Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BG8091

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
23-12-2008
Datum publicatie
23-12-2008
Zaaknummer
810583-08 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte (voormalig politieagent) wordt veroordeeld van diefstal van hennep uit een politiebureau.

Zij wordt vrijgesproken van het tweede ten laste gelegde feit (artikel 272 Sr). Geen geheim in de zin van artikel

272 sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 810583-08 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 december 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [datum en plaats],

wonende aan de [adres],

raadsman mr. Duijvelshoff, advocaat te Almere.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 december 2008, waarbij de officier van justitie, mr. den Hollander, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Samen met een ander 17 kilogram hennep heeft gestolen, dan wel

behulpzaam is geweest bij het plegen van die diefstal.

Ten aanzien van feit 2:

Als politieambtenaar, werkzaam bij de politie Midden & West Brabant haar ambtsgeheim heeft geschonden.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd. Zij stelt dat er onvoldoende wettig bewijs in het dossier aanwezig is. Zij wijst daarbij onder andere op het feit dat niet is komen vast te staan dat verdachte met opzet inlichtingen heeft verschaft aan [mededader]. Voorts is het volgens de officier van justitie niet komen vast te staan dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal. Zij is van mening dat verdachte naïef is geweest. Zij heeft iemand in vertrouwen genomen die zij niet kon vertrouwen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat er onvoldoende overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten te komen en wijst daarbij op het volgende. Met betrekking tot feit 1 kan niet worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking. De raadsman meent dat het enige directe bewijs de verklaring van [mededader] is. De raadsman merkt echter op dat [mededader] in deze zaak zijn verklaring zoals afgelegd bij de rijksrecherche op 1 december 2008 bij de rechter-commissaris heeft ingetrokken. De raadsman meent dat er geen pijl op de verklaringen van [mededader] is te trekken waardoor ze niet bruikbaar zijn voor het bewijs. Hij belast verdachte omdat hij dat naar eigen zeggen onder druk van de rijksrecherche deed. Volgens de raadsman overtuigt het overige bewijs ook niet. Er zijn weliswaar zendmastgegevens, maar die wijzen zeker niet direct op de betrokkenheid van verdachte bestaande uit het afgeven van de sleutel van het politiebureau. Ten aanzien van de sleutel stelt de raadsman dat alleen kan worden vastgesteld dat de sleutel ooit is gekopieerd. Geenszins staat vast door wie dat is gedaan of wanneer dat is gedaan. Voorts overtuigen naar de mening van de raadsman ook de telefoontaps niet. De raadsman verzoekt dan ook vrijspraak van hetgeen onder feit 1 ten laste is gelegd. Voor wat betreft feit 2 wijst de raadsman erop dat er geen geheim in de zin van artikel 272 van het wetboek van strafrecht is geschonden. Gelet hierop kan dit feit niet bewezen worden verklaard en verzoekt de raadsman verdachte ook van dit feit vrij te spreken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Op dinsdag 14 augustus 2007 werden door de verbalisanten [naam] en [naam] , beiden werkzaam aan het teambureau Tilburg-Wilhelminapark van de politie Midden en West Brabant tijdens een doorzoeking gedroogde henneptoppen aangetroffen in de Growshop Westpoint [adres]. De henneptoppen zaten verpakt in 15 plastic zakken. Deze plastic zakken zaten in twee zwarte sporttassen. Deze sporttassen met henneptoppen werden in beslag genomen. Door de verbalisanten [namen] werden de in beslag genomen goederen geplaatst in de garage van het teambureau Tilburg Wilhelminapark. Op dinsdag 9 oktober 2007 kreeg de rechercheur [naam] opdracht om het onderzoek over te nemen en af te ronden. De rechercheur (naam) heeft nog diezelfde dag of mogelijk de dag erna, de in beslag genomen henneptoppen bemonsterd en gewogen. Het totale gewicht van de hennep bedroeg 17,2 kilogram. Op dinsdag 9 oktober 2007 of op woensdag 10 oktober 2007 heeft rechercheur [naam] zijn collega [naam] aangesproken. Zij heeft hem uitgelegd dat er twee grote tassen met hennep in de garage van het bureau stonden en heeft hem verzocht die hennep dezelfde dag te laten vernietigen. Op woensdag 14 oktober 2007 heeft [naam] met [naam] gesproken. Hij vertelde haar dat hij de hennep op het bureau helemaal vergeten was. Toen [naam] op 22 oktober 2007 weer op het bureau kwam, bleek dat de twee grote sporttassen met de hennep uit de garage verdwenen waren. Zij heeft contact gezocht met [naam] en [naam] om te vragen of zij de hennep alsnog hadden vernietigd. Dit bleek niet het geval te zijn.

Medeverdachte [mededader] heeft verklaard dat hij samen met iemand anders hennep heeft gestolen uit het politiebureau in Tilburg. Hij weet niet meer te vertellen op welke dag dit is geweest, maar hij vermoedt dat dit in de middag is geweest. Later heeft medeverdachte [mededader] verklaard dat hij verdachte inmiddels een aantal jaren kent en dat hij weet dat ze als agent bij de politie in Tilburg werkt. Verdachte heeft tegen hem gezegd dat er een partij weed in beslag was genomen en dat deze weed nog steeds op het politiebureau aanwezig was. Verdachte vertelde dat de inbeslaggenomen weed in het politiebureau achter de garagedeur lag en dat de weed gewogen was en dat het was verpakt in twee grote sporttassen. Zij vertelde dat de weed achter de doorloopdeur, die in één van de garagedeuren van het politiebureau is aangebracht, lag. Zij wist te vertellen dat je daar een sleutel voor moest hebben. Verdachte heeft de sleutel van deze deur vervolgens aan medeverdachte [mededader] ter beschikking gesteld, zodat hij er een kopie van kon maken. Dit heeft hij vervolgens gedaan bij een sleutelmaker, waarvoor hij € 4,- moest betalen. Medeverdachte [mededader] heeft verder verklaard dat verdachte haar deel van de opbrengst zou krijgen. Hij heeft haar uiteindelijk ook een gedeelte van de opbrengst gegeven, te weten een bedrag van € 500,-.

Uit de zendmastgegevens blijkt dat de gsm van medeverdachte [mededader] op zaterdag

13 oktober 2007 vier keer contact heeft gehad met de gsm van verdachte. Deze gesprekken hebben plaatsgevonden tussen 11:55 uur en 15:09 uur. [mededader] heeft in zijn verklaring bij de politie over het gesprek van 23 seconden verklaard dat hij zich dit gesprek niet precies kan herinneren, maar dat het mogelijk was gevoerd om verdachte te vertellen dat, naar de rechtbank begrijpt, zij na de diefstal van de hennep op de terugweg waren. Bij een van de gesprekken bevond de gsm van medeverdachte [mededader] zich onder de zendmastdekking van de zendmast welke staat op het adres Alleenhoudersstraat 2-224 te Tilburg. Deze locatie is hemelsbreed gemeten 580 meter gelegen vanaf het politiebureau Tilburg-Wilhelminapark.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen afgelegd door medeverdachte [mededader] bij de rijksrecherche wel geloofwaardig zijn. De verklaringen van medeverdachte [mededader] afgelegd bij de rechter-commissaris acht de rechtbank niet geloofwaardig. Hoewel hij zegt dat hij bij de rijksrecherche onder druk is gezet, heeft hij ter terechtzitting desgevraagd niet kunnen aangeven waaruit de gestelde ongeoorloofde druk heeft bestaan. Daarbij wijst de rechtbank erop dat hij nimmer de naam heeft genoemd van de kennis die de hennep uit de garage heeft gehaald, maar wel de naam van verdachte.

De rechtbank acht de verklaringen van medeverdachte [mededader] bij de politie betrouwbaar, omdat hij in deze verklaringen de feitelijke gang van zaken zeer gedetailleerd uiteen heeft gezet. Het gedeelte van de verklaring van medeverdachte [mededader] waarin hij zegt dat hij de sleutel voor € 4,- heeft laten kopiëren is hier een voorbeeld van. Dit deel van de verklaring wordt bevestigd door het rapport van Nederlands Forensisch Instituut , waaruit blijkt dat de sleutel van verdachte is gekopieerd. Maar ook geeft [mededader] verschillende details over waar de hennep was opgeslagen en hoe men deze kon bereiken, die overeenkomen met de werkelijkheid en afkomstig moeten zijn van iemand met kennis van de situatie op het politiebureau.

Voorts acht de rechtbank het van belang dat medeverdachte [mededader] heeft verklaard dat de diefstal vermoedelijk in de middag heeft plaatsgevonden. Deze verklaring wordt ondersteund door de zendmastgegevens waaruit blijkt dat medeverdachte [mededader] zich op 13 oktober 2007 in de middag bij een zendmast bevond welke hemelsbreed 580 meter van het politiebureau Tilburg-Wilhelminapark ligt. Juist op deze dag heeft verdachte 4 keer contact gehad met medeverdachte [mededader]. Verdachte kon hierover geen aannemelijke verklaring geven. Voor de overtuiging heeft de rechtbank ten slotte laten meewegen dat medeverdachte [mededader] een kaart naar verdachte heeft gestuurd waarin staat geschreven “praat niet”.

De rechtbank heeft zich voorts voor de vraag gesteld of er voldoende aanwijzingen zijn om te kunnen vaststellen dat er sprake is van medeplegen. De rechtbank overweegt daartoe dat is gebleken dat verdachte heeft verteld waar de weed opgeslagen lag en dat ze haar sleutel van de garage aan medeverdachte [mededader] ter beschikking heeft gesteld om te kopieren en dat zij een deel van de opbrengst heeft ontvangen. Gelet op de bovengenoemde bewijsmiddelen, in onderling verband bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op een zodanige bewuste en nauwe manier betrokken is geweest bij de diefstal uit het politiebureau te Tilburg, dat van medeplegen van die diefstal kan worden gesproken.

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat niet tot een bewezenverklaring van het tweede ten laste feit kan worden gekomen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Om tot een bewezenverklaring te komen van hetgeen onder feit 2 ten laste is gelegd moet eerst de vraag worden gesteld of de in de tenlastelegging genoemde naar buiten gebrachte informatie wel een geheim is in de zin van artikel 272 van het wetboek van strafrecht. Verdachte zou informatie hebben verstrekt inhoudende dat in de garage van het politiebureau een hoeveelheid hennep zou zijn opgeslagen. Geheimen in de zin van artikel 272 van het wetboek van strafrecht zijn gegevens die een persoon aan een ander verstrekt en die vervolgens door de ander niet verstrekt mogen worden aan derden. Dit betreft naar het oordeel van de rechtbank doorgaans privacy gevoelige informatie. De informatie die door verdachte is verstrekt, kannaar het oordeel van de rechtbank niet als zodanig worden aangemerkt.

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat verdachte van dit tenlastegelegde feit dient te worden vrijgesproken.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 9 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007

te Tilburg, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen twee (sport)tassen inhoudende (ongeveer) 17 kilogram

hennep(toppen), toebehorende aaneen ander of anderen dan aan verdachte en haar mededader(s), waarbij verdachte en haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van een valse sleutel

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de tenlastegelegde feiten en is derhalve niet aan een strafeis toegekomen.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen en heeft verzocht verdachte vrij te spreken van hetgeen haar ten laste is gelegd. De raadsman van verdachte heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich als verbalisant van de politie Midden en West Brabant samen met anderen schuldig gemaakt aan de diefstal van hennep uit een politiebureau in Tilburg. Deze hennep lag opgeslagen in het politiebureau waar verdachte werkzaam was. Verdachte heeft aan medeverdachte [mededader] medegedeeld waar de hennep opgeslagen lag en zij heeft haar sleutel van de garagedeur van het politiebureau ter beschikking gesteld, zodat hij een kopie van deze sleutel kon maken.

Verdachte heeft door haar handelen misbruik gemaakt van haar positie als verbalisant en het aanzien en de integriteit van het politiekorps ernstige schade toegebracht. Zij heeft het vertrouwen dat de samenleving stelt in politiefunctionarissen, geschonden. De rechtbank is van oordeel dat, gezien de ernst van het feit en gelet op de straftoemetingsrichtlijnen die de rechtbank hanteert, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd zou zijn. Het zijn echter de persoonlijke omstandigheden van verdachte die voor de rechtbank aanleiding zijn een dergelijke straf niet op te leggen. Daarbij zijn van belang het feit dat verdachte geen strafblad heeft en het gegeven verdachte door de hele gang van zaken feitelijk zwaar is getroffen. Zij heeft immers ontslag gehad bij de politie en deze zaak is in de publiciteit terecht gekomen. Voorts heeft verdachte door heel het gebeuren veel psychische problemen ondervonden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf voor de duur van 240 uur passend is. De rechtbank zal daarnaast een voorwaardelijke straf van 4 maanden opleggen. Met deze voorwaardelijke straf wordt de ernst van het feit benadrukt.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Diefstal in vereniging waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kok, voorzitter, mr. Van Kralingen en mr. Trippenzee-Braaksma, rechters, in tegenwoordigheid van Van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 23 december 2008.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

zij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007

te Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen twee (sport)tassen met/inhoudende (ongeveer) 17 kilogram

hennep(toppen), in elk geval een of meer goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan de politie Midden & West Brabant en/of het Openbaar

Ministerie te Breda en/of growshop Westpoint (IJskelderstraat 19), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

G.C.A.J. [mededader] in of omstreeks de periode van 9 oktober 2007 tot en met 22

oktober 2007 te Tilburg, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen twee (sport)tassen met/inhoudende ongeveer 17

kilogram hennep(toppen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan de Politie Midden & West Brabant en/of het Openbaar

Ministerie te Breda en/of growshop Westpoint (IJskelderstraat 19), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan die [mededader] en/of zijn mededader(s)

en/of aan verdachte, waarbij die [mededader] en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s),

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de

periode van 1 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007, althans in of

omstreeks de periode van 14 augustus 2007 tot en met 22 oktober 2007, te

Nuenen en/of Eindhoven en/of Geldrop en/of Tilburg en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

* die [mededader] in te lichten over/omtrent de aanwezigheid van een

partij/hoeveelheid hennep in (de garage van, althans aan de achterkant van)

het politiebureau team (Tilburg-) Wilhelminapark, althans in (de garage van,

althans aan de achterkant van ) een politiebureau in Tilburg en/of

* die [mededader] mede te delen en/of te vertellen dat er een partij/hoeveelheid

hennep aanwezig en/of opgeslagen is/was/zou zijn in (de garage van, althans

aan de achterkant van) het politiebureau team (Tilburg-) Wilhelminapark,

althans in (de garage van, althans aan de achterkant van) een politiebureau

in Tilburg en/of

* die [mededader] een sleutel ter beschikking te stellen van

een (doorloop)deur van de garage, althans van enige deur van het

politiebureau team Tilburg-Wilhelminapark;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

zij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007,

althans in of omstreeks de periode van 14 augustus 2007 tot en met 22 oktober

2007 te Nuenen en/of Geldrop en/of Eindhoven en/of Tilburg en/of elders in

Nederland, een geheim waarvan zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat

zij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger

ambt of beroep, verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, immers

heeft zij als politieambtenaar, werkzaam bij de Politie Midden & West Brabant,

in voornoemde periode,

* aan G.C.A.J. [mededader] medegedeeld dat in (de garage van, althans aan de

achterkant van) het politiebureau team (Tilburg-) Wilhelminapark, althans in

(de garage van, althans aan de achterkant van) een politiebureau te Tilburg

een partij/hoeveelheid hennep aanwezig was en/of lag en/of was opgeslagen

en/of

* aan G.C.A.J. [mededader] de informatie verstrekt dat in (de garage van, althans

aan de achterkant van) het politiebureau team (Tilburg-) Wilhelminapark,

althans in (de garage van, althans aan de achterkant van) een politiebureau

te Tilburg een partij/hoeveelheid hennep aanwezig was en/of lag en/of was

opgeslagen;

art 272 lid 1 Wetboek van Strafrecht