd. Deze behandeling kan als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel worden opgelegd. Daarnaast is reclasseringstoezicht wenselijk.

De rechtbank kan zich vinden in de inhoud en de conclusie van het rapport en neemt de conclusie dat verdachte in enigszins verminderde mate toerekeningsvatbaar is mee in haar overwegingen.

De eis van de officier van justitie is in het licht van hetgeen voor soortgelijke feiten wordt opgelegd alleszins te begrijpen.

In het nadeel van verdachte laat de rechtbank meewegen dat verdachte eerder terzake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven is veroordeeld. Ook in het nadeel van verdachte is het feit dat het hier om drie slachtoffers gaat.

Gelet echter op de omstandigheid dat verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft geëist.

De rechtbank is van oordeel dat de aan verdachte op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet langer hoeft te zijn dan de tijd die hij reeds in voorarrest heeft gezeten, te weten 99 dagen.

Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 180 dagen teneinde verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen en verplichte begeleiding door de Reclassering mogelijk te maken.

De rechtbank acht het voorts aangewezen dat daarbij als bijzondere voorwaarde een contactverbod met [slachtoffer 1], [slachtoffer2] en [slachtoffer 3] wordt opgelegd.

Teneinde de ernst van de feiten te benadrukken, acht de rechtbank voorts het opleggen van een werkstraf noodzakelijk.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft twee voegingsformulieren ingediend met twee verschillende bedragen.

In het formulier van 12 juni 2009 vordert zij een schadevergoeding van € 4.822,90 voor feit 1 en in het formulier van 7 juli 2009 vordert zij een schadevergoeding van € 2.487,37 eveneens voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.500,- ter zake van immateriële schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering onduidelijk is en niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

9 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van drie maanden die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter d.d. 10 mei 2005 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank zal daarbij bepalen dat deze ten uitvoer te leggen gevangenisstraf zal worden vervangen door een werkstraf van 180 uren.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 57 en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Belaging;

feit 2: Belaging;

feit 3: Belaging;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 279 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering;

* dat verdachte een behandeling ondergaat in De Waag of een soortgelijke instelling om ambulant te worden behandeld door een psycholoog of psychiater;

* dat verdachte tijdens de proeftijd op geen enkele wijze direct of indirect contact zal hebben met [slachtoffer 1], [slachtoffer2] en [slachtoffer 3];

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een computer, kleur grijs HP Compaq 6710 en een computer, kleur beige, Acus;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 10 mei 2005 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 002647-04 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten drie maanden gevangenisstraf;

- bepaalt dat deze ten uitvoer te leggen gevangenisstraf zal worden vervangen door een werkstraf van 180 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van € 1.500,- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 9 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], € 1.500,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04)

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. Schotanus, voorzitter, mr. Van Kralingen en mr. Josten, rechters, in tegenwoordigheid van Van Hamme, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 oktober 2009.

Mr. Van Kralingen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 15 mei 2006 tot en met

9 februari 2009 te Etten Leur en/of Breda, in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1], in elk geval van een ander, met het

oogmerk die [slachtoffer 1], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te

doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte

- meerdere mails gestuurd naar die [slachtoffer 1], (onder meer) inhoudende de

mededeling: "Hoe kan die [vriend slachtoffer 1] met jou in een bed willen liggen terwijl jouw

kut gebruikt is als was het 't Bredase riool....?? Hij is minstens zo wijd...

Ik vind je nog steeds heel vies. BAH" (dossierpagina 94) en/of "En ALLES wat

ik heb geschreven meen ik. Behalve het Bredase riool. Dat moet natuurlijk zijn

het riool van Zaandam.... onder andere." (dossierpagina 96) en/of

- meerdere mails gestuurd naar diverse vrienden/bekenden en/of familieleden

van die [slachtoffer 1] (onder meer) inhoudende de mededeling: "[voornaam slachtoffer] is een wolf

in schaapskleren. Een min "mens", zeg maar onmens." (dossierpagina 79) en/of

"Hoi [vriend slachtoffer 1], wat moet je toch nog steeds met dat monster jongen...? Geloof me,

het is een wolf in schaapkleren" (dossierpagina 82) en/of "Als je vragen hebt

of meer zekerheid wilt.... de waarheid wilt weten... mag je mij altijd bellen.

Ik vind dat dit soort vrouwen niet "weg" mogen komen met de manier waarop zij

anderen beschadigen en misbruiken. Zij is een wolf in schaapskleren [vriend slachtoffer 1]."

(dossierpagina 99) en/of "Hoi Sebas, je kent mij niet maar ik wil je graag

even iets vertellen. Weet jij dat jouw :stiefmoeder" en drugs en sex verleden

heeft??? Nee he...? Zal ze vast niet verteld hebben. Denk ook niet dat Mama

dit weet... Ik snap niet dat jou papa je niet eerlijik verteld wat voor

vriendin hij nu heeft... Zij heeft heel veel drugs gebruikt en ook hele zware.

Sexfeesten gehad met heel veel mannen erbij.... vooral in Zaandam."

(dossierpagina 109) en/of "Jullie weten een heleboel dingen niet van

[voornaam slachtoffer]. Ik wel... Ik ben een tijd haar vriend geweest en ben achter heel

erg veel smerige dingen gekomen. [namen ] groeien op met haar en ik ben

bezorgd." (dossierpagina 90) en/of

- meerdere sms'jes gestuurd naar die [slachtoffer 1],(onder meer) inhoudende de

mededeling: "[vriend slachtoffer 1] bestaat niet, je kan geen relatie aangaan, je bent ziek"

(dossierpagina 30) en/of

- meerdere sms'jes gestuurd naar diverse vrienden/bekenden en/of familieleden

van die [slachtoffer 1] (onder meer) inhoudende de mededeling: "Dan weet je zeker ook

van de sexfeesten in Zaandam! Ze is gebruikt als hoer. Vele mannen hebben haar

gebruikt, keer op keer en ze kreeg er zelfs geld voor." (dossierpagina 31)

en/of "Je gaat voor een vaste relatie met trouw en vertrouwen, eerlijkheid en

duidelijkheid. Zij is niet de vrouw die jou dat kan geven...!" (dossierpagina

31) en/of

- regelmatig en/of veelvuldig en/of ongewenst via Hyves die [slachtoffer 1] en/of

diverse vrienden/bekenden en/of familieleden van die [slachtoffer 1] benaderd;

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 13 augustus 2007 tot en met

27 oktober 2008 te Etten Leur, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer

van [slachtoffer2] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 2], in

elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of

vrees aan te jagen, immers heeft verdachte

- meerdere mails gestuurd naar die [slachtoffer 2], (onder meer) inhoudende de

mededeling: "KJ is dood..., en jij speelt op zijn graf....!! Je neukt alles

wat los en vast zit... gaat op een respectloze manier met je 'partners' om

door hen het gevoel te geven dat jij ervoor wil gaan met 'die banaan'... maar

de enige banaan waar jij in geinteresseerd bent....! Een fatsoenlijke relatie

kun jij niet opbouwen" (dossierpagina 375) en/of "Je bent een gevoelloze,

harteloze en egocentrische bitch....!! René" (dossierpagina 374) en/of

- meerdere mails en/of sms'jes gestuurd naar die [slachtoffer 2] en/of diverse

vrienden/bekenden en/of familieleden van die [slachtoffer 2] en/of

- regelmatig en/of veelvuldig en/of ongewenst via Hyves die [slachtoffer 2] en/of

diverse vrienden/bekenden en/of familieleden van die [slachtoffer 2] benaderd;

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 juni 2008 tot en met

4 december 2008 te Etten Leur, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer

van [slachtoffer 3], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 3], in elk

geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees

aan te jagen, immers heeft verdachte meerdere sms'jes gestuurd naar die [slachtoffer 3]

inhoudende de mededeling "Ik heb haar na het openen van gsm en pc in het

gezicht gespuugd. uit pure wanhoop en teleurstelling! Al die ontkenning en

leugens, tegen beter weten in! Ik zou het morgen weer zo doen... Respectloos"

(dossierpagina 476) en/of "Ik hield van haar......met heel mijn hart! Ik voel

nog steeds de pijn en het gemis..." (dossierpagina 478) en/of "zo mooi en

bijzonder. Alles klopte...alles. Behalve haar pc en 2e gsm..." (dossierpagina

478) en/of meerdere malen gebeld naar de telefoon van die [slachtoffer 3];

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht¬