Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2009:BH1080

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
23-01-2009
Datum publicatie
28-01-2009
Zaaknummer
800591-08 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling medeplegen 4763 pillen bevattend MDMA. Geen voorwaardelijk opzet aangenomen voor mCPP. Nu verdachte niet wist dat er mCPP in de pillen zat, kan er immers geen oordeel worden gegeven over de aanmerkelijkheid van de kans dat er mCPP in de tabletten zat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 800591-08 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 januari 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren [te] (Duitsland)

thans gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda

raadsman mr. Visser, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 januari 2009, waarbij de officier van justitie, mr. Laheij, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: 4763 pillen bevattende mCPP en/of MDMA in voorraad heeft gehad;

Feit 2: een Bulgaarse identiteitskaart in zijn bezit had terwijl hij wist of moest vermoeden dat deze vervalst was.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 1 en 2 heeft begaan. Wat betreft feit 1 acht zij zowel het ten eerste als het ten tweede ten laste gelegde bewezen. In een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (LJN: BG3606) is bepaald dat een verdachte met het in voorraad hebben van een grote hoeveelheid pillen met een op XTC-tabletten gelijkende verschijningsvorm bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat die pillen een geneesmiddel in de zin van de Geneesmiddelenwet bevatten. Aangezien verdachte wist dat het om XTC-pillen ging en door het NFI is vastgesteld dat er zowel mCPP als MDMA in de pillen zat, heeft verdachte zowel de Opiumwet als de Geneesmiddelenwet overtreden.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank voor feit 1 niet tot een bewezenverklaring kan komen van het ten eerste tenlastegelegde en wijst daarbij op de omstandigheid dat verdachte niet kon en mocht verwachten dat de stof mCPP in de pillen zat.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Op 5 augustus 2008 is verdachte, rijdend in een volkswagen, tezamen met twee inzittenden staande gehouden op de Rijksweg A2 ter hoogte van Boxtel op verdenking van bezit van verdovende middelen en daarna aangehouden. In de auto werd een zak aangetroffen met daarin blauwe pillen met een dolfijnlogo. Uit onderzoek bleek dat het in totaal om ongeveer 4763 pillen ging. Een eerste test gaf een positieve reactie op MDMA. Het van de pillen genomen monster is door het NFI onderzocht. Uit dat onderzoek komt naar voren dat de tabletten voornamelijk mCPP bevatten, maar ook MDMA.

Verdachte heeft verklaard dat hij op 5 augustus na een telefoontje bij het station in Tilburg een jongen heeft opgepikt. Die jongen is ingestapt waarna zij even later een auto zijn gevolgd die voor hen reed. Zij zijn volgens verdachte naar een woning gereden waar verdachte een zak met pillen in ontvangst heeft genomen die hij in de auto heeft gelegd. De pillen heeft hij betaald met geld dat hij had ontvangen van [medeverdachte] Deze gang van zaken wordt ondersteund door de observatie die op die dag zijn uitgevoerd.

Op grond hiervan, in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank bewezen dat verdachte op 5 augustus 2008 samen en in vereniging met anderen in de provincie Noord Brabant tabletten heeft vervoerd dan wel in zijn bezit gehad, waarin zich mCPP en MDMA bevond.

De vraag is of verdachte heeft geweten dat zich in die tabletten mCPP bevond. Dat verdachte dit wist, blijkt uit geen van de bewijsmiddelen. Dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zich in de tabletten mCPP zou bevinden en die kans op de koop heeft toegenomen, acht de rechtbank evenmin bewezen. Weliswaar is het een feit van algemene bekendheid dat bij de vervaardiging van XTC-pillen vulmiddel wordt gebruikt, doch de aard daarvan is wisselend. Er zijn geen gegevens bekend omtrent de mate waarin mCPP wordt gebruikt, zodat over de aanmerkelijkheid van de kans dat er mCPP in deze tabletten zat, geen oordeel kan worden gegeven. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1 als eerste ten laste gelegde.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen wat als tweede onder 1 is ten laste gelegd.

Hetgeen onder 2 is ten laste is gelegd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen op grond van de bekennende verklaring van verdachte en hetgeen uit het onderzoek van het identiteitsbewijs omtrent de vervanging van de originele foto en gegevens door een foto van verdachte en diens gegevens, naar voren komt.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 05 augustus 2008 te Tilburg, in de provincie Noord-Brabant, tezamen en in vereniging

met anderen, opzettelijk heeft vervoerd, ongeveer 1715 gram ¬ongeveer 4763 pillen, van

een materiaal bevattend MDMA zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

2.

op 05 augustus 2008 te Tilburg in het bezit was van een reisdocument, te weten een Bulgaarse identiteitskaart, waarvan hij wist dat het reisdocument vervalst was, bestaande de vervalsing hieruit dat de oorspronkelijke naam op het

document is overschreven door de naam van Aleksandrov;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert op grond van hetgeen zij bewezen acht aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Zij heeft daarbij gewezen op de documentatie van verdachte en de ernstige gezondheidsrisico’s die het gebruik van XTC-pillen met zich meebrengt. Bovendien heeft verdachte door zijn handelswijze een bijdrage geleverd aan de drugshandel terwijl het hem alleen maar te doen was om de hem in het vooruitzicht gestelde hoeveelheid cocaïne. De officier van justitie acht dit zorgwekkend. Ten aanzien van de hoogte van de op te leggen straf dient aansluiting te worden gezocht bij de richtlijnen op overtreding van de Opiumwet.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat er voor de strafoplegging aansluiting moet worden gezocht bij de hoogte van de straf die aan de medeverdachte is opgelegd, namelijk 12 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Daarnaast heeft de verdediging gewezen op de problematische achtergrond van verdachte waardoor hij psychologische en sociale problemen heeft. Alhoewel er geen rapportage over verdachte is opgemaakt, blijkt wel uit de geringe verdiensten die verdachte met zijn gedragingen kon verdienen, dat hij heel erg beïnvloedbaar is. Verdachte is simpelweg gebruikt door [medeverdachte] Daar dient ten gunste van verdachte rekening mee te worden gehouden. Ook dient ten gunste van verdachte rekening te worden gehouden met het blanco strafblad van verdachte in Nederland.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft een vervalst identiteitsdocument in zijn bezit gehad. Dat document gebruikte hij om zijn identiteit te verbergen, omdat hij vreesde in geval van controle anders uitgezet te worden naar Turkije, waar hij zich aan de dienstplicht had onttrokken.

Verdachte heeft verder op 5 augustus 2008 er mee ingestemd om een partij pillen op te halen bij een door een van de medeverdachten opgegeven adres, de betaling voor die pillen te regelen en daarna de pillen te vervoeren naar een met één van de medeverdachten afgesproken plaats. Verdachte ging er daarbij van uit dat het om XTC-pillen zou gaan, pillen waarvan algemeen bekend is dat die verdovende middelen bevatten. In de pillen zat MDMA. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de handel in verdovende middelen, met name het vervoer daarvan. Een dergelijk feit had verdachte al eerder gepleegd en daarvoor is hij in Duitsland ook veroordeeld. Verdachte wist dus waarmee hij zich inliet toen hij instemde met het vervoer. Dit laat de rechtbank meewegen bij de aan verdachte op te leggen straf.

Van MDMA is bekend dat het een stof is die schadelijk is voor de gezondheid en sterk verslavend is. Daarnaast zorgt harddrugs voor aanzienlijke schade en overlast voor de samenleving. Dat is ook de reden dat er op het vervoeren van harddrugs zware straffen zijn gesteld. Verdachte heeft zich om deze gevolgen niet bekommerd en slechts de hem in het vooruitzicht gestelde cocaïne voor ogen gehad.

Wanneer er sprake zou zijn geweest van pillen met het gewicht zoals in de dagvaarding vermeld, met daarin een hoeveelheid MDMA zoals die gemiddeld genomen aanwezig is, dan zou een veroordeling in de lijn van de vordering van de officier van justitie passend zijn geweest. De rechtbank laat bij de hoogte van de straf echter meewegen dat het gaat om pillen waarin slechts een kleine, niet precies vastgestelde hoeveelheid MDMA aanwezig is. Onder die omstandigheden is het passend om aan te sluiten bij het aantal pillen in plaats van het gewicht.

Op grond van vorenstaande en uitgaande van het in de oriëntatiepunten neergelegde uitgangspunt dat 5 pillen gelijk staan aan 1 gram werkzame stof (in casu MDMA), acht de rechtbank voor het vervoer van de pillen en voor het bezit van een vervalst identiteitsbewijs een gevangenis straf van 10 maanden passend en geboden.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 57, 91, 231 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen de artikelen 2, 10, 13 en 14 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2: In het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Van Gameren en mr. Louwerse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Riel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 23 januari 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij, op of omstreeks 5 augustus 2008 te Tilburg, althans in het

arrondissement Breda, in elk geval in de provincie Noord-Brabant, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, (al dan niet) opzettelijk een of

meerdere geneesmiddel(en), te weten (4763 pillen bevattende)

metachloorphenylpiperazine (mCPP) waarvoor geen handelsvergunning gold, in

voorraad heeft gehad;

art 40 lid 2 Geneesmiddelenwet

art 1 sub 1º Wet op de Economische Delicten

en/of

hij op of omstreeks 05 augustus 2008 te Tilburg, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in de provincie Noord-Brabant, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of

verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 1715 gram (ongeveer 4763 pillen), in elk geval een hoeveelheid, van

een materiaal bevattend MDMA en/of MDA en/of MDEA en/of N-ethylMDA, zijnde

(telkens) MDMA en/of MDA en/of MDEA en/of N-ethylMDA, een middel vermeld op de

bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 10 lid 4 Opiumwet

2.

hij op of omstreeks 05 augustus 2008 te Tilburg in het bezit was van een

reisdocument, te weten een Bulgaarse identiteitskaart, waarvan hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was,

bestaande de valsheid of vervalsing hieruit dat de oorspronkelijke naam op het

document is overschreven door de naam van Aleksandrov;

art 231 lid 2 Wetboek van Strafrecht