Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BG5097

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
17-10-2008
Datum publicatie
24-11-2008
Zaaknummer
AWB 07/2564
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2010:BO1717, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Belanghebbende heeft winkels in electronische als electrische apparaten en een reparatiewerkplaats. Bij de aankoop van een apparaat kunnen kopers een garantiecertificaat kopen dat recht geeft op gratis reparatie gedurende 4 tot 6 jaar na aanschaf van het product. In geschil is of de verkoop van het garantiecertificaat opgaat in de hoofdprestatie en zoniet, of de verkoop van het certificaat is aan te merken als een van de omzetbelasting vrijgestelde verzekeringsprestatie. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een afzonderlijke prestatie maar dat het verlenen van het recht op service niet is aan te merken als verzekeren in de zin van art. 11, eerste lid, onderdeel k, Wet OB. De opbrengst van de certificatenverkoop is derhalve niet vrijgesteld van omzetbelasting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2008-2439
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 07/2564

Uitspraakdatum: 17 oktober 2008

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] BV, gevestigd te [woonplaats],

eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

verweerder.

Eiseres en verweerder worden hierna aangeduid als belanghebbende en inspecteur.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. De inspecteur heeft aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2006 tot en met 31 mei 2006 met dagtekening 28 november 2006 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd.

1.2. De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 9 maart 2007 de naheffingsaanslag gehandhaafd.

1.3. Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 12 juni 2007, ontvangen bij de rechtbank op 15 juni 2007, beroep ingesteld.

1.4. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 september 2008 te Breda tezamen met het onderzoek in de zaak die bij de rechtbank is geregistreerd onder nummer 07/2565. Voor een overzicht van de aldaar verschenen personen alsmede het verhandelde ter zitting wordt verwezen naar het proces-verbaal van de zitting waarvan een afschrift aan deze uitspraak is gehecht. De door partijen overgelegde pleitnota’s en de daarbij behorende bijlagen behoren tot de stukken van het geding.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1. Tot belanghebbende behorende vennootschappen exploiteren winkels in het hele land van waaruit zij elektronische en elektrische apparaten verkopen. Daarbij behoort ook een werkplaats waar reparaties worden verricht.

2.2. Bij de aankoop van een product kunnen kopers ervoor kiezen naast de fabrieksgarantie extra gevrijwaard te blijven van kosten bij technische defecten gedurende een overeengekomen termijn door de aankoop van een servicecertificaat. Deze certificaten geven recht op gratis reparatie gedurende 4 tot 6 jaar na de aanschaf van het desbetreffende product. Het certificaat kan tot een week na aankoop worden afgenomen. Voor de afgifte van het certificaat wordt een vergoeding in rekening gebracht aan de koper. Het certificaat staat op naam en is niet overdraagbaar. De op basis van het certificaat uitgevoerde reparaties vinden uitsluitend plaats door de eigen Technische Dienst van belanghebbende in de werkplaats of bij de consumenten thuis. De kopers met een servicecertificaat worden bij reparaties met voorrang behandeld. Bij reparaties door derden vervalt het certificaat. Dat is ook het geval bij reparatie door de fabrikant, tenzij die reparatie via belanghebbende is aangemeld bij de fabrikant. Indien reparatie niet mogelijk is of de kosten daarvan de dagwaarde van het product overtreffen, wordt de koper een nieuw product aangeboden op basis van afschrijving.

2.3. Belanghebbende heeft tot en met juli 2005 omzetbelasting aangegeven en voldaan over de door haar ontvangen vergoedingen voor de certificaten. Vanaf dat moment neemt zij het standpunt in dat de vergoeding voor het certificaat is vrijgesteld van omzetbelasting omdat sprake is van een verzekeringsprestatie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel k, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (de Wet OB).

3. Geschil

3.1. In geschil is of de verkoop van het servicecertificaat opgaat in de hoofdprestatie, het tegen het algemene tarief leveren van het goed waar het servicecertificaat betrekking op heeft. Indien deze vraag ontkennend wordt beantwoord, is in geschil of de verkoop van het servicecertificaat is aan te merken als een van omzetbelasting vrijgestelde verzekeringsprestatie.

3.2. Belanghebbende stelt dat er sprake is van twee verschillende prestaties en dat de verkoop van het servicecertificaat is aan te merken als een vrijgestelde verzekeringsprestatie. De inspecteur stelt – naar de rechtbank begrijpt – primair dat er sprake is van één prestatie, namelijk de levering van het desbetreffende product, en subsidiair dat de verkoop van het certificaat niet is aan te merken als een vrijgestelde verzekeringsprestatie. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Voor hetgeen zij hieraan ter zitting hebben toegevoegd wordt verwezen naar het proces-verbaal van de zitting.

3.3. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de naheffingsaanslag. De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4. Beoordeling van het geschil

Ontvankelijkheid

4.1.1. Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt ingevolge artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan op de dag na die van dagtekening van de uitspraak op bezwaar, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is het, op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb, nog tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en het bovendien niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

4.1.2. De bestreden uitspraak is gedagtekend 9 maart 2007. Vaststaat evenwel dat de uitspraak niet naar de gemachtigde is gezonden en dat de gemachtigde pas door de brief van 4 mei 2007, door de gemachtigde ontvangen op 8 mei 2007, op de hoogte is gesteld van de uitspraak op bezwaar. Nu artikel 6:17 van de Awb ten onrechte niet in acht is genomen moet er van worden uitgegaan dat de uitspraak op bezwaar pas op 8 mei 2007 bekend is gemaakt en is de termijn voor het indienen van een beroepschrift op die dag aangevangen (vergelijk Hoge Raad 20 april 2007, nr. 43 254, BNB 2007/200). Het beroepschrift, gedagtekend 12 juni 2007, is op 15 juni 2007 bij de rechtbank ingekomen. Gelet op het voorgaande is het beroepschrift tijdig ingediend.

Ten gronde

4.2. Vaststaat dat de koper van een product bij belanghebbende de vrijheid heeft om daarbij al dan niet een servicecertificaat aan te schaffen en dat hij voor dat certificaat een extra bedrag betaalt naast de prijs voor het product. Naar het oordeel van de rechtbank kan de verkoop van het certificaat niet als een bijkomend bij de levering van het desbetreffende product worden beschouwd, maar is sprake van een afzonderlijke prestatie naast de levering van het product. De eerste vraag moet derhalve ontkennend worden beantwoord.

4.3. De rechtbank leidt uit de inhoud van het servicecertificaat en hetgeen partijen daaromtrent hebben gesteld af dat belanghebbende zich op grond van een dergelijk certificaat jegens de koper van een product verplicht dat product gedurende een zekere periode zonder verdere kosten te repareren en in gevallen waarin reparatie niet mogelijk is of hogere kosten met zich brengt dan de dagwaarde van het product beloopt, een soortgelijk product tegen een gereduceerde prijs aan te bieden. Dit alles ongeacht of de fabrieksgarantie van toepassing is en of de koper jegens de verkoper (belanghebbende) aanspraken geldend kan maken gebaseerd op de bepalingen van de eerste titel van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Op de website van belanghebbende wordt dit aangeduid als een aantal jaren ‘zorgeloos gebruik van uw apparaat’. Het verlenen van het recht op service als bedoeld in het servicecertificaat is naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als verzekeren in de zin van artikel 11, eerste lid, onderdeel k, van de Wet OB dan wel als handeling ter zake van verzekering in de zin van artikel 13, B, onder a, van de destijds geldende Zesde richtlijn inzake omzetbelasting. De prestatie is derhalve niet vrijgesteld van omzetbelasting. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.

4.4. Uit al het vorenoverwogene volgt dat het beroep van belanghebbende niet gegrond is.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 17 oktober 2008 door mr.drs. F.J.P.M. Haas, voorzitter,

mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en mr. D.B. Bijl, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.S.J. Pijnenburg-Braspenning, griffier.

Bij verhindering van de voorzitter is deze uitspraak getekend door de oudste rechter.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.