Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2009:BK0016

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
12-10-2009
Datum publicatie
13-10-2009
Zaaknummer
07/3249 t/m 07/3260 en 08/1291
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De inspecteur heeft de rechtbank verzocht om geheimhouding van de namen van kopers, die bij belanghebbende een waterscooter zouden hebben gekocht. Ook verzoekt de inspecteur om geheimhouding van de chassisnummers van die waterscooters. De rechtbank acht aannemelijk dat er bij de kopers redelijkerwijs angst bestaat voor represailles van belanghebbende. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer van die kopers weegt in het onderhavige geval zwaarder dan het verdedigingsbelang van belanghebbende. De rechtbank is dan ook van oordeel dat geheimhouding is gerechtvaardigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2010/41 met annotatie van vanDam
FutD 2009-2250

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer (geheimhoudingskamer)

Procedurenummers: AWB 07/3249 t/m 07/3260 en 08/1291

Uitspraakdatum: 12 oktober 2009

Proces-verbaal van de mondelinge tussenuitspraak op het geheimhoudingsverzoek in het geding tussen

[eiser], wonende te 's-Hertogenbosch,

eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Oost-Brabant, kantoor ‘s-Hertogenbosch,

verweerder.

Eiser wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur.

De in het geding bestreden uitspraken op bezwaar

De uitspraken van de inspecteur op de bezwaren van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, ziekenfondspremie en omzetbelasting over de jaren 2000 tot en met 2003.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2009 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn zwager [naam] en zijn gemachtigde [naam], verbonden aan Ausma De Jong advocaten te Utrecht, alsmede namens de inspecteur, [namen].

1.Beslissing

De rechtbank:

-wijst het verzoek om geheimhouding van de namen van de kopers en de chassisnummers, rompnummers, kentekens, serienummers en modelnummers van de waterscooters toe;

-wijst de zaak terug naar de enkelvoudige belastingkamer die de beroepen behandelt en stelt het dossier, behoudens de stukken voorzover daarop geen vrijgave van geheime gegevens rust, ter beschikking van die kamer en

-houdt iedere verdere beslissing aan.

2.Gronden

2.1.De enkelvoudige belastingkamer, die de beroepen geregistreerd onder bovenstaande procedurenummers behandelt, heeft het onderzoek ter zitting van 18 juni 2009 geschorst en de zaak ter behandeling van het geheimhoudingsverzoek van de inspecteur naar de geheimhoudingskamer verwezen en daartoe de dossiers aan die kamer overgedragen. Het geheimhoudingsverzoek betreft de geheimhouding van de namen van negen kopers van een waterscooter en de "chassisnummers" van die waterscooters welke zijn vermeld op en bij de door die kopers ingevulde vragenformulieren van de belastingdienst. Met de chassisnummers worden mede de rompnummers, kentekens, serienummers en of modelnummers bedoeld zoals die op het vragenformulier en de daarbij gevoegde bijlagen zijn vermeld. Van de vragenformulieren en de bijlagen daarbij zijn geanonimiseerde exemplaren door de inspecteur ingediend en in afschrift aan de wederpartij verzonden.

2.2.De inspecteur onderbouwt zijn verzoek stellende dat degene die verklaringen hebben afgegeven om geheimhouding van hun identiteit hebben gevraagd uit angst voor represailles van belanghebbende. Ter adstructie van die stelling is bijgevoegd een verklaring van mevrouw [A] en mevrouw [B] omtrent een voorval op dinsdag 22 augustus 2006 en een overzicht van de politieregio Brabant-noord betreffende belanghebbende uit het HKS (herkenningdienstensysteem), het BFS (Bedrijfsprocessensysteem) en de BVH (Basis voorziening handhaving).

2.3.Belanghebbende stelt zich kort en zakelijk weergegeven, op de volgende standpunten:

Primair: De inspecteur heeft zijn stelling dat er bij de kopers angst voor represailles bestaat niet aannemelijk gemaakt.

Subsidiair: De aangevoerde reden is geen gewichtige reden als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb.

Meer subsidiair: Belanghebbende wenst ter controle ten minste de laatste twee cijfers van de rompnummers van de waterscooters te vernemen.

Nog meer subsidiair: In de zaken voorzover die de boete betreffen staat artikel 6 van het EVRM aan geheimhouding in de weg.

Ter zitting heeft belanghebbende desgevraagd verklaard dat hij geen toestemming geeft dat alleen de enkelvoudige kamer die op het beroep beslist kennis kan nemen van de namen van de kopers en de “chassisnummers” van de waterscooters.

Primair

2.4.De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur, tegenover de gemotiveerde betwisting door belanghebbende, aannemelijk heeft gemaakt dat er kopers zijn die verklaringen hebben afgelegd terwijl zij angst hebben voor represailles van belanghebbende. De rechtbank neemt daarbij het volgende in overweging. Van de negen verklaringen waarbij door de inspecteur om geheimhouding is verzocht komt slechts één geval voor waarin door de koper op enig moment aan belanghebbende is meegedeeld dat de belastingdienst vragen heeft gesteld. Daarbij is een kopie van het ingevulde formulier aan belanghebbende ter beschikking gesteld. Gezien de bevindingen uit het controlerapport hecht de rechtbank geloof aan de verklaring van de inspecteur dat de kopers gevraagd hebben hun identiteit niet bekend te maken. Gelet op de verklaringen omtrent het voorval op 22 augustus 2006, zoals vermeld in 2.2, en de registraties bij de politie, is de rechtbank van oordeel dat hetgeen belanghebbende met betrekking tot de stelling van de inspecteur naar voren heeft gebracht van onvoldoende gewicht is. De rechtbank acht aannemelijk dat er bij de kopers redelijkerwijs angst bestaat voor represailles. De rechtbank verwerpt daarom belanghebbendes primaire stelling.

Subsidiair

2.5.De rechtbank is van oordeel dat de vrees voor represailles betekent dat de kopers bescherming van de persoonlijke levenssfeer wensen. Beantwoord moet derhalve worden de vraag of in het onderhavige geval de bescherming van die persoonlijke levenssfeer een gewichtige reden is als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb. Het belang dat gediend wordt met het niet toepassen van genoemd artikel 8:29 is het verdedigingsbelang. Het niet weten wie de kopers zijn maakt het voor belanghebbende immers lastiger die verklaringen op hun waarheid en gewicht te toetsen. Voor deze belangenafweging, het belang van de persoonlijke levenssfeer tegenover het verdedigingsbelang, acht de rechtbank voor het onderhavige geval het volgende doorslaggevend. De rechtbank acht het onaanvaardbaar dat iemand wordt weerhouden in vrijheid de waarheid te verklaren door toedoen van degene die belang heeft, of meent te hebben, bij het achterhouden van die verklaring. In dergelijke gevallen acht de rechtbank het belang van de persoonlijke levenssfeer dan ook zwaarwegender dan het verdedigingsbelang. De rechtbank is van oordeel dat het aan belanghebbendes toedoen te wijten is, belanghebbendes gedrag zoals dat uit de onder 2.2 genoemde gegevens blijkt, dat de kopers niet bereid zijn hun verklaringen in volle vrijheid af te leggen. De rechtbank is voorts van oordeel dat aannemelijk is dat bij de kopers redelijkerwijs angst bestaat dat de persoonlijke levenssfeer wordt aangetast als bekend wordt wie zij zijn. Op grond van deze overwegingen is de rechtbank van oordeel dat het belang van de persoonlijke levenssfeer van de kopers zwaarder weegt dan het verdedigingsbelang van belanghebbende. De rechtbank concludeert derhalve dat sprake is van een gewichtige reden in de zin van artikel 8:29 van de Awb en verwerpt dan ook belanghebbendes subsidiaire stelling.

Meer subsidiair

2.6.Belanghebbende vraagt, indien de rechtbank van oordeel is dat het primaire en subsidiaire standpunt geen stand houden, om ten minste de bekendmaking van, naar ter zitting duidelijk is geworden, de laatste twee cijfers van het rompnummer. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke nuancering op een goed werkbare anonimisering een te grote kans in zich bergt dat alsnog de identiteit van de koper bekend wordt. Het verzoek om bekendmaking van genoemde cijfers wordt daarom afgewezen. Een geheel nummer anonimiseren is immers eenvoudiger en daarmee betrouwbaarder dan dat nummer anonimiseren op de laatste twee cijfers na. Het door belanghebbende ter zitting gegeven doel, het achterhalen van het bouwjaar van de waterscooter, is van onvoldoende gewicht om het verzoek om bekendmaking van genoemde cijfers toe te wijzen.

Artikel 6 EVRM

2.7.Belanghebbendes stelling dat in de boetezaken artikel 6 EVRM aan de geheimhouding in de weg staat wordt door de rechtbak verworpen. Op grond van vaste rechtspraak van het Europese Hof van Justitie voor de rechten van de mens (onder meer EHRM 16 februari 2000, nr. 28901/95 (Rowe en Davis), BNB 2000/259 en EHRM 16 februari 2000, nr. 29777/96 (Fitt), BNB 2000/260), is het recht van de verdachte op kennisneming van alle belastende en ontlastende stukken niet absoluut en is het mogelijk dat voor zijn zaak relevante stukken worden achtergehouden indien het belang bij geheimhouding zwaarder is dan het belang bij kennisneming. De persoonlijke levenssfeer is een dergelijk te beschermen belang. Hierbij dient wel in acht te worden genomen dat de verdachte de mogelijkheid moet hebben gehad zich zinvol tegen de geheimhoudingsargumenten van de vervolgende instantie te verweren, de rechten van de verdediging niet verder dan strikt noodzakelijk worden beperkt, de verdediging door de rechter moet worden gecompenseerd voor mogelijk verlies van verweermogelijkheden als gevolg van de geheimhouding, het de rechter is die bepaalt of de geheimhouding gerechtvaardigd is, de gerechtvaardigdheid van de geheimhouding doorlopend wordt getoetst gedurende de gehele procedure en de rechter bij die toetsing het gehele procesdossier, inclusief de achter te houden stukken, tot zijn beschikking heeft (vergelijk conclusie A-G Wattel, 18 september 2007, nr. 43791 en 43792, VN 2007/51.11 onderdeel 10). Zoals de rechtbank in 2.5 al heeft geoordeeld weegt in het onderhavige geval de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de kopers zwaarder dan het verdedigingsbelang van belanghebbende. Voorzover het de boete betreft dient de behandelende kamer die op het beroep beslist de genoemde compensatie te bieden. Daarenboven dient die kamer doorlopend te bewaken of de geheimhouding waartoe bij de onderhavige beslissing wordt besloten blijft gerechtvaardigd.

2.8.De rechtbank komt op grond van het vorenoverwogene tot de conclusie dat de geheimhouding van de namen van de kopers en de chassisnummers, rompnummers, kentekens, serienummers en modelnummers van de waterscooters, is gerechtvaardigd. Gelet op het bepaalde in artikel 8:29, vijfde lid van de Awb en het onthouden van toestemming van belanghebbende, zoals vermeld onder 2.3, zullen de stukken voorzover daarop geen vrijgave van geheime gegevens rust, niet ter beschikking worden gesteld aan de enkelvoudige belastingkamer die de beroepen behandelt. De griffier van de geheimhoudingskamer zal deze stukken retour zenden aan de inspecteur.

2.9.Gelet op al het vorenoverwogene is beslist als hiervoor is vermeld. Iedere verdere beslissing, ook die ten aanzien van een eventuele geheel of gedeeltelijke vergoeding van kosten, zal worden aangehouden.

Aldus gedaan door mr. C.A.F.M. Stassen, rechter, en door deze en mr. drs. M.H. van Schaik, griffier, ondertekend.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2009.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 12 oktober 2009

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak kan slechts tegelijk met hoger beroep tegen de uitspraak in de hoofdzaak hoger beroep worden ingesteld.