Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BF5762

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
01-10-2008
Datum publicatie
06-10-2008
Zaaknummer
996022-05 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft als feitelijk leidinggevende van een buitenlandse vennootschap benzine als olie ingekocht uit het buitenland en daarna deze benzine verkocht aan onbekend gebleven afnemers. Bij de invoer van die benzine zijn onjuiste douaneaangiften gedaan waardoor een bedrag van 100.000 euro te weinig aan accijns is geheven. Om administratief de verkoop van de benzine sluitend te krijgen zijn door verdachte valse facturen opgemaakt. Voorts heeft verdachte een BTW-caroussel in het leven geroepen (belastingnadeel ruim 100.000 euro). Hij was een spil in een netwerk van frauduleuze zaken. Straf: 14 maanden gev.straf w.v. 6 mnd VW. Overschrijding redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

DE RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 996022-05 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 oktober 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 september 2008. Tegen de verdachte is verstek verleend. De officier van justitie, mr. Klinkenbijl, heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat:

Feit 1: [naam bedrijf] Ltd. opzettelijk onjuiste invoeraangiften heeft gedaan en dat verdachte hieraan leiding heeft gegeven;

Feit 2: [naam bedrijf] Ltd. opzettelijk geen aangiften voor de omzetbelasting heeft gedaan en dat verdachte hieraan leiding heeft gegeven;

Feit 3: [naam bedrijf] Ltd. 7 valse facturen heeft opgemaakt en dat verdachte hieraan

leiding heeft gegeven;

Feit 4: [naam bedrijf] Ltd. 14 valse facturen heeft opgemaakt dan wel opzettelijk een

onjuiste aangifte voor de omzetbelasting heeft gedaan en dat verdachte hieraan

leiding heeft gegeven.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten, voor zover van toepassing in de primaire vorm, wettig en overtuigend bewezen.

4.2 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

De eerste vraag waarvoor de rechtbank zich gesteld ziet is of de in de tenlastelegging genoemde aangiften onjuist zijn.

De rechtbank stelt het volgende vast.

In het dossier bevindt zich een zevental invoeraangiften , genummerd zoals in de tenlastelegging is weergegeven, alle gedateerd in de periode van 14 september 2004 tot en met 14 oktober 2004, en afkomstig van [naam bedrijf] BV te Venlo. Geadresseerde is steeds [naam bedrijf] Ltd., gevestigd in Roosendaal. Op elk van deze aangiften staat vermeld dat de aangifte betrekking heeft op een zending met goederencode 2710 1190 met als omschrijving “andere lichte olieën bestemd voor de verfindustrie“ dan wel “andere lichte olieën”.

Van de laatste zending op 14 oktober 2004 (zending 7, D-016) is door onderzoek bij het Douane Laboratorium vastgesteld dat de samenstelling van het product overeenkomt met motorbenzine met als goederencode 2710.1141.

Op de zogenaamde Quality Certificates , afgegeven door de controle-instantie SGS in Polen, van de zending van 7 oktober 2004 (zending 5, D-014) en zending 7 is te lezen dat de monsters uit dezelfde tankwagon, namelijk die met nummer 72034358, zijn genomen en dat die monsters exact dezelfde meetresultaten geven. De rechtbank concludeert hieruit dat zending 5 hetzelfde product als zending 7 betreft en dus ook motorbenzine is.

Voorts wordt op de douaneaangiften, afkomstig van de Poolse douane, van de zendingen 4 (D-013), 6 (D-015) en 7 (D-016) bij de goederenomschrijving vermeld dat het BENZYNA betreft, waarvan de Nederlandse vertaling BENZINE is.

Volgens het onderzoek van het Douane Laboratorium zijn de verschillen tussen de certificaten van de SGS Polen van de zendingen 2 en 6 (D-011-E-01 en D-016-E-01)

dermate klein dat gesproken kan worden van soortgelijke producten.

Uit het vorenstaande kan worden afgeleid dat de zendingen 2, 4, 5, 6 en 7, derhalve 5 van de 7 in de tenlastelegging genoemde invoeraangiften, uit motorbenzine bestaan en niet uit “andere lichte olieën“ zoals vermeld op die invoeraangiften.

Het bovenstaande in onderling verband en samenhang bezien, plus de periode waarin zich alle zendingen hebben afgespeeld en de wijze waarop de invoer heeft plaatsgevonden, levert naar het oordeel van de rechtbank de gerechtvaardigde conclusie op dat de zendingen 1 (D-010) en 3 (D-012) eveneens motorbenzine bevatten.

Daarmee staat vast dat alle in de tenlastelegging genoemde invoeraangiften onjuist zijn.

De volgende vraag die zich opdoet is in hoeverre [naam bedrijf] Ltd. en verdachte wetenschap hadden van de onjuistheid van deze aangiften.

In dit verband kan het volgende worden vastgesteld.

Zoals hiervoor al is geconstateerd staat op 3 douaneaangiften van de Poolse douane het woord BENZYNA vermeld.

Verdachte heeft verklaard dat hij de inklaring van de zendingen zou regelen bij [naam bedrijf] en dat er allerlei bescheiden bij de zendingen waren waaruit bleek wat voor goed het betrof. Verdachte had naar het oordeel van de rechtbank dan ook kunnen zien dat het woord BENZYNA op de Poolse douaneaangiften stond.

Voorts heeft medeverdachte [mededader] verklaard dat verdachte bij een van de eerste zendingen olie heeft gezegd dat het ook wel eens benzine zou kunnen zijn wat door Skalar werd geleverd.

De rechtbank komt, gelet op de hierboven genoemde omstandigheden, tot de conclusie dat verdachte zich willens en wetens aan de aanmerkelijke kans heeft blootgesteld dat de zendingen geen lichte oliën, maar motorbenzine bevatten. Hij heeft de aanmerkelijke kans daarop bewust aanvaard en op de koop toegenomen door desondanks in te voeren. Derhalve was zijn opzet - in de zin van voorwaardelijk op¬zet - op de onjuistheid van de aangiften gericht.

Getuige [getuige], als kantoorchef werkzaam bij [naam bedrijf] BV, heeft verklaard dat verdachte aan [naam bedrijf] BV de opdracht heeft gegeven om de zendingen namens [naam bedrijf] Ltd in te klaren en dat met verdachte de afspraak is gemaakt dat [naam bedrijf] BV de invoeraangifte zou verzorgen van de zendingen. Verdachte heeft telkens per fax de zending aangemeld. Volgens [getuige] zijn 7 zendingen door [naam bedrijf] ingeklaard.

Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel was

verdachte in de periode van 14 september tot en met 14 oktober 2004 gevolmachtigde met volledige volmacht van de buitenlandse vennootschap [naam bedrijf] Ltd.

Volgens [mededader] was verdachte mede de baas [Ltd.]. Verdachte heeft in zijn hoedanigheid als gevolmachtigde de ten laste gelegde feiten zelf uitgevoerd en heeft daarmee feitelijk leiding gegeven aan die verboden gedragingen.

De rechtbank acht feit 1 dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Door de Belastingdienst, kantoor Roosendaal, zijn de aangiften omzetbelasting ten name van [naam bedrijf] Ltd in Roosendaal over de tijdvakken 3e en 4e kwartaal 2004 en 1e en 2e kwartaal 2005 door de Belastingdienst uitgereikt, maar niet terugontvangen.

Medeverdachte [mededader] heeft op een vraag van de FIOD-ECD waarom [naam bedrijf] Ltd. nooit aangifte omzetbelasting heeft gedaan, geantwoord dat hij hierover vanaf juli 2004 met verdachte heeft gesproken en dat hij de belastingpapieren moest bewaren en dat verdachte, toen het eind september 2004 tijd was om de aangifte omzetbelasting over het 3e kwartaal te doen, tegen hem heeft gezegd dat [mededader] geen aangifte over het 3e kwartaal mocht doen.

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat verdachte niet alleen de aangifte over het 3e kwartaal 2004, maar ook de andere aangiften, opzettelijk niet heeft gedaan.

Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel was

verdachte vanaf de inschrijving op 16 augustus 2004 gevolmachtigde met volledige volmacht van de buitenlandse vennootschap [naam bedrijf] Ltd. Vanaf 14 februari 2005 was hij ingeschreven als directeur. Volgens [mededader] was verdachte mede de baas [Ltd.]. Verdachte heeft in zijn hoedanigheid als gevolmachtigde dan wel directeur nagelaten aangifte te doen en daarmee feitelijk leiding gegeven aan die verboden gedragingen.

Feit 2 is daarmee naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

In het dossier bevinden zich 7 verkoopfacturen van [naam bedrijf] Ltd, alle gedateerd in de periode van 13 september 2004 tot en met 14 oktober 2004. Deze facturen hebben betrekking op de zeven onder feit 1 genoemde zendingen. Op de facturen staat vermeld dat goederen, welke zijn omschreven in de tenlastelegging en die bestaan uit (lampen)olie of verfverdunner, zijn verkocht en/of geleverd aan afnemers [naam bedrijf 2] in Duisburg, [naam bedrijf 3] in Mijdrecht of [bedrijf 4] NV in Beveren (België).

Verdachte heeft verklaard dat voor de verkoop door [naam bedrijf] Ltd verkoopfacturen werden opgemaakt en dat hij de persoon is die die facturen heeft opgemaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat deze facturen vals waren en dat verdachte van deze valsheid op de hoogte was.

De rechtbank leidt dit af uit de volgende feiten en omstandigheden:

- Uit onderzoek naar de bedrijven die op de facturen staan vermeld, blijkt dat deze bedrijven niet bestaan, dan wel [naam bedrijf] Ltd niet kennen en geen goederen zoals vermeld op de facturen hebben gekocht of ontvangen.

- Medeverdachte [mededader] heeft verklaard dat hij in augustus 2004 in opdracht van verdachte facturen op moest maken van [naam bedrijf] Ltd aan afnemers in binnen- en buitenland die van niets afwisten. Hij heeft vervolgens voor de eerste twee zendingen valse verkoopfacturen opgemaakt, waarbij zou moeten lijken alsof [naam bedrijf] de ingekochte olie zou hebben doorverkocht. Deze waren bedoeld om een valse boekhouding op te zetten die geloofwaardig moest overkomen voor de

Belastingdienst. Goris heeft die facturen aan verdachte afgegeven. Voorts [heeft mededader] verklaard dat verdachte eind februari, begin maart van 2005 tegen hem heeft gezegd dat hij snel wat facturen ging maken voor de belasting.

Verdachte heeft verklaard dat als de zendingen werden afgeleverd, de afnemers contant bij hem kwamen betalen. Het betroffen een Duitser van wie hij de naam niet kent, een Belg van wie hij alleen de voornaam kent en een Nederlander over wie hij niets kan verklaren. Hij heeft dus geen duidelijkheid gegeven over de identiteit van de afnemers. Daarmee is elke controle naar het realiteitsgehalte van deze personen onmogelijk. Mede op grond daarvan acht de rechtbank de verklaring van verdachte over de verkoop van de goederen ongeloofwaardig.

Zoals onder feit 1 is vermeld was verdachte in de periode van 13 september 2004 tot en met 14 oktober 2004 als gevolmachtigde [Ltd.] verbonden. Uit de verklaring van [mededader]10 blijkt dat verdachte mede de baas [Ltd.] was. Verdachte heeft in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde de ten laste gelegde feiten zelf uitgevoerd en heeft daarmee feitelijk leiding gegeven aan die verboden gedragingen.

De rechtbank acht feit 3 dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 4

Naar aanleiding van een door [bedrijf 8] Groothandel gedaan verzoek tot teruggave van Omzetbelasting, is verzocht om de aan dat verzoek ten grondslag liggende facturen over te leggen. Daarbij bleek dat een aantal facturen afkomstig was van [naam bedrijf] Ltd. Uit een soortgelijke controle bij [bedrijf van mededader 3], kwamen zes facturen op naam van [naam bedrijf] Ltd. naar voren. In het kader van een tegen [Ltd en verdachte] ingesteld onderzoek, werden de in de dagvaarding genoemde facturen in beslag genomen. In die facturen wordt vermeld dat er verkopen hebben plaatsgevonden door Javelin aan een aantal bedrijven van diverse goederen voor hoge bedragen, een en ander zoals in de tenlastelegging is vermeld.

Verdachte heeft verklaard dat hij de betreffende facturen van [naam bedrijf] heeft gemaakt, met uitzondering van een drietal facturen, waarvan hij heeft verklaard dat hij die zeer waarschijnlijk heeft opgemaakt. Op grond van deze verklaring, in samenhang met de op de facturen voorkomende data, staat voor de rechtbank vast dat die facturen [Ltd.], gevestigd9 te Roosendaal, door verdachte in de periode 1 september 2005 tot en met 31 maart 2006 zijn gemaakt. Waar verdachte in die periode ofwel als gevolmachtigde ofwel als directeur [Ltd.] was verbonden, staat daarmee ook vast dat deze facturen door [naam bedrijf] zijn gemaakt.

Verdachte heeft over voornoemde facturen verklaard dat hij in verband met goederen die hij in Nederland heeft gekocht een aantal bedrijven heeft ingeschakeld om die goederen te exporteren. Dat deed hij omdat die bedrijven de omzetbelasting zouden kunnen terugvragen, terwijl dat bij hem volgens hem niet het geval zou zijn omdat hij nog een schuld had bij de belastingdienst. Dit sluit aan bij de verklaring van J [mededader 2] dat verdachte de goederen op papier aan [bedrijf van mededader 3] zou verkopen.

De rechtbank begrijpt de verklaring van verdachte over de verkoop in samenhang met de verklaring van [mededader 2], zo dat daarbij alleen maar andere bedrijven werden ingeschakeld vanwege de BTW kwestie en niet omdat die bedrijven nodig waren om de daarop volgende export mogelijk te maken. Op grond daarvan en waar verdachte geen inzage heeft willen geven in zijn inkoop20 moet op grond daarvan reeds geoordeeld worden dat de verkopen aan de betreffende bedrijven slechts leveringen op papier waren en dat de opgemaakte facturen niet de werkelijkheid weergeven. Reeds op grond daarvan moet reeds geoordeeld worden dat de in de dagvaarding genoemde facturen vals zijn.

Daarnaast komt de rechtbank tot dat oordeel ook op grond van het vorenstaande bezien in samenhang met de navolgende feiten en omstandigheden, nu daaruit naar het oordeel van de rechtbank blijkt dat geen sprake is van werkelijke transacties, noch in Nederland noch naar het buitenland.

- Verdachte heeft geen inzage willen geven in de herkomst van de goederen vermeld op de facturen.20 Dat geldt ook voor de plaats waar de goederen geladen zouden zijn. Daarmee is elke controle naar de herkomst van de goederen en naar het realiteitsgehalte van de verkopen vermeld op deze facturen, onmogelijk. Op grond daarvan acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij goederen inkocht ongeloofwaardig.

- De vrachtbrieven die het vervoer van de goederen naar het buitenland zouden moeten aantonen, vermelden blijkens de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] onjuiste laadadressen, nu volgens hun verklaringen bij hen nooit goederen zijn ingeladen. Verdachte heeft verklaard23 dat de goederen elders zijn opgeslagen, maar dat hij niet wil verklaren over die goederen.

- Een aantal van de op de vrachtbrieven voorkomende kentekens van vrachtwagens die bij het vervoer zouden zijn gebruikt, zijn kentekens die al waren doorgehaald op het moment van vervoer (CMR D-254) ofwel die niet bestaan (CMR D-195) ofwel zijn kentekens waarvan de tenaamstelling niet overeenstemt met de op de vrachtbrieven vermelde transporteurs . [getuige 4] heeft in dat verband verklaard dat wat op een vijftal transportverklaringen staat onjuist is, omdat onder andere de afleverdata niet kloppen.

- Van de goederen vermeld op factuur D-168, is een gedeelte doorverkocht aan [bedrijf 8], welke goederen op het moment van de opsporingsactie van de FIOD-ECD (20 juni 2006) nog bij [bedrijf 8] Groothandel in voorraad zouden moeten liggen, terwijl volgens de verklaring van [getuige 5] er geen voorraad is bij [bedrijf 8].

Verdachte is blijkens eerder genoemd uittreksel van de Kamer van Koophandel9 van [naam bedrijf] Ltd vanaf 14 februari 2005 ingeschreven als directeur. Verdachte heeft in zijn hoedanigheid van directeur de ten laste gelegde feiten zelf uitgevoerd en daarmee feitelijk leiding gegeven aan die verboden gedragingen.

Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank ook feit 4 wettig en overtuigend bewezen.

4.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

1.

de buitenlandse vennootschap [naam bedrijf] Ltd. in de periode van 14 september 2004 tot en met 14 oktober 2004

te Venlo, meermalen, opzettelijk een ingevolge de wettelijke bepalingen inzake de

rechten bij invoer en de rechten bij uitvoer vereiste aangifte, onjuist heeft gedaan of heeft laten doen, door in de invoeraangiften

voorzien van de nummers:

-0000.32.608/00 04 00493789 te laten vermelden

dat het betrekking had op "andere lichte olieën bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof en

-0000.32.608/00 04 00494741 te laten vermelden

dat het betrekking had op "andere lichte olieën bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof en

-0000.32.608/00 04 00495756 te laten vermelden

dat het betrekking had op "andere lichte olieën bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof en

-0000.32.608/00 04 00496806 ¬te laten vermelden

dat het betrekking had op "andere lichte olieën bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof en

-0000.32.608/00 04 00497587 -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof en

-0000.32.608/00 04 00498831 te laten vermelden

dat het betrekking had op "andere lichte olieën bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2 te laten vermelden

dat het betrekking had op "andere lichte olieën bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof,

zulks terwijl die feiten ertoe strekten dat telkens te weinig

rechten bij invoer werden geheven,

aan welke verboden gedragingen hij,

verdachte, telkens feitelijke leiding heeft gegeven;

2.

de buitenlandse vennootschap [naam bedrijf] Ltd. in de periode van

1 juli 2004 tot en met 30 juni 2005 te Roosendaal

opzettelijk vier bij de Belastingwet voorziene

aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

de op naam van [naam bedrijf] voornoemd gestelde aangiften voor de

omzetbelasting over het derde en vierde kwartaal van 2004 en eerste

en tweede kwartaal van 2005 , niet heeft gedaan

of heeft laten doen, zulks terwijl die feiten ertoe strekten dat

telkens te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens

feitelijke leiding heeft gegeven;

3.

de buitenlandse vennootschap [naam bedrijf] Ltd. in de periode van

13 september 2004 tot en met 14 oktober 2004 te Roosendaal, een factuur (invoice), - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt , immers heeft

[naam bedrijf] voornoemd ¬telkens¬ valselijk en in strijd met de waarheid:

-in de factuur voorzien van de datum 13 september 2004 vermeld

dat zij 23.320 kg oil voor een bedrag van euro 12.990,75

aan [naam bedrijf 2] heeft verkocht en geleverd en

-in de factuur voorzien van de datum 18 september 2004 vermeld

dat zij 21860 kg oil voor een bedrag van euro 12.384,09 aan

[naam bedrijf 2] heeft verkocht en geleverd en

-in de factuur voorzien van de datum 26 september 2004 vermeld

dat zij 23020 kg olie/verfverdunner voor een bedrag van

euro 12.908,64 aan [naam bedrijf 3] heeft verkocht en geleverd en

-in de factuur voorzien van de datum 1 oktober 2004 vermeld dat zij 22280 kg oil voor een bedrag van euro 12.574,02 aan

[naam bedrijf 2] heeft verkocht en geleverd en

-in de factuur voorzien van de datum 7 oktober 2004 vermeld dat zij 22920 kg lampenolie met residue voor een bedrag van

euro 12862,71 aan [bedrijf 4] NV heeft verkocht en geleverd en

-in de factuur voorzien van de datum 13 oktober 2004 vermeld dat zij 26280 kg oil voor een bedrag van euro 12.382,82 aan

[naam bedrijf 2] heeft verkocht en geleverd en

-in de factuur voorzien van de datum 13 oktober 2004 vermeld dat zij 22 kg lampenolie met residue voor een bedrag van euro 13.062,39 aan [bedrijf 4] NV heeft verkocht en geleverd,

zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, telkens feitelijke leiding heeft gegeven;

4. primair:

de buitenlandse vennootschap [naam bedrijf] Ltd. in de periode van

1 september 2005 tot en met 31 maart 2006 te Roosendaal, meermalen,

een factuur (invoice), - elk zijnde een geschrift dat bestemd was

om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt , immers heeft

[naam bedrijf] voornoemd telkens valselijk en in strijd met de waarheid:

-in de factuur voorzien van de datum 22 december 2005 vermeld

dat zij 120 banken voor een bedrag van euro 99.246 aan het

bedrijf [bedrijf van mededader 3] heeft verkocht en

-in de factuur voorzien van de datum 20 januari 2006 vermeld dat zij 88 meubelen voor een bedrag van euro 48.790 aan [bedrijf 6] heeft verkocht en in de factuur voorzien van de datum 24 januari 2006 vermeld

dat zij 260 eethoeken voor een bedrag van euro 131.364 aan

het bedrijf [bedrijf van mededader 3] heeft verkocht en

-in de factuur voorzien van de datum 25 januari 2006 vermeld dat zij een hoeveelheid computerapparatuur voor een bedrag van euro 166.719 aan [bedrijf 7] heeft verkocht en

-in de factuur voorzien van de datum 10 februari 2006 vermeld

dat zij een hoeveelheid meubels en koelkasten voor een

bedrag van euro 90.499,50 aan [bedrijf 8] Groothandel heeft verkocht

en

-in de factuur voorzien van de datum 12 februari 2006 vermeld

dat zij 200 ledikanten voor een bedrag van euro 110.620

aan het bedrijf [bedrijf van mededader 3] heeft verkocht en

-in de factuur voorzien van de datum 14 februari 2006 ¬ vermeld

dat zij 50 banken voor een bedrag van euro 36.295 [bedrijf 6] heeft verkocht en

-in de factuur voorzien van de datum 23 februari 2006 (document 178b) vermeld

dat zij 250 kasten voor een bedrag van euro 59.797,50 aan

het bedrijf [bedrijf van mededader 3] heeft verkocht en

-in de factuur voorzien van de datum 16 februari 2006 vermeld

dat zij een hoeveelheid magnetrons en koelkasten voor een

bedrag van euro 64.855 aan [bedrijf 7] heeft verkocht

en

-in de factuur voorzien van de datum 2 maart 2006 vermeld dat zij 47 banken voor een bedrag van euro 96.110,35 aan het

bedrijf [bedrijf van mededader 3] heeft verkocht en

-in de factuur voorzien van de datum 9 maart 2006 vermeld dat zij 34 meubelen voor een bedrag van euro 33.915 [bedrijf 6] heeft verkocht en

-in de factuur voorzien van de datum 13 maart 2006 ¬ vermeld dat zij 15 kasten en 8 tafels voor een bedrag van euro

35.402,50 aan [bedrijf 6] heeft verkocht en

-in de factuur voorzien van de datum 14 maart 2006 vermeld dat zij 90 Plasma TV 's voor een bedrag van euro 192.780

aan [bedrijf 7] heeft verkocht en

-in de factuur voorzien van de datum 29 maart 2006 vermeld dat zij een hoeveelheid elektrisch gereedschap voor een bedragvan euro 116.423,65 aan [bedrijf 8] Groothandel heeft verkocht , zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, aan welke verboden gedragingen hij,

verdachte, telkens feitelijke leiding heeft gegeven.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

6.2 Het oordeel van de rechtbank

[naam bedrijf] Ltd - met verdachte als feitelijk leidinggevende - heeft benzine als olie uit het buitenland ingekocht en daarna deze benzine verkocht aan onbekend gebleven afnemers.

Bij de invoer van die benzine zijn door [naam bedrijf] Ltd onjuiste douaneaangiften gedaan. De zendingen vanuit Polen, bestemd voor [naam bedrijf], bevatten immers geen lichte olie voor de verfindustrie, zoals op de aangiften was vermeld, maar motorbenzine.

Door het doen van onjuiste douaneaangiften is een bedrag van ruim 100.000 euro te weinig aan accijns geheven.

Om administratief de verkoop van de benzine sluitend te krijgen zijn door verdachte valse facturen opgemaakt.

Daarnaast is door [naam bedrijf] Ltd een aantal keren geen aangifte omzetbelasting gedaan, blijkbaar met het doel te voorkomen dat controle kon plaatsvinden van de in- en verkoop.

Ten aanzien van feit 4 constateert de rechtbank dat verdachte door gebruik te maken van welwillende personen en door het opmaken van valse facturen met vermelding van fictieve goederen een BTW-caroussel in het leven heeft geroepen die een belastingnadeel van ruim 100.000 euro heeft veroorzaakt. Uit de verklaringen die door getuigen en medeverdachten zijn afgelegd blijkt duidelijk dat verdachte de spil in een netwerk van frauduleuze praktijken is.

De rechtbank neemt het verdachte bijzonder kwalijk dat hij, nadat hij in juli 2005 was aangehouden en verhoord als verdachte van het opmaken van valse facturen ten aanzien van [naam bedrijf] Ltd., kort daarna, namelijk in de periode september 2005 tot en maart 2006 zich wederom heeft beziggehouden met het opmaken van valse facturen op naam van [naam bedrijf] Ltd. met het doel om te frauderen met omzetbelasting. Verdachte laat zich blijkbaar weinig gelegen liggen aan op handen zijnde strafzaken en veroordelingen die hem boven zijn hoofd hangen, hetgeen ook blijkt uit het feit dat verdachte niet op zitting is verschenen. Dit doet naar het oordeel van de rechtbank het ergste voor wat betreft herhaling van soortgelijke strafbare feiten vrezen.

Verdachte heeft welbewust de Nederlandse Staat en daarmee de maatschappij benadeeld. Bij belastingheffing zijn immers gewichtige gemeenschapsbelangen betrokken nu daarmee wordt beoogd de Staat de geldmiddelen te verschaffen die voor zijn instandhouding en voor de vervulling van zijn taak nodig zijn. Verdachte heeft deze gemeenschapsbelangen geschonden en zich ten koste van de Staat der Nederlanden ongerechtvaardigd verrijkt.

De rechtbank acht het noodzakelijk een zwaardere staf op te leggen dan de officier van justitie heeft gevorderd, omdat zij de feiten en de rol die verdachte daarbij speelt te ernstig en te omvangrijk vindt om af te kunnen doen met een werkstraf van 240 uur. Daarbij speelt ook een rol dat verdachte zich na zijn voorarrest in juli 2005 wederom heeft beziggehouden met frauduleuze praktijken. Daarom is uitsluitend een gevangenisstraf passend.

In het kader van de strafoplegging dient de rechtbank ambtshalve te onderzoeken of de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. De rechtbank stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Dit recht strekt ertoe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Volgens vaste jurisprudentie begint de redelijke termijn te lopen op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens verdachte een handeling is verricht, waaraan verdachte in redelijkheid de verwachting heeft kunnen ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie strafvervolging zal worden ingesteld. Daarbij wordt als uitgangspunt van de redelijke termijn in eerste aanleg een termijn van twee jaar gehanteerd.

Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3 kan als begin van de redelijke termijn naar het oordeel van de rechtbank in casu de dag waarop verdachte voor het eerst is verhoord en inverzekering is gesteld, genomen worden, te weten 12 juli 2005. Tot aan de dag van de uitspraak geldt derhalve een termijn van ruim drie jaar. Er is dus sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met ruim één jaar. Op grond hiervan zal strafvermindering worden toegepast.

Gelet op de ernst van de feiten, acht de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk passend en geboden. Wegens overschrijding van de redelijke termijn, zal de rechtbank 4 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf in mindering brengen, waardoor de uiteindelijke straf een gevangenisstraf van 14 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk is. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient enerzijds om de ernst van de feiten te benadrukken, anderzijds om te pogen verdachte ervan te weerhouden zich wederom schuldig te maken aan soortge¬lijke strafbare feiten.

6.3 Het ad informandum gevoegde

De rechtbank heeft de op de dagvaarding ad informandum vermelde strafbare feiten, te weten:

- het opzettelijk niet doen van BTW-aangiften van [verdachte] Klusbedrijf, gepleegd in Roosendaal in de periode van 1 september 2005 tot en met 30 april 2006;

- het valselijk opmaken van 8 CMR-vrachtbrieven (door de onjuiste laadplaats van de goederen te vermelden), gepleegd in Roosendaal in de periode van 1 januari 2006 tot en met 29 maart 2006;

bij de strafbepaling buiten beschouwing gelaten, nu verdachte niet op zitting is verschenen en uit het dossier niet voldoende is gebleken dat verdachte deze feiten heeft bekend.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 51, 57, 63, 91, 225 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 69, 72 en 96 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 48 en 61 van de Douanewet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Opzettelijk een ingevolge wettelijke bepalingen vereiste aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

feit 2: Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

feit 3: Valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke

leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

feit 4: Valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke

leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Den Hartog en mr. Breeman, rechters, in tegenwoordigheid van De Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 oktober 2008.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

de buitenlandse vennootschap [naam bedrijf] Ltd. oop een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 14 september 2004 tot en met 14 oktober 2004

te Venlo en of Roosendaal, in ieder geval in Nederland, meermalen, althans

eenmaal, opzettelijk een ingevolge de wettelijke bepalingen inzake de

rechten bij invoer en de rechten bij uitvoer vereiste aangifte, onjuist of

onvolledig heeft gedaan of heeft laten doen, door in de (invoer)aangifte(n)

voorzien van de/het nummer(s):

-0000.32.608/00 04 00493789 (document 10A) te vermelden of te laten vermelden

dat het het betrekking had op "andere lichte olieén bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof en/of

-0000.32.608/00 04 00494741 (document 11A) te vermelden of te laten vermelden

dat het het betrekking had op "andere lichte olieén bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof en/of

-0000.32.608/00 04 00495756 (document 12A) te vermelden of te laten vermelden

dat het het betrekking had op "andere lichte olieén bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof en/of

-0000.32.608/00 04 00496806 (document 13A) te vermelden of te laten vermelden

dat het het betrekking had op "andere lichte olieén bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof en/of

-0000.32.608/00 04 00497587 (document 14A) te vermelden of te laten vermelden

dat het het betrekking had op "andere lichte olieén bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof en/of

-0000.32.608/00 04 00498831 (document 15A) te vermelden of te laten vermelden

dat het het betrekking had op "andere lichte olieén bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof en/of

-0000.32.608/00 04 00498877 (document 16A) te vermelden of te laten vermelden

dat het het betrekking had op "andere lichte olieén bestemd voor de

verfindustrie" -goederencode 2710 1190- terwijl het in werkelijkheid

motorbenzine -goederencode 2710 1141- betrof,

zulks terwijl die/dat feit(en) ertoe strekte(n) dat (telkens) te weinig

rechten bij invoer werden geheven,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) hij, verdachte,

(telkens) opdracht heeft gegeven dan wel aan welke verboden gedraging(en) hij,

verdachte, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

(artikel 48 van de Douanewet i.v.m. 51 van het wetboek van strafrecht)

art 48 lid 3 Douanewet

2.

de buitenlandse vennootschap [naam bedrijf] Ltd. in of omstreeks de periode van

1 juli 2004 tot en met 30 juni 2005 te Roosendaal en/of elders in Nederland,

(telkens) opzettelijk vier, althans een of meer bij de Belastingwet voorziene

aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

de op naam van [naam bedrijf] voornoemd gestelde (een) aangifte(n) voor de

omzetbelasting over de/het derde en/of vierde kwartaal van 2004 en/of eerste

en/of tweede kwartaal van 2005 (ambtshandeling 47), niet of niet binnen de

door de Inspecteur der belastingen te Roosendaal gestelde termijn heeft gedaan

of heeft laten doen, zulks terwijl die/dat feit(en) ertoe strekte(n) dat

(telkens) te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(e)

bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven,

dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens)

feitelijke leiding heeft gegeven;

art 69 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

3.

de buitenlandse vennootschap [naam bedrijf] Ltd. in of omstreeks de periode van

13 september 2004 tot en met 14 oktober 2004 te Roosendaal, althans in het

arrondissement Breda, in ieder geval in Nederland meermalen, althans eenmaal,

(telkens) een factuur (invoice), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was

om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of heeft

laten opmaken danwel heeft vervalst of heeft laten vervalsen, immers heeft

[naam bedrijf] voornoemd (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid:

-in de factuur voorzien van de datum 13 september 2004 (document 10F) vermeld

of laten vermelden dat zij 23.320 kg oil voor een bedrag van euro 12.990,75

aan [naam bedrijf 2] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 18 september 2004 (document 11F) vermeld

of laten vermelden dat zij 21860 kg oil voor een bedrag van euro 12.384,09 aan

[naam bedrijf 2] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 26 september 2004 (document 12F) vermeld

of laten vermelden dat zij 23020 kg olie/verfverdunner voor een bedrag van

euro 12.908,64 aan [naam bedrijf 3] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 1 oktober 2004 (document 13F) vermeld of

laten vermelden dat zij 22280 kg oil voor een bedrag van euro 12.574,02 aan

[naam bedrijf 2] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 7 oktober 2004 (document 14F) vermeld of

laten vermelden dat zij 22920 kg lampenolie met residue voor een bedrag van

euro 12862,71 aan [bedrijf 4] NV heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 13 oktober 2004 (document 15F) vermeld of

laten vermelden dat zij 26280 kg oil voor een bedrag van euro 12.382,82 aan

[naam bedrijf 2] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 13 oktober 2004 (document 16F) vermeld of

laten vermelden dat zij 22 kg lampenolie met residue voor een bedrag van euro

13.062,39 aan [bedrijf 4] NV heeft verkocht en/of geleverd,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) hij, verdachte,

(telkens) opdracht heeft gegeven dan wel aan welke verboden gedraging(en) hij,

verdachte, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

de buitenlandse vennootschap [naam bedrijf] Ltd. in of omstreeks de periode van

1 september 2005 tot en met 31 maart 2006 te Roosendaal, althans in het

arrondissement Breda, in ieder geval in Nederland meermalen, althans eenmaal,

(telkens) een factuur (invoice), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was

om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of heeft

laten opmaken danwel heeft vervalst of heeft laten vervalsen, immers heeft

[naam bedrijf] voornoemd (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid:

-in de factuur voorzien van de datum 22 december 2005 (document 172b) vermeld

of laten vermelden dat zij 120 banken voor een bedrag van euro 99.246 aan het

bedrijf [bedrijf van mededader 3] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 20 januari 2006 (document 232) vermeld of

laten vermelden dat zij 88 meubelen voor een bedrag van euro 48.790 [bedrijf 6] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 24 januari 2006 (document 174a) vermeld

of laten vermelden dat zij 260 eethoeken voor een bedrag van euro 131.364 aan

het bedrijf [bedrijf van mededader 3] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 25 januari 2006 (document 259) vermeld of

laten vermelden dat zij een hoeveelheid computerapparatuur voor een bedrag van

euro 166.719 aan [bedrijf 7] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 10 februari 2006 (document 160a ) vermeld

of laten vermelden dat zij een hoeveelheid meubels en koelkasten voor een

bedrag van euro 90.499,50 aan [bedrijf 8] Groothandel heeft verkocht en/of geleverd

en/of

-in de factuur voorzien van de datum 12 februari 2006 (document 176b) vermeld

of laten vermelden dat zij 200 ledikanten voor een bedrag van euro 110.620

aan het bedrijf [bedrijf van mededader 3] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 14 februari 2006 (document 233) vermeld

of laten vermelden dat zij 50 banken voor een bedrag van euro 36.295 [bedrijf 6] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 23 februari 2006 (document 178b) vermeld

of laten vermelden dat zij 250 kasten voor een bedrag van euro 59.797,50 aan

het bedrijf [bedrijf van mededader 3] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 25 februari 2006 (document 260) vermeld

of laten vermelden dat zij een hoeveelheid magnetrons en koelkasten voor een

bedrag van euro 64.855 aan [bedrijf 7] heeft verkocht en/of geleverd

en/of

-in de factuur voorzien van de datum 2 maart 2006 (document 168a) vermeld of

laten vermelden dat zij 47 banken voor een bedrag van euro 96.110,35 aan het

bedrijf [bedrijf van mededader 3] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 9 maart 2006 (document 234) vermeld of

laten vermelden dat zij 34 meubelen voor een bedrag van euro 33.915 [bedrijf 6] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 13 maart 2006 (document 235) vermeld of

laten vermelden dat zij 15 kasten en 8 tafels voor een bedrag van euro

35.402,50 aan [bedrijf 6] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 14 maart 2006 (document 261) vermeld of

laten vermelden dat zij 90 Plasma TV 's voor een bedrag van euro 192.780

64.855 aan [bedrijf 7] heeft verkocht en/of geleverd en/of

-in de factuur voorzien van de datum 29 maart 2006 (document 163a ) vermeld of

laten vermelden dat zij een hoeveelheid elektrisch gereedschap voor een bedrag

van euro 116.423,65 aan [bedrijf 8] Groothandel heeft verkocht en/of geleverd ,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) hij, verdachte,

(telkens) opdracht heeft gegeven dan wel aan welke verboden gedraging(en) hij,

verdachte, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

de buitenlandse vennootschap [naam bedrijf] Ltd. op of omstreeks 13 juni

2006, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1

januari 2006 tot en met 13 juni 2006 te Roosendaal en/of elders in Nederland,

opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de

Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de

omzetbelasting over het eerste kwartaal 2006 onjuist en/of onvolledig heeft

gedaan of heeft laten doen, immers heeft [naam bedrijf] voornoemd opzettelijk

op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Roosendaal

ingeleverde aangiftebiljet omzetbelasting over genoemd tijdvak een te laag

belastbaar/te betalen bedrag, althans een te laag bedrag aan belasting

opgegeven of op heeft laten geven, terwijl dat feit ertoe strekte dat te

weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk bovenomschreven

strafbare feit verdachte opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke

bovenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht