Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BD3314

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
06-06-2008
Zaaknummer
08 / 1617 WRO VV, 08 / 1618 WRO VV en 08 / 1619 WRO VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om schorsing van drie besluiten inzake de verlening van vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning voor het realiseren van twee spoelwaterputten, het verlengen van twee bestaande vleeskuikenstallen en het bouwen van vier nieuwe vleeskuikenstallen in het buitengebied, waardoor het bouwblok ter plaatse aanzienlijk wordt vergroot tot 4,22 ha.

De AbRS heeft de vaststelling en goedkeuring van Reconstructieplan De Baronie met betrekking tot de aanwijzing van de kern Druisdijk als landbouwontwikkelingsgebied vernietigd, met als gevolg dat de bouwlocatie in Druisdijk nog niet is gelegen in een vastgesteld landbouwontwikkelingsgebied. De ruimtelijke onderbouwing en de verklaring van geen bezwaar (vvgb) gaan daar ten onrechte wel van uit. Cruciaal in de motivering van de vvgb is de overweging dat de Reconstructiecommissie met betrekking tot de omvang van het bouwblok heeft beoogd maatwerk te kunnen leveren. Kennelijk is door de commissie slechts besloten in zijn algemeenheid in te stemmen met de voorgenomen uitbreiding van het bouwblok. Nog daargelaten of dit standpunt van de commissie in concreto ziet op dit bouwplan, betekent het niet dat provinciale staten dit standpunt zullen volgen bij de vaststelling van het herziene Reconstructieplan. Daarom is voor de realisering van het onderhavige project een geactualiseerde ruimtelijke onderbouwing vereist, die zo gedetailleerd is dat daaruit kan blijken dat een uitbreiding van het bouwblok tot een oppervlak van 4,22 ha toelaatbaar moet worden geacht. Vooralsnog is dan ook niet aannemelijk dat de bestreden besluiten ongewijzigd in stand zullen blijven.

Na afweging van de betrokken belangen schorst de voorzieningenrechter alleen de besluiten met betrekking tot de te bouwen vleeskuikenstallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, team bestuursrecht

procedurenummers: 08 / 1617 WRO VV, 08 / 1618 WRO VV en 08 / 1619 WRO VV

uitspraak van de voorzieningenrechter

in de zaken van

vereniging Natuurvereniging Mark en Leij,

gevestigd te Chaam, gemeente Alphen-Chaam,

stichting Stichting Brabantse Milieufederatie,

gevestigd te Tilburg,

verzoeksters,

gemachtigde mr. J.E. Dijk,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen-Chaam,

verweerder.

1. Procesverloop

Verzoeksters hebben bezwaar gemaakt tegen drie besluiten van verweerder van 12 februari 2008 (bestreden besluiten), verzonden op 18 februari 2008, inzake de verlening van vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning voor twee spoelwaterputten, respectievelijk voor het verlengen van twee vleeskuikenstallen, respectievelijk voor vier vleeskuikenstallen op het perceel aan de [adres] te Alphen.

Tevens hebben zij op 3 april 2008 verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek met betrekking tot de twee spoelwaterputten is ter griffie van de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer 08 / 1617 WRO VV, het verzoek met betrekking tot het verlengen van twee vleeskuikenstallen is geregistreerd onder zaaknummer 08 / 1618 WRO VV en het verzoek met betrekking tot het oprichten van vier nieuwe vleeskuikenstallen is geregistreerd onder nummer 08 / 1619 WRO VV.

De verzoeken om voorlopige voorziening zijn gevoegd behandeld ter zitting van 25 april 2008. Daarbij werd de Stichting Brabantse Milieufederatie (BMF) vertegenwoordigd door mevrouw [naam persoon], beleidsmedewerker van BMF, die werd bijgestaan door mr. J.E. Dijk, die tevens optrad voor de vereniging Natuurvereniging Mark en Leij. Namens verweerder is

mr. [naam persoon] verschenen. Vergunninghouder [naam persoon] was aanwezig met gemachtigde mr. [naam persoon] en werd vergezeld door zijn adviseurs [naam persoon] en [naam persoon].

2. Beoordeling

2.1 Op grond van de gedingstukken en de behandeling ter zitting gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Bij besluit met nummer 06-158 heeft verweerder op aanvraag van vergunninghouder [naam persoon] vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning verleend voor het bouwen van vier vleeskuikenstallen op diens perceel aan de [adres] te Alphen. Op dezelfde grondslag heeft verweerder vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning verleend onder nummer 06-159 voor het bouwen van twee spoelwaterputten op dat perceel. Onder nummer 06-160 is vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning verleend voor het verlengen van twee bestaande vleeskuikenstallen op dat perceel. Na realisering van deze bouwwerken en de sloop van een aantal bestaande bouwwerken zal dat perceel over een oppervlak van ongeveer 4,22 ha bebouwd zijn.

2.2 Verzoeksters hebben, samengevat, aangevoerd dat het bedrijf van vergunninghouder is gelegen in een landbouwontwikkelingsgebied waarvan de begrenzing door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) is vernietigd, dat het bouwblok groter is dan volgens het Reconstructieplan De Baronie is toegestaan, dat het bouwblok niet is gelegen op een duurzame locatie en dat het bedrijf een te grote ammoniakdepositie op de nabijgelegen natuurgebieden veroorzaakt.

Verzoeksters hebben de voorzieningenrechter verzocht de bestreden besluiten te schorsen of een zodanige voorziening te treffen dat zoveel mogelijk aan de bezwaren van verzoeksters wordt tegemoetgekomen.

2.3 Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt. Verder dient deze beslissing het resultaat te zijn van een belangenafweging, waarbij moet worden bezien of uitvoering van het bestreden besluit voor verzoeksters een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van dat besluit te dienen belang.

Voorzover de beoordeling van dit verzoek meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

2.4 Ingevolge artikel 44, eerste lid, van de Woningwet kan de verlening van een bouwvergunning uitsluitend worden geweigerd indien, kort gezegd, het bouwplan in strijd is met het Bouwbesluit, de bouwverordening of met het geldende bestemmingsplan, dan wel indien het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Indien zich één of een combinatie van deze weigeringsgronden voordoet, is verweerder verplicht de gevraagde bouwvergunning te weigeren.

Ingevolge artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kan de gemeenteraad ten behoeve van de verwezenlijking van een project vrijstelling verlenen van het geldende bestemmingsplan, mits dat project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben. Onder een goede ruimtelijke onderbouwing wordt bij voorkeur een gemeentelijk of intergemeentelijk structuurplan verstaan. Indien er geen structuurplan is of wordt opgesteld, wordt bij de ruimtelijke onderbouwing in elk geval ingegaan op de relatie met het geldende bestemmingsplan, dan wel wordt er gemotiveerd waarom het project past binnen de toekomstige bestemming van het betreffende gebied. De gemeenteraad kan deze vrijstellingsbevoegdheid delegeren aan burgemeester en wethouders.

2.5 De voorzieningenrechter stelt voorop dat hij niet van alle relevante stukken kennis heeft kunnen nemen. Met name ontbreekt inzicht in de volledige tekst van Reconstructieplan De Baronie, het ontwerp van de correctieve herziening van Reconstructieplan De Baronie, alsmede van de kennelijk verleende milieuvergunning.

Vaststaat echter dat de AbRS bij uitspraak van 30 mei 2007 zowel de vaststelling als de goedkeuring van Reconstructieplan De Baronie met betrekking tot de aanwijzing van Druisdijk als landbouwontwikkelingsgebied heeft vernietigd. Dat betekent dat de onderhavige bouwlocatie vooralsnog niet is gelegen binnen een vastgesteld landbouwontwikkelingsgebied. Zowel de ruimtelijke onderbouwing van 20 november 2006 als de verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten d.d. 28 januari 2008 gaan dan ook ten onrechte uit van de aanname dat de bouwlocatie is gelegen binnen een landbouwontwikkelingsgebied. De ruimtelijke onderbouwing had moeten worden geactualiseerd terwijl de verklaring van geen bezwaar in zoverre een misslag bevat. Cruciaal in de motivering van de verleende verklaring van geen bezwaar is de overweging dat de Reconstructiecommissie met betrekking tot de omvang van het bouwblok heeft beoogd maatwerk te kunnen leveren. De voorzieningenrechter constateert dat blijkens de notulen van de vergadering d.d. 3 oktober 2007 door deze commissie niet meer is besloten dan dat de commissie in haar algemeenheid instemt met de voorgenomen uitbreiding van het bouwblok aan de [straatnaam]. Nog daargelaten of deze algmene overweging in concreto ziet op het onderhavige bouwplan, betekent dit niet dat provinciale staten, het bestuursorgaan dat bevoegd is tot vaststelling van (de herziening van) Reconstructieplan De Baronie, deze algemene lijn zal gaan volgen. Dat betekent dat aan de realisering van het onderhavige project niet alleen een geactualiseerde ruimtelijke onderbouwing ten grondslag moet liggen, maar dat er ook een meer gedetailleerde ruimtelijke onderbouwing is vereist waaruit kan blijken dat een uitbreiding van het bouwblok tot een oppervlak van 4,22 ha toelaatbaar moet worden geacht. Hieruit volgt dat vooralsnog niet aannemelijk is dat de bestreden besluiten ongewijzigd in stand zullen blijven. De overige bezwaren laat de voorzieningenrechter thans buiten bespreking.

2.6 Na afweging van de betrokken belangen ziet de voorzieningenrechter aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening met betrekking tot de twee bouwvergunningen en vrijstelling voor de vleeskuikenstallen. De besluiten in de zaken met nummer 08 / 1618 WRO VV en 08 / 1619 WRO VV zullen worden geschorst tot zes weken na de verzending van de beslissing op de bezwaren van verzoekers. Het verzoek tot schorsing van de verleende vrijstelling en vergunning voor twee spoelwaterputten zal worden afgewezen.

2.7 Nu het verzoek in de zaken met de nummers 08 / 1618 WRO VV en 08 / 1619 WRO VV wordt toegewezen, dient het in deze zaken betaalde griffierecht aan verzoeksters te worden vergoed. Tevens zal de voorzieningenrechter verweerder veroordelen in de proceskosten van verzoeksters, die op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden vastgesteld op het hieronder opgenomen totaalbedrag.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om voorlopig voorziening in de zaak met nummer 08 / 1617 WRO VV af;

wijst het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken met nummers 08 / 1618 WRO VV en 08 / 1619 WRO VV toe en schorst het bestreden besluit in deze zaken tot zes weken na de verzending van de beslissing op bezwaar;

gelast dat de gemeente Alphen-Chaam aan verzoeksters het door hen betaalde griffierecht tot een totaalbedrag van € 576,- vergoedt;

veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeksters tot een totaalbedrag van € 644,-, te betalen door de gemeente Alphen-Chaam.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van mr. M.A.M. de Baar, griffier, in het openbaar uitgesproken op 25 april 2008.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Afschrift verzonden op: