Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2009:BH1509

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
27-01-2009
Datum publicatie
30-01-2009
Zaaknummer
02/984808-08 e.a.
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Hoger beroep getuige tegen beslissing RC om hem niet de status van bedreigde getuige te verlenen. Kon appel worden ingesteld op de wijze zoals gedaan, namelijk via de griffie in plaats van via de Officier van Justitie? Kan de positie van bedreigde getuige nog worden gerealiseerd? Is de positie als bedreigde getuige voldoende komen vast te staan? Beroep wordt ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Breda

Sector Strafrecht

Parketno’s : 02/984808-08; 02/984802-08; 02/984801-08; 02/984838-07; 02/ 984823-08;

02/984810-08; 02/984813-08; 02/984804-08; 02/984837-07; 02/984840-07; 02/984819-08; 02/984820-08;02/984821-08; 02/984822-08.

Beslissing ex art. 226 b WvSv

Beslissing op het door de raadsman van getuige “Tolk 2” ingesteld hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris d.d. 31 december 2008 ex artikel 226 b WvSv inzake de strafzaken tegen:

RC-nr. : 08/553

Parketnummer : 02/984808-08

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : [datum [adres]

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 08/555

Parketnummer : 02/984802-08

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : [datum] [adres]

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 08/128

Parketnummer : 02/984801-08

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : [geboortedatum] te Beni Bouyahie (Marokko)

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 07/2152

Parketnummer : 02/984838-07

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : 24 april 1983 te [adres]

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 08/1736

Parketnummer : 02/984823-08

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : [geboortedatum] te Beni Bouayach (Marokko)

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 08/556

Parketnummer : 02/984810-08

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : [geboortedatum] te Tazorakt (Turkije)

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 08/895

Parketnummer : 02/984813-08

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : [geboortedatum en plaats]

woonplaats : [adres]

RC-nr. : 08/342

Parketnummer : 02/984804-08

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : [geboortedatum] te Beni Bouyahie (Marokko)

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 07/1938

Parketnummer : 02/984837-07

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : [geboortedatum] te [adres]

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 07/1901

Parketnummer : 02/984840-07

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : [geboortedatum] te Beni Bouayach (Marokko)

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 08/1737

Parketnummer : 02/984819-08

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : [geboortedatum] te Segangan (Marokko)

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 08/1738

Parketnummer : 02/984820-08

naam : [achternaam]

voornamen : [voornamen]

geboren op : [geboortedatum en plaats]

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 08/1739

Parketnummer : 02/984821-08

naam : [achternaam]

voornamen : [voornamen]

geboren op : [geboortedatum]

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

RC-nr. : 08/1740

Parketnummer : 02/984822-08

naam : [achternaam]

voornamen : [voornamen]

geboren op : [geboortedatum en plaats]

woonplaats : [adres]

adres : [adres]

1 De procedure

De procedure blijkt uit het navolgende:

= het proces-verbaal van verhoor van de rechter-commissaris van 31 december 2008

= de beslissing waarvan beroep van 31 december 2008

= de akte rechtsmiddel van 22 januari 2009

= het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 26 januari 2009

2 De beoordeling

1

De raadsman van de getuige heeft namens zijn cliënt tijdig hoger beroep ingesteld; in zoverre is de getuige dus ontvankelijk in het beroep.

De wijze waarop het beroep is ingesteld wijkt evenwel af van de manier die de wetgever beschreven heeft in artikel 451 b WvSv; volgens dit artikel immers dient, kort gezegd, de getuige een schriftelijke verklaring te doen toekomen aan de Officier van Justitie, waarin hij te kennen geeft hoger beroep te willen instellen; de Officier van Justitie vervolgens draagt zorg voor aantekening van het hoger beroep in het bij de griffie aanwezige register. In dit geval heeft de raadsman er voor gekozen om hoger beroep namens zijn cliënt rechtstreeks bij de griffie in te stellen, zonder opgaaf van personalia en slechts door aanduiding van de benaming “Tolk 2 “ , en aldus zonder tussenkomst van de officier van Justitie.

Zonneklaar is, dat de wettelijke voorgeschreven tussenkomst van de Officier louter bedoeld is om de door de getuige gewenste anonimiteit te waarborgen –en aldus om te bereiken dat opgave aan de griffiemedewerker van de getuige-personalia aanwending van een rechtsmiddel niet op voorhand illusoir maakt-; het instellen van het hoger beroep zoals thans is geschied kwam voort vanuit die zelfde gedachtegang.

Omdat buiten twijfel staat ,dat deze getuige daadwerkelijk hoger beroep heeft willen instellen, de afwijking van de in artikel 451 b WvSv beschreven wijze van appèl instellen louter een aspect raakt waar het gaat om de bescherming van de identiteit van de getuige zélf en de getuige/raadsman er zelf voor gekozen heeft om geen gebruik te maken van de Officier als tussenpersoon dient de getuige ontvankelijk te zijn in het hoger beroep.

Schending van art. 451 b WvSv betreft aldus immers alleen maar een voor hem bestemde, maar niet uitgenutte faciliteit en mag ontvankelijkheid dan ook niet in de weg staan.

Ook in zoverre wordt hij dus ontvankelijk verklaard.

2

Het feitencomplex, voor zover hier in hoger beroep in dit incident van belang, laat zich als volgt omschrijven.

In de megazaak “Azuriet” heeft de meervoudige kamer aan de rechter-commissaris opdracht gegeven om een reeks getuigen te horen, onder wie een tweetal, dat in het vooronderzoek actief zijn geweest bij stemherkennings-werkzaamheden. In opdracht van de rechtbank heeft de Officier van Justitie een lijst aan de rechter-commissaris doen toekomen met de namen en adressen van de te horen getuigen, onder wie een tweetal tolken waar “Tolk 2 “ er één van is. De rechter-commissaris heeft de getuigen opgeroepen en aan de verdediging opgave gedaan van de namen (niet de adressen) van de getuigen en de data waarop de getuigen in het kabinet gehoord zouden gaan worden. In totaal ging het om 6 getuigen onder wie de beide tolken. Na ontvangst van de oproep hebben de tolken kenbaar gemaakt aan de rechter-commissaris in aanmerking te willen komen voor de positie van bedreigde getuige in de zin van artikel 226 a WvSv. Na gehandeld te hebben zoals beschreven in artikel 226 a lid 2 WvSv heeft de rechter-commissaris beslist , dat de getuige geen recht heeft op de door hem gewenste positie van bedreigde getuige.

3.

Bij de behandeling in hoger beroep stelt de raadsman van de tolk zich primair op het standpunt, dat de rechter-commissaris niet bevoegd was om te beslissen, subsidiair, dat de beslissing waarvan beroep nietig is.

De onderbouwing van deze juridische figuren luidt zo: de rechter-commissaris heeft een fout begaan door de namen van de tolken door te geven aan de raadslieden van de verdachten. De zelfde rechter-commissaris, die deze fout beging, heeft niettemin vervolgens de gewraakte beslissing genomen.

De rechtbank is het niet eens met de raadsman, dat de rechter-commissaris een fout heeft begaan; immers, hem kwam eerst nádat de raadslieden van de verdachten op de hoogte waren gesteld van de geplande getuigenverhoren ter ore ,dat de tolken de positie van bedreigde getuige wensten. Eerder was hem dat niet bekend, zodat niet gesproken kan worden van enige verwijtbaarheid, laat staan fout. De rechtsfiguren waar de raadsman op doelt doen zich dus reeds hierom niet voor.

4.

Vaststaat, dat de verdediging reeds kennis heeft genomen van de namen van de beide tolken. Zij stonden immers op een lijst van zes personen die als getuige nog door de rechter-commissaris dienden te worden gehoord.

Omdat vier van die zes inmiddels al wél als getuige zijn gehoord dan wel door de verdediging zijn te herkennen als getuigen die géén tolk zijn, is het simpel voor de verdediging te herleiden wat de namen zijn van de getuigen/tolken. Daar komt nog bij, dat de beide getuigen tolk van beroep zijn en dat –naar eigen zeggen – de gemeenschap van allochtone afkomst waarin zij verkeren betrekkelijk klein is; deze beide laatste gegevens maken het naar de opvatting van de rechtbank nog simpeler voor de verdediging om desverlangd achter nadere identiteitsdata van de tolken te komen.

Bij deze stand van zaken is -naar de rechter commissaris terecht heeft geoordeeld- feitelijk niet (meer) mogelijk om de identiteit van de getuige verborgen te houden zoals bedoeld in artikel 226 a WvSv.

Om deze reden al kan het beroep niet slagen en zal de beslissing van de rechter-commissaris worden bekrachtigd.

5.

Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende: ook al zou de door de tolken gewenste positie nog wèl feitelijk te realiseren zijn dan zou het beroep eveneens moeten falen.

Gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, is namelijk, dat een of meer verdachten op enigerlei concrete wijze direct of indirect bedreigd heeft of zal gaan bedreigen; evenmin, dat een of meer verdachten een reputatie of persoonlijkheid heeft dan wel tot een criminele groepering behoort waar een bedreiging van uit gaat of zal gaan. Bovendien is evenmin gesteld –en aannemelijk geworden - dat de getuige méér te vrezen heeft dan enige overlast of iets anders onaangenaams.

Feitelijke inrichting op dit onderdeel van het beroep op de positie van een bedreigde getuige was processueel wèl noodzakelijk, zo het appèl hout had willen snijden.

Het enige, dat de raadsman hierover beweerd heeft is, dat verdachten kennelijk betrokken zijn bij een georganiseerde drugshandel en wellicht de beschikking hebben over forse geldmiddelen; zij zijn dus financieel bij machte om zich te voorzien van methoden van afdreiging van getuigen. Deze enkele -niet nader onderbouwde of aannemelijk gemaakte- bewering is echter te algemeen en te mager om de in artikel 226 a WvSv genoemde vrees te kunnen rechtvaardigen.

Aan al het vorengaande kan niet afdoen dat door de politie en parketsecretaris beweerdelijk anonimiteit zou zijn toegezegd aan de getuige, te meer omdat de beslissing of aan een getuige de status van bedreigde getuige wordt toegekend, is voorbehouden aan de rechter.

Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.

3 De beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond

- bekrachtigt de beslissing van de rechter-commissaris waarvan beroep

Deze beslissing is gegeven op 27 januari 2009 door mrs Poerink, voorzitter, mr. Van Kralingen en mr. Prenger, rechters, in tegenwoordigheid van Mw Jacet, griffier.