Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0792

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
21-08-2008
Datum publicatie
15-09-2008
Zaaknummer
AWB 07/3773
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft, tegenover de gemotiveerde stelling van de inspecteur, niet aannemelijk gemaakt dat de werkelijke leiding van belanghebbende in 2003 door het statutaire bestuur werd gevoerd vanuit Curaçao.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2008/58.1.3
FutD 2008-1965
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 07/3773

Uitspraakdatum: 21 augustus 2008

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] BV, gevestigd te Curaçao,

eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

verweerder.

Eiseres en verweerder worden hierna aangeduid als respectievelijk belanghebbende en inspecteur.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 24 juli 2007 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende voor het jaar 2003 opgelegde aanslag vennootschapsbelasting naar een belastbaar bedrag van € 181.906.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2008 te Breda.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens belanghebbende, haar gemachtigden, alsmede de inspecteur.Als getuigen zijn gehoord [getuige1] en [getuige2]. Een afschrift van de getuigenverklaringen is aan dit proces-verbaal van de uitspraak gehecht. Tijdens de zitting zijn de zaken die bij de rechtbank zijn geregistreerd onder de procedurenummers 07/3771 en 07/3773 gezamenlijk behandeld.

1. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2. Gronden

2.1. Belanghebbende is opgericht naar Nederlands recht en vormt een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 met [BV] De statutaire vestigingsplaats van belanghebbende is [woonplaats].

De aandelen in belanghebbende zijn in handen van [aandeelhouder], woonachtig te [woonplaats].

2.2. Tot en met - in ieder geval - 20 juli 2001 was belanghebbende feitelijk gevestigd in Nederland. De directie van belanghebbende werd tot die datum gevoerd door [aandeelhouder].

2.3. Bij aandeelhoudersbesluit van 20 juli 2001 is [NV] tot nieuwe directeur van belang¬hebbende benoemd. Tevens is op diezelfde datum het kantooradres van belanghebbende gewijzigd in [straat] te Curaçao.

2.4. Belanghebbende heeft voor het jaar 2003 aangifte gedaan naar een belastbaar bedrag van nihil. Bij het vaststellen van de aanslag is de inspecteur afgeweken van de aangifte. De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat de feitelijke leiding van belanghebbende niet is verplaatst naar de Nederlandse Antillen en om die reden de belastbare winst gecorrigeerd met € 181.906.

2.5. Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de inspecteur terecht voor¬noemd bedrag van € 181.906 tot de belastbare winst van belanghebbende heeft gerekend, welke vraag belanghebbende ontkennend en de inspecteur bevestigend beantwoordt.

2.6. Bij de beoordeling van de vestigingsplaats van een lichaam moet in het algemeen ervan worden uitgegaan dat de werkelijke leiding van het lichaam berust bij zijn bestuur en dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent. Wanneer echter aannemelijk is dat de werkelijke leiding van het lichaam door een ander wordt uitgeoefend dan dat bestuur, kan er aanleiding zijn als vestigingsplaats van het lichaam aan te merken de plaats van waaruit die ander de leiding uitoefent (zie: Hoge Raad 23 september 1992, nr. 27 293, gepubliceerd in BNB 1993/193).

2.7. Belanghebbende is opgericht naar Nederlands recht en wordt, ingevolge het bepaalde in artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 geacht in Nederland te zijn gevestigd. Belanghebbende stelt evenwel dat de plaats van haar werkelijke leiding is gelegen op de Nederlandse Antillen. Voor dat geval is belanghebbende, ingevolge het bepaalde in artikel 2, eerste lid, letter d, van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (Rijkswet houdende Belastingregeling voor het Koninkrijk, van 28 oktober 1964, Stb. 425), zoals naderhand gewijzigd (hierna: de BRK), inwoner van zowel Nederland als van de Nederlandse Antillen. Voor dat geval bepaalt artikel 34, tweede lid, van de BRK vervolgens dat een lichaam inwoner is van het land waar de plaats van zijn werkelijke leiding is gevestigd.

2.8. Het ligt op de weg van de inspecteur om feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken waaruit volgt dat de werkelijke leiding van belanghebbende in het onderhavige jaar niet werd uitgeoefend door het op Curaçao, Nederlandse Antillen, gevestigde statutaire bestuur, maar door [aandeelhouder]. De inspecteur heeft in dit verband aangevoerd dat ten aanzien van belanghebbende in 2003 nog geen sprake was van een kasgeldvennootschap, daar belanghebbende zich nog van een aantal activa, waaronder een pand en een deelneming, diende te ontdoen. De werkelijke leiding van het lichaam diende derhalve juist aan dit soort wezenlijke beslissingen te worden getoetst. Iedere schriftelijke of vastlegging of ander concreet bewijs ter zake van besluitvoorbereiding en besluitvorming inzake de uit te voeren transacties die er toe moesten leiden dat belanghebbende een kasgeldvennootschap zou worden ontbreekt.

Daarnaast ontbreekt naar het oordeel van de inspecteur bij het statutaire bestuur ook de noodzakelijke expertise, alsmede het mandaat, voor het vormen van beleid en het nemen van beslissingen als hier aan de orde.

2.9. Belanghebbende op wie te dezen de bewijslast rust heeft, tegenover de gemotiveerde stelling van de inspecteur, niet aannemelijk gemaakt dat de werkelijke leiding in het onder¬havige jaar werd uitgeoefend door het statutaire bestuur. Weliswaar heeft belanghebbende aannemelijk gemaakt dat door het statutaire bestuur diverse activiteiten zijn verricht, doch zij heeft noch middels schriftelijke bescheiden noch anderszins aannemelijk gemaakt dat de besluitvoorbereiding en besluitvorming inzake transacties die er toe moeten leiden dat belanghebbende zou worden omgevormd tot een kasgeldvennootschap door het statutaire bestuur zijn gedaan. Tegenover de stelling van de inspecteur dat bij het statutaire bestuur het mandaat, alsmede de noodzakelijke expertise voor dit soort transacties ontbreekt heeft belanghebbende niets aangevoerd. De stelling van [getuige2] ter zitting, dat de beslissingen inzake de transacties die er toe zouden moeten leiden dat belanghebbende wordt omgevormd tot kasgeldvennootschap reeds voor de verplaatsing van de werkelijke leiding zouden zijn genomen, wordt door de rechtbank verworpen nu belanghebbende deze enkele stelling noch middels schriftelijke bescheiden noch anderszins aannemelijk heeft gemaakt.

2.10. Voor zover belanghebbende, onder verwijzing naar het door de inspecteur in 2001 en in latere jaren volgen van de ingediende aangiften, een beroep wenst te doen op een in rechte te honoreren opgewekt vertrouwen, verwerpt de rechtbank haar beroep. Belanghebbende kan alleen dan een geslaagd beroep doen op opgewekt vertrouwen indien zich omstandigheden hebben voorgedaan die bij haar de indruk hebben kunnen wekken dat die aanslagen berusten op een weloverwogen standpunt van de inspecteur. Belanghebbende heeft dergelijke omstan¬digheden niet aannemelijk gemaakt. Dat bij de aanslagregeling over 2001 de vestigings¬plaatsproblematiek als zodanig niet aan de orde is gesteld, is daartoe niet voldoende. Ook het feit dat bij de aanslagregeling over de jaren 2005 en 2006, zonder nadere vragen van de zijde van de inspecteur is aanvaard dat belanghebbende haar werkelijke leiding op Curaçao had, levert daarvoor geen aanknopingspunten op, nu vaststaat dat in deze jaren de omvorming van belanghebbende tot kasgeldvennootschap was voltooid, als gevolg waarvan bij het oordeel over de plaats van werkelijke leiding van een ander feitencomplex dient te worden uitgegaan dan in de thans voorliggende jaren aan de orde is.

2.11. Gelet op het vorenoverwogene verwerpt de rechtbank de stelling van belanghebbende dat de werkelijke leiding van belanghebbende in 2003 door het statutaire bestuur wordt gevoerd vanuit Curaçao. De door [getuige2] ter zitting onder ede afgelegde getuigen¬verklaring brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Nu hetgeen overigens door belanghebbende is aangevoerd niet kan leiden tot een andere beslissing gaat de rechtbank daar verder aan voorbij.

2.12. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond verklaard.

3. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan op 21 augustus 2008 door mr. D. Hund, voorzitter, mr A.A. den Hartog en mr. W. Brouwer, rechters en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr A.A. den Hartog in tegenwoordigheid van mr. M.C.G. Spierings - van Kessel, griffier.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.