Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BD6502

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
08-07-2008
Datum publicatie
08-07-2008
Zaaknummer
02-800843-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 21-jarige man is veroordeeld tot 4 jaren gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte 8 jonge meisjes heeft verkracht, met 5 meisjes in de leeftijd van 12 tot 16 jaren oud seks heeft gehad en met 1 meisje onder de 16 jaren oud ontucht heeft gepleegd. Geen jeugdstrafrecht toegepast. Sprake van ontuchtige handelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 800843-07 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 juli 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

thans gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda

raadsman mr. Smit, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 juni 2008, waarbij de officier van justitie, mr. Van Aken, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

ten aanzien van feit 1

vijf meisjes heeft verkracht, danwel dat hij ontuchtige handelingen met deze meisjes, die tussen de 12 en 16 jaren oud waren, heeft gepleegd, welke ontuchtige handelingen mede bestonden uit het seksueel binnendringen, en dat hij geprobeerd heeft deze meisjes zwaar lichamelijk letsel toe te brengen en hen heeft bedreigd, danwel dat hij deze vijf meisjes heeft mishandeld;

ten aanzien van feit 2

een meisje heeft verkracht, danwel dat hij ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd terwijl zij tussen de 12 en 16 jaren oud was, en haar zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht en haar heeft bedreigd, danwel dat hij haar heeft mishandeld;

ten aanzien van feit 3

drie meisjes heeft verkracht, danwel dat hij heeft geprobeerd deze drie meisjes zwaar lichamelijk letsel toe te brengen en hen met de dood heeft bedreigd danwel dat hij deze meisjes heeft mishandeld;

ten aanzien van feit 4

ontuchtige handelingen heeft gepleegd met vier meisjes die tussen de 12 en 16 jaren oud waren, welke ontuchtige handelingen mede bestonden uit het seksueel binnendringen;

ten aanzien van feit 5

ontuchtige handelingen heeft gepleegd met twee meisjes die de leeftijd van 16 jaren nog niet hadden bereikt;

ten aanzien van feit 6

heeft geprobeerd twee meisjes zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, danwel dat hij deze meisjes heeft mishandeld.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

Verdachte wordt een groot aantal feiten tenlastegelegd, waarbij sprake zou zijn van in totaal 17 slachtoffers. De verdediging heeft in zijn algemeenheid aangevoerd dat het verloop van het opsporingsonderzoek relevant is voor de beoordeling van de inhoud van de in dit dossier afgelegde verklaringen. Immers, zo stelt de verdediging, daar waar de vriendinnengroepjes verdachte in zijn woning bezochten omwille van “de avontuurlijke situatie”, konden deze groepjes, na de eerste aangifte elkaar even hard napraten ten nadele van verdachte.

Omwille van de duidelijkheid en om iedere aangifte op zijn eigen merites te beoordelen zal de rechtbank per slachtoffer het tenlastegelegde beoordelen.

4.1 De slachtoffers

4.1.1 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft verkracht en baseert zich daarbij op de aangifte van het slachtoffer en op de verklaringen van de moeder van [slachtoffer], de vertrouwenspersoon van de school en op de verklaring van [getuige]]. Ten slotte baseert de officier van justitie de bewezenverklaring op de verklaring van verdachte zelf. Hij heeft aangegeven dat hij gewone seks heeft gehad met [slachtoffer] maar dat zij dat eigenlijk niet mocht omdat ze moslim is.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van zowel het primaire als subsidiaire tenlastegelegde. De raadsman wijst daarbij op het volgende.

Verdachte bekent dat hij 2 keer vaginale seks heeft gehad met [slachtoffer] maar hij ontkent pertinent dat hij haar heeft verkracht. Uit de uiterlijke gedragingen van [slachtoffer] blijkt niet dat zij de eerste nacht dat zij bij verdachte verbleef, is verkracht nu zij de twee weken die daarop volgden bij herhaling is teruggekeerd naar verdachte om in zijn woning de nacht door te brengen. Ook de beide ouders van het slachtoffer zijn in de woning van verdachte geweest en hebben een gesprek met hem gehad, waarna zij [slachtoffer] bij verdachte hebben achtergelaten en zij vervolgens de nacht daar is gebleven. In de familie van het slachtoffer is het fenomeen “loverboy” vervolgens een belangrijke voedingsbodem geweest voor een negatief oordeel over verdachte. Niet blijkt dat verdachte ooit een van zijn “vriendinnen” tot prostitutie heeft aangezet.

Het oordeel van de rechtbank

Op 30 mei 2007 heeft [slachtoffer], geboren (geboortedatum), aangifte gedaan van verkrachting gepleegd in de periode van 13 april 2007 tot en met 13 mei 2007 in de woning van [verdachte] Deze heeft de bijnaam [verdachte]. Via MSN leerde [slachtoffer] de verdachte kennen. Zij spraken af elkaar op 13 april 2007 te ontmoeten. Ook werd meteen afgesproken dat zij de nacht bij verdachte zou doorbrengen. In haar aangifte heeft [slachtoffer] aangegeven dat zij verdachte te kennen heeft gegeven dat zij moslim is en geen seks met hem wilde. Op een gegeven moment zijn verdachte en [slachtoffer] samen gaan douchen waarbij zij haar string heeft aangehouden. [verdachte] heeft de string van [slachtoffer] daarna kapot gemaakt. Tijdens het douchen hebben zij elkaar gekust. Verdachte heeft vervolgens [slachtoffer] afgedroogd waarna zij naar de slaapkamer zijn gegaan en zij op haar rug op het bed is gaan liggen. Verdachte is [slachtoffer] daarna gaan zoenen. In haar aangifte heeft [slachtoffer] aangegeven dit wel normaal te vinden. Verder is verklaard dat verdachte de borsten van [slachtoffer] heeft gestreeld waarna hij haar ook ging vingeren. Toen verdachte daarna op [slachtoffer] ging zitten heeft zij aangegeven dat hij van haar af moest. Zij voelde vervolgens dat verdachte met zijn piemel in haar vagina kwam.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat [slachtoffer] door hem ontmaagd wilde worden en dat zij niet gezegd heeft dat ze niet wilde. Hij erkent seks met haar gehad te hebben.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het verdachte duidelijk moet zijn geweest dat [slachtoffer] geen seks met hem wilde. Enerzijds is er de verklaring van het slachtoffer die aangeeft verkracht te zijn, anderzijds is er de verklaring van verdachte die zegt geen geweld te hebben gebruikt. Voor de rechtbank is onvoldoende gebleken dat het verdachte duidelijk moet zijn geweest dat [slachtoffer] die eerste nacht geen seks wilde.

In haar aangifte heeft [slachtoffer] aangegeven dat zij daarna hard gehuild heeft en ze heeft aangegeven dat zij dit niet wilde. Verklaard is dat [verdachte] vervolgens vaak agressief is geworden en haar is gaan bedreigen en geweld ging gebruiken. Toen het slachtoffer de volgende ochtend wakker werd heeft verdachte, nadat zij weer seks hadden gehad, [slachtoffer] in haar gezicht geslagen. In de korte periode die daarop volgde heeft verdachte [slachtoffer] diverse keren bedreigd waarbij ook daadwerkelijk geweld is gebruikt waardoor zij blauwe plekken op haar lichaam heeft opgelopen.

Over de gebeurtenissen op 20 april 2007 heeft het slachtoffer aangegeven dat [verdachte] heeft gezegd dat zij hem martelde. Verklaard is dat zij gezegd heeft dat hij zichzelf maar moest aftrekken. [slachtoffer] zag vervolgens dat verdachte agressief werd, zij zag dit aan zijn ogen, het lijkt dan net of zijn ogen vuur spuugden. Zij was dan heel bang van hem. [verdachte] pakte haar daarna bij haar keel vast en zij voelde dat hij haar broek samen met haar string uittrok. Zij voelde dat [verdachte] met zijn stijve piemel in haar vagina ging en op en neer gaande bewegingen maakte.

De verklaring van het slachtoffer over de gebeurtenis op 20 april 2007 en de agressie van verdachte in de periode daaraan voorafgaand acht de rechtbank aannemelijk. De verklaring over de agressie van verdachte en over de blauwe plekken die het slachtoffer had vindt steun in diverse andere verklaringen.

De moeder van het slachtoffer heeft bij de politie verklaard dat zij samen met haar dochter naar de dokter is gegaan en dat de dokter blauwe plekken op de armen van [slachtoffer] constateerde. Ook viel het de moeder op dat [slachtoffer], als zij van verdachte terug kwam, blauwe plekken had.

Ook de vertrouwenspersoon van het Newmancollege, [de vrouw], en de zus van verdachte hebben in hun verklaring aangegeven dat [slachtoffer] in die periode blauwe plekken had op haar armen.

Met betrekking tot het verweer van de verdediging dat het slachtoffer gedurende twee weken zelf steeds is teruggekomen overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de verklaring van het slachtoffer zoals hiervoor aangegeven blijkt dat gedurende die twee weken een sfeer is ontstaan waarbij agressie van verdachte een grote rol speelde. Door de bedreigende sfeer voelde het slachtoffer zich niet meer vrij in haar handelen, ze was bang geworden voor verdachte, niet alleen voor zichzelf maar ook voor haar familie. Van een vrije wil om telkens terug te komen, kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet gesproken worden.

Dat het slachtoffer vriendinnetjes napraat is de rechtbank niet gebleken, met name niet nu voor de verklaring van het slachtoffer steunbewijs kan worden gevonden in de verklaringen van de moeder, de vertrouwenspersoon en de zus.

Gelet op de hiervoor aangehaalde verklaringen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het slachtoffer meermalen heeft verkracht.

4.1.2 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] diverse keren heeft verkracht en baseert zich daarbij op de aangifte van dit slachtoffer, de verklaring van verdachte en de verklaringen van de vriendin [slachtoffer] [slachtoffer] [slachtoffer] [slachtoffer] [slachtoffer] [slachtoffer] en [slachtoffer].

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Daarbij wijst de verdediging er op dat aangeefster allerlei gewelddadige situaties aan de orde stelt maar dat daarvoor geen enkel bewijs voorhanden is. Met betrekking tot het subsidiair tenlastegelegde is aangevoerd dat het ontuchtige karakter ontbreekt.

Het oordeel van de rechtbank

Op 14 juli 2007 heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan van verkrachting door verdachte in zijn woning in Etten-Leur in de periode van 1 juni 2006 tot en met 31 maart 2007. [slachtoffer] geeft in haar aangifte aan dat zij verdachte, die zij ook wel [verdachte] noemt, via vriendinnen in februari of maart 2006 heeft leren kennen. Verdachte was in het begin heel lief voor haar, hij was belangstellend en gastvrij. Aangegeven is dat zij in juni 2006 een relatie met verdachte heeft gekregen die heeft geduurd tot maart 2007. Zij zagen elkaar iedere dag, zij gingen ook met elkaar naar bed. [slachtoffer] was toen 14 jaar. In die eerste periode was verdachte heel erg rustig. Na drie maanden veranderde er veel aan het gedrag van verdachte. [slachtoffer] heeft aangegeven dat verdachte agressiever werd. Tijdens een van de ruzies tussen het slachtoffer en verdachte ging het over het vreemdgaan. [slachtoffer] voelde dat verdachte hard aan haar haren trok en haar met haar hoofd tegen een deur gooide. Kort daarop hebben zij seks gehad, het slachtoffer wilde dit niet maar zij durfde het ook niet te zeggen, bang dat verdachte nog bozer zou worden en haar zou slaan. Ook een dag later kregen zij weer ruzie. Omdat verdachte haar toen heeft geslagen, durfde zij de verkering niet uit te maken. Verdachte sloeg haar meerdere keren met de gesp van zijn broekriem op haar benen en op haar rug. Wanneer zij huilde werd hij nog bozer waardoor zij nog banger werd van verdachte. Ook verklaart zij dat verdachte met de riem hard op de bank heeft geslagen, net rakelings langs haar en haar vervolgens weer aan de haren heeft getrokken.

Tijdens carnaval in 2007 is verdachte volgens het slachtoffer ook helemaal door het lint gegaan toen hij zag dat zij met een ex-vriendje stond te praten. Verdachte heeft haar aan haar haren naar een afgelegen plek getrokken en haar met zijn beide handen bij de keel heeft vastgepakt. [slachtoffer] heeft toen aangegeven dat zij geen seks met verdachte wilde, waarna verdachte haar broek naar beneden trok. Verdachte ging achter haar staan en duwde zijn stijve piemel in haar vagina waarna hij is klaargekomen.

Omdat zij inmiddels zo ontzettend bang was geworden van verdachte durfde zij het niet meer uit te maken met hem. Verdachte zei haar dat wanneer zij niet meer zou komen, hij haar zusje iets aan zou doen. Ook heeft aangeefster verklaard dat verdachte gezegd heeft dat zij achter de ramen moest gaan zitten als zij niet deed wat hij wilde, zij moest dan geld voor hem gaan verdienen. Hierop volgde een periode dat aangeefster vrijwel dagelijks seks met verdachte had. De seksuele handelingen bestonden daarbij uit vaginale gemeenschap, pijpen en vingeren. Ook heeft verdachte geprobeerd haar anaal te verkrachten. Aangegeven is dat verdachte probeerde zijn piemel in haar anus te stoppen. Ook heeft [slachtoffer] verdachte moeten pijpen terwijl [betrokkene] daarbij aanwezig was waarbij zij op een commanderende manier instructies kreeg van verdachte. Over het bijten heeft het slachtoffer verklaard dat verdachte haar heeft gebeten in de armen, buik, benen en over haar mond heen. Wanneer aangeefster zei dat verdachte daarmee moest stoppen, ging hij alleen maar harder bijten.

Over het geweld heeft aangeefster verder verklaard dat verdachte haar vaak tegen het scheenbeen en in haar maag trapte en haar heeft geslagen. Ook is verklaard dat zij meerdere keren op haar slaap is geslagen. [slachtoffer] heeft daarbij diverse keren blauwe plekken opgelopen.

Ook is het volgens aangeefster voorgekomen dat verdachte messen gebruikte. Zij kan zich nog herinneren dat hij een mes tegen haar keel zette als zij iets deed wat hij niet wilde. Ook is zij bedreigd met een pistool waarbij zij zich moest uitkleden. Als zij dat niet zou doen, dan zou verdachte op haar schieten. Hij richtte daarbij het pistool op haar hoofd.

Ten slotte heeft verdachte ook gebruikt gemaakt van een pepperspray. Daarbij waren diverse vriendinnen van [slachtoffer] aanwezig. Verdachte heeft toen pepperspray op de voorhoofden van de meisjes gespoten.

De rechtbank acht de verklaring van het slachtoffer geloofwaardig. Haar verklaring vindt steun in diverse andere verklaringen.

Allereerst wijst de rechtbank hierbij op de hiervoor onder voetnoot 2 aangehaalde verklaring van verdachte ter zitting. Verklaard is dat hij seks heeft gehad met [slachtoffer] en dat het goed mogelijk is geweest dat hij boos op haar is geworden. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat [slachtoffer] bang was voor hem en dat hij begrijpt dat ze bang voor hem was. Ook geeft verdachte in deze verklaring aan dat hij begrijpt dat mensen hem afschilderen als een monster. Verklaard is dat hij niet gewoon ergens op kan slaan maar dat iets gewoon kapot moet. Verdachte begrijpt heel goed dat die meisjes bang waren.

De moeder van [slachtoffer] heeft verklaard dat zij gezien heeft dat [slachtoffer] blauwe plekken op haar armen, benen en rug had.

Over de verkrachting van [slachtoffer] heeft [betrokkene] verklaard dat zij er bijna altijd bij was als [slachtoffer] naar de woning van verdachte ging. Zij zag dat verdachte [slachtoffer] bij de arm pakte en de slaapkamer mee introk. Ook heeft zij gehoord dat [slachtoffer] nee tegen verdachte zij en dat zij vervolgens bij de haren gepakt werd en de slaapkamer mee ingetrokken werd. Ondanks het tegenstribbelen kon zij het niet winnen van de verdachte.

Ook [betr[slach[slachtoffer] heeft bij de politie verklaard vaak gezien te hebben dat verdachte ten opzichte van [slachtoffer] agressief was. Zij heeft gezien dat [slachtoffer] bij de haren gepakt werd door verdachte en de slaapkamer is ingetrokken.

Ten slotte vindt de verklaring van aangeefster steun in de verklaring van[slachtoffer] .

Zij heeft bij de politie onder meer verklaard een keer gezien te hebben dat [slachtoffer] klappen kreeg van verdachte. [slachtoffer] moest verdachte pijpen terwijl zij dat niet wilde. Verdachte sloeg toen met zijn vlakke hand, met kracht, in het gezicht van [slachtoffer].

Anders dan de verdediging stelt, is de rechtbank op grond van de hiervoor aangehaalde verklaringen van oordeel dat ook voor het gewelddadig handelen van verdachte wettig en overtuigend bewijs aanwezig is. Door het agressieve gedrag van verdachte voelde het slachtoffer zich niet meer vrij, verdachte creëerde zelf een sfeer van geweld. De rechtbank is dan ook van oordeel dat bewezen verklaard kan worden dat [slachtoffer] meerdere keren is verkracht door verdachte.

4.1.3 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] diverse keren heeft verkracht en baseert zich daarbij op de aangifte van het slachtoffer, de verklaring van de moeder van het slachtoffer, de verklaring van de getuige [getuige] en ten slotte op de verklaring van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op de volledig ontkennende verklaring van verdachte. Gewezen is op de aanwezige rivaliteit tussen de vriendinnen om de gunsten van verdachte. Gesteld wordt verder dat er voor het hanteren van geweld of bedreiging met geweld geen enkel bewijs voorhanden is. Verzocht is verdachte vrij te spreken.

Het oordeel van de rechtbank

Op 27 juli 2007 heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan van ontucht, gepleegd door verdachte in zijn woning in Etten-Leur in de periode van 2 februari 2006 tot en met 1 september 2006. In haar aangifte heeft [slachtoffer] aangegeven dat zij verdachte in februari of maart 2006 heeft leren kennen en dat zij samen met [slachtoffer] naar het huis van verdachte is gegaan. Verklaard is dat zij vaak opzettelijk en met kracht op haar armen werd geslagen door verdachte. Ook werd zij in haar armen gebeten en kwam zij vaak thuis met blauwe plekken.

Nadat het een week was goed gegaan werd verdachte weer agressief waarbij het is voorgekomen dat hij met een mes op het bovenbeen van het slachtoffer heeft geprikt. Verder wordt verklaard dat door verdachte een keer een mes in haar richting is gegooid.

De eerste keer dat [slachtoffer] zonder haar vriendinnen bij verdachte was is zij in de woonkamer gaan zitten. Vanuit de slaapkamer riep verdachte: “[slachtoffer], kom hier”. In de slaapkamer is verdachte haar gaan strelen en heeft hij geprobeerd de riem van de broek van [slachtoffer] los te maken. [slachtoffer] zei dat ze dat niet wilde en zij heeft geprobeerd haar riem weer vast te maken. Verdachte heeft daarna de broek van [slachtoffer] uitgetrokken waarna hij zijn stijve piemel in haar vagina stopte.

Een andere keer, toen ze samen met [slachtoffer] in het huis van verdachte was, zei verdachte dat [slachtoffer] met hem naar de slaapkamer moest; het werd gezegd op een commanderende en dwingende toon. In de slaapkamer werd [slachtoffer] uitgekleed door verdachte. [slachtoffer] liet het maar gebeuren omdat ze wist hoe agressief en boos verdachte kon worden, zij wist ook hoe hard hij kon slaan en schoppen. Verdachte heeft haar daarna op het bed geduwd waarna hij met zijn piemel in de vagina van [slachtoffer] is geweest.

Over een ander moment heeft [slachtoffer] in haar verklaring aangegeven dat zij in de slaapkamer van verdachte was en dat hij zei dat zij hem moest pijpen. Zij wilde dit niet. Verdachte heeft daarna zijn broek en onderbroek naar beneden getrokken. [slachtoffer] voelde dat verdachte haar hoofd met zijn beide handen vastpakte en haar mond naar zijn piemel bracht. Zij hoorde verdachte zeggen dat zij zijn piemel met haar hand moest vastpakken en dat zij hem in haar mond moest stoppen. Verdachte is daarna in haar mond klaargekomen.

Verklaard is verder dat ze vaak heeft tegengestribbeld maar dat verdachte haar veel meer pijn ging doen, verdachte werd dan hardhandiger. Omdat het toch niet hielp als ze tegenstribbelde heeft [slachtoffer] besloten om de seks maar te laten gebeuren.

Ten aanzien van het vuurwapen heeft [slachtoffer] verklaard dat zij toen nog niet wist dat het een neppistool was. [slachtoffer] voelde en zag dat verdachte de loop van dat pistool tegen haar slaap aandrukte. Zij hoorde dat verdachte toen zei: “als ik wil dan kan ik je nu doodschieten”.

Ten slotte is door [slachtoffer] verklaard dat verdachte, wanneer hij een sigaret aan het roken was, de as naar haar blies waardoor er brandende deeltjes op haar blote lichaamsdelen terecht kwamen.

De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer] geloofwaardig. Deze verklaring vindt steun in onder meer de verklaring van [getuige] . Hij heeft verklaard dat [slachtoffer] regelmatig bij verdachte in de woning kwam en dat zij dan seks hadden. Dit hoorde hij van verdachte zelf. [getuige] is naar de slaapkamer van verdachte geroepen toen verdachte daar met [slachtoffer] was. Hij zag dat verdachte en [slachtoffer] op bed lagen.

De moeder van [slachtoffer] heeft verklaard gezien te hebben dat [slachtoffer] in de periode dat zij met [verdachte] omging regelmatig met blauwe plekken is thuisgekomen.

Ook [betrokkene] heeft verklaard over het agressieve optreden van verdachte. Zij heeft gezien dat verdachte agressief werd ten opzichte van onder meer [slachtoffer]. Zij zag dat verdachte haar sloeg en schopte en met gebalde vuist in haar gezicht heeft geslagen. Ook heeft zij gezien dat [slachtoffer] vaak blauwe plekken had. Als zij aan [slachtoffer] vroeg hoe zij daar aan kwam werd gezegd dat verdachte dat had gedaan.

Ten slotte heeft [slachtoffer] verklaard (proces-verbaal voetnoot 6) gehoord te hebben dat verdachte tegen [slachtoffer] zei dat ze mee moest naar de slaapkamer. Van [slachtoffer] hoorde zij later dat ze vaak seks had gehad met verdachte.

Gelet op de verklaring van [slachtoffer] en de hiervoor aangehaalde verklaringen van de getuigen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor het primair tenlastegelegde feit. Ook ten aanzien van [slachtoffer] heeft verdachte een geweldadige sfeer gecreëerd waardoor zij zich niet meer vrij voelde om te bepalen dat zij niet meer naar verdachte toe ging.

Bewezen verklaard kan worden dat verdachte [slachtoffer] meerdere malen heeft verkracht.

4.1.4 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] diverse keren heeft verkracht en baseert zich daarbij op de aangifte van het slachtoffer, op de verklaring van haar vriendin [slachtoffer] en op de verklaring van verdachte zelf.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Verdachte heeft ontkend dat hij geweld, dwang of bedreiging heeft uitgeoefend. Ten aanzien van de aangifte van [slachtoffer] is aangevoerd dat de gehanteerde opsporingstechniek niet professioneel is geweest doordat opsporingsambtenaren de aangeefster actief hebben ingelicht over de inhoud van haar eerdere intakegesprek. Van een spontane eigen verklaring kan derhalve naar de mening van de verdediging geen sprake meer zijn.

Ten aanzien van hetgeen verdachte subsidiair is tenlastegelegd is aangevoerd dat de seksuele handelingen geen ontuchtig karakter hebben gehad.

Het oordeel van de rechtbank

Op 1 augustus 2007 heeft [slachtoffer] geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan tegen verdachte. Zij heeft verklaard dat zij verdachte eind april 2007 heeft leren kennen. Twee dagen later is zij samen met haar vriendin[slachtoffer] naar de woning in Etten-Leur gegaan. Tijdens dat bezoek hebben verdachte en het slachtoffer seks gehad. In eerste instantie heeft [slachtoffer] aangegeven dat zij het te vroeg vond om seks met elkaar te hebben maar uiteindelijk heeft zij het toch gedaan omdat verdachte zo op haar inpraatte.

[slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte, toen zij voor de vierde keer seks met elkaar hadden, haar keel heeft dichtgeknepen. Ook heeft hij haar wel eens gebeten in haar arm en geslagen op haar been. Verklaard is dat verdachte hard sloeg. Toen zij op een gegeven moment in de woning van verdachte waren, was verdachte heel erg boos. Hij duwde [slachtoffer] tegen de muur en kneep haar keel dicht waardoor zij bijna geen lucht meer kreeg. Ook duwde verdachte met zijn vingers haar ogen in.

In de aangifte van [slachtoffer] is verder aangegeven dat verdachte gezegd heeft dat [slachtoffer] naar hem toe moest komen als [slachtoffer] met vakantie was. Als zij niet zou komen, zou hij haar huis in de brand steken met haar ouders en broers erbij. Ook zei verdachte dat hij [slachtoffer] helemaal in elkaar zou slaan en zou afmaken en mee zou nemen naar de schuur. In de schuur zou niemand haar horen als hij haar wat aan zou doen. Hij zei dat [slachtoffer] seks met hem moest hebben om dit te voorkomen.

Verder heeft [slachtoffer] verklaard over de keer dat zij verdachte bij zijn keel wegduwde toen hij aangaf dat hij seks met haar wilde. Verdachte ging toen helemaal door het lint. Verdachte greep naar haar keel en kneep deze dicht. Hij maakte haar broek los en trok zowel zijn eigen broek als de broek van [slachtoffer] uit. Toen [slachtoffer] zich omdraaide omdat zij echt niet wilde trok verdachte haar aan haar haren en kneep haar keel dicht. Verdachte heeft toen zijn piemel in haar vagina gestopt. Verdachte zei dat ze normaal moest doen en stil moest blijven liggen.

Over een andere gelegenheid heeft aangeefster [slachtoffer] het volgende verklaard.

Zij werd door verdachte aan haar haren meegetrokken, tussen twee bosjes, het park in waarna verdachte tegen haar zei dat zij hem moest pijpen. Nadat zij had aangegeven dat niet te willen, sloeg verdachte haar vervolgens 2 of 3 keer in haar gezicht. Verdachte duwde haar hoofd naar zijn piemel waarna [slachtoffer] hem uiteindelijk heeft gepijpt. Verdachte is toen klaargekomen in de mond van [slachtoffer].

De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer] geloofwaardig. Ter zitting heeft verdachte verklaard (voetnoot 2) dat hij seks heeft gehad met [slachtoffer] en tijdens zijn verhoor bij de politie heeft verdachte verklaard dat het kan kloppen dat [slachtoffer] hem een keer heeft gepijpt.

Ook vindt de verklaring van [slachtoffer] steun in de verklaring van[slachtoffer] . Zij heeft verklaard dat het iedere dag hetzelfde was en dat verdachte [slachtoffer] meenam naar zijn slaapkamer. Van [slachtoffer] hoorde zij dat zij weer seks had gehad met [verdachte]. In het begin gaf ze aan dat ze het wel wilde maar hierna zei [slachtoffer] dat ze niet meer wilde maar dat [verdachte] het persé wilde. Ook heeft [slachtoffer] tegen haar verteld dat zij gedwongen was seks met [verdachte] te hebben tijdens haar vakantie. Als zij dat niet zou doen, zou haar iets aangedaan worden.

Op grond van de hiervoor aangehaalde verklaringen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden dat verdachte [slachtoffer] heeft verkracht. De rechtbank ziet geen reden de verklaring van aangeefster buiten beschouwing te laten nu niets er op wijst dat die verklaring niet in vrijheid is afgelegd. Dat aangeefster op een niet professionele wijze is gehoord, is de rechtbank niet gebleken. In eerste instantie heeft met alle aangeefsters een intakegesprek plaatsgehad waarbij telkens een van de (of beide) ouders aanwezig is (zijn) geweest. Later zijn alle aangeefsters nog op het politiebureau gehoord. De rechtbank acht deze methode toelaatbaar.

4.1.5 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] diverse keren heeft verkracht en baseert zich daarbij op de aangifte, de verklaring van de moeder van [slachtoffer] en op de verklaring van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van het primair en subsidiair tenlastegelegde.

Verdachte bekent dat hij seks heeft gehad met [slachtoffer]. Gesteld wordt dat de seksuele contacten een vrijwillige basis hadden. Uitdrukkelijk wordt ontkend dat verdachte daarbij geweld heeft gebruikt. Aangevoerd is dat de aangifte uiterst voorzichtig moet worden beoordeeld. Ten aanzien van hetgeen subsidiair is tenlastegelegd wordt aangevoerd dat, gegeven de onderlinge verhoudingen tussen verdachte en [slachtoffer], het ontuchtige karakter van de seksuele contacten ontbreekt. Gesteld is dat, hoewel verdachtes kalenderleeftijd zulks niet doet vermoeden, het aannemelijk is dat verdachte qua (intellectueel- en emotioneel) niveau past bij een dergelijke jonge partner. Ter ondersteuning van zijn standpunt verwijst de raadsman van verdachte naar het rapport dat is uitgebracht door het Pieter Baan Centrum. De psycholoog en psychiater kwalificeren verdachte als zwakbegaafd en onrijp.

Het oordeel van de rechtbank

Op 7 augustus heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan van het plegen van ontuchtige handelingen door verdachte in de periode van 23 juni 2007 tot en met 12 juli 2007 in de woning van verdachte in Etten-Leur. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij op 23 juni 2007 is weggelopen uit een internaat en samen met een vriendin (betrokkene), naar de woning van verdachte is gegaan. [betrokkene] kende verdachte. [betrokkene] is op een gegeven moment weggegaan waarna verdachte en [slachtoffer] naar de slaapkamer zijn gegaan. Op de slaapkamer begon verdachte haar te kussen en haar borsten te betasten. [slachtoffer] heeft verklaard aangegeven te hebben dat ze het nog niet wilde en dat ze er nog niet klaar voor was. Korte tijd later begon verdachte haar weer aan te raken. Hij zei tegen [slachtoffer] dat zij hem moest vertrouwen. Omdat [slachtoffer] hem een mooie jongen vond had zij zoiets van: “laat maar gaan”. Daarna is verdachte met zijn piemel in haar vagina gegaan. Verklaard is dat ze het die avond vier keer hebben gedaan waarbij aangegeven wordt door [slachtoffer] dat ze eigenlijk niet goed weet of ze het vrijwillig moet noemen.

Aangeefster heeft ook verklaard over een andere gebeurtenis. Aangegeven is dat verdachte wilde hebben dat zij hem pijpte en dat zij zijn piemel in haar mond moest nemen. [slachtoffer] heeft dat toen gedaan, dat was voor haar de tweede keer dat ze zijn piemel in haar mond moest nemen.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij [slachtoffer] heeft leren kennen via [betrokkene]. Hij heeft bekend dat hij seks heeft gehad met [slachtoffer].

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het verdachte duidelijk moet zijn geweest dat [slachtoffer] geen seks met hem wilde. De rechtbank is daarvan niet overtuigd, met name nu [slachtoffer] zelf ook heeft aangegeven dat ze zoiets had van “laat maar gaan”. Ook weet ze zelf niet of ze het vrijwillig moet noemen. Wegens het ontbreken van enig steunbewijs dat er op wijst dat sprake is geweest van verkrachting, zal verdachte worden vrijgesproken worden van hetgeen hem primair is tenlastegelegd.

Ten aanzien van hetgeen verdachte subsidiair is tenlastegelegd, overweegt de rechtbank het volgende.

Voor een veroordeling op grond van artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht dient onder meer sprake te zijn geweest van het plegen van ontuchtige handelingen. Onder omstandigheden kan aan seksuele handelingen met een minderjarige tussen de 12 en 16 jaren het ontuchtig karakter ontbreken, bijvoorbeeld indien de handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen, er sprake is van een affectieve relatie tussen de twee jongeren en een relatie is gebaseerd op gelijkwaardigheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte ten tijde van het plegen van de seksuele handelingen 20 jaren oud was; [slachtoffer] was 15 jaren oud. De rechtbank is van oordeel dat een leeftijdsverschil van 5 jaren niet gering is.

Uit de verklaring van [slachtoffer] is de rechtbank verder niet gebleken dat sprake is geweest van een affectieve relatie tussen verdachte en [slachtoffer]. Ook van een gelijkwaardige relatie is de rechtbank uit de verklaring van [slachtoffer] niet gebleken. [slachtoffer] had een ondergeschikte positie ten opzichte van verdachte.

Anders dan de verdediging stelt, is de rechtbank onder de hiervoor aangegeven omstandigheden van oordeel dat de seksuele handelingen wel degelijk een ontuchtig karakter hebben gehad zodat hetgeen subsidiair tenlaste is gelegd, bewezen kan worden.

Naast het plegen van de ontuchtige handelingen is subsidiair ook nog een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en mishandeling tenlastegelegd.

De rechtbank is van oordeel dat daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Tegenover de belastende verklaring van [slachtoffer] staat de ontkennende verklaring van verdachte. Enig steunbewijs ontbreekt zodat verdachte in zoverre vrijgesproken zal worden.

4.1.6 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] diverse keren heeft verkracht en baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer], op de verklaring van de moeder van [slachtoffer], op een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten die constateren dat [slachtoffer] blauwe plekken heeft en op de verklaring van de bovenbuurman van verdachte. Daarnaast heeft de officier van justitie gewezen op de medische verklaring over [slachtoffer] en op de verklaring van verdachte dat hij seks met haar heeft gehad en dat er over en weer is geslagen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Verdachte erkent dat hij één keer seks heeft gehad met [slachtoffer] en dat zij wel eens gestoeid hebben waarbij hij haar pijn heeft gedaan, echter de relatie tussen dat stoeien en het seksuele contact ontbreekt naar de stelling van de verdediging. Aangevoerd is verder dat niet kan worden uitgesloten dat aangeefster ten onrechte onjuiste beschuldigingen over verdachte heeft geuit. Verzocht wordt verdachte vrij te spreken. Ten aanzien van hetgeen verdachte subsidiair is tenlastegelegd is aangevoerd dat het ontuchtige karakter ontbreekt. Nadrukkelijk wordt ontkend dat verdachte [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht.

Het oordeel van de rechtbank

Op 9 juli 2007 heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan van verkrachting, gepleegd in de periode van 1 juli 2006 tot en met 15 juli 2006. Verklaard is dat zij verdachte heeft leren kennen in de trein. In een telefoongesprek dat later plaatsvond met verdachte heeft [slachtoffer] aangegeven dat ze wilde weglopen uit de inrichting waar zij op dat moment verbleef; verdachte vond dat een goed idee en bood aan dat [slachtoffer] bij hem terecht kon.

Op 9 juli 2006 is [slachtoffer] weggelopen en is ze samen met verdachte naar zijn woning in Etten-Leur gegaan. Eenmaal op de slaapkamer van verdachte aangekomen zijn [slachtoffer] en verdachte gaan zoenen. Verdachte heeft [slachtoffer] toen ook bij haar borsten en vagina gepakt. [slachtoffer] heeft verklaard aangegeven te hebben dat ze dat niet wilde waarna verdachte toch gewoon door ging. Toen [slachtoffer] verdachte van zich afduwde kreeg zij een klap op haar arm. Zij zag en merkte dat verdachte boos werd. Later op de avond begon verdachte haar weer te kussen waarna zij haar hoofd wegdraaide omdat ze het niet wilde. Van verdachte moest zij haar kleding uitdoen omdat hij haar anders weer zou slaan. [slachtoffer] heeft verklaard dat ze toen haar kleding heeft uitgedaan omdat ze bang was dat verdachte anders weer zou gaan slaan. Verdachte is daarna haar lichaam gaan strelen en likken. [slachtoffer] heeft toen weer aangegeven dat ze dat niet wilde. Hierna voelde zij dat verdachte met kracht haar benen uit elkaar trok en met zijn stijve penis in haar vagina kwam.

[slachtoffer] heeft verklaard gezien te hebben dat ook [slachtoffer] klappen kreeg van verdachte. Ook heeft zij gezien dat verdachte opzettelijk en met kracht met zijn vlakke hand in het gezicht van [slachtoffer] heeft geslagen omdat zij verdachte niet wilde pijpen.

Over een ander moment heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte weer seks met haar wilde hebben en dat zij het uit angst maar heeft toegelaten. Verdachte is toen weer met zijn stijve penis in haar vagina gegaan. Aangegeven is dat ze heel bang van verdachte was. Hierna hoorde zij verdachte zeggen dat ze hem moest pijpen. Dit kwam op [slachtoffer] heel commanderend over. Toen zij tegen verdachte zei dat ze dat niet wilde sloeg hij met kracht en met gebalde vuist op haar linkerarm. Zij heeft verdachte toen gepijpt waarna hij in haar mond is klaargekomen.

Op een vraag van de politie waarom ze het huis niet is uitgevlucht heeft [slachtoffer] verklaard dat ze de voordeur niet uitkon omdat deze op slot zat en omdat verdachte de sleutel had.

Ook op de derde dag dat [slachtoffer] bij verdachte in huis was, is geweld gebruikt. [slachtoffer] voelde dat verdachte met kracht tegen haar linkerschouder trapte en in haar arm beet.

Verder heeft [slachtoffer] verklaard dat zij op 12 juli 2006 wakker werd en dat verdachte weer seks met haar wilde. Zij voelde dat verdachte met een vinger in haar vagina zat en dat hij daarna zijn stijve penis in haar vagina stopte. Verklaard is dat ze uit angst heeft meegewerkt, [slachtoffer] was bang dat ze weer klappen zou krijgen als ze nee zou zeggen.

Over het gebruik van een pistool heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte een pistool pakte en dat hij dat pistool tegen haar slaap aanzette. Verklaard is dat verdachte haar meerdere keren heeft bedreigd met het pistool.

Over het gebruik van een mes heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte achter haar kwam staan en zij voelde een arm om haar bovenlichaam. Zij zag dat verdachte met zijn andere hand het mes op haar keel zette. Zij voelde ook het mes met de scherpe kant op haar keel. Zij hoorde verdachte zeggen: “ik vermoord je, als je iets verkeerds doet, dan vermoord ik je familie er ook bij”. Ook hoorde zij verdachte zeggen dat zij voor hem moest gaan werken en achter de ramen moest gaan zitten. Hierna moest zij verdachte weer pijpen.

Op 13 juli 2006 is [slachtoffer] naar de bovenbuurman gegaan om te zeggen dat ze weg wilde.

De verklaring van [slachtoffer] vindt steun in verklaringen van diverse getuigen. De bovenbuurman van verdachte, [[getuige], heeft verklaard dat hij als bovenbuurman dagelijks overlast heeft van verdachte, onder meer door het schreeuwen en de ruzies die daar plaatsvonden. Op een gegeven moment is een van de meisjes bij hem gekomen. Hij zag dat het meisje stond te huilen en ze vertelde dat ze door [verdachte] was mishandeld. Zij toonde hem haar blauwe plekken van ongeveer 10 centimeter en ook vertelde zij dat zij [verdachte] had moeten pijpen en dat zij seks met hem moest hebben terwijl zij dat niet wilde. [getuige] heeft daarna de politie gebeld.

Naar aanleiding van deze melding zijn twee verbalisanten op 13 juli 2006 naar de woning van verdachte gegaan . In die woning was ook [slachtoffer] aanwezig, zij was opgelucht dat verbalisanten er waren. Het viel hen op dat [slachtoffer] erg bang was waarna zij verklaarde dat ze was mishandeld door verdachte. Verbalisant Van de Ven zag dat [slachtoffer] enkele blauwe (bijna zwarte) plekken op haar armen had. Ook vertelde zij dat ze enkele dagen geleden met een mes was bedreigd door verdachte.

Verder vindt de verklaring van [slachtoffer] dat zij is getrapt tegen haar schouder steun in een medisch historisch overzicht waarin is aangegeven dat [slachtoffer] in juli 2006 tegen haar schouder is getrapt en dat zij drie weken met een mitella heeft rondgelopen.

Het afdelingshoofd van “De Vliet” heeft over [slachtoffer] verklaard dat, nadat zij was teruggebracht naar de Heijacker, een lege blik in haar ogen had en heel erg moe was. [slachtoffer] gaf aan dat ze veel pijn aan haar linkerschouder had. Het viel het afdelingshoofd op dat [slachtoffer] heel timide was en weinig levenslust meer had.

De verklaring van [slachtoffer] dat zij het huis van verdachte niet uit kon vindt steun in de hiervoor onder voetnoot 2 aangehaalde verklaring van verdachte ter zitting. Verdachte heeft aangegeven dat in die tijd het slot van de voordeur kapot was en dat de voordeur alleen met de sleutel opengemaakt kon worden. Verklaard is: “Mijn huis was eigenlijk op dat moment een fort”. Ook heeft verdachte ter zitting verklaard dat, wanneer hij gaat stoeien, er wel blauwe plekken aan te pas komen en dat hij telkens een stapje te ver gaat.

In zijn verklaring bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer] pijn heeft gedaan en dat hij met haar seks heeft gehad.

Uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte het toepassen van geweld niet schuwde. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er wel een verband bestaat tussen het geweld van verdachte en de seksuele handelingen. Het slachtoffer voelde zich door het geweld op geen enkele wijze meer vrij in haar handelen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte [slachtoffer] meerdere keren heeft verkracht.

4.1.7 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte meerdere keren [slachtoffer] heeft verkracht en baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer], op de verklaring van [getuige] en op de verklaring van verdachte zelf.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Verdachte bekent dat er seksuele contacten hebben plaatsgevonden tussen hem en [slachtoffer] maar hij ontkent dat sprake is geweest van geweld of bedreiging daarmee. Aangevoerd wordt dat de verklaring van de vader van [slachtoffer] een de-auditu-verklaring is. Verder moet bedacht worden dat de verklaring van aangeefster is afgelegd op een moment dat verdachte al gearresteerd was en aangeefster al met veel andere betrokkenen contact kan hebben gehad. Verder is aangevoerd dat de verklaring van [getuige] volstrekt onvoldoende steunbewijs biedt omdat hij slechts in zeer algemene zin verklaard heeft. Ten slotte wordt aangevoerd dat bij aangeefster geen letsel is geconstateerd en dat zij zich niet onder medische behandeling heeft gesteld.

Het oordeel van de rechtbank

Op 20 juli 2007 heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] aangifte gedaan van verkrachting, gepleegd in de periode van 15 april 2007 tot en met 15 juli 2007 in de woning van verdachte in Etten-Leur. In het bijzijn van haar vriendin [slachtoffer] heeft [slachtoffer] verdachte op een middag leren kennen bij “De Nobelaer” in Etten-Leur. Enige tijd later is [slachtoffer] alleen naar de woning van verdachte gegaan. Verdachte gaf aan dat hij met haar in de slaapkamer wilde praten, [slachtoffer] zag dat hij de deur op slot draaide. Verdachte gaf aan dat hij seks met haar wilde hebben waarna [slachtoffer] heeft gezegd dat ze dat niet wilde omdat zij verliefd was op een andere jongen. Zij zag en voelde dat verdachte haar begon te zoenen. Ze heeft gezegd dat ze het niet wilde omdat ze het niet kon maken. Verdachte bleef maar aandringen en op haar inpraten waardoor zij niet meer wist wat ze moest zeggen. Daarna hebben zij toch seks gehad.

Een paar dagen later zijn [slachtoffer] en [slachtoffer] weer naar de woning van verdachte gegaan. Verdachte nam eerst [slachtoffer] mee naar de slaapkamer en daarna werd [slachtoffer] meegenomen om te praten. Als zij “nee” zei voelde zij dat verdachte haar aan haar arm omhoog trok. In de slaapkamer vertelde verdachte haar dingen over haar zus en haar vader en waar ze woonde. Alles wat verdachte vertelde klopte, zij was heel bang omdat verdachte alles van haar wist. In de slaapkamer hoorde zij verdachte zeggen dat zij hem moest pijpen. Nadat [slachtoffer] had gezegd dat ze dat niet wilde, bedreigde verdachte haar door te zeggen dat hij haar zus zou verkrachten en haar keel door zou snijden, haar vader kapot zou schieten en het huis in brand zou steken. [slachtoffer] voelde dat hij met een hand haar keel pakte en er hard in kneep waardoor zij bijna geen lucht meer kreeg. Zij voelde dat verdachte zijn andere hand op haar mond legde waardoor zij niet kon gillen of schreeuwen. Zij wilde dit wel zodat mensen in de woonkamer haar konden horen. Zij zag dat verdachte heel boos was en zij hoorde hem zeggen dat, als zij hem niet zou pijpen, zij nooit meer weg zou komen, zij zou haar zus en haar vader nooit meer zien. Verdachte en het slachtoffer hebben toen geen seks gehad.

Een dag later wilde verdachte met haar gaan douchen. Omdat [slachtoffer] bang was dat verdachte weer agressief zou worden en haar keel zou dichtknijpen durfde zij niet meer te zeggen dat zij niet wilde. Zij voelde dat verdachte met zijn vinger in haar vagina ging en met zijn vinger op en neer ging. Na het douchen moest [slachtoffer] naakt op de dekens gaan liggen. Zij moest verdachte toen pijpen. Omdat zij het niet wilde heeft verdachte siroop op zijn piemel gedaan. Verdachte pakte daarna een mes. [slachtoffer] hoorde verdachte zeggen dat zij nu zijn zin had verpest waarna hij haar met kracht van het bed duwde. Zij zag en voelde dat verdachte het mes met de punt op haar keel zette. Verdachte zei haar dat ze hem moest pijpen omdat hij haar anders iets zou aandoen. Verdachte legde daarna het mes weg waarna [slachtoffer] zijn stijve piemel in haar mond heeft genomen. Toen zij verdachte aan het pijpen was duwde hij haar met kracht op het bed waarna hij zei dat hij haar wilde neuken. Zij voelde dat verdachte met zijn beide handen haar keel dichtkneep waardoor zij geen lucht meer kreeg. Hierna sloeg verdachte opzettelijk en met kracht op haar ribben. [slachtoffer] kon hierop geen weerstand bieden. Zij voelde dat verdachte hard aan haar haren trok en dat hij een vinger in haar oog drukte. Ook voelde zij dat verdachte opzettelijk en met kracht in haar rechterkaak beet. Er kwam in een hele korte tijd heel veel geweld op haar af.

Aangeefster heeft verklaard dat, als verdachte agressief wordt, hij dan helemaal gek wordt, hij draait dan helemaal door en hij blijft slaan, schoppen en bijten, hij is dan niet meer te stoppen. [slachtoffer] voelde dat zij met geweld werd omgedraaid zodat zij op haar buik kwam te liggen. Zij voelde dat verdachte zijn stijve piemel heel ruw in haar vagina stopte waarna hij op en neer gaande bewegingen maakte. Zij voelde dat verdachte een hand op haar mond legde zodat de mensen in de woonkamer haar niet konden horen.

De seksuele handelingen bestonden uit het vaginaal vingeren en penetreren en pijpen. De mishandelingen bestonden uit slaan, schoppen, bijten in de kaak, handen en vingers, van het bed duwen, keel dichtknijpen, haren trekken, vingers in de ogen en een mes op de keel.

De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer] geloofwaardig. Haar verklaring vindt onder meer steun in de verklaring van verdachte . Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij meerdere keren vaginale en orale seks heeft gehad met [slachtoffer], in detail verklaart verdachte dat hij ook een keer doggy-style, “gewoon vaginaal, maar het op zijn hondjes” heeft gedaan. Ook heeft verdachte bekend haar in haar vinger gebeten te hebben.

Ten slotte vindt de verklaring van [slachtoffer] steun in de verklaring van [getuige] . Hij heeft verklaard dat verdachte een beetje anders tegen haar ging doen, hij ging moeilijk tegen die meisjes doen. Hij begon haar te slaan en te schoppen. Hij sloeg op haar arm. Aangegeven is dat hij altijd heeft ingegrepen als hij [slachtoffer] sloeg. [getuige] werd dan weggeduwd door verdachte als hij tussen hen wou komen. Verder heeft [getuige] verklaard gezien te hebben dat verdachte haar bij de keel heeft gegrepen. De verklaring van [slachtoffer] over het moment dat zij met verdachte is gaan douchen vindt ook steun in de verklaring van [getuige]. In detail heeft hij verklaard dat verdachte na het douchen een mes heeft gepakt. Hij hoorde daarna dat [slachtoffer] huilde.

Op grond van de hiervoor aangehaalde verklaringen is de rechtbank van oordeel dat hetgeen verdachte primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden. Ook ten aanzien van [slachtoffer] geldt dat verdachte gedurende de periode dat zij bij hem kwam, een zeer gewelddadige sfeer heeft gecreëerd. Met betrekking tot het verweer van de verdediging dat [slachtoffer] haar verklaring heeft afgelegd nadat verdachte was gearresteerd en dus contact kan hebben gehad met andere betrokkenen oordeelt de rechtbank dat de verklaring van [slachtoffer] heel authentiek is, haar verklaring in detail steun vindt in de verklaring van [getuige] en in de verklaring van verdachte.

4.1.8 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdach[slachtoffer]lachtoffer] meerdere keren heeft verkracht en baseert zich daarbij op de aangifte, op de verklaringen van [getuige] en [getuige] en op de verklaring van verdachte zelf.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van hetgeen primair is tenlastegelegd. Uiterst subsidiair kan bewezen worden dat verdachte haar heeft mishandeld door aan haar haren te trekken.

Opgemerkt wordt dat aangeefster al op 30 januari 2007 aangifte heeft gedaan tegen verdachte maar dat toen enkel is gesproken over eenvoudige mishandeling. Een zedendelict werd toen niet aangegeven. Evenmin werd letsel geconstateerd door de verbalisanten. Ook de verklaring van de getuige [getuige], die dateert van 3 september 2007, biedt hiervoor geen steun. De verdediging acht het hoogst onwaarschijnlijk dat verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan het hem tenlastegelegde.

Het oordeel van de rechtbank

Op 31 juli 2007 heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan van verkrachting door verdachte in zijn woning in Etten-Leur. [slachtoffer] heeft verdachte in oktober 2006 leren kennen via MSN. Al vanaf het eerste moment is verdachte gewelddadig naar haar toe geweest. De eerste keer dat verdachte haar keel heeft dichtgeknepen was in de woning van [slachtoffer] toen zij alleen thuis was omdat haar ouders op vakantie waren. Zij durfde verdachte het huis niet uit te zetten omdat ze bang was dat verdachte haar keel weer zou dichtknijpen. Uiteindelijk is verdachte toen weggebracht door de zus en broer van [slachtoffer]. Na enkele dagen begon verdachte haar te bellen en te sms-en. Hij vertelde haar dat hij medicijnen had gekregen van de dokter en dat hij nu rustiger was. [slachtoffer] geloofde dit en ze wilde hem een tweede kans geven. Het bleef een week rustig, het ging goed tussen hen. Regelmatig hadden zij op vrijwillige basis seks met elkaar.

[slachtoffer] heeft verklaard dat na een week weer het knopje om ging bij verdachte, zij bedoelt hiermee dat verdachte weer agressief werd. Aangegeven is dat de voor- en achterdeur van de woning van verdachte altijd op slot waren.

[slachtoffer] heeft verklaard over de keer dat verdachte haar bij de keel heeft gepakt totdat zij door haar knieën zakte. Als zij dan op de grond zat, voelde zij dat verdachte opzettelijk en met kracht tegen haar lichaam aanschopte. Ook werd zij aan haar haren getrokken.

Steeds ging zij weer terug naar het huis van verdachte. Als zij niet naar hem toe zou gaan, dan zou hij haar familie pakken, hij zou haar moeder en haar nichtje afmaken.

Verklaard is dat verdachte haar probeerde te wurgen door kussens in haar gezicht te drukken. Wanneer verdachte haar in de slaapkamer probeerde te wurgen wilde hij ook seks met [slachtoffer]. Zij gaf daarbij duidelijk aan dat ze niet wilde.

In haar aangifte is verder aangegeven dat zij onderuit getrapt is, verdachte trapte dan opzettelijk en met kracht in haar knieholtes zodat zij onderuit viel. Twee of drie keer heeft verdachte een bierflesje op haar hoofd kapot gegooid.

Verklaard is dat verdachte ook een keer de punt van een ninja-mes tegen de keel van [slachtoffer] heeft aangehouden. Ook werd wel eens een scheermesje gebruikt dat dan dicht tegen de keel van [slachtoffer] werd gehouden. Wanneer zij zich zou bewegen, zou zij zich snijden. Verder verklaart zij dat verdachte een brandende sigaret in de buurt van haar gezicht heeft gehouden en haar in haar nek heeft gebeten.

Ook is [slachtoffer] een keer telefonisch bedreigd, zo heeft zij verklaard dat verdachte heeft gezegd: “als je nu niet komt dan kom ik je halen, als je nu niet komt, dan maak ik je af”, hij zou haar komen halen, vastbinden, achter het raam zetten. Verdachte vertelde daarbij dat hij meerdere meisjes achter het raam had gezet en als zij niet luisterde dan zou zij ook achter het raam worden gezet.

[slachtoffer] heeft verklaard dat zij zich door de mishandelingen en bedreigingen ook seksueel heeft laten misbruiken door verdachte. Zij wist geen uitweg meer en heeft de seksuele handelingen maar toegelaten. Het seksuele misbruik bestond uit onder meer uit vaginale gemeenschap, vingeren en pijpen.

Op de vraag van de politie hoe vaak het is gebeurd heeft [slachtoffer] verklaard dat zij zeker twee of drie keer per week bij verdachte kwam. De ene keer gebeurde het twee of vier keer per dag en soms één keer per dag, het lag er maar net aan welk meisje voor haar was geweest. Zij kan zich nog herinneren dat verdachte een keer vier verschillende meisjes heeft gebeld en met ieder van hen afzonderlijk een afspraak maakte.

Ten slotte heeft [slachtoffer] verklaard over een gelegenheid waarvan [getuige] getuige is geweest. Tijdens een ruzie tussen [slachtoffer] en verdachte heeft zij een opmerking gemaakt waardoor verdachte zich beledigd voelde. Verdachte pakte toen met kracht haar keel vast en kneep deze dicht. Hierdoor kon zij geen lucht meer krijgen. Zij voelde dat verdachte daarna kerstverlichting om haar nek deed en zij voelde dat verdachte met kracht met zijn riem op haar zij sloeg. Zij hoorde verdachte roepen: “nu ga je er aan, voor jou wil ik 20 jaar gaan zitten”. [slachtoffer] hoorde en zag dat de slaapkamerdeur werd ingetrapt waarna [getuige] verdachte van haar aftrok.

Deze verklaring van [slachtoffer] vindt steun in de verklaring van [getuige] . Hij heeft verklaard dat verdachte [slachtoffer] met een riem heeft geslagen en de riem uit zijn handen heeft getrokken. Omdat verdachte de deur op slot had gedaan en hij hoorde dat [slachtoffer] zei dat hij de deur open moest maken heeft [getuige] de deur opengeduwd met zijn schouder waardoor deze kapot is gegaan.

Ook [getuige] is regelmatig samen met [slachtoffer] in de woning van verdachte geweest. In zijn verklaring is aangegeven dat hij een keer heeft ingegrepen toen hij zag dat verdachte met zijn beide handen de keel van [slachtoffer] dichtkneep. Ook heeft hij gezien dat verdachte aan haar haren heeft getrokken en in haar nek heeft gebeten.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] diverse keren heeft verkracht, temeer nu verdachte zelf ook heeft verklaard dat hij seks heeft gehad met [slachtoffer]. Ook het gebruik van een riem (zie hiervoor de verklaring van verdachte ter zitting, voetnoot 2) heeft verdachte bekend.

Met betrekking tot hetgeen is aangevoerd door de verdediging ten aanzien van de verklaring van [slachtoffer] overweegt de rechtbank het volgende. Het is juist dat aangeefster in eerste instantie alleen melding heeft gedaan van mishandeling door verdachte. Hierover heeft zij verklaard dat zij bang was dat het doen van aangifte zoals zij die later wel heeft gedaan, toch geen resultaat zou opleveren. Kennelijk nadat zij had gehoord dat meerdere meisjes het slachtoffer waren van verdachte, heeft zij besloten alsnog aangifte te doen van verkrachting. De rechtbank acht dit begrijpelijk.

4.1.9 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft verkracht en baseert zich daarbij op haar aangifte en op de verklaring van het nichtje van [getuige]. De verklaring van verdachte dat hij geen seks met [getuige] heeft gehad acht de officier van justitie niet geloofwaardig, mede gelet op de verklaring van [getuige].

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde. Aangevoerd is dat de verklaring van aangeefster slechts wordt ondersteund door een de-auditu-verklaring van het nichtje van aangeefster.

Het oordeel van de rechtbank

Op 7 augustus 2007 heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan van verkrachting in de periode van 1 april 2007 tot en met 15 juni 2007 in de woning van verdachte in Etten-Leur. Zij heeft verdachte via vrienden leren kennen.

In de beginperiode van de contacten tussen verdachte en [getuige] hebben zij een keer seks gehad; [getuige] heeft verklaard dat dit op vrijwillige basis was.

Een paar dagen na de eerste ontmoeting is [getuige] weer naar de woning van verdachte gegaan. Zij heeft verklaard dat verdachte, naar aanleiding van een opmerking van haar, helemaal flipte en haar heeft geslagen, onder meer met een riem. Hierdoor heeft zij blauwe plekken op haar pols en linkerarm gekregen. Nadat verdachte de deuren op slot had gedaan heeft hij een soort vleesvork gepakt en tegen het lichaam van [getuige] gezet.

In haar aangifte heeft [getuige] verder verklaard dat verdachte een stuk glas van een fotolijstje heeft gepakt dat op de grond was gevallen. De scherpe punt van het glas duwde hij tegen de keel van [getuige] en hij zei daarbij dat hij haar kapot zou steken en dat zij er niet levend uit zou komen. Toen ze daarna in de slaapkamer waren trok verdachte een snoer van een lamp en deed dit snoer om naar nek. [getuige] heeft verklaard dat verdachte wat heeft zitten spelen met deze snoer, verdachte trok deze een beetje aan en maakte deze dan weer los. Zo is verdachte een kwartier doorgegaan. Zij moest van verdachte haar kleren uittrekken waarna ook verdachte al zijn kleding uittrok. Op bed heeft verdachte gelijk zijn penis in de vagina van [getuige] gestopt.

De rechtbank acht ook de verklaring van [slachtoffer] geloofwaardig. Zo heeft zij onder meer in haar aangifte verklaard dat verdachte € 200,00 van haar wilde hebben. Een paar dagen na de onvrijwillige seks met verdachte heeft zij dit geld bij hem in de brievenbus gestopt. Verklaard is: “ik wilde er van af zijn en dan was het klaar. Ik dacht: “ik geef het en houdoe, klaar”. Ter zitting (zie hiervoor voetnoot 2) heeft verdachte verklaard dat hij geld van [getuige] heeft gekregen. Een verklaring waarom hij dat geld kreeg, heeft verdachte niet kunnen geven.

De verklaring van [slachtoffer] vindt ook steun in de verklaring van haar nichtje [getuige] . Zij heeft aan haar nichtje gevraagd hoe zij aan de blauwe plekken kwam. Zij verklaarde dat [verdachte] dit had gedaan. Verder kan zij zich herinneren dat [getuige] een keer een dikke pols had. Op haar vraag hoe zij daar aan kwam, antwoordde [getuige] dat [verdachte] dat had gedaan. [verdachte] had haar meegesleurd en daardoor had ze een dikke pols gekregen.

Op grond van de hiervoor aangehaalde verklaringen van aangeefster, haar nichtje en van verdachte zelf is de rechtbank oordeel dat wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden dat verdachte [slachtoffer] heeft verkracht.

4.1.10 Ten aanzien van het slachtoffer [[slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer] terwijl zij nog geen 16 jaren oud was en baseert zich daarbij op de aangifte van het slachtoffer en de bekennende verklaring van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen omdat het ontuchtige karakter ontbreekt. Aangevoerd is dat aangeefster zich bevond in een vriendinnengroepje dat veel bij verdachte kwam. Zij wist in welke omstandigheden zij zich plaatste bij een bezoek aan verdachte. Verzocht wordt verdachte vrij te spreken.

Het oordeel van de rechtbank

Op 30 juli 2007 heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan van ontucht, gepleegd door verdachte in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 31 december 2006 in de woning van verdachte in Etten-Leur.

[slachtoffer] heeft verdachte leren kennen via haar vriendin [slachtoffer]. Op een avond is zij samen met [slachtoffer] naar de woning van verdachte gegaan. Toen zij daar aankwamen begon verdachte over seks te praten. [slachtoffer] is toen naar huis gegaan waarna [slachtoffer] alleen achterbleef. Verdachte bleef maar aandringen dat hij seks wilde met haar. [slachtoffer] durfde niets te zeggen, bang dat verdachte agressief zou worden en haar zou gaan slaan en schoppen. Zij moest zich van verdachte uitkleden waarna hij haar heeft gevingerd. Ook heeft hij daarna zijn stijve penis in haar vagina gestopt en heeft hij het hoofd van [slachtoffer] naar zijn penis geduwd waarna zij hem moest pijpen. Korte tijd later is het weer voorgekomen dat verdachte met zijn penis in de vagina van [slachtoffer] is gegaan.

Zowel ter zitting (zie voetnoot 2) als bij de politie heeft verdachte bekend dat hij seks heeft gehad met [slachtoffer]. Verdachte voelde zich groot ten opzichte van [slachtoffer], het was voor hem een prestatie haar te ontmaagden.

Zoals hiervoor onder 4.1.5 is overwogen kan onder omstandigheden aan seksuele handelingen met een minderjarige tussen de 12 en 16 jaren het ontuchtig karakter ontbreken. De rechtbank stelt vast dat verdachte ten tijde van het plegen van de seksuele handelingen bijna 20 jaren dan wel 20 jaren oud was, [slachtoffer] was 14 jaren oud. De rechtbank is van oordeel dat een leeftijdsverschil van 6 jaren niet gering is.

Ook uit de verklaring van [slachtoffer] is de rechtbank niet gebleken dat sprake is geweest van een affectieve relatie tussen hen. Ook van een gelijkwaardige relatie is de rechtbank niet gebleken, [slachtoffer] had een ondergeschikte positie ten opzichte van verdachte.

Dit blijkt uit de onder voetnoot 36 aangehaalde verklaring van [slachtoffer].

Zij heeft onder meer verklaard dat verdachte altijd boos werd als er een meningsverschil was. Ook heeft zij gezien dat [slachtoffer] bij de haren werd getrokken als verdachte seks met haar wilde terwijl zij dat niet wilde. Ook heeft zij gezien dat verdachte een mes bij zich had en dat mes in haar richting hield en zei dat zij weg moest gaan toen hij ruzie had met [slachtoffer]. Diverse keren heeft zij aangegeven erg bang te zijn geweest van verdachte. Zij werd op een commanderende wijze toegesproken door verdachte.

Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank absoluut niet gesproken worden van affectieve relatie op een gelijkwaardig niveau.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de seksuele handelingen wel degelijk een ontuchtig karakter hebben gehad en de rechtbank acht daarom ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer]

4.1.11 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer] terwijl zij nog geen 16 jaren oud was en baseert zich daarbij op de aangifte van het slachtoffer, de verklaring van de moeder van [slachtoffer] en de bekennende verklaring van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

Ook ten aanzien van [slachtoffer] heeft de verdediging aangevoerd dat het ontuchtige karakter van de seksuele handelingen ontbreekt. Dit zou onder meer blijken uit de omstandigheid dat zij al de dag na haar eerste seksuele contact met verdachte weer op vriendschappelijke basis terug is gekeerd naar de woning van verdachte. Omdat zij deel uit maakt van het vriendinnengroepje is het volgens de verdediging ondenkbaar dat zij niet op de hoogte was van de houding van verdachte ten opzichte van seks. Verzocht wordt verdachte vrij te spreken.

Het oordeel van de rechtbank

Op 14 augustus 2007 heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan tegen verdachte van het plegen van ontucht met haar in de periode van 15 januari 2007 tot en met 1 juli 2007 in de woning van verdachte in Etten-Leur.

Ook [slachtoffer] heeft verdachte leren kennen via haar vriendin [slachtoffer] en samen met haar is zij naar de woning van verdachte gegaan. Zij heeft in haar aangifte verklaard dat zij seks heeft gehad met verdachte en dat verdachte met zijn penis in haar vagina is geweest en in haar is klaargekomen.

Zowel ter zitting (voetnoot 2) als bij de politie heeft verdachte bekend dat hij seks heeft gehad met [slachtoffer].

Met betrekking tot het karakter van de ontuchtige handelingen verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor onder 4.1.5 en 4.1.11 is overwogen. Ook ten aanzien van [slachtoffer] is sprake van een leeftijdsverschil van ruim 5 jaren. Ook hier kan niet gesproken worden van een affectieve relatie die gebaseerd is op gelijkwaardigheid. Hierover heeft [slachtoffer] verklaard (zie hiervoor aan verklaring onder voetnoot 38) dat verdachte vaak agressief was, zij heeft gezien dat verdachte [slachtoffer] heeft geslagen en keihard tegen een deur en kast heeft getrapt. Ook heeft zij gezien dat verdachte met messen gooide. In haar aangifte heeft zij verder verklaard dat verdachte haar een keer met zijn hand bij haar keel pakte. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank ook ten aanzien van [slachtoffer] niet gesproken worden van affectieve relatie op basis van gelijkwaardigheid.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de seksuele handelingen een ontuchtig karakter hebben gehad. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer].

4.1.12 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer] terwijl zij nog geen 16 jaren oud was en baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer], de verklaringen van de moeder van [slachtoffer] en de bekennende verklaring van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, wederom gelet op het ontbreken van het ontuchtige karakter van de seksuele handelingen. Verdachte ontkent dat hij vaginale seks heeft gehad met [slachtoffer], wel heeft hij bekend dat zij hem heeft gepijpt en dat hij haar heeft gevingerd. Aangevoerd is dat zij volstrekt uit vrije wil handelde, ondanks dat ze over verdachte al veel belastende verklaringen had gehoord. Verzocht wordt verdachte ook in zoverre vrij te spreken.

Het oordeel van de rechtbank

Op 14 augustus 2007 heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan van ontucht, gepleegd door verdachte in de periode van 15 februari 2007 tot en met 15 april 2007 in de woning van verdachte in Etten-Leur.

[slachtoffer] heeft verdachte leren kennen op de laatste dag van carnaval 2007. Zij raakten in gesprek waarna zij hun MSN-gegevens hebben uitgewisseld. Verklaard is dat zij al wel verhalen over hem had gehoord en niet wist of ze hem kon vertrouwen maar op dat moment deed hij niets bij haar. Iedere keer als zij op MSN zat vroeg verdachte haar of zij bij hem thuis wilde komen. Uiteindelijk heeft [slachtoffer] daarmee ingestemd. Na ongeveer 5 à 10 keer bij hem thuis geweest te zijn hebben zij voor het eerst seks gehad. Verdachte heeft haar toen gevingerd en hij heeft zijn piemel in haar vagina gestopt. In detail heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte in eerste instantie een condoom had omgedaan maar dat hij halverwege de seks het condoom heeft afgedaan. Tijdens een later contact heeft [slachtoffer] verdachte ook gepijpt.

Verdachte heeft zowel ter zitting (zie voetnoot 2) als bij de politie bekend seks gehad te hebben met [slachtoffer]. Volgens verdachte heeft zij hem gepijpt en heeft hij haar gevingerd.

De rechtbank ziet geen redenen te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer] waar zij verklaard heeft dat verdachte ook met zijn penis in haar vagina is geweest. De rechtbank hecht meer waarde aan de verklaring van [slachtoffer] dan aan de verklaring van verdachte nu zij hierover in detail heeft verklaard.

Ten aanzien van het ontuchtige karakter van de seksuele handelingen wijst de rechtbank er op dat het leeftijdsverschil tussen verdachte en [slachtoffer] 6 jaren betrof; op die leeftijd een groot leeftijdsverschil. Ook ten aanzien van [slachtoffer] kan naar het oordeel van de rechtbank niet gesproken worden van een affectieve relatie, gebaseerd op gelijkwaardigheid.

Door [slachtoffer] is verklaard (voetnoot 40) dat zij gezien heeft dat verdachte [slachtoffer] een keer heeft geslagen en dat hij meisjes bedreigde met messen. Ook heeft verdachte tegen haar gezegd dat zij naar hem toe moest komen; als zij dat niet zou doen dan zou hij [slachtoffer] en haar zusje en moeder kapot maken. Verder is het voorgekomen dat verdachte in het bijzijn van [slachtoffer] zijn riem heeft afgedaan en deed alsof hij haar wilde gaan slaan.

Ook onder de omstandigheden waaronder verdachte met [slachtoffer] contact heeft gehad kan niet gesproken worden van een affectieve relatie en zeker niet van een relatie gebaseerd op gelijkwaardigheid. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de seksuele handelingen tussen verdachte en [slachtoffer] een ontuchtig karakter hebben gehad zodat hetgeen verdachte is tenlastegelegd, wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.1.13 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte seksueel is binnengedrongen [slachtoffer] terwijl zij nog geen 16 jaren oud was en baseert zich daarbij op de tweede aangifte van [slachtoffer], de verklaring van [getuige] en de bekennende verklaring van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is, wegens het ontbreken van het ontuchtige karakter van de seksuele handelingen, van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt de rechtbank verdachte vrij te spreken.

Het oordeel van de rechtbank

In haar aangifte van 20 augustus 2007 heeft [slachtoffer], geboren op (geboortedatum), aangegeven dat verdachte in de periode van 7 april 2007 tot en met 15 mei 2007 ontucht met haar heeft gepleegd in zijn woning in Etten-Leur. Zij heeft verklaard dat verdachte met zijn penis in haar vagina is geweest en dat zij verdachte heeft moeten pijpen.

Ter zitting heeft verdachte bekend (voetnoot 2) dat hij seks heeft gehad met [slachtoffer].

Ten aanzien van het ontuchtige karakter verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor onder 4.1.5 is overwogen. Tussen [slachtoffer] en verdachte zit een leeftijdsverschil van 6 jaren. Uit de hiervoor onder voetnoot 42 aangehaalde verklaring van [slachtoffer] blijkt verder dat zij bang was van verdachte. Verdachte zei tegen haar dat, wanneer zij iemand zou vertellen wat er gebeurd was, hij er voor zou zorgen dat iemand haar broertje of zusje iets zou aandoen. Daarbij heeft verdachte een mes op haar keel gezet. Verder heeft [slachtoffer] in haar aangifte aangegeven dat verdachte haar een slet noemde, dat zij niets waard was. Alleen al door het doen van dit soort uitlatingen kan naar het oordeel van de rechtbank niet gesproken worden van een affectieve relatie, gebaseerd op gelijkheid. Ook in zoverre treft het verweer van de verdediging geen doel en moeten de seksuele handelingen gekwalificeerd worden als ontuchtig. Aldus acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer].

4.1.14 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] en baseert zich daarbij op de aangifte, op de verklaring van de moeder van [slachtoffer] en op de verklaringen van haar vriendin [slachtoffer] [slachtoffer], [slachtoffer] en [slachtoffer].

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Verzocht is verdachte vrij te spreken.

Ter zitting heeft verdachte verklaard niet uit te sluiten dat er iets is gebeurd met pepperspray. Aangegeven is dat [slachtoffer] samen met [slachtoffer] naar hem zijn toegekomen en dat zij pepperspray in haar gezicht heeft gekregen. Uitdrukkelijk is verklaard dat er verder niets is gebeurd.

Het oordeel van de rechtbank

Op 18 juli 2007 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van het plegen van ontuchtige handelingen door verdachte. Zij heeft verklaard dat zij verdachte in de zomer van 2006 heeft leren kennen via haar vriendin [betrokkene]. Samen met [betrokkene] is zij naar de woning van verdachte in Etten-Leur gegaan. In die woning waren onder meer verdachte zelf, [slachtoffer], [slachtoffer] en [slachtoffer]. Op een gegeven moment heeft [slachtoffer] pepperspray in haar gezicht gekregen, dit zou door verdachte op het voorhoofd van [slachtoffer] zijn gespoten. Vanwege het brandende gevoel is [slachtoffer] met haar kleren aan onder de douche gaan staan. Zij werd uitgelachen door de meisjes die op dat moment nog in de woning waren. Na het douchen heeft zij haar kleding uitgetrokken om ze te laten drogen. Kort daarna zijn de andere meisjes vertrokken en zij bleef toen alleen met verdachte achter. [slachtoffer] hield een kussen voor zich om zoveel mogelijk haar lichaam te bedekken. Verdachte kwam vervolgens naar haar toe en is op haar schoot gaan zitten. In haar aangifte heeft [slachtoffer] verklaard dat zij voelde dat verdachte met zijn handen aan haar borsten zat, hij streelde de borsten en hij kneep er in. Verder voelde zij dat verdachte met zijn hand tussen haar benen ging en haar vagina streelde.

Ten slotte heeft zij haar natte kleren aangetrokken en is zij naar huis gegaan.

Tegenover deze belastende verklaring van [slachtoffer] staat de ontkennende verklaring van verdachte ter zitting en bij de politie. Verdachte heeft aangegeven dat hij [slachtoffer] niet heeft betast.

De verklaring van [slachtoffer] vindt geen steun in de verklaring van de meisjes die in de woning van verdachte waren. Op het moment dat [slachtoffer] uit de douche kwam, zijn zij allemaal vertrokken. Wegens het ontbreken van enig steunbewijs zal de rechtbank verdachte vrijspreken met betrekking tot het plegen van deze ontuchtige handelingen.

4.1.15 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] en baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer], op de verklaring van [slachtoffer] en op de verklaring van verdachte zelf.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzocht is verdachte vrij te spreken. Verdachte heeft ter zitting ontkend haar betast te hebben, wel heeft hij verklaard dat hij haar een handboei omgedaan heeft en haar heeft meegenomen naar zijn slaapkamer.

Het oordeel van de rechtbank

Op 24 juli 2007 heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan van het plegen van ontuchtige handelingen door verdachte in zijn woning in Etten-Leur in de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 maart 2007. In haar aangifte heeft [slachtoffer] aangegeven dat zij verdachte begin 2007 heeft leren kennen via haar vriendin [slachtoffer]. Samen met [slachtoffer] is zij naar het huis van verdachte gegaan. Zij zag dat er op de salontafel handboeien lagen en omdat zij dat interessant vond, pakte zij de handboeien. Verdachte heeft daarna een van de handboeien om haar pols gedaan en de andere handboei om zijn eigen pols, waarna hij [slachtoffer] meenam naar zijn slaapkamer. Verdachte deed de slaapkamerdeur op slot en boeide de handen van [slachtoffer] op haar rug. Verdachte pakte [slachtoffer] bij haar arm vast en trok haar mee op zijn bed. Zij voelde dat hij probeerde om haar te zoenen, [slachtoffer] draaide gelijk haar hoofd weg. Kort hierna voelde zij dat verdachte haar borsten aanraakte, hij streelde deze met zijn handen. In de verklaring heeft [slachtoffer] verder aangegeven dat verdachte daarna met een hand in haar broek ging, achter haar billen, zijn hand stopte op de helft van haar billen. [slachtoffer] is daarna opgestaan en heeft [slachtoffer] geroepen.

De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer] aannemelijk. Haar verklaring vindt steun in de verklaring van [slachtoffer] . Bij de politie heeft zij verklaard dat ze samen met [slachtoffer] en verdachte in de woonkamer zaten en dat verdachte handboeien bij [slachtoffer] had omgedaan waarna hij haar meenam naar zijn slaapkamer. Later hoorde zij van [slachtoffer] dat verdachte aan haar borsten had gezeten. Ter zitting (zie voetnoot 2) heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer] handboeien heeft omgedaan.

Op grond van de hiervoor aangehaalde verklaringen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer].

4.1.16 Ten aanzien van het slachtoffer [slach[slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft geprobeerd om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letstel toe te brengen en baseert zich daarbij op haar aangifte, op de verklaring van de moeder van verdachte en op de verklaring van verdachte zelf.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat vrijspraak dient te volgen voor hetgeen verdachte primair is tenlastegelegd, de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Hetgeen verdachte subsidiair is tenlastegelegd, de herhaalde eenvoudige mishandeling, kan naar de mening van de verdediging wel bewezen worden verklaard.

Ter onderbouwing van het standpunt dat geen sprake is geweest van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel is door de verdediging aangevoerd dat het onaannemelijk is dat de handelingen van verdachte als zodanig moeten worden opgevat. Volgens aangeefster zou verdachte haar wekelijks bij de keel hebben gegrepen. Geen mens zou zich jarenlang vrijwillig in die mate laten mishandelen. Verdachte plaatst zijn gedrag in de context van forse ruzies waarbij aangeefster zich allerminst onbetuigd liet.

Het oordeel van de rechtbank

In haar aangifte van 17 augustus 2007 heeft [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], aangifte gedaan tegen verdachte, haar voormalige vriend. Verklaard is dat zij vanaf haar 13e jaar een relatie heeft gehad met verdachte. Eén jaar geleden heeft zij de relatie met hem verbroken. Zij hadden gedurende hun relatie seks bij haar thuis in Oudenbosch en bij verdachte thuis in Etten-Leur. Zij heeft verklaard dat de eerste 2 jaren van hun relatie het gedrag van verdachte normaal was. Na die 2 jaren sloeg zijn gedrag ineens om. Verdachte begon te schelden en te slaan, meestal met de platte hand, op haar benen, armen en soms in haar gezicht. Die klappen waren hard en deden pijn.

Verder heeft [slachtoffer] aangegeven dat verdachte haar ook bij de keel heeft gegrepen. Als zij werd vastgepakt bij haar keel dan kneep verdachte er hard in. Ook tilde verdachte haar van de grond terwijl hij haar keel vasthield. Zij kreeg dan bijna geen lucht meer en zij kon daardoor bijna niet meer ademhalen. Het bij de keel pakken gebeurde bijna iedere keer als zij ruzie hadden; verklaard wordt dat ze bijna iedere week ruzie hadden.

In haar aangifte heeft [slachtoffer] aangegeven dat verdachte ook een keer een kussen op haar gezicht heeft geduwd en niet meer los liet. Verklaard is dat zij toen ongeveer 15 jaren oud was. Ten aanzien van dit incident overweegt de rechtbank dat verdachte toen ongeveer 16 jaren oud moet zijn geweest, derhalve buiten de tenlastegelegde periode die loopt vanaf 21 oktober 2004. In zoverre zal verdachte worden vrijgesproken.

Ten slotte heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte haar ook getrapt heeft op haar heupen totdat zij ging liggen en dan trapte hij nog door.

Omdat [slachtoffer] had gehoopt dat verdachte terug zou draaien naar zijn oude gedrag bleef zij bij hem.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de gewelddadige handelingen van verdachte telkens een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letstel opleveren. De rechtbank is van oordeel dat die handelingen van verdachte geen poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel opleveren, nu noch uit de aangifte noch uit medische gegevens blijkt van enig letsel. Gelet hierop dient verdachte te worden vrijgesproken van hetgeen hem primair is tenlastegelegd.

Verdachte heeft wel bij de politie bekend dat hij [slachtoffer] heeft mishandeld. Gelet op deze bekennende verklaring van verdachte en de aangifte kan naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte [slac[slachtoffer] heeft mishandeld.

4.1.17 Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft geprobeer[slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen en baseert zich daarbij op de aangifte en de verklaring van de zus van [slachtoffer].

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Verzocht is verdachte vrij te spreken van hetgeen hem primair en subsidiair is tenlastegelegd. Verdachte heeft de verdenking van het gebruik van geweld uitdrukkelijk ontkend. Gesteld is dat geen enkel steunbewijs aanwezig is.

Het oordeel van de rechtbank

Op 20 september 2007 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van mishandeling, gepleegd door verdachte. Verklaard is dat zij verdachte heeft ontmoet via haar werk en dat zij na enkele maanden een relatie kregen. Na een maand viel het haar op dat verdachte steeds agressiever werd, verdachte ging haar slaan en verklaard is dat hij een keer haar keel heeft dichtgeknepen. Zij voelde dat verdachte haar keel met beide handen vast pakte en dat hij haar keel dichtkneep waardoor zij geen lucht meer kreeg.

Tegenover deze voor verdachte belastende verklaring staat de ontkennende verklaring van verdachte. Ook in de verklaring van de zus van [slachtoffer] kan geen steunbewijs worden gevonden. Zij geeft slechts in zeer algemene bewoordingen aan dat zij er bij is geweest toen [slachtoffer] en verdachte ruzie hadden. De rechtbank acht dit onvoldoende, temeer nu de zus van [slachtoffer] heeft verklaard aanwezig te zijn geweest bij een ruzie die plaatsvond in de woning van [slachtoffer] in Breda. Niet blijkt dat zij aanwezig is geweest bij een ruzie in het huis van verdachte in Etten-Leur, zoals is tenlastegelegd.

Wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dient verdachte ook in zoverre te worden vrijgesproken, zowel ten aanzien van hetgeen verdachte primair als subsidiair is tenlastegelegd met betrekking tot [slachtoffer].

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. primair

op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 februari 2006 tot en met

12 juli 2007 te Etten-Leur telkens door geweld en/of bedreiging met geweld en/of (een) andere

feitelijkhe i d [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] telkens heeft gedwongen tot het ondergaan van

handeling en die telkens mede

bestond en uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] en

die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] , hebbende

verdachte

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden

en

- telkens zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en

gehouden en zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd en gehouden en zijn penis tegen de anus van die [slachtoffer]

geduwd en telkens zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd

en gehouden

en

- telkens zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en

gehouden en zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd

en gehouden

en

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden en

zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en gehouden

bestaande dat geweld en die bedreiging met

geweld en die andere feitelijkhe i d hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende

situatie heeft doen ontstaan

en

- die [slachtoffer] aan haar haren heeft getrokken en haar hoofd tegen een deur heeft gegooid en die [slachtoffer] met de gesp van een

riem tegen het lichaam heeft geslagen en met een riem in de richting van

die [slachtoffer] heeft geslagen en die [slachtoffer] heeft gebeten in haar arm en en

be n en en buik en gezicht en die [slachtoffer] heeft geschopt en met

gebalde vuist tegen haar slaap heeft geslagen en die [slachtoffer] bij

haar keel heeft vastgepakt en een mes tegen haar keel gezet en

een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het

hoofd van die [slachtoffer] gezet en daarbij gezegd dat zij zich moest

uitkleden en met een

pepperspray in het gezicht van die [slachtoffer] heeft gespoten en

tegen haar heeft gezegd 'als je niet komt dan doe ik je

zusje iets' en 'je moet achter het raam gaan staan en geld voor mij

verdienen als je niet doet wat ik zeg', en aldus voor die [slachtoffer] telkens een

bedreigende situatie heeft doen ontstaan

en

- die [slachtoffer] een mes tegen een been heeft geduwd en een mes in

de richting van die [slachtoffer] heeft gegooid en die [slachtoffer] heeft

gestompt/geslagen en die [slachtoffer] in haar arm heeft gebeten en de kleding

van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en op dwingende toon tegen die [slachtoffer]

heeft gezegd: "[naam] kom hier" en die [slachtoffer] op het bed heeft geduwd en het hoofd van die

[slachtoffer] heeft vastgepakt en een op

een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd/slaap van die [slachtoffer] heeft

gehouden en tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "als ik wil

dan kan ik je nu doodschieten" en brandende as van sigaret ten tegen het lichaam van die

[slachtoffer] heeft geblazen en aldus voor die [slachtoffer] telkens een bedreigende

situatie heeft doen ontstaan

en

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt en haar

keel heeft dichtgeknepen en heeft geslagen en aan de haren van die [slachtoffer]

heeft getrokken en een vinger in haar oog heeft geduwd en die [slachtoffer] bij

haar nek heeft vastgepakt en haar hoofd heeft

vastgepakt en die [slachtoffer] in haar arm heeft gebeten en tegen die

[slachtoffer] heeft gezegd - - 'je moet naar mij toekomen als [naam]

met vakantie is, als je niet komt steek ik je huis in brand met je ouders en

je broers erbij' en 'ik sla [naam] helemaal in elkaar en maak haar af in de

schuur, om dit te voorkomen moet jij seks met mij hebben' en aldus voor die [slachtoffer] telkens een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan

1. subsidiair

hij op tijdstip pen in de periode van 23 juni 2007 tot en met

12 juli 2007 te Etten-Leur, met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien

jaren had bereikt, telkens buiten echt, telkens

ontuchtige handeling en heeft gepleegd, die telkens mede bestond en uit het seksueel binnendringen van het lichaam van

[slachtoffer], hebbende verdachte

- telkens zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en

gehouden en telkens zijn penis in de mond van die [slachtoffer]

geduwd en gehouden;

2. primair

op tijdstip pen in de periode van 1 juli 2006 tot en met 15

juli 2006 te Etten-Leur telkens door geweld en bedreiging met geweld en andere

feitelijkhe i d [slach[slachtoffer] telkens heeft gedwongen tot het ondergaan

van handeling en die telkens mede

bestond en uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende verdachte

telkens zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd

en gehouden en telkens zijn penis in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd en gehouden en telkens zijn penis in de mond van die

[slachtoffer] geduwd en gehouden

en bestaande dat geweld en die bedreiging

met geweld en die andere feitelijkhe i)d hierin dat verdachte

die [slachtoffer] heeft geslagen en in haar arm heeft gebeten

en aan haar haren heeft getrokken en een mes tegen de keel van die

[slachtoffer] heeft gedrukt en tegen haar heeft gezegd: "ik

vermoord je" en "als je iets verkeerds doet dan vermoord ik je familie er

ook bij" en “je moet als hoer voor het raam gaan

zitten"

en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het

hoofd van die [slachtoffer] heeft gedrukt

en aldus voor die [slachtoffer] telkens een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan;

3. primair

in de periode van 1 september 2006 tot en met 15 juli 2007 te Etten-Leur

door geweld en bedreiging met geweld en/of

een andere feitelijkhe i d [slachtoffer] en [slachtoffer] en

[slachtoffer] telkens heeft gedwongen tot het ondergaan van handeling en

die telkens bestond en uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die

[slachtoffer], hebbende verdachte

- telkens zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en

gehouden en zijn vinger s in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd en gehouden en telkens zijn penis in de mond van die

[slachtoffer] geduwd en gehouden

en

- telkens zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en

gehouden en telkens zijn vinger s in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd en gehouden en telkens zijn penis in de mond van die

[slachtoffer] geduwd en gehouden

en

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden

en bestaande dat geweld en die bedreiging

met geweld en die andere feitelijkhe i d hierin dat verdachte

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd 'als je me niet pijpt

verkracht ik je zusje' en 'snijd ik de keel van je zusje door' en

'schiet ik je vader kapot' en 'zet ik het huis in brand' en 'als je me

niet pijpt dan kom je niet meer weg en dan zie je je vader en je zus nooit

meer' en

die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt en de keel heeft

dichtgeknepen en een mes tegen de keel van die [slachtoffer] heeft geduwd en

die [slachtoffer] op bed heeft geduwd en die [slachtoffer] heeft geslagen en

geschopt en aan de haren van die [slachtoffer] heeft getrokken en een vinger

in het oog van die [slachtoffer] heeft gedrukt en die [slachtoffer] in haar gezicht

en haar vinger s en hand en heeft gebeten

en aldus voor die [slachtoffer] telkens een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan

en

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt en de keel heeft

dichtgeknepen en een kussen op het gezicht van die [slachtoffer] heeft geduwd

en een snoer/kerstverlichting om de nek van die [slachtoffer] heeft

gedaan en die [slachtoffer] heeft

geschopt/getrapt en met een (bier)fles op het hoofd van die [slachtoffer]

heeft geslagen en een mes tegen die keel van die [slachtoffer] heeft

geduwd en aan de haren van die [slachtoffer] heeft getrokken en

een brandende sigaret bij het gezicht van die [slachtoffer] heeft gehouden en

die [slachtoffer] in haar nek heeft gebeten en tegen die [slachtoffer] heeft

gezegd 'als je niet komt dat dan maak ik je af' en

'als je niet luistert zet ik je achter het raam' en 'maak ik je moeder of

je nichtje af' en aldus voor die [slachtoffer] telkens een bedreigende situatie heeft

doen ontstaan

en

- die [slachtoffer] een glas scherf tegen haar keel/hals heeft geduwd/gedrukt en tegen die [slachtoffer] heeft gezegd - -

'ik steek je kapot' en een snoer (van een lamp) om de nek/keel van die [slachtoffer] heeft

gedaan en met een

riem die [slachtoffer] heeft geslagen en met zijn handen die [slachtoffer] heeft geslagen

en een vlees vork tegen lichaam van die [slachtoffer] heeft

geduwd

en voor die [slachtoffer] telkens een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan;

4.

op tijdstip pen in de periode van 1 augustus 2006 tot en met

1 juli 2007 te Etten-Leur met [slach[slacht[slachtoffer] (geboren [geboortedatum]) en

met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum]) en met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum]) en met [s[slachtoffer] (geboren [geboortedatum]) die de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had den

bereikt, telkens buiten echt, telkens ontuchtige handeling en

heeft gepleegd, die telkens bestond en uit

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] en [slachtoffer]

en [slachtoffer] en [slachtoffer], hebbende verdachte

- zijn vinger s in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden

en penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden en

zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en gehouden

en

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden

en

- zijn vinger s in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden

en zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden

en zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en gehouden

en

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden

en zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en

gehouden;

5.

op één tijdstip in de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 maart 2007

te Etten-Leur, met[slachtoffer], die

toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten

echt, ontuchtige handeling en heeft gepleegd, bestaande

uit

- het betasten en strelen van de borsten van die [slachtoffer] en het met

zijn hand in de broek gaan van die [slachtoffer] en het betasten van

de billen van die [slachtoffer];

6. subsidiair

in de periode van 21 oktober 2004 tot en met

1 augustus 2006 te Etten-Leur en Oudenbosch opzettelijk mishandelend [slach[slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt en vastgepakt heeft gehouden en

in haar keel heeft geknepen en die [slachtoffer] heeft geslagen en getrapt

waardoor die [slachtoffer] telkens pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren en verdachte de tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen. Zij acht het bijzonder kwalijk dat verdachte slechts uit is geweest op zijn eigen behoeftebevrediging. Gesteld is dat verdachte daarvoor zijn toevlucht heeft genomen tot jonge kwetsbare meisjes die door zijn uiterlijk en zijn machohouding geïmponeerd waren. Daarnaast neemt zij het verdachte kwalijk dat hij niet of nauwelijks de verantwoordelijkheid neemt voor wat hij heeft gedaan; verdachte schuift de schuld in de schoenen van de meisjes zelf.

De slachtoffers kampen nog op veel gebieden in hun leven met de gevolgen van het gedrag van verdachte.

Bij de formulering van haar eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de conclusie van de rapporteurs van het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC). In haar eis is de verminderde toerekeningsvatbaarheid verdisconteerd.

6.2 Het standpunt van de verdediging

Aangevoerd is dat verdachte in geestelijk opzicht verkeerde in een uiterst kwetsbare positie, zoals onder meer beschreven in het rapport van het PBC. In dit verband is zijn zeer beperkte begaafdheid van belang, maar ook zijn traumatische ervaringen uit zijn jeugd.

De verdediging heeft ter zitting toepassing van het jeugdstrafrecht bepleit. Daartoe is aangevoerd dat verdachte een jong-meerderjarige is die in geestelijk opzicht bij zijn leeftijdsgenoten is achtergebleven. De strafbare feiten houden bovendien verband met typisch leeftijdsgebonden factoren in de persoonlijke sfeer van betrokkenen, waaronder met name de ontdekkingstocht naar de relatievorming en seksualiteit.

De verdediging voelt zich hierin gesteund door de PBC-rapportage. Hierin wordt bij herhaling beschreven dat weliswaar sprake is van een scheefgroei, maar ook dat er nog onvoldoende onduidelijkheid is over het stadium waarin verdachte zich thans zou bevinden.

De verdediging verzoekt nadrukkelijk om geen onvoorwaardelijke maatregel (PIJ danwel TBS) op te leggen doch bepleit een voorwaardelijke maatregel.

Ten slotte is aangevoerd dat het in ieders belang is de mogelijke verdere negatieve ontwikkeling naar een stoornis dan wel pathologie tegen te gaan omdat er dan een onomkeerbare situatie bestaat. Spoedige en deskundige begeleiding is van belang.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is in april 2006 voor de eerste keer in zijn leven op zichzelf gaan wonen in Etten-Leur. Hij had geen werk en was hele dagen thuis. In die periode heeft hij veel contacten gelegd met meisjes van wie een aantal nog heel jong was en in een kwetsbare positie verkeerde. Hij legde die contacten via diverse vriendinnengroepjes of via MSN. Onder meer op uitnodiging van verdachte kwamen deze meisjes vaak bij verdachte over de vloer. Ook gebeurde het dat meisjes met vriendinnen meekwamen naar de woning van verdachte. In de periode die volgde heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een groot aantal zedendelicten, te weten verkrachtingen van een aantal jonge vrouwen en het plegen van ontuchtige handelingen met meisjes die nog geen 16 jaar waren; bij een aantal van deze meisjes is verdachte ook seksueel binnengedrongen. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling.

De contacten die verdachte met de meisjes had, kenmerkten zich vooral door seks en het gebruik van geweld. Waar verdachte eerst aardig en belangstellend was voor de meisjes, veranderde zijn gedrag al snel als de meisjes niet deden wat verdachte wilde. Verdachte begon de meisjes te slaan, te schoppen, bij de keel te grijpen, te vernederen, te bedreigen. Voor veel meisjes heeft verdachte aldus een zeer bedreigende situatie gecreëerd. Meisjes durfden thuis niets te zeggen uit angst dat verdachte hen of hun familie iets aan zou doen en hielden het contact met verdachte langer aan.

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij gewoon met iedereen naar bed ging. Verder heeft verdachte verklaard dat meisjes van die jonge leeftijd niet gauw “nee” zeiden. Ze waren naïef, makkelijk om seks mee te hebben. Hij noemde zichzelf een player, hij gebruikte meisjes. Hij voelde zich groot ten opzichte van meisjes, voor hem was het bijvoorbeeld een prestatie om een meisje te ontmaagden. Verder heeft hij verklaard dat hij met de gevoelens van de meisjes speelde.

De verdediging ziet in het handelen van verdachte een soort gigolo. De rechtbank ziet dit toch heel anders. De rechtbank ziet in het handelen van verdachte eerder loverboy-achtige praktijken. Eerst de meisjes paaien, lief voor ze zijn, om dan vervolgens om te slaan in agressie en het uiten van dreigementen zoals achter de ramen zetten van de meisjes als ze niet terug zouden komen. Aan enkelen heeft verdachte zelfs geld gevraagd en ook gekregen.

Verdachte heeft op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van de meisjes geschonden. De meisjes waren voor hem een middel om te voorzien in zijn eigen behoeftebevrediging die hij telkens weer voorop stelde. Wat het met de meisjes heeft gedaan, lijkt hem absoluut niet te interesseren.

Wat de rechtbank verdachte ook heel zwaar aanrekent is dat verdachte vaak onbeschermde seks met de meisjes heeft gehad. Zonder het gebruik van een condoom, heeft verdachte zijn penis vele keren in de vagina of mond van de meisjes gebracht. Uit de verklaringen van de diverse slachtoffers blijkt ook dat verdachte in hun vagina of mond is klaargekomen. Verdachte heeft hiermee de slachtoffers blootgesteld aan seksueel overdraagbare aandoeningen, met alle gevolgen van dien. Niet blijkt dat verdachte hier ooit bij stilgestaan heeft. Hij heeft dit min of meer bewust op de koop toegenomen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van zeer ernstige feiten die een aanzienlijke straf rechtvaardigen.

De raadsman van verdachte heeft verzocht om toepassing van het jeugdstrafrecht.

Toepassing van het jeugdstrafrecht is op grond van het bepaalde in artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht mogelijk indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

Ten aanzien van de persoon van verdachte overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte is geobserveerd geweest in het PBC. Door het PBC is gerapporteerd en ter zitting is een van de rapporteurs, psycholoog (getuige-deskundige), gehoord als getuige-deskundige.

Aangegeven is dat bij verdachte sprake is van een gedragsstoornis, hetgeen als voorloper gezien kan worden van een persoonlijkheidsstoornis. Het beeld dat van verdachte is ontstaan komt in de richting van een persoonlijkheidsstoornis, echter omdat nog niet zeker is of verdachte helemaal is uitgerijpt is aangegeven dat sprake is van een gedragsstoornis en is niet de diagnose persoonlijkheidsstoornis vastgesteld.

Narcistische problematiek wordt vaak gezien bij personen die iets gemist hebben in hun jeugd. Zij compenseren dat door overmatig zelfvertrouwen, overschatting van zichzelf. Dat beeld is volgens de getuige-deskundige ook te zien bij verdachte. Verdachte heeft een sterke behoefte aan aandacht en bewondering

De getuige-deskundige is verder gevraagd wat gezegd kan worden over de kalenderleeftijd van verdachte. Aangegeven is dat verdachte ten aanzien van sommige aspecten de kalenderleeftijd van 21 jaren heeft, soms zelfs wat hoger. Ten aanzien van andere aspecten is hij wat jonger. Verklaard is dat sprake is van een scheefgroei. Over de persoon van de verdachte heeft de getuige-deskundige verder aangegeven dat hij assertief is, hij stippelt zijn leven uit en hij neemt zelf beslissingen.

Op grond van het rapport van het PBC en de toelichting daarop van psycholoog Van Kempen ziet de rechtbank in de persoon van verdachte geen grond tot toepassing van het jeugdstrafrecht. Ook in de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan ziet de rechtbank reden het volwassenstrafrecht toe te passen.

Bij de bepaling van de soort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het volgende.

Uit het hiervoor al aangehaalde rapport van het PBC blijkt verder dat verdachte een benedengemiddelde tot zwakbegaafde intelligentie heeft. Hij is vanaf zijn jonge leeftijd bekend met gedragsproblemen in samenhang met impulsiviteit, emotionele disregulatie en gebrek aan inzicht en overzicht. Verdachte heeft vanaf jonge leeftijd een emotionele scheefgroei vertoond. Ook uit hetgeen verdachte heeft verklaard bij de politie en ter zitting en uit het rapport dat is uitgebracht door Novadic-Kentron blijkt dat sprake is geweest van een traumatische jeugd die zich kenmerkt door plaatsingen in diverse jeugdinternaten.

Zoals hiervoor al overwogen heeft verdachte een sterke behoefte aan aandacht en bewondering. Bij verdachte is die behoefte gericht naar meisjes en vrouwen. Dit maakt dat de kans op recidive ook groot is. Verdachte heeft de behoefte aan contact waarbij hij de regie kan voeren. In eerste instantie zal hij charmeren en manipuleren om zijn zin te krijgen. De volgende stappen kunnen dan zijn: dwingen, dreigen en slaan. Wanneer een gewenste partner hem afwijst zet verdachte instrumenteel geweld in om zijn zin te krijgen, het gebruik van geweld lijkt geen doel op zich.

De problematiek op het gebied van zelfwaardering, geseksualiseerde aandachtsbehoefte, cognitieve vertekening en agressieregulatie maakt dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is te achten. De rechtbank neemt deze conclusie van de deskundigen van het PBC over.

De rapporteurs van het PBC zijn van mening dat de maatregel van tbs met dwangverpleging noodzakelijk is omdat een intensieve en waarschijnlijk langdurige behandeling noodzakelijk is om het recidiverisico te verminderen.

Gelet op de inhoud van de rapporten, de ernst van de feiten en het strafblad van verdachte is ook de rechtbank van oordeel dat een tbs noodzakelijk is.

Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaraan stelt, te weten:

- bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van de feiten een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens;

- op de gepleegde misdrijven is een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist die maatregel.

Ook verdachte heeft zelf ter zitting verklaard dat een tbs wel goed voor hem zou zijn omdat hij op een normale manier de maatschappij weer wil ingaan en hij meer hulp nodig heeft dan hij tot nu toe heeft gehad.

De rechtbank acht, anders dan door verdachte bepleit, gelet op de ernst van de problematiek en het gevaar dat verdachte voor anderen oplevert, dwangverpleging noodzakelijk.

De rechtbank overweegt voorts dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

Voor een tbs met voorwaarden ziet de rechtbank geen ruimte, omdat onder meer uit het rapport van het PBC blijkt dat sprake is van een diepgewortelde problematiek waarvoor langdurige behandeling noodzakelijk is. Psycholoog Van Kempen heeft daarnaast ter zitting nog verklaard dat verdachte een vermogen heeft ontwikkeld om aardig en charmerend te zijn waardoor hij mensen op het verkeerde been kan zetten en waardoor het moeilijk is om grip op hem te krijgen in een voorwaardelijke setting.

Daarnaast acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te melden duur noodzakelijk. Bij de bepaling van de duur van die straf heeft de rechtbank -naast de hiervoor geschetste problematiek- met name acht geslagen op de ernst van de gepleegde feiten en de impact die de gepleegde feiten op de slachtoffers en de samenleving heeft gehad.

Bij de bepaling van de hierna te noemen straf heeft de rechtbank ten slotte overeenkomstig het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, rekening gehouden met de omstandigheid, dat verdachte op 11 december 2006 is veroordeeld tot een werkstraf in verband met overtreding van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht, en nu opnieuw wordt schuldig verklaard aan misdrijven voor de hierboven genoemde datum gepleegd.

7 De benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer], [adres], vordert een schadevergoeding van € 3.500,00 voor feit 1.

De benadeelde partij [slachtoffer], [adres], vordert een schadevergoeding van € 2.500,00 voor feit 4.

De benadeelde partij [slachtoffer], [adres], vordert een schadevergoeding van € 2.500,00 voor feit 4.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.000,00 een rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten ter zake van immateriële schade en zij acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vorderingen telkens tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen omdat de vorderingen niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich lenen voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kunnen de benadeelde partijen hun vorderingen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij [slachtoffer], [adres], vordert een schadevergoeding van € 750,00 voor feit 5.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 250,00 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit ter zake van materiële schade en zij acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 37a, 37b, 45, 57, 63, 242, 245, 247 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van:

- het onder feit 1 primair tenlastegelegde feit ten aanzien van [slachtoffer];

- het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde feit ten aanzien van de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en de bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht ten aanzien van [slachtoffer];

- het onder feit 5 tenlastegelegde feit ten aanzien van [slachtoffer];

- het onder feit 6 primair tenlastegelegde feit;

- het onder feit 6 subsidiair tenlastegelegde feit ten aanzien van (slachtoffer];

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.2 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair:

verkrachting, meermalen gepleegd;

feit 1 subsidiair:

met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

feit 2 primair:

verkrachting, meermalen gepleegd;

feit 3 primair:

verkrachting, meermalen gepleegd;

feit 4:

met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

feit 5:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

feit 6 subsidiair:

mishandeling, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Maatregel

- gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres], van € 1.000,00 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 juni 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres], van € 1.000,00 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 15 februari 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres], van € 1.000,00 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 7 april 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres], van € 250,00 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 1 januari 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partijen in het overige gedeelte van de vorderingen

niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht;(BP.09)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer], € 1.000,00, twintig dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer], € 1.000,00, twintig dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer], € 1.000,00, twintig dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer], € 250,00, vijf dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Dit vonnis is gewezen door mr. Alferink, voorzitter, mr. Visser en mr. Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van Van den Goorbergh, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 8 juli 2008.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 februari 2006 tot en met

12 juli 2007 te Etten-Leur (telkens) door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer] (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van

(een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of (telkens) mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of

die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] en/of die de [slachtoffer], hebbende

verdachte

- (telkens) zijn vinger(s) tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] gebracht en/of

(telkens) zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en/of

- (telkens) zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

gehouden en/of (telkens) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd/gebracht en/of gehouden en/of zijn penis tegen de anus van die [slachtoffer]

geduwd en/of (telkens) zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht

en/of gehouden

en/of

- (telkens) zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

gehouden en/of (telkens) zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht

en/of gehouden

en/of

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en/of

- (telkens) zijn penis in de vagina van die [slach[slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

gehouden en/of (telkens) zijn penis in de mond van die [slachtoffer]

geduwd/gebracht en/of gehouden

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met

geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] heeft opgetild en/of die [slachtoffer] bij haar polsen heeft

vastgepakt/-gehouden en/of die [slachtoffer] heeft geslagen en/of geschopt en/of in

haar gezicht heeft gebeten en/of bij haar keel heeft vastgepakt/-gehouden

en/of tegen haar heeft gezegd -zakelijk weergegeven- 'als je niet terug komt

verkracht ik je moeder en je zusje(s)' en/of 'ik schiet je vader dood' en/of

'ik steek het huis in brand' en/of 'ik doe je in een kofferbak en laat je in

Amsterdam als hoer werken', althans (telkens) woorden van gelijke dreigende

aard of strekking en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een bedreigende

situatie heeft doen ontstaan

en/of

- die [slachtoffer] aan haar haren heeft getrokken en/of haar hoofd tegen een muur

en/of een deur heeft gegooid/geduwd en/of die [slachtoffer] met (de gesp van) een

riem tegen het lichaam heeft geslagen en/of met een riem in de richting van

die [slachtoffer] heeft geslagen en/of die [slachtoffer] heeft gebeten in haar arm(en) en/of

be(e)n(en) en/of buik en/of gezicht en/of die [slachtoffer] heeft geschopt en/of met

(gebalde) vuist tegen haar slaap heeft gestompt/geslagen en/of die [slachtoffer] bij

haar keel heeft vastgepakt/-gehouden en/of een mes tegen haar keel gezet en/of

een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het

hoofd van die [slachtoffer] gezet en/of (daarbij) gezegd dat zij zich moest

uitkleden, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of met een

peperspray, althans een brandende en/of prikkende en/of verstikkende en/of

weerloosmakende stof, in het gezicht van die [slachtoffer] heeft gespoten en/of een

verhit tosti-ijzer voor de (blote) buik van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of

tegen haar heeft gezegd -zakelijk weergegeven- 'als je niet komt dan doe ik je

zusje iets' en/of 'je moet achter het raam gaan staan en geld voor mij

verdienen als je niet doet wat ik zeg', althans (telkens) woorden van gelijke

dreigende aard of strekking en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een

bedreigende situatie heeft doen ontstaan

en/of

- die [slachtoffer] een mes in/tegen een been heeft geduwd/gehouden en/of een mes in

de richting van die [slachtoffer] heeft gegooid en/of die [slachtoffer] heeft

gestompt/geslagen en/of die [slachtoffer] in haar arm heeft gebeten en/of de kleding

van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of op dwingende toon tegen die [slachtoffer]

heeft gezegd; "[slachtoffer] kom hier" en/of die [slachtoffer] heeft opgetild en/of

(vervolgens) op het bed heeft gelegd en/of geduwd en/of het hoofd van die

[slachtoffer] heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of een pistool, althans een op

een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd/slaap van die [slachtoffer] heeft

gedrukt/gehouden en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "als ik wil

dan kan ik je nu doodschieten", althans woorden van gelijkde dreigende aard of

strekking en/of brandende as van (een) sigaret(ten) tegen het lichaam van die

[slachtoffer] heeft geblazen en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een bedreigende

situatie heeft doen ontstaan

en/of

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt/-gehouden en/of (vervolgens) haar

keel heeft dichtgeknepen en/of heeft geslagen en/of aan de haren van die [slachtoffer]

heeft getrokken en/of een vinger in haar oog heeft geduwd en/of die [slachtoffer] bij

haar nek heeft vastgepakt/-gehouden en/of haar hoofd heeft

vastgepakt/-gehouden en/of die [slachtoffer] in haar arm heeft gebeten en/of tegen die

[slachtoffer] heeft gezegd -zakelijk weergegeven- 'je moet naar mij toekomen als [slachtoffer]

met vakantie is, als je niet komt steek ik je huis in brand met je ouders en

je broers erbij' en/of 'ik sla [slachtoffer] helemaal in elkaar en maak haar af in de

schuur, om dit te voorkomen moet jij seks met mij hebben', althans (telkens)

woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan

en/of

- die [slachtoffer] heeft geslagen en/of op haar buik is gaan staan en/of heeft

geschopt en/of een kussen op het gezicht van die [slachtoffer] heeft gedrukt

en/of gedrukt gehouden en/of die [slachtoffer] een mes heeft getoond en/of

daarbij heeft gezegd; "ik vermoord je", althans woorden van gelijke dreigende

aard of strekking en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een bedreigende

situatie heeft doen ontstaan;

[slachtoffer]: feit 1,

[slachtoffer]: feit 4,

[slachtoffer]: feit 9,

[slachtoffer]: feit 12,

[slachtoffer]: feit 16)

art 242 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 februari 2006 tot en met

12 juli 2007 te Etten-Leur, met [slachtoffer] (geboortedatum) en/of [slachtoffer] (geboren [geboortedatum]) en/of [slachtoffer] (geboren [geboortedatum]) en/of

[slachtoffer] (geboren [geboortedatum]) en/of [slachtoffer] (geboortedatum), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien

jaren had(den) bereikt, (telkens) buiten echt, (telkens) een of meer

ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of

(telkens) mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van

die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] en/of die De

[slachtoffer], hebbende verdachte

- (telkens) zijn vinger(s) tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] gebracht en/of

(telkens) zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en gehouden

en/of

- (telkens) zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

gehouden en/of (telkens) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd/gebracht en/of gehouden en/of zijn penis tegen de anus van die [slachtoffer]

geduwd en/of (telkens) zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht

en/of gehouden en/of

- (telkens) zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

gehouden en/of (telkens) zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht

en/of gehouden en/of

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

- (telkens) zijn penis in de vagina van die [slach[slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

gehouden en/of (telkens) zijn penis in de mond van die [slach[slachtoffer]

geduwd/gebracht en/of gehouden;

art 245 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 september 2006 tot en met

12 juli 2007 te Etten-Leur ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer], (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat

opzet

- die [slachtoffer] bij haar keel/nek heeft vastgepakt en/of vastgepakt heeft gehouden

en/of die [slachtoffer] aan haar keel omhoog heeft getrokken en/of

- die [slachtoffer] met (gebalde) vuist tegen haar slaap heeft gestompt/geslagen

en/of die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt en/of vastgepakt heeft

gehouden en/of een verhit tosti-ijzer tegen de (blote) buik van die [slachtoffer]

heeft gedrukt en/of

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt/-gehouden en/of (vervolgens) haar

keel heeft dichtgeknepen en/of

- die [slachtoffer] een kussen op haar gezicht/hoofd heeft gedrukt en/of gedrukt

gehouden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid

art 302/45 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 februari 2006 tot en met

12 juli 2007 te Etten-Leur [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of

[slachtoffer] en/of [slachtoffer] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met verkrachting

en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid en/of brandstichting, immers

heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend

- die [slachtoffer] de woorden toegevoegd -zakelijk weergegeven-: 'als je niet terug

komt verkracht ik je moeder en je zusje(s)' en/of 'ik schiet je vader dood'

en/of 'ik steek het huis in brand' en/of 'ik doe je in een kofferbak en laat

je in Amsterdam als hoer werken', althans (telkens) woorden van gelijke

dreigende aard of strekking

en/of

- die [slachtoffer] een mes tegen haar keel gezet, althans een mes getoond en/of een

vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd

van die [slachtoffer] gezet, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] gericht en/of met een riem in de richting

van die [slachtoffer] geslagen en/of tegen haar gezegd -zakelijk weergegeven-

'als je niet komt dan doe ik je zusje iets' en/of 'je moet achter het raam

gaan staan en geld voor mij verdienen als je niet doet wat ik zeg' althans

(telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking

en/of

- die [slachtoffer] een mes in/tegen een been geduwd/gehouden en/of een mes in de

richting van die [slachtoffer] gegooid en/of een pistool, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd/slaap van die [slachtoffer]

gedrukt/gehouden en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer] gezegd: "als ik wil dan kan

ik je nu doodschieten", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking

en/of

die [slachtoffer] de volgende woorden toegevoegd -zakelijk weergegeven- 'je moet naar

mij toekomen als [slachtoffer] met vakantie is, als je niet komt steek ik je huis in

brand met je ouders en je broers erbij' en/of 'ik sla [slachtoffer] helemaal in elkaar

en maak haar af in de schuur, om dit te voorkomen moet jij seks met mij

hebben', althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking

en/of

- die [slach[slachtoffer] een mes getoond en/of daarbij dreigend de woorden toegevoegd

"ik vermoord je", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 Wetboek van Strafrecht

art 245 Wetboek van Strafrecht

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 februari 2006 tot en met

12 juli 2007 te Etten-Leur (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon te

weten

- [slachtoffer] bij haar keel/nek heeft vastgepakt en/of vastgepakt heeft gehouden

en/of die [slachtoffer] heeft geslagen en/of geschopt en/of in haar gezicht heeft

gebeten

en/of

- [slachtoffer] met (gebalde) vuist tegen haar slaap heeft gestompt/geslagen

en/of die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt en/of vastgepakt heeft

gehouden en/of een verhit tosti-ijzer tegen de (blote) buik van die [slachtoffer]

heeft gedrukt en/of die [slachtoffer] aan haar haren heeft getrokken en/of haar hoofd

tegen een muur en/of een deur heeft gegooid/geduwd en/of die [slachtoffer] met (de

gesp van) een riem tegen het lichaam heeft geslagen en/of die [slachtoffer] heeft

gebeten in haar arm(en) en/of be(e)n(en) en/of buik en/of gezicht en/of die

[slachtoffer] heeft geschopt en/of met een peperspray, althans een brandende en/of

prikkende en/of verstikkende en/of weerloosmakende stof in het gezicht van die

[slachtoffer] heeft gespoten

en/of

- [slachtoffer] heeft gestompt/geslagen en/of die [slachtoffer] in haar arm heeft gebeten

en/of

- [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt/-gehouden en/of (vervolgens) haar

keel heeft dichtgeknepen en/of die [slachtoffer] heeft geslagen en/of aan de haren van

die [slachtoffer] heeft getrokken en/of een vinger in haar oog heeft geduwd en/of in

haar arm heeft gebeten

en/of

- [slachtoffer] een kussen op haar gezicht/hoofd heeft gedrukt en/of

gedrukt gehouden en/of die (slachtoffer], heeft geslagen en/of geschopt en/of op

haar buik is gaan staan,

waardoor deze [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of (slachtoffer]

(telkens) letsel hebben/heeft bekomen en/of (telkens) pijn hebben/heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 juli 2006 tot en met 15

juli 2006 te Etten-Leur (telkens) door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan

van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of (telkens) mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende verdachte

(telkens) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht

en/of gehouden en/of (telkens) zijn penis in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd/gebracht en/of gehouden en/of (telkens) zijn penis in de mond van die

[slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

die [slachtoffer] heeft geslagen en/of geschopt en/of in haar arm heeft gebeten

en/of aan haar haren heeft getrokken en/of een mes tegen de keel van die

[slachtoffer] heeft gedrukt/gehouden en/of (daarbij) tegen haar heeft gezegd: "ik

vermoord je" en/of "als je iets verkeerds doet dan vermoord ik je familie er

ook bij" en/of -zakelijk weergegeven- 'je moet als hoer voor het raam gaan

zitten', althans (telkens) woorden van gelijkde dreigende aard of strekking

en/of een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het

hoofd van die [slachtoffer] heeft gedrukt/gehouden

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan;

([slachtoffer]: feit 3)

art 242 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 juli 2006 tot en met 15

juli 2006 te Etten-Leur, met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum]), die de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

(telkens) buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of (telkens) mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

(telkens) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

gehouden en/of (telkens) zijn penis in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd/gebracht en/of gehouden en/of (telkens) zijn penis in de mond van die

[slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden;

art 245 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 juli 2006 tot en met 15

juli 2006 te Etten-Leur aan een persoon genaamd [slachtoffer], (telkens)

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (instabiel schoudergewricht (links)),

heeft toegebracht, door deze (telkens) opzettelijk (meermalen) tegen de

(linker) schouder/arm te schoppen en/of trappen en/of stompen en/of stoten

en/of slaan

art 302 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 juli 2006 tot en met 15

juli 2006 te Etten-Leur [slachtoffer] (telkens) heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met

verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft

verdachte (telkens) opzettelijk dreigend

een mes tegen de keel van die [slachtoffer] gedrukt/gehouden en/of (daarbij) tegen

haar gezegd: "ik vermoord je" en/of "als je iets verkeerds doet dan vermoord

ik je familie er ook bij" en/of -zakelijk weergegeven- dat ze als hoer voor

het raam moest gaan zitten, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende

aard of strekking en/of een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] gedrukt/gehouden;

art 285 Wetboek van Strafrecht

art 245 Wetboek van Strafrecht

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 juli 2006 tot en met 15

juli 2006 te Etten-Leur (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon te weten

[slachtoffer] heeft geslagen en/of geschopt en/of in haar arm heeft gebeten

en/of aan haar haren heeft getrokken

waardoor deze [slachtoffer] (telkens) letsel heeft bekomen en/of (telkens) pijn

heeft ondervonden

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks 1 september 2006 tot en met 15 juli 2007 te Etten-Leur

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of

[slachtof[slachtoffer] (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en)

die (telkens) bestond(en) uit of (telkens) mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] en/of die

[slachtoffer], hebbende verdachte

- (telkens) zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

gehouden en/of (telkens) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd/gebracht en/of gehouden en/of (telkens) zijn penis in de mond van die

[slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en/of

- (telkens) zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

gehouden en/of (telkens) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd/gebrachte en/of gehouden en/of (telkens) zijn penis in de mond van die

[slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en/of

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd -zakelijk weergegeven- 'als je me niet pijpt

verkracht ik je zusje' en/of 'snijd ik de keel van je zusje door' en/of

'schiet ik je vader kapot' en/of 'zet ik het huis in brand' en/of 'als je me

niet pijpt dan kom je niet meer weg en dan zie je je vader en je zus nooit

meer', althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt/-gehouden en/of de keel heeft

dichtgeknepen en/of een mes tegen de keel van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of

die [slachtoffer] op bed heeft geduwd en/of die [slachtoffer] heeft geslagen en/of heeft

geschopt en/of aan de haren van die [slachtoffer] heeft getrokken en/of een vinger

in het oog van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of die [slachtoffer] in haar gezicht

en/of haar vinger(s) en/of hand(en) heeft gebeten en/of met een schoen op haar

hoofd heeft geslagen

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan

en/of

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt/gehouden en/of de keel heeft

dichtgeknepen en/of een kussen op het gezicht van die [slachtoffer] heeft geduwd

en/of (een) snoer/kerstverlichting om de nek van die [slachtoffer] heeft

gedaan/gebonden en/of aangetrokken en/of die [slachtoffer] heeft

geschopt/getrapt en/of met een (bier)fles op het hoofd van die [slachtoffer]

heeft geslagen en/of een mes tegen die keel van die [slachtoffer] heeft

geduwd/gehouden en/of aan de haren van die [slachtoffer] heeft getrokken en/of

een brandende sigaret bij het gezicht van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of

die [slachtoffer] in haar nek heeft gebeten en/of tegen die (slachtoffer) heeft

gezegd -zakelijk weergegeven- 'als je niet komt dat dan maak ik je af' en/of

'als je niet luistert zet ik je achter het raam' en/of 'maak ik je moeder of

je nichtje af', althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of

strekking

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een bedreigende situatie heeft

doen ontstaan

en/of

- die [slachtoffer] een (glas)scherf tegen haar keel/hals heeft geduwd/gedrukt en/of

gehouden en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd -zakelijk weergegeven-

'ik steek je kapot', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

en/of een snoer (van een lamp) om de nek/keel van die [slachtoffer] heeft

gedaan/gebonden en/of (vervolgens) dat snoer heeft aangetrokken en/of met een

riem die [slachtoffer] heeft geslagen en/of met zijn handen die [slachtoffer] heeft geslagen

en/of met een (vlees)vork tegen/voor het lichaam van die [slachtoffer] heeft

geduwd/gehouden

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan;

([slachtoffer]: feit 6,

[slachtoffer]: feit 11,

[slachtoffer]: feit 15)

art 242 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 september 2006 tot en met

15 juli 2007 te Etten-Leur ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer] en/of [slachtoffer]

en/of [slachtoffer], (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt/-gehouden en/of de keel heeft

dichtgeknepen/-gedrukt en/of dichtgeknepen/-gedrukt heeft gehouden en/of

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt/-gehouden en/of de keel heeft

dichtgeknepen/gedrukt en/of dichtgeknepen/-gedrukt heeft gehouden en/of een

kussen op het gezicht van die [slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt en/of

geduwd/gedrukt heeft gehouden en/of (een) snoer/kerstverlichting om de nek van

die [slachtoffer] heeft gedaan/gebonden en/of aangetrokken en/of (meermalen) met

een (bier)fles op het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of

- een snoer (van een lamp) om de nek/keel van die [slachtoffer] heeft gedaan/gebonden

en/of (vervolgens) dat snoer heeft aangetrokken

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid

art 302/45 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij in of omstreeks 1 september 2006 tot en met 15 juli 2007 te Etten-Leur

[slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer] (telkens) heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

en/of met verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid en/of

met brandstichting immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend

- die [slachtoffer] een mes tegen de keel geduwd/gehouden en/of tegen die [slachtoffer]

gezegd -zakelijk weergegeven- 'als je me niet pijpt verkracht ik je zusje'

en/of 'snijd ik de keel van je zusje door' en/of 'schiet ik je vader kapot'

en/of 'zet ik het huis in brand' en/of 'als je me niet pijpt dan kom je niet

meer weg en dan zie je je vader en je zus nooit meer', althans (telkens)

woorden van gelijke dreigende aard of strekking

en/of

- die (slachtoffer) een mes tegen de keel geduwd/gehouden en/of een brandende sigaret

bij het gezicht van die [slachtoffer] gehouden en/of tegen die (slachtoffer) gezegd

-zakelijk weergegeven- 'als je niet komt dat dan maak ik je af' en/of 'als je

niet luistert zet ik je achter het raam' en/of 'maak ik je moeder of je

nichtje af', althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking

en/of

- die [slachtoffer] een (glas)scherf tegen haar keel/hals geduwd/gedrukt en/of gehouden

en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer] gezegd -zakelijk weergegeven- 'ik steek je

kapot', althans woorden van gelijkde dreigende aard of strekking en/of met een

(vlees)vork tegen/voor het lichaam van die [slachtoffer] geduwd/gehouden;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 september 2006 tot en met

15 juli 2007 te Etten-Leur (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon te

weten,

- [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt/-gehouden en/of de keel heeft

dichtgeknepen/-gedrukt en/of dichtgeknepen/-gedrukt heeft gehouden en/of

die [slachtoffer] heeft geslagen en/of heeft geschopt en/of aan de haren van die

[slachtoffer] heeft getrokken en/of een vinger in het oog van die [slachtoffer] heeft

gedrukt en/of die [slachtoffer] in haar gezicht en/of haar vinger(s) en/of hand(en)

heeft gebeten en/of met een schoen op haar hoofd heeft geslagen

en/of

- [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt/-gehouden en/of de keel

heeft dichtgeknepen/gedrukt en/of dichtgeknepen/-gedrukt heeft gehouden en/of

een kussen op het gezicht van die [slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt en/of

geduwd/gedrukt heeft gehouden en/of (een) snoer/kerstverlichting om de nek van

die [slachtoffer] heeft gedaan/gebonden en/of aangetrokken en/of (meermalen) met

een (bier)fles op het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of die [slachtoffer] heeft geschopt/getrapt en/of aan de haren van die [slachtoffer] heeft

getrokken en/of die [slachtoffer] in haar nek heeft gebeten

en/of

- [slachtoffer] een snoer (van een lamp) om de nek/keel heeft gedaan/gebonden en/of

(vervolgens) dat snoer heeft aangetrokken en/of die [slachtoffer] met een riem die [slachtoffer]

heeft geslagen en/of met zijn handen die [slachtoffer] heeft geslagen,

waardoor die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] (telkens) letsel

hebben/heeft bekomen en/of (telkens) pijn hebben/heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 augustus 2006 tot en met

1 juli 2007 te Etten-Leur met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum]) en/of

met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum]) en/of met [slachtoffer] (geboortedatum) en/of met [slachtoffer] (geboortedatum) die de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had(den)

bereikt, (telkens) buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en)

heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of (telkens) mede bestond(en)

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of [slachtoffer]

en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer], hebbende verdachte

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en/of penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en/of

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en/of

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

enof /zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en/of zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en/of

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden

en/of zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

gehouden;

([slachtoffer]: feit 10,

[slachtoffer]: feit 19,

[slachtoffer]: feit 20

[slachtoffer]: feit 2 en 25)

art 245 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 juni 2006 tot en met 30

maart 2007 te Etten-Leur, met [slachtoffer] en/of [slachtoffer], die

toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, (telkens) buiten

echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande

uit

- het betasten van en/of het knijpen in en/of het wrijven over de (blote)

borsten van die [slachtoffer]s en/of het betasten van en/of wrijven over de vagina van

die [slachtoffer]s

en/of

- het betasten en/of strelen van de borsten van die [slachtoffer] en/of het met

zijn hand in de broek gaan van die [slachtoffer] en/of (daarbij) het betasten van

de billen van die [slachtoffer];

([slachtoffer]: feit 5,

[slachtoffer]: feit 8)

art 247 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 21 oktober 2004 tot en met

1 augustus 2006 te Etten-Leur en/of Oudenbosch ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slac[slachtoffer]

en/of

op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 oktober 2006 tot en met 31

december 2006 te Etten-Leur ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer],

(telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt en/of vastgepakt heeft gehouden

en/of (vervolgens) in haar keel heeft geknepen en/of (vervolgens) haar keel

dichtgeknepen/-gedrukt heeft gehouden en/of een kussen op het hoofd/gezicht

van die [slachtoffer] heeft gedrukt/geduwd en/of gedrukt/geduwd heeft gehouden,

en/of

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt en/of vastgepakt heeft gehouden

en/of (vervolgens) in haar keel heeft geknepen en/of (vervolgens) haar keel

dichtgeknepen/gedrukt heeft gehouden

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

([slachtoffer]: feit 23,

[slachtoffer]: feit 34)

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 21 oktober 2004 tot en met

1 augustus 2006 te Etten-Leur en/of Oudenbosch opzettelijk mishandelend [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt en/of vastgepakt heeft gehouden en/of

(vervolgens) in haar keel heeft geknepen en/of een kussen op het hoofd/gezicht

van die [slachtoffer] heeft gedrukt/geduwd,

en/of die [slachtoffer] heeft geslagen/gestompt en/of geschopt/getrapt en/of

geknepen en/of gebeten

en/of

op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 oktober 2006 tot en met 31

december 2006 te Etten-Leur [slachtoffer], opzettelijk mishandeld [slachtoffer]

bij haar keel heeft vastgepakt en/of vastgepakt heeft gehouden en/of

(vervolgens) in haar keel heeft geknepen en/of die [slachtoffer] heeft geslagen

en/of geschopt/getrapt en/of aan de haren van die [slachtoffer] heeft getrokken

en/of

waardoor die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] (telkens) letsel hebben/heeft bekomen

en/of (telkens) pijn hebben/heeft ondervonden,

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht