Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BD3418

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
09-06-2008
Datum publicatie
10-06-2008
Zaaknummer
801494-07 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging doodslag op echtgenote, na ruzie over hun relatie. en

Beroep op ontbreken van opzet en vrijwillige terugtred verworpen.

Mishandeling van diens zoon door verdachte.

Van opvoedkundige tik ten aanzien van de zoon is geen sprake geweest.

Dat klappen pijn veroorzaken is een feit van algemene bekendheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 801494-07 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 juni 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum[adres]

wonende [adres]

thans gedetineerd in PI Tilburg, HvB Koning Willem II te Tilburg

raadsvrouw mr. El Ayoubi, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 mei 2008, waarbij de officier van justitie, mr. Janssen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte heeft geprobeerd zijn echtgenote te wurgen (feit 1 primair en subsidiair) dat hij haar heeft bedreigd (feit 2) en dat hij zijn zoon gedurende een periode van ruim 5 jaar regelmatig heeft mishandeld (feit 3).

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De verdediging heeft gesteld dat de officier van justitie ten aanzien van feit 3 niet ontvankelijk moet worden verklaard. In de tenlastegelegde periode gold het tuchtigingsrecht en was de opvoedkundige tik niet strafbaar.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw nu dit geen steun vindt in het recht en niet nader onderbouwd wordt. Zij acht de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair tenlastegelegde poging doodslag, de bedreiging zoals onder 2 ten laste gelegd en de onder 3 op de dagvaarding genoemde mishandeling van zijn minderjarige zoon, meermalen gepleegd. Voor wat betreft de feiten 1 primair en 2 baseert zij zich op de aangifte, de verklaring van verdachte en de verklaring van de getuige [getuige 1] Ten aanzien van feit 3 baseert zij zich op de verklaring van aangever en de verklaring van de huisarts.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1 primair en feit 2. Verdachte heeft geen enkel besef gehad van zijn handelen. Het werd hem zwart voor de ogen. Hij heeft bovendien geen opzet gehad op de dood van zijn echtgenote. Subsidiair dient verdachte ontslagen te worden van alle rechtsvervolging, omdat er sprake was van vrijwillige terugtred.

Ten aanzien van feit 3 kan evenmin een bewezenverklaring volgen. [naam], de zoon van verdachte kan niet omgaan met zijn gevoelens. Het gevolg daarvan is dat hij regelmatig door het lint gaat. Verdachte pakt hem dan vast om hem te bedaren en geeft hem soms een tik. Het is niet zijn bedoeling om hem pijn te doen. In de verklaring die [naam] heeft afgelegd heeft hij ook niet verklaard dat hij pijn of letsel heeft gehad tengevolge van de klappen die zijn vader hem zou hebben gegeven.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Door het slachtoffer [slachtoffer 2], echtgenote van verdachte, is op 23 december 2007 aangifte gedaan. Zij heeft verklaard dat zij en verdachte de hele dag al woorden met elkaar hadden. Op een gegeven moment is verdachte uit zijn slof geschoten en heeft hij gezegd: “Ik ben klaar met je en nu maak ik je af ook”. Vervolgens heeft verdachte haar met beide handen om haar keel gepakt en klemde hij haar keel vast. Ze voelde dat hij vervolgens heel hard kneep en met zijn duimen haar strottenhoofd naar binnen duwde. Verdachte kwam met zijn gewicht over haar heen en bleef haar keel dicht knijpen. Zij kon geen adem meer halen en dacht dat dit het einde was. Zij heeft verklaard dat zij er al in berustte dat ze zou komen te overlijden. Toch is ze op een gegeven ogenblik terug gaan vechten. Zij heeft toen met haar handen aan zijn vingers getrokken om weer wat lucht te krijgen. Op een gegeven moment is zij op de grond terecht gekomen. Zij heeft geroepen dat verdachte aan de kinderen moest denken, waarna verdachte haar los heeft gelaten. Zij heeft verder verklaard dat zij veel pijn had aan haar keel en dat haar nek pijn doet bij het bewegen.

Verdachte is door de politie aangehouden en tijdens zijn inverzekeringstelling heeft hij verklaard dat hij zijn echtgenote opzettelijk pijn heeft gedaan en dat hij daar geen spijt van heeft. Op 24 december 2007 is hij nogmaals gehoord . Hij heeft toen verklaard dat hij ruzie kreeg met zijn vrouw en dat hij op een gegeven moment helemaal geflipt is, haar is aangevlogen en haar bij de keel heeft gepakt. Op 27 december 2007 tijdens zijn verhoor bij de rechter-commissaris heeft verdachte eveneens verklaard dat het hem zwart voor de ogen werd, dat hij naar haar is toegesprongen en dat hij zijn echtgenote bij de keel heeft vastgepakt.

In het dossier bevindt zich verder medische informatie . Hierin staat de volgende beschrijving van het uitwendig letsel van [initialen] [slachtoffer 2]: “poging tot strangulatie met daarbij geringe bloeduitstorting nabij rechter stemband, echter geen zwelling”.

Op grond van deze bewijsmiddelen komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van zowel feit 1 primair en feit 2. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij ervan uitgaat dat hij zijn echtgenote pijn heeft gedaan, maar dat hij niet meer weet wat er gebeurd is. Gelet op de eerder door verdachte afgelegde verklaringen gaat de rechtbank aan de verklaring van verdachte ter zitting voorbij. Het verweer dat verdachte geen opzet had op de dood van zijn echtgenote wordt verworpen, nu verdachte door bij zijn echtgenote haar keel dicht te knijpen, dichtgeknepen te houden en haar strottenhoofd naar binnen te duwen, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zij zou kunnen komen te overlijden. Er is evenmin sprake van vrijwillige terugtred. De rechtbank volgt de verklaring van aangeefster, nu zij geen reden heeft om hieraan te twijfelen. Volgens deze verklaring is aangeefster op een bepaald moment terug gaan vechten en heeft zij de vingers van verdachte losgemaakt en geroepen dat hij aan de kinderen moest denken. Daarna heeft verdachte haar losgelaten.

Verdachte heeft ook verklaard dat hij pas losliet nadat aangeefster had geroepen dat hij om de kinderen moest denken. Zonder al die handelingen van aangeefster zou verdachte de verwurging niet hebben gestaakt.

In het dossier zit voorts een verklaring van de zoon van verdachte, [naam] [achternaam slachtoffer] Hij heeft bij de politie verklaard dat zijn vader hem slaat en dat hij dat al doet vanaf de eerste dag dat hij naar school gaat. Hij zegt dat zijn vader erg boos kan worden en dat hij dan agressief wordt. Hij gaat dan door het lint en dan gaat hij slaan, soms zachtjes en soms voluit. Hij slaat in zijn gezicht, tegen zijn wang, tegen zijn hoofd of in zijn buik. Als hij hem slaat, dan slaat hij meestal vijf keer.

De echtgenote van verdachte heeft bij de politie verklaard dat verdachte zijn zoon [naam] meerdere keren over de knie heeft gelegd. Dat hij de broek en onderbroek van [naam] dan uittrok en hem met vlakke hand meerdere keren met kracht tegen zijn billen sloeg, waarna de handafdrukken van verdachte in de billen van [naam] stonden. Zij heeft vaker gezien dat verdachte [naam] met vlakke hand in het gezicht sloeg.

In een brief van de huisarts staat vermeld dat [echtgenoot] al in 2003 met hem heeft gesproken over het feit dat verdachte haar kinderen sloeg.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij [naam] wel eens met vlakke hand tegen zijn oren heeft geslagen. Ter zitting heeft hij deze verklaring bevestigd en aangevuld . Hij sloeg [naam] om hem tot bedaren te brengen. [naam] kon helemaal door het lint gaan en dan was dat, volgens verdachte, de enige manier om hem tot bedaren te brengen.

De rechtbank komt op basis van deze bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring van het onder feit 3 tenlastegelegde. Uit de wijze waarop verdachte zijn zoon heeft geslagen en de omstandigheden waaronder dit is gebeurd leidt de rechtbank af dat verdachte zijn zoon wel degelijk pijn wilde toebrengen en dat de klappen veel verder gingen dan het geven van een opvoedkundige tik. Het feit dat de zoon van verdachte in zijn verklaring niet heeft aangegeven dat hij tengevolge van de klappen pijn heeft ondervonden doet aan een bewezenverklaring niet af, nu het een feit van algemene bekendheid is dat klappen pijn veroorzaken.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. primair

op 23 december 2007 te Waalwijk ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [initialen] [slachtoffer 2], zijn

echtgenote, van het leven te beroven, met dat opzet haar,

[slachtoffer 2], bij de keel heeft vastgepakt en haar keel heeft dichtgeknepen

en dichtgeknepen heeft gehouden en haar strottenhoofd naar binnen heeft

geduwdterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 23 december 2007 te Waalwijk, [initialen] [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd:"ik ben klaar met je en nu maak ik je af ook

3.

in de periode van 11 juni 2002 tot en met 23 december 2007 te

Waalwijk, meermalen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer] (geboren op 11 juni 1993, zijnde verdachtes zoon), heeft geslagen tegen diens

hoofd en/of gezicht en/of buik,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging nu uit het psychologisch en psychiatrisch rapport blijkt dat de feiten hem slechts in enigszins verminderde tot verminderde mate konden worden toegerekend.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over dat de feiten verdachte in enigszins verminderde tot verminderde mate kunnen worden toegerekend. Nu er geen sprake is van volledige ontoerekeningsvatbaarheid kan geen ontslag van alle rechtsvervolging volgen. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsvrouw en acht verdachte strafbaar, nu overigens ook niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 4 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt behandeling bij De Waag danwel een andere kliniek alsmede een contact- en straatverbod met het slachtoffer [slachtoffer 2].

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging kan zich vinden in de conclusies van het psychologisch en psychiatrisch rapport. Zij heeft gepleit voor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest. Verdachte wil zijn baan graag behouden, omdat dit hem struktuur geeft. Daarnaast zou een voorwaardelijke gevangenisstraf moeten worden opgelegd, met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde een ambulante behandeling van verdachte.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Nadat verdachte en zijn echtgenote op 23 december 2007 de hele dag ruzie hadden gehad, is verdachte op een bepaald moment doorgedraaid, heeft hij zijn echtgenote bedreigd en heeft hij daarna geprobeerd om haar middels verwurging om het leven te brengen. Dit is erg ver gegaan. Zijn vrouw heeft verklaard dat zij op een gegeven moment dacht dat zij werkelijk zou komen te overlijden en dat zij daarin zelfs berustte. Uiteindelijk heeft zij haar laatste beetje energie aangewend om terug te vechten en is zij ternauwernood aan de dood ontsnapt. Zij is de woning ontvlucht en de politie is gebeld. Uiteindelijk is zij in het ziekenhuis terecht gekomen vanwege het letsel dat zij heeft opgelopen bij deze poging tot verwurging.

Daarnaast heeft verdachte zijn zoon, [naam] [achternaam slachtoffer] de afgelopen vijf jaar vele malen mishandeld door hem te slaan.

De rechtbank tilt zwaar aan huiselijk geweld. Er waren al geruime tijd spanningen in het huwelijk van verdachte en zijn echtgenote en er was al eerder sprake geweest van geweld van verdachte jegens zijn echtgenote. Op 23 december 2007 is het echter tot een dramatisch dieptepunt gekomen. Verdachte heeft door zijn handelwijze pijn en angst teweeggebracht en dit moet hem ernstig worden aangerekend. Hetzelfde geldt voor de mishandelingen van zijn zoon. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verdachte geen spijt of berouw heeft getoond over deze mishandelingen. Integendeel, verdachte is van mening dat het noodzakelijk is zijn zoon te slaan omdat hij de jongen tot bedaren moet brengen. De rechtbank acht dit standpunt verwerpelijk en merkt op dat geen enkele situatie het gebruikte geweld van verdachte jegens zijn zoon kan rechtvaardigen.

Over verdachte is gerapporteerd door de reclassering en door de psycholoog drs. van [naam] en de psychiater dr. [naam].

De deskundigen komen nagenoeg tot hetzelfde oordeel. Verdachte is lijdend aan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline en dwangmatig compulsieve theatrale trekken. Dit heeft de gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van de tenlastegelegde feiten beïnvloed. Er is sprake van een enigszins verminderde tot verminderde toerekenings-vatbaarheid. Indien verdachte geen behandeling ondergaat is de kans op recidive groot. Een (ambulante) behandeling is dan ook noodzakelijk. Deze behandeling moet gericht zijn op het leren hanteren van de agressie van verdachte en zou bij De Waag kunnen plaatsvinden.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en maakt die tot de hare.

In het voordeel van verdachte spreekt dat hij niet eerder met strafbare feiten in aanraking is geweest.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, niet volstaan kan worden met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest. Zij acht oplegging van een langere gevangenisstraf noodzakelijk.

Mede gelet op de context waarbinnen deze strafzaak speelt, namelijk een conflictueuze situatie tussen ex-echtgenoten met spanningen rondom de kinderen waarbij wederzijds verwijten worden gewisseld, zal de rechtbank aan verdachte tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Als bijzondere voorwaarden zal zij een verplicht reclasseringstoezicht opleggen, zodat, conform de adviezen van de deskundigen, behandeling van verdachte bij De Waag, Het Dok of een soortgelijke instelling plaats kan vinden. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een straatverbod opleggen. Een contactverbod, zoals door de officier van justitie is verzocht, acht zij niet opportuun. Verdachte en zijn ex-echtgenote zullen in de toekomst overleg met elkaar moeten hebben over de opvoeding van hun beider kinderen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij mevrouw [initialen] [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van

€ 725,-- voor feit 1 primair.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 725,-- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 25,-- ter zake van materiële schade en € 700,-- ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 45, 57, 285, 287 en 300 van het Wetboek van strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair: poging doodslag

feit 2: bedreiging

feit 3: mishandeling, meermalen gepleegd

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens reclassering Nederland, ook als dit inhoudt dat hij zich moet laten behandelen bij Het Dok of De Waag of een soortgelijke instelling;

*dat verdachte zich tijdens de proeftijd niet mag begeven in een straal van 500 meter rondom de woning van het slachtoffer [slachtoffer 2];

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [initialen] [slachtoffer 2], [adres] van € 725,--, waarvan € 25,-- ter zake van materiële schade en € 700,-- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf de dag van het ontstaan van de schade, te weten 23 december 2007 tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [initialen] [slachtoffer 2], [adres], € 725,-- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 14 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04)

Dit vonnis is gewezen door mr. De Bruijn, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Woudstra, rechters, in tegenwoordigheid van A. van Beijsterveldt, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 juni 2008. Mr. De Bruijn is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 23 december 2007 te Waalwijk ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [initialen] [slachtoffer 2], zijn

echtgenote, van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet haar,

[slachtoffer 2], bij de keel heeft vastgepakt en/of haar keel heeft dichtgeknepen

en/of dichtgeknepen heeft gehouden en/of haar strottenhoofd naar binnen heeft

geduwd, en/of, terwijl die [slachtoffer 2] op haar knieen zat, haar bij de haren

heeft vastgepakt en haar hoofd met kracht naar achteren heeft getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 december 2007 te Waalwijk opzettelijk mishandelend een

persoon, te weten [initialen] [slachtoffer 2], zijn echtgenote, bij haar keel heeft

vastgepakt en/of haar keel heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft

gehouden, en/of haar strottenhoofd naar binnen heeft geduwd en/of, terwijl

die [slachtoffer 2] op haar knieen zat, haar bij haar haren heeft vastgepakt en haar

hoofd met kracht naar achteren heeft getrokken, waardoor deze letsel heeft

bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 23 december 2007 te Waalwijk,

[initialen] [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig msdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden

toegevoegd:"ik ben klaar met je en nu maak ik je af ook", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2002 tot en met 23 december 2007 te

Waalwijk,

meermalen, althans eenmaal (telkens)

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer] (geboren op 11

juni 1993, zijnde verdachtes zoon), heeft geslagen en/of gestompt tegen diens

hoofd en/of gezicht en/of buik, althans diens lichaam,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht