Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ5642

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
12-08-2009
Datum publicatie
20-08-2009
Zaaknummer
199974/HA ZA 09-267
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Projectontwikkelaar Roozen Landgoederen BV verwijt de Brabantse Milieufederatie onrechtmatig handelen en vordert schadevergoeding. De projectontwikkelaar wil een zorginstelling realiseren op een landgoed. De Milieufederatie ondersteunt van harte het door de projectontwikkelaar aan de Milieufederatie ter inzage gegeven plan inzake de beoogde natuurontwikkeling in verband met het project. De Milieufederatie handelt niet onrechtmatig door zich in de krant als ‘zeer verrast’ uit te laten over het project, doordat zij kort voor de publicatie in de krant op de hoogte was gekomen van uitgewerkte bouwplannen. Evenmin onrechtmatig handelen door zich in een debat in een milieucafé scherper uit te laten dan met de projectontwikkelaar was afgesproken. Ook geen onrechtmatig handelen door in een interview in de krant zich negatief uit te laten over het project, omdat na enige tijd waarin partijen met elkaar in gesprek zijn, een situatie kan ontstaan waarin éénzijdig de conclusie wordt getrokken dat er geen voortgang meer wordt geboekt en de andere partij niet kan blijven vasthouden aan de eerder gemaakte afspraak om geen conflictueuze uitlatingen te doen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2009/152
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

Team handelsrecht

zaaknummer / rolnummer: 199974 / HA ZA 09-267

Vonnis van 12 augustus 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

ROOZEN LANDGOEDEREN BV,

gevestigd en kantoorhoudende te Haghorst, gemeente Hilvarenbeek,

eiseres,

advocaat mr. C.J. Spitters,

tegen

de stichting

DE STICHTING BRABANTSE MILIEUFEDERATIE,

gevestigd en kantoorhoudende te Tilburg,

gedaagde,

advocaat mr. M. Zwennes.

Partijen zullen hierna Roozen B.V. en BMF genoemd worden.

1. De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 mei 2009,

- het op 12 juni 2009 door BMF ingediende stuk getiteld: “Landgoed De Hilverhoeve, Cure, Care & healing Environment”,

- het faxbericht d.d. 26 juni 2009 van de advocaat van Roozen B.V. met als bijlage een e-mailbericht,

- het proces-verbaal van comparitie van 1 juli 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Roozen B.V. vordert bij vonnis te verklaren voor recht dat BMF onrechtmatig heeft gehandeld, BMF te veroordelen tot vergoeding van schade, nader op te maken bij staat en tot een voorschot van € 200.000,00, alsmede BMF te verbieden nog verder in de publiciteit uit te dragen dat zij zich verzet tegen de komst van een zelfstandig behandelingscentrum en een aantal zorgappartementen en zorgwoningen met een carehotel, zulks op straffe van een dwangsom ad € 100.000,00 per overtreding, met veroordeling van BMF in de kosten van de procedure.

2.2. BMF voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. Het volgende staat in rechte vast.

3.1.1. Roozen B.V. is eigenaresse van het landgoed van omstreeks 55 ha, “De Hilverhoeve” geheten en is voornemens om op een stuk landbouwareaal, gelegen aan de westzijde van het landgoed, bebouwing te realiseren in de vorm van een zelfstandig behandelcentrum met zorgappartementen en zorgwoningen en een carehotel (hierna te noemen: zorginstelling).

3.1.2. Roozen B.V. heeft daartoe het natuurrapport “Natuurrapport Hilverhoeve” laten opstellen door [A].

3.1.3. Het natuurrapport is door [A], door tussenkomst van [X] in handen gesteld van BMF.

3.1.4. Op 12 juli 2008 heeft de [werknemer van BMF], werkzaam bij BMF, een e-mail bericht gezonden aan [A] met de volgende inhoud:

Beste [A],

Namens de BMF kan ik je mededelen dat wij jullie masterplan van harte ondersteunen. Wellicht is het verstandig om vooral aandacht te besteden aan de overgangmilieus (gradiënten) tussen de verschillende biotopen. Juist deze gradiënten zijn ecologisch gezien het interessants.

Met vriendelijke groet,

[werknemer van BMF].

3.1.5. In de editie van 15 augustus 2008 van het Brabants Dagblad is een artikel geplaatst met, voor zover hier van belang, de volgende inhoud (productie 3 bij dagvaarding):

BMF-directeur ‘zeer verrast’ over plan voor landgoed Blauwe Hoef (kop, vetgedrukt)

De Brabantse Milieufederatie (BMF) is ‘zeer verrast’ over het plan om van landgoed De Blauwe Hoef bij Hilverenbeek een zorglandgoed te maken. “Het was bij ons niet bekend”, zegt de directeur [directeur]. “We lazen het vrijdag in het Brabants Dagblad.” Ontwikkelaar Rozen van Hoppe stelde in die krant dat de BMF ‘zeer enthousiast’ is over de aanpak van het plan.

(...)

[directeur] is ‘zeer nieuwsgierig’ naar het plan. “Ik ben net gebeld door een medewerker (van) Roozen van Hoppe. Hij vertelde dat ik misschien wel verrast was door de citaten in de krant. Dat was ik zeker. We maken binnenkort een afspraak om het plan te bespreken.” (...)

Ondertussen vindt [directeur], directeur van De Roozen van Hoppe Groep, het vreemd dat de BMF-directeur van niets weet. “Door vakanties in onze beide organisaties is een en ander blijkbaar onderling niet goed kortgesloten.”

Over het landgoed De Hilverhoeve kan [d[directeur] nog geen goed oordeel geven. “Maar op het plaatje in de krant zag ik veel bebouwing, terwijl die locatie nu heel open is. Bovendien is het de vraag of al die activiteit wel goed is voor een landgoed waar al jaren rust heerst.”

3.1.6. Op 3 september 2008 vond een gesprek plaats tussen de heren [directeur] (directeur van Roozen B.V.), [Y], [Z], [directeur] (directeur BMF), [werknemer van BMF] en [A].

3.1.7. Op 11 september 2008 vond een platformdiscussie plaats in het Milieucafé te Tilburg waarbij de heren [directeur] en [directeur] hebben gesproken over de plannen van Roozen B.V..

3.1.8. Op 31 oktober 2008 heeft er opnieuw een bespreking plaatsgevonden tussen de heren [Y], [directeur], en [A].

3.1.9. In de editie van 16 december 2008 van het Brabant Dagblad is een artikel geplaatst met, voor zover hier van belang, de volgende inhoud:

BMF zegt ‘nee’ tegen zorgcomplex Hilverhoeve (kop, vetgedrukt)

(...) “We vragen met klem om het initiatief stop te zetten”, zegt directeur [directeur] na diverse gesprekken met de ondernemer. (...) “Het past niet op deze plek”, zegt [directeur]. “Het karakter van het landgoed wordt geweld aangedaan. Het is een kwetsbaar natuurgebied, de bebouwing wordt veel te massief.” (...) De belofte van [directeur] dat ook in ‘de natuur’ wordt geïnvesteerd, kan [directeur] niet overtuigen. “Alles wat ik erover lees in het plan, weegt niet op tegen de schade die wordt aangericht.”

(...)

3.1.10. Op 3 februari 2009 is er ten laste van BMF conservatoir derdenbeslag gelegd onder de Triodos bank N.V.

3.1.11. Bij vonnis in kort geding van 20 februari 2009 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht op vordering van BMF het gelegde derdenbeslag opgeheven, met veroordeling van Roozen B.V. in de proceskosten.

3.2. Roozen B.V. voert als grondslag voor haar vorderingen aan dat BMF onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met haar eerdere standpunt het plan ‘van harte’ te ondersteunen, en in strijd met afspraken die gemaakt zijn op 3 september 2008 en 31oktober 2008, zich publiekelijk negatief uit te laten over de plannen van Roozen B.V., als gevolg waarvan schade is ontstaan. Deze schade heeft plaatsgevonden in de vorm van vertraging in de voortgang van de realisering van de zorginstelling. Deze vertraging dient uitgedrukt te worden in hogere financieringskosten, c.q. vertragingsrente over een bedrag van 2,5 tot 3 miljoen euro dat Roozen B.V. als vreemd kapitaal in het project heeft geïnvesteerd, aldus Roozen B.V..

3.3. BMF voert ten verwere aan dat het natuurrapport dat zij in handen kreeg, niet officieel door Roozen B.V. aanhaar is aangeboden, maar ‘sub roza’ als collegiale uitwisseling tussen [A] en [werknemer van BMF], zodat het e-mail bericht van 12 juli 2008, waarin staat dat het plan van harte wordt ondersteund, niet als een officieel standpunt van BMF kan worden beschouwd. Overigens voert zij aan dat zij terecht ‘zeer verrast’ was omtrent de plannen, omdat zij tot de publicatie van het ‘rode plan’ met de bebouwing in het Brabants Dagblad slechts kennis had van het ‘groene’ natuurplan. Voorts stelt BMF dat tijdens de besprekingen van 3 september 2008 en 31 oktober 2008 niet is afgesproken in de pers of het publieke debat in het geheel niets te zeggen, maar zich op de vlakte te houden of althans de plannen niet te zwaar te bekritiseren en te benadrukken dat partijen in gesprek zijn met elkaar. Tenslotte voert BMF aan dat partijen na verloop van tijd waren uitgesproken omdat Roozen B.V. slechts wilde spreken over aanpassing van de natuurwaardecompensatie en niet over vermindering van het bouwvolume of een alternatieve locatie voor de zorginstelling, zodat zij niet gehouden kon worden aan de afspraken die tijdens de besprekingen zijn gemaakt.

3.4. Daar Roozen B.V. stelt dat BMF op de verschillende momenten, te weten 1) in de publicatie in het Brabants Dagblad van 15 augustus 2008, 2) tijdens het debat in het milieucafé op 11 september 2008 en 3) in de publicatie van het Brabants Dagblad van 17 december 2008, onrechtmatig heeft gehandeld, zal de rechtbank per incident daarover een oordeel geven.

3.5. Ten aanzien van de uitlating ‘zeer verrast’ zoals deze in de editie van 15 augustus 2008 van het Brabant Dagblad is afgedrukt, is de rechtbank van oordeel dat deze uitlating niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt. De rechtbank overweegt daartoe dat is komen vast te staan dat BMF tot de publicatie in het Brabants Dagblad op de vrijdag voor 15 augustus 2008, geen kennis had van de uitgewerkte bouwplannen zoals weergegeven in het door haar ingebrachte stuk “Landgoed Hilverhoeve” (het zogenoemde ‘rode plan’), maar slechts van het ‘groene’ natuurplan. In dit natuurplan wordt naar het oordeel van de rechtbank slechts in ondergeschikte mate aandacht besteed aan de beoogde bebouwing. Op de voorpagina staat een foto van een gebouw en op pagina 4 van het 20 pagina’s tellende natuurrapport wordt de beoogde bebouwing geïllustreerd met een foto waarop slechts met moeite de bebouwing is te herkennen. Verder wordt de bebouwing beschreven in haar onderdelen en met vermelding van de oppervlakte die het in zou nemen: 6,5 % van de totale oppervlakte. Voor het overige deel wordt uitvoerig ingegaan op de natuurontwikkeling die beoogd is. In het stuk “Landgoed de Hilverhoeve” (het ‘rode plan’) wordt de bebouwing nader beschreven en aanschouwelijk gemaakt middels meerdere animatiefoto’s en plattegrondtekeningen. Door aldus geconfronteerd te worden met de uitgebreide weergave van de bouwplannen kon, naar het oordeel van de rechtbank, BMF verrast zijn. De rechtbank kan Roozen B.V. niet volgen in haar stelling dat BMF in voldoende mate kennis had kunnen hebben of kunnen nemen van de bouwplannen na bestudering van het natuurplan. Haar uitlating dat zij dit plan van harte ondersteunt kan BMF, hoewel die uitlating redelijkerwijs moet worden opgevat als gedaan namens BMF, dus niet tegengeworpen worden in haar reactie zoals dit is weergegeven in het Brabants Dagblad van 15 augustus 2008.

3.6. Bij de beantwoording van de vraag of de uitlatingen door de heer [directeur], directeur van BMF, gedaan tijdens de platformdiscussie op 11 september 2008 als onrechtmatig aangemerkt moeten worden, dient de rechtbank te beoordelen of deze uitlatingen in strijd zijn met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betamelijk is gelet op de afspraak die partijen met elkaar hebben gemaakt. Deze maatschappelijke onzorgvuldigheid kan minder snel worden aangenomen dan bij het oordeel of een partij toerekenbaar is tekort gekomen in de nakoming van een op schrift gestelde overeenkomst en onder omstandigheden moet worden beoordeeld welke zin partijen mochten toekennen aan de overeenkomst en wat hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

3.7. [directeur] erkent zich tijdens de platformdiscussie scherper te hebben uitgelaten dan afgesproken was. De rechtbank is evenwel van oordeel dat deze uitlatingen niet als onrechtmatig zijn aan te merken. Daartoe neemt de rechtbank in overweging dat de uitlatingen in een discussievorm zijn gedaan naar aanleiding van vragen van de discussieleider en de antwoorden van de zijde van Roozen B.V. en BMF. Beide partijen hebben zich vrijwillig voor deze platformdiscussie laten lenen. Van dwang daartoe is de rechtbank niet gebleken. Aangenomen moet worden dat BMF alleen wilde meedoen indien Roozen B.V. ook zou verschijnen en Roozen B.V. niet heeft laten blijken jegens BMF dat zij niet mee wenste te doen aan de discussie of deelname daaraan ontraden heeft gelet op de tussen partijen geldende afspraak. Indien en voor zover ‘radiostilte’ was afgesproken tussen partijen, is de afspraak in zoverre voor Roozen B.V. geen belemmering geweest om deel te nemen aan de discussie. Uit een en ander moet worden afgeleid dat de ‘hardheid’ van de afspraken enigermate relatief was. Voorts moet aangenomen worden dat Roozen B.V. in de discussie zijn plannen heeft gepresenteerd en dat de discussieleider BMF heeft uitgenodigd daarop te reageren. In een dergelijke dynamische situatie kan niet van BMF gevergd worden dat zij zich op de vlakte houdt en slechts aangeeft dat partijen met elkaar in discussie zijn. Uitlatingen in dat debat zijdens BMF die ervaren zijn als scherper dan gewenst in het kader van de tussen partijen gemaakte afspraak, kunnen derhalve niet als onrechtmatig worden aangemerkt.

3.8. De rechtbank begrijpt de stelling van Roozen B.V. ten aanzien van de publicatie in het Brabants Dagblad van 17 december 2008 aldus dat dit onrechtmatig is omdat, naast de eerdere afspraken om zich niet conflictueus in de pers uit te laten, Roozen B.V. niet in de gelegenheid is gesteld nader onderzoek te doen naar het voorstel van BMF om de oorspronkelijke loop van het riviertje De Ley te herstellen en zich daarover uit te laten, alvorens BMF zich negatief uitliet in het Brabants Dagblad.

3.9. De rechtbank stelt vast dat partijen met elkaar hebben gesproken waarbij BMF met name het standpunt had dat het bouwvolume van de beoogde bebouwing een te grote ingreep in het landschap vormde. Ten aanzien van de aanpassingen in het natuurgebied bestond er minder verschil van mening, zij het dat BMF van mening was dat door de bebouwing er in - extra - compensatie van natuur moest worden voorzien. Ten aanzien van het betoog van Roozen B.V. dat BMF had toegezegd haar bezwaren te laten varen indien het riviertje De Ley in haar oorspronkelijke loop zou worden hersteld, overweegt de rechtbank dat niet gebleken is dat op dit onderdeel concrete plannen zijn gepresenteerd voordat Roozen B.V. daags na de publicatie op 17 december 2008 in het Brabants Dagblad overleg met de provincie Noord-Brabant zou voeren waarbij zij haar plannen zou presenteren. Niet gesteld is, en evenmin is de rechtbank gebleken, dat Roozen B.V. het bouwvolume heeft willen aanpassen of op een andere locatie de zorginstelling wilde gaan realiseren.

Onder deze omstandigheden kunnen de uitlatingen van BMF in het Brabants Dagblad van 17 december 2007 niet als onrechtmatig worden betiteld. Na enige tijd van overleg en het uiten van bezwaren tegen de omvang en de locatie van de bebouwing, kan niet van BMF worden gevergd dat, nu haar niet was gebleken dat Roozen B.V. het volume van de bebouwing en de locatie wilde aanpassen of wijzigen, dit desgevraagd niet naar buiten kenbaar te maken. Immers indien partijen met elkaar in gesprek zijn, kan een situatie ontstaan waarin éénzijdig de conclusie wordt getrokken dat op een belangrijk onderdeel geen voortgang wordt geboekt en dan kan het niet zo zijn dat de andere partij, door te blijven vasthouden aan de afspraak geen conflictueuze uitlatingen te doen, kan voorkomen dat in de pers lucht wordt gegeven aan de nog steeds bestaande bezwaren tegen de plannen.

3.10. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat BMF op geen van de door Roozen B.V. aangehaalde 3 momenten onrechtmatig heeft gehandeld. Voor zover Roozen B.V. wil betogen dat BMF over de gehele periode van medio juni 2008 tot aan de publicatie in het Brabants Dagblad van 17 december 2008 onrechtmatig heeft gehandeld door Roozen B.V. in feite voor leugenaar uit te maken, althans zorg te dragen dat achterdocht en twijfel ontstond over de milieuaspecten van het plan, overweegt de rechtbank nog het navolgende.

3.11. De rechtbank kan Roozen B.V. niet volgen in haar stelling dat BMF haar feitelijk voor leugenaar heeft uitgemaakt omdat, zoals hiervoor overwogen, BMF terecht verrast kon zijn door de nader bekend gemaakte bouwplannen en de van harte verleende steun slechts zag op het groene deel van de plannen. Het is de rechtbank voorts niet gebleken dat BMF over de plannen een andere mening naar buiten toe heeft uitgedragen dan dat zij jegens Roozen B.V. tijdens de besprekingen heeft geventileerd. Het gaat daarom ook te ver om BMF te verwijten de oorzaak te zijn van achterdocht en twijfel.

3.12. Nu niet is komen vast te staan dat BMF onrechtmatig heeft gehandeld, dient de vordering van Roozen B.V. tot schadevergoeding te worden afgewezen.

3.13. De vordering waarbij BMF wordt verboden nog verder in de publiciteit uit te dragen dat zij zich verzet tegen de komst van een zelfstandig behandelingscentrum en een aantal zorgappartementen en zorgwoningen met een carehotel zal de rechtbank eveneens afwijzen. Nu van onrechtmatig handelen van BMF niet is gebleken, heeft Roozen B.V. overigens onvoldoende gesteld op grond waarvan een dergelijk verbod zou moeten worden verleend.

3.14. Roozen B.V. wordt als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld welke door de rechtbank worden begroot op:

vastrecht € 4.400,00

salaris advocaat € 4.000,00 (2 punten x tarief € 2.000,00)

totaal € 8.400,00

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. wijst de vorderingen af,

4.2. veroordeelt Roozen Landgoederen BV in de proceskosten, aan de zijde van BMF tot op heden begroot op EUR 8.400,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.M. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2009.?