Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2009:BI1439

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
16-04-2009
Datum publicatie
17-04-2009
Zaaknummer
02-800764-08 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ten laste zijn gelegd een viertal winkeldiefstallen gepleegd door een groep en een heling. Verdachte ontkent en wijst op een mogelijke vergissing met zijn tweelingbroer.

Rechtbank veroordeelt verdachte voor een tweetal diefstallen aangezien verdachte grote gelijkenis vertoont met een man op de beveiligingscamera's alsmede de omstandigheid dat bij verdachte thuis een jas is aangetroffen gelijkende op de jas van de man op de beelden. Daarnaast overig steunbewijs in de omstandigheden en steeds de betrokkenheid van eenzelfde medeverdachte, zijnde een kennis van verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/800764-08 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 april 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Neijndorff, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 april 2009, waarbij de officier van justitie, mr. Van Delft, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met anderen 6 LCD-schermen bij Aldi heeft weggenomen;

Feit 2: samen met anderen 4 notebooks bij My Com heeft weggenomen;

Feit 3: samen met anderen diverse electronica-apparatuur bij BCC heeft weggenomen;

Feit 4: samen met anderen 95 cosmeticaproducten bij Palais des Parfums heeft weggenomen;

Feit 5: horloges en sieraden heeft geheeld.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vraagt vrijspraak voor feit 5 aangezien niet bewezen kan worden dat de in de tenlastelegging genoemde goederen van een misdrijf afkomstig zijn. De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 1 t/m 4 heeft gepleegd. Hij baseert zich daarbij op de aangiftes van de diefstallen. Daarbij geldt ten aanzien van feit 1 dat gebruik is gemaakt van een witte Opel Combo waarin verdachte later is aangetroffen. Daarnaast is verdachte op beelden van beveiligingscamera’s herkend door verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2]. Voor de feiten 2 t/m 4 heeft de officier van justitie gewezen op de omstandigheid dat de diefstallen steeds samen met medeverdachte [naam] zijn gepleegd. Ook zijn er beelden van de beveiligingscamera’s in de winkels waarop een man is te zien die qua uiterlijk duidelijk overeenkomsten vertoont met verdachte. Daarnaast is te zien dat de man een grijze jas (feit 2 en 3) draagt met op de achterkant een bepaalde opdruk. In de woning van verdachte is een grijze jas gevonden die sterk overeen lijkt te komen met de grijze jas op de beelden.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank ten aanzien van alle feiten niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op de camerabeelden. Alhoewel er mogelijk enige gelijkenis is van verdachte met een van de mannen op de beelden, kan daaruit niet met zekerheid worden afgeleid dat de man op de beelden ook daadwerkelijk verdachte is. De beelden zijn te onduidelijk om verdachte te kunnen herkennen. Daarnaast is het mogelijk dat niet verdachte maar zijn tweelingbroer [naam tweelingbroer] op de beelden te zien is. Bovendien heeft verdachte in het geheel geen contact met medeverdachte [naam] en is op grond daarvan derhalve ook niet af te leiden dat verdachte bij de diefstallen betrokken is geweest. Ten aanzien van de bij verdachte thuis aangetroffen jas kan niet worden aangenomen dat dit zijn jas was. De jas van verdachte was immers paars. Zijn vrouw heeft zich er aanvankelijk in vergist dat de grijze jas van verdachte was.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 en 4

Verdachte zou zich schuldig hebben gemaakt aan diefstal bij de Aldi en Palais des Parfum. Voor beide feiten is het bewijs volgens de rechtbank in overwegende mate gebaseerd op de beelden van een van de daders gemaakt door beveiligingscamera’s in de winkels. De rechtbank constateert dat op de afbeeldingen een man te zien is die enige gelijkenis vertoont met verdachte. De rechtbank kan echter niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de man op de afbeeldingen verdachte is. Dit geldt te meer nu verdachte een tweelingbroer heeft ([naam tweelingbroer]) die, naar de rechtbank ter zitting heeft waargenomen, grote gelijkenis vertoont met verdachte. Het overige bewijs voor beide feiten is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot bewezenverklaring te kunnen komen. Derhalve zal de rechtbank verdachte van de diefstal bij Aldi (feit 1) en de diefstal bij Palais des Parfums (feit 4) vrijspreken.

Feit 2 en 3

Door My Com Breda is aangifte gedaan van diefstal van 4 notebooks. Op 17 april 2008 kwamen er omstreeks 15:25 uur drie mannen de winkel binnen. Er was een actie met notebooks waardoor een alarmsysteem op de dozen ontbrak. Op enig moment zag een medewerker een van de mannen met 4 notebooks naar de parkeerplaats lopen. De notebooks waren niet afgerekend. Op de beelden was te zien dat de drie mannen na elkaar de winkel binnen kwamen. Een van de mannen (1) had kort grijs haar en droeg een grijze jas met een capuchon met witte binnenkant. De andere man (2) droeg een zwart petje en een zwart-witte trui met capuchon met horizontale strepen. Tenslotte was er een man (3) met kort donker haar, een zwarte jas, donkerblauwe spijkerbroek en zwarte gympen met witte zool. De foto’s van de drie mannen zijn bij de aangifte gevoegd, waarbij de afbeelding van man 1 is te zien op pagina 110 van het dossier. De rechtbank heeft ter zitting geconstateerd dat de man op de afbeelding –hoewel volledige herkenning op basis van de camerabeelden niet mogelijk is- qua lichaamsbouw, haardracht en vorm van het gezicht grote gelijkenis vertoont met verdachte.

Op de beelden is, aldus de aangifte, te zien dat de mannen in eerste instantie wat verspreid door de winkel lopen. Op enig moment gaat man 3 naar het midden van de winkel en pakt een doos vast die op een verhoging staat. Man 1 loopt ook naar het midden van de winkel en pakt een doos vast die op de verhoging staat waar de andere man zojuist ook al een doos heeft vastgepakt. Daarna staat ook man 2 bij de verhoging. Hij pakt de dozen van de verhoging en stapelt ze op elkaar. Hij laat de dozen zo liggen en pakt vervolgens de opgestapelde dozen en verlaat de winkel. Kort daarna verlaten ook de mannen 1 en 3 de winkel.

Op 1 juli 2008 is er een grijs vest met capuchon in de woning van verdachte aan de [adres] in beslag genomen. In het dossier zijn afbeeldingen van dit vest opgenomen op de pagina’s 135 t/m 141. De rechtbank heeft ter zitting geconstateerd dat het afgebeelde vest op de pagina’s 135 t/m 141 grote gelijkenis vertoont met het vest van man 1 afgebeeld op pagina 110. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging waarin wordt betwist dat de in de woning van verdachte aangetroffen grijze jas van verdachte was. De rechtbank acht de verklaring van de vrouw van verdachte dat zij zich er aanvankelijk in heeft vergist dat de grijze jas van verdachte was, alsmede dat verdachte juist een soortgelijke maar dan paarse jas zou hebben, niet aannemelijk. De ter zitting getoonde jas heeft geen capuchon, zoals de grijze jas op de foto.

BCC Breda heeft aangifte gedaan van de diefstal van 12 laptops, 1 docking station, 15 opladers, 2 computer accessoires en een DECT telefoon. [naam aangever] verklaart in de aangifte het volgende. Op 24 april 2008 is er omstreeks 13:01 uur een man in de winkel gekomen. Deze man is met de lift naar het magazijn gegaan en heeft twee rolkarren met goederen buiten gezet. Dhr. [naam aangever] is naar buiten gegaan en zag dat er een man bezig was om spullen in een donker kleurige bestelauto, vermoedelijk een donkerkleurige/blauwe Opel Combo, in te laden. Hij zag dat er labels van de producten van BCC op de grond lagen. Dhr. [naam aangever] heeft aanvullend verklaard dat de man bruin haar en een leeftijd van ongeveer 23 jaar had. Dit was dezelfde man als degene die de rolcontainers vanuit het magazijn naar buiten heeft geduwd. Toen hij de man zag, gooide deze de achterdeuren van de bestelauto dicht. Hij sprak de man aan en pakte hem direct beet om diefstal van de goederen te voorkomen. De man verzette zich hevig en worstelde om los te komen. Omdat de man zich bleef verzetten en dhr. [naam aangever] hem niet in bedwang kon houden liet hij de man los. Op dat moment reed de auto met gierende banden weg en is de man met wie dhr. [naam aangever] had geworsteld achter de auto aangerend. Bij de diefstal was een tweede persoon betrokken. Deze man met blond haar sprak hem rond 13:10 uur aan. Dat was direct nadat het alarm van het magazijn was afgegaan. Dit betrof een Nederlandse man van naar schatting 35 à 40 jaar. De man hield dhr. [naam aangever] aan de praat door rare vragen te stellen. Dhr. [naam aangever] heeft zowel de man waar hij mee geworsteld had als de man die hem in de winkel aan de praat hield gezien op de beelden van de bewakingscamera’s. Deze beelden zijn uitgekeken en op de beelden is te zien dat een man van ongeveer 1,70 meter met licht blond haar en een grijs vest met capuchon met witte binnenzijde, met een tekst van twee regels op de achterzijde van het vest, op 13.01.03 uur de winkel binnen komt. De prints van de man met het grijze vest zijn bij het dossier gevoegd op de pagina’s 225 en 226. De rechtbank heeft ter zitting geconstateerd dat de man op de afbeelding –hoewel volledige herkenning op basis van de camerabeelden niet mogelijk is- qua lichaamsbouw en lichaamshouding een sterke gelijkenis vertoont met verdachte. Op 1 juli 2008 is er een grijs vest met capuchon in de woning van verdachte aan de [adres] in beslag genomen. In het dossier zijn afbeeldingen van dit vest opgenomen op de pagina’s 135 t/m 141. De rechtbank heeft ter zitting geconstateerd dat het afgebeelde vest op de pagina’s 135 t/m 141 grote gelijkenis vertoont met het vest van man 1 afgebeeld op pagina’s 225 en 226. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat aan het feit dat verdachte door aangever [naam aangever] niet is herkend in de fotoconfrontatie geen zwaarwegend belang behoeft te worden toegekend. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging waarin wordt betwist dat de in de woning van verdachte aangetroffen grijze jas van verdachte was. De rechtbank acht de verklaring van de vrouw van verdachte dat zij zich er aanvankelijk in heeft vergist dat de grijze jas van verdachte was, alsmede dat verdachte juist een soortgelijke maar dan paarse jas zou hebben, niet aannemelijk. De ter zitting getoonde jas heeft geen capuchon, zoals de grijze jas op de foto.

Gelet op het bovenstaande alsmede op de omstandigheden dat bij de winkeldiefstallen [voornaam] [naam] betrokken is terwijl verdachte deze [naam] wel vaker ontmoet , de winkeldiefstallen kort na elkaar zijn gepleegd en de daders het hebben voorzien op duurdere elektronica apparatuur, een en ander in onderling (tijds)verband en onderlinge samenhang ook met de overige bewijsmiddelen bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met anderen de winkeldiefstallen bij My Com (feit 2) en BCC (feit 3) heeft gepleegd.

Feit 5

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de in de tenlastelegging genoemde goederen van een misdrijf afkomstig zijn. Om die reden zal verdachte van dit feit vrijgesproken worden.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 2

op 17 april 2008 te Breda, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, heeft weggenomen 4, notebook toebehorende aan MYCOM

Feit 3

hij op 24 april 2008 te Breda, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, heeft weggenomen 12, laptop(s) en 1 docking station en/of 15 oplader(s) en 2 computer accessoire(s) en een telefoon, toebehorende aan BCC

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert op grond van hetgeen hij bewezen acht aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 6 maanden met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft rekening gehouden met het georganiseerde verband en de waarde van de gestolen goederen. Daarnaast heeft de officier van justitie rekening gehouden met het strafblad van verdachte waarop eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten staan.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de strafoplegging.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een tweetal winkeldiefstallen. De rechtbank gaat ervan uit dat de diefstallen in georganiseerd verband zijn begaan. Verdachte maakte immers deel uit van een groep van drie mannen die de winkelmedewerkers afleidden en elkaar op andere wijze behulpzaam waren. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een tweetal ernstige en brutale feiten. Tijdens de diefstallen waren de winkels immers voor het winkelpubliek opengesteld. Voor de rechtbank is het daarnaast van belang dat de gestolen goederen een aanzienlijke waarde hadden, het ging immers om elektronica-apparatuur. Tenslotte houdt de rechtbank rekening met het strafblad van verdachte waarop eerdere soortgelijke veroordelingen staan. De rechtbank acht een gevangenisstraf met een onvoorwaardelijke deel gelijk aan het voorarrest passend. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijk deel opleggen om verdachte ervan te weerhouden dat hij zich in de toekomst wederom aan strafbare feiten schuldig zal maken. De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie aangezien de rechtbank in tegenstelling tot de officier van justitie de feiten 1 en 4 niet bewezen acht.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij My Com Winkels BV heeft een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 2.484,-- ingesteld. De vordering is naar het oordeel van de rechtbank niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij My Com Winkels BV kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank kan met name uit de vordering en de daarbij overgelegde stukken niet opmaken of de vordering van de benadeelde partij de inkoopprijs of de verkoopprijs betreft.

De benadeelde partij BCC BV heeft een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 31.458,45. De vordering is naar het oordeel van de rechtbank niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij BCC BV kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Naar het oordeel van het rechtbank is de vordering van de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd en is niet duidelijk of de vordering de inkoopprijs of de verkoopprijs betreft.

8 Het beslag

8.1 De teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan de rechthebbende van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen.

8.2 De onttrekking aan het verkeer

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat het voorwerp bij het onderzoek naar de tenlastegelegde feiten, is aangetroffen, terwijl dit voorwerp dient tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten. Dit voorwerp is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten 1, 4 en 5;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 2: Diefstal door twee of meer verenigde personen;

feit 3: Diefstal door twee of meer verenigde personen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 143 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op;

Beslag

- gelast de teruggave van alle voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd met uitzondering van nummer 20C;

- verklaart onttrokken aan het verkeer het op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde inbeslaggenomen voorwerp, genummerd: 20C;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij My Com Winkels BV in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij, Mycom Winkels BV, in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij BCC BV in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij, BCC BV, in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. De Graaf, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Louwerse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Riel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 april 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 12 november 2007 te Tilburg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening,

heeft weggenomen 6, althans een of meer LCD-scherm(en), in elk geval enig

goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Aldi, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 17 april 2008 te Breda,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening,

heeft weggenomen 4, althans een of meer notebook(s), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan MYCOM, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 24 april 2008 te Breda,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening,

heeft weggenomen 12, althans een of meer laptop(s) en/of 1 docking station

en/of 15, althans een of meer oplader(s) en/of 2, althans een of meer computer

accessoire(s) en/of een telefoon, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan BCC, in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 15 april 2008 te Gorinchem,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening,

heeft weggenomen 95, althans een of meer flacon(s) parfum (ter waarde van 2291

euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Palais des Parfums, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2003 tot en met 01 juli 2008 te

's-Gravenhage, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans een maal (telkens)

67, althans één of meer horloge(s) en/of siera(a)d(en),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

voornoemde horloge(s) (telkens)

wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht