Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2009:BI3431

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
04-05-2009
Datum publicatie
11-05-2009
Zaaknummer
02/801127-08 [P] en 02/606575-07 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

"Verdachte wordt veroordeeld ter zake 5 strafbare feiten, te weten een poging tot afpersing, een diefstal met geweld, baldadigheid, een diefstal en een openlijk geweldpleging tegen personen en goederen. De rechtbank legt verdachte een jeugddetentie van 215 dagen op, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie. De voorwaardelijke straf van 20 uur werkstraf subsidiair 10 dagen vervangende jeugddetentie wordt ten uitvoer gelegd. Daarnaast spreekt de rechtbank de ondertoezichtstelling van verdachte uit, met daaraan de bijzondere voorwaarden verbonden dat verdachte een neurofeedback therapie, een non-directieve therapie en een Multi Systeem Therapie zal volgen (zie de afzonderlijk aangemaakte beslissing met zaaknummer 202812 JE RK 09-708)".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummers: 02/801127-08 [P] en 02/606575-07 (TUL)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 mei 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te Mykolajiw (Oekraïne) op 15 december 1993

wonende te [adres]

thans gedetineerd in de justitiële jeugdinrichting Den Hey-Acker, locatie Vught

raadsman mr. G.F. van der Hardt Aberson, advocaat te Rotterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 april 2009, waarbij de officier van justitie, mr. Klooster, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met een ander op straat heeft geprobeerd met geweld en bedreiging met geweld iemand van zijn MP3-speler te beroven;

feit 2: samen met een ander op straat met geweld iemand van zijn mobiele telefoon heeft beroofd;

feit 3: heeft geprobeerd brand te stichten, dan wel baldadig is geweest;

feit 4: een portemonnee heeft gestolen;

feit 5: samen met een ander op straat geweld heeft gepleegd tegen een passerende fietser.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de feiten 1, 2, 3 subsidiair, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

Feit 1

- de bekennende verklaring van verdachte;

- de aangifte van [slachtoffer1]

Feit 2

- de bekennende verklaring van verdachte;

- de aangifte van [slachtoffer2]

Feit 3 subsidiair

- de bekennende verklaring van verdachte;

- de aangifte [slachtoffer3].

Feit 4

- de bekennende verklaring van verdachte;

- de aangifte van [slachtoffer4]

Feit 5

- de bekennende verklaring van verdachte;

- de aangifte van [slachtoffer5].

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 17 september 2008 te Tilburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer1] te dwingen tot de afgifte van een MP3 speler, toebehorende [slachtoffer1]

- voor [slachtoffer1] is gaan lopen (waardoor [slachtoffer1] moest remmen en tot stilstand kwam) en

- [slachtoffer1] de woorden heeft toegevoegd: "Stop, stop" en"Geef mij jouw MP3-speler" en "Ja, anders sla ik je in

elkaar" en

- zijn hand naar de MP3-speler van [slachtoffer1] heeft uitgestoken en

- [slachtoffer1] eenstompmet zijn, verdachtes, vuist heeft gegeven tegen de schouder van [slachtoffer1], terwijl

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

op 17 september 2008 te Tilburg, op de openbare weg, de Schipbeek, tezamen en in

vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, toebehorende [slachtoffer2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [slachtoffer2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken , welk

geweld hierin bestond dat hij verdachte en/of zijn mededader

- om [slachtoffer2] heen is/zijn gefietst en

- naast [slachtoffer2] is/zijn gaan staan en met zijn fiets tegen de fiets van [slachtoffer2] is/heeft aangereden en

- de mobiele telefoon onverhoeds uit de handen van de Hendriks heeft gegrist

en/of gepakt.

3 subsidiair.

op 26 september 2008 te Tilburg op een voor het publiek toegankelijke

plaats, te weten het schoolplein van het Midden Brabant College Frater van Gemert, baldadiglijk met een aansteker blaadjes en stiften heeft aangestoken, waardoor gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht.

4.

op 17 september 2008 te Tilburg met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (inhoudende 225

Euro toebehorende aan [slachtoffer4]

5.

op 29 augustus 2008 te Tilburg met een ander, op de openbare weg, Iepenpad,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer5] en de

fiets van [slachtoffer5], welk geweld bestond uit:

- het blokkeren van de vrije doorgang van [slachtoffer5] en

- het vastpakken van [slachtoffer5] en die fiets van [slachtoffer5]

- [slachtoffer5] van zijn fiets af trekken en duwen tegen het lichaam

- [slachtoffer5] tegen de muur aandrukken en

- het schoppen tegen die fiets van [slachtoffer5].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen in het geval verdachte ook onder toezicht wordt gesteld:

- een jeugddetentie gelijk aan het voorarrest tot aan de dag van de uitspraak;

- een werkstraf van 100 uur subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie;

- een voorwaardelijke jeugddetentie van 3 maanden met een proeftijd van twee jaar.

Indien de rechtbank niet komt tot het onder toezicht stellen van verdachte dan vordert de officier van justitie naast het voornoemde ook het koppelen van de hierna volgende bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke jeugddetentie met daarbij begeleiding door de Jeugdreclassering:

- neurofeedback therapie;

- non-directieve therapie;

- Multi Systeem Therapie.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om bij de strafbepaling rekening te houden met de tijd die zijn cliënt al in voorarrest heeft doorgebracht. De aandacht moet met name gericht worden op de ondertoezichtstelling. De te volgen therapieën kunnen het beste worden gekoppeld aan de ondertoezichtstelling en dus niet aan een voorwaardelijk strafdeel, aldus de raadsman.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich in augustus en september 2008 schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing, een diefstal (van een telefoon) met geweld, baldadigheid, een diefstal van een portemonnee en openlijk geweld tegen een persoon en een fiets. Door het plegen van deze feiten heeft verdachte er blijk van gegeven dat hij zich weinig aantrekt van de lichamelijke integriteit en bezittingen van de diverse slachtoffers. Verdachte stelt telkens zijn eigen behoeftebevrediging voorop, zo nodig zelfs ten koste van anderen. Uit enkele van de hiervoor aangehaalde feiten blijkt dat verdachte hierbij zelfs het gebruik van geweld niet schuwt. De rechtbank is van oordeel dat het gaat om ernstige feiten en neemt verdachte zijn manier van handelen zeer kwalijk.

Verdachte is onderzocht door psycholoog [naam deskundige] en psychiater [naam deskundige]

Psycholoog [naam deskundige] heeft aangegeven dat verdachte weliswaar weet wat wel en niet maatschappelijk aanvaardbaar is, maar dat hij (nog) niet in staat is om voldoende de bijpassende morele emoties te voelen. Verdachte’s eigen behoeftebevrediging staat nog voorop. Bovendien lijken zijn status en stoere gedrag op dit moment belangrijker voor hem dan de maatschappelijke regels. In de loop van de jaren heeft zich een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis bij verdachte ontwikkeld. Hij heeft hierdoor een toegenomen neiging voor het begaan van delicten zoals het tenlastegelegde. De wilsvrijheid wordt voor een klein gedeelte beperkt. Verdachte heeft duidelijke structuur en toezicht nodig. Van belang is dat er van buitenaf toezicht wordt gehouden op de opvoeding van moeder. Zij moet zekerder worden van haar vaardigheden en leren wat gepast is bij de ontwikkeling van verdachte.

Psychiater [naamdeskundige] heeft vastgesteld dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar moest worden beschouwd ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten. Teneinde de kans op recidive te verminderen is het volgens [naamdeskundige] noodzakelijk dat verdachte, gelet op zijn gedragsstoornis en zijn huidige leeftijd, waarin nog bijsturing mogelijk is, gedurende een langere tijd in een dagelijks geboden externe structuur geplaatst wordt waarin positief gedrag bekrachtigd wordt, negatief gedrag wordt afgeleerd en een veilige basis geboden wordt.

[naam deskundige] en [naamdeskundige] hebben beide een strafadvies gegeven, waarbij het project Crossroads een belangrijke plaats inneemt. Uit de rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming en de toelichtende brief van Bureau Jeugdzorg, beide gedateerd 20 april 2009, is de rechtbank echter gebleken dat het project Crossroads mislukt is. Tijdens de Crossroadsperiode is verdachte onvoldoende in het gareel gekomen bij zowel school, Crossroads als in de thuissituatie bij moeder. Verdachte heeft ongeoorloofde risicocontacten gelegd in de weinige vrije tijd die hij buiten zijn Crossroadsprogramma had en is wederom gerecidiveerd.

Uit het onderzoek van het EPI komt onder andere naar voren dat verdachte in rust onvoldoende verwerkingscapaciteit heeft om veel prikkels te verwerken. Aan verdachte moet een duidelijke dagelijkse situatie geboden worden: als dit bij moeder kan moet moeder hierbij ondersteuning krijgen. Middels neurofeedback therapie kan verdachte leren de inkomende prikkels adequaat te verwerken. Daarnaast zou een non-directieve therapie gestart moeten worden om verdachte in staat te stellen om zelf zijn problemen op te lossen.

Ter zitting is de actuele situatie toegelicht door twee vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming. Het standpunt van de Jeugdreclassering is dat begeleiding door deze instelling niet langer doeltreffend is. De Jeugdreclassering kan moeder namelijk geen bindende aanwijzingen geven. De Raad acht daarom een ondertoezichtstelling van verdachte passend en geboden. Op deze manier wordt ook moeder ondersteund bij de opvoeding en verzorging van verdachte, eventueel door middel van te geven aanwijzingen, en kunnen noodzakelijk geachte therapieën als bijzondere voorwaarde aan deze ondertoezichtstelling worden gekoppeld. De Raad denkt hierbij aan een neurofeedback therapie, een non-directieve therapie en een Multi Systeem Therapie.

Met de deskundigen is de rechtbank van oordeel dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar is. Gelet op de door hen geconstateerde problematiek is behandeling, structuur en toezicht nodig om recidive te voorkomen.

De rechtbank zal, nu alle betrokken partijen er de voorkeur aan geven om de genoemde therapieën in het kader van de ondertoezichtstelling uit te voeren en ook overigens aan alle vereisten voor een ondertoezichtstelling is voldaan, per heden de ondertoezichtstelling van verdachte uitspreken en hieraan de genoemde bijzondere voorwaarden verbinden, daarbij verwijzende naar de afzonderlijke aangemaakte beslissing onder zaaknummer

202812 JE RK 09-708.

Gelet op de ernst van de feiten vindt de rechtbank dat naast de ondertoezichtstelling ook nog straf dient te worden opgelegd aan verdachte.

Bij de strafbepaling houdt de rechtbank rekening met het strafblad van verdachte en de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet langer in de jeugdgevangenis hoeft te blijven dan hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Wel ziet de rechtbank aanleiding om een deel van de totaal op te leggen jeugddetentie, te weten 60 dagen, voorwaardelijk op te leggen. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Dit alles komt concreet neer op een jeugddetentie van 215 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Daarnaast acht de rechtbank, gelet op de hoeveelheid en de ernst van de feiten, een werkstraf van 100 uur subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie passend en geboden.

6.4 Het ad informandum gevoegde

De rechtbank heeft bij de strafbepaling rekening gehouden met het door verdachte bekende, maar niet ten laste gelegde strafbare feit, zoals opgenomen in de door de officier van justitie ad informandum bij het dossier gevoegde zaak onder parketnummer 02/625739-09. Dit betreft een diefstal uit een woning, gepleegd in de periode van 18 tot 20 januari 2009 aan de [adres] Dordrecht.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer5] vordert een schadevergoeding van € 103,45 voor feit 5.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

8 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van 20 uur subsidiair 10 dagen jeugddetentie die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de kinderrechter d.d.

14 april 2008 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 27, 36f, 45, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77dd, 77gg, 141, 310, 312, 317 en 424 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 3 primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.2 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: poging tot afpersing;

feit 2: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3 subsidiair: baldadigheid;

feit 4: diefstal;

feit 5: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 215 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde jeugddetentie;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 100 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 50 dagen;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 14 april 2008 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02/606575-07 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een werkstraf van 20 uur subsidiair 10 dagen vervangende jeugddetentie;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer5], [adres] van € 103,45;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. (BP.20)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van voornoemd slachtoffer, € 103,45 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04A)

Voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk is aan het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Janssen, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. Hopmans en mr. Combee, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Korsten, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 mei 2009.

Mr. Janssen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 17 september 2008 te Tilburg ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer1] te dwingen tot de afgifte van een MP3 speler, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende [slachtoffer1] in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- voor [slachtoffer1] is gaan rennen/lopen (waardoor [slachtoffer1] moest

remmen en tot stilstand kwam) en/of

- [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal, de woorden heeft toegevoegd:

"Stop, stop" en/of "Geef mij jouw MP3-speler" en/of "Ja, anders sla ik je in

elkaar" en/of

- zijn hand naar de MP3-speler van [slachtoffer1] heeft uitgestoken en/of

- [slachtoffer1] een klap/stomp/duw met zijn, verdachtes, vuist heeft

gegeven tegen de/het schouder/sleutelbeen/borst van [slachtoffer1], terwijl

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 17 september 2008 te Tilburg, op of aan de openbare weg,

de Schipbeek, in elk geval op of aan een openbare weg, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende [slachtoffer2], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer2], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte

en/of zijn mededader

- om [slachtoffer2] heen is/zijn gefiets en/of

- naast [slachtoffer2] is/zijn gaan staan en/of

- met zijn fiets tegen de fiets van [slachtoffer2] is/heeft aangereden en/of

- de mobiele telefoon onverhoeds uit de handen van de Hendriks heeft gegrist

en/of gepakt;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3 primair.

hij op of omstreeks 26 september 2008 te Tilburg ter uitvoering van het door

hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten, met dat opzet de

vlam van een aansteker bij een of meer stiften en/of een blikje gehouden en/of

vervolgens hierop bladeren heeft gelegd en/of gedaan, in elk geval met dat

opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met een of meer stiften en/of

ene blikje en/of bladeren, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl

daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 subsidiair.

hij op of omstreeks 26 september 2008 te Tilburg op een voor het publiek toegankelijke

plaats, te weten het schoolplein van het Midden Brabant College Frater van Gemert, baldadiglijk met een aansteker blaadjes en/of stiften heeft aangestoken, waardoor gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht;

artikel 424 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 17 september 2008 te Tilburg met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (inhoudende 225

Euro en/of een bankpas), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer4], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

5.

ter berechting gevoegd 02/605808-08:

hij op of omstreeks 29 augustus 2008 te Tilburg met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, Iepenpad, in elk geval op of aan een openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer5] en/of de

fiets van [slachtoffer5], welk geweld bestond uit:

- het blokkeren van de vrije doorgang van [slachtoffer5] en/of

- het vastpakken van [slachtoffer5] en/of die fiets van [slachtoffer5]

- [slachtoffer5] van zijn fiets af trekken en/of duwen tegen het lichaam

- [slachtoffer5] tegen de muur aandrukken en/of duwen en/of

- het schoppen en/of trappen tegen die fiets van [slachtoffer5];

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht