Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BD2544

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
24-04-2008
Datum publicatie
28-05-2008
Zaaknummer
02/801239-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van de belaging/stalking van een Liberiaanse familie door een groep jongeren uit Waspik.

Verdachte wordt wel veroordeeld voor het discrimineren en bedreigen van het gezin

Tevens een veroordeling voor nog een discriminatie.

Verdachte krijgt hiervoor opgelegd een werkstraf van 120 uur en een leerstraf slachtoffer in beeld plus van 40 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

Parketnummer: 02/801239-07

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting van de politierechter op

24 april 2008

mr. Janssen, politierechter,

mr. Gijbels, officier van justitie, en

mr. Korsten, griffier.

De politierechter doet de zaak tegen de verdachte uitroepen.

De verdachte is aanwezig en antwoordt op de vragen van de politierechter te zijn:

[verdachte],

geboren te [plaats en datum],

wonende te [adres].

Als raadsman van verdachte is aanwezig mr. J. van Rooijen, advocaat te Tilburg.

De politierechter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

De officier van justitie draagt de zaak voor en deelt mee dat tevens de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeel[slachtoffers], [benadeeld[slachtoffer], [benadeelde 3] en [benadeelde 4] aan de orde zijn.

De politierechter deelt mee de korte inhoud van:

1. het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van verdachte van 12 maart 2008;

2. een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming over verdachte van

31 december 2007;

3. de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en [benadeelde 4];

4. de stukken met betrekking tot de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis van verdachte;

5. het proces-verbaal nr. PL203G/07-013993 van de politie regio Midden en West Brabant, met alle daarin opgenomen processen-verbaal, alle bijlagen en alle overige daarin opgenomen en daarbij behorende stukken;

6. de overige zich in het dossier bevindende stukken.

De verdachte verklaart -zakelijk weergegeven-:

Ik stond regelmatig bij het groepje bij de kiosk. Ik wil de namen van die mensen niet noemen. Ik was er niet zo vaak bij als er dingen naar de familie werden geroepen. Het kwam wel voor dat ik er bij was als er geroepen werd. Ik heb er zelf niet aan mee gedaan. Ik weet niet wie wel iets hebben geroepen. Ik heb er niet met hen over gesproken. Ik reageerde er niet op. Ik weet ook niets meer over een incident met een bus. Ik heb de familie niet gehinderd in de bus. Ik was ook niet bij het van de fiets af trekken. Ook bij het eieren gooien was ik er niet bij. Hetzelfde geldt voor het in de brievenbus gooien van vuurwerk. Ook niet bij het met een scooter inrijden op die mensen. Het is wel voorgekomen dat ik kwam aanrijden toen zij de straat overstaken. Er kwam toen bijna een aanrijding. Ik heb toen geroepen dat ze aan de kant moesten gaan en ik heb getoeterd. Meer is er niet gebeurd. Ik reed op dat moment 45 kilometer per uur. Ik had ze te laat gezien en te hard gereden. Het is op die plek druk en onoverzichtelijk. Ik weet niet waarom ik bij de politie heb verklaard dat ik hen tot op 1-1,5 meter ben genaderd. Ik heb dit wel tegen [mededader] verteld uit stoerdoenerij. Ik kan me voorstellen dat dit alles vervelend is voor die familie. Het heeft iedereen wel veel aangedaan eigenlijk. Sindsdien is iedereen rustiger en makker geworden. Toen was iedereen dat ook al, maar nu is het nog erger geworden. Ik heb geen Hitlergroet gemaakt en kankerzwarte geroepen. Het klopt dat ik een getatoeëerde ring op mijn vinger heb, maar toch ben ik dat niet geweest. Ik heb met een foto in het AD gestaan. Ik weet niet meer wat ik heb verklaard over een Hitlergroet brengen met [mededader 2]. Ik weet ook niet dat ik dat gedaan zou hebben. Ik heb dat niet aan [mededader 3] verteld. Misschien heb ik iets anders tegen hem verteld. Ik vind het jammer dat het allemaal gebeurd is. Mijn eigen aandeel is echter vrij klein.

De raadsman merkt op dat hij de slachtofferverklaring niet heeft ontvangen.

De politierechter houdt hierop de slachtofferverklaring voor.

De verdachte verklaart -zakelijk weergegeven-:

Ik heb geen racistische inslag. Ik ken [mededader 4]. Anderhalf jaar geleden heb ik hem voor het laatst gezien. Toen dacht ik minder na over wat ik deed. Vanaf toen is het beter met mij gegaan. Het verhaal over het wegnemen van een bromfiets klopt. Ik weet niet wat er op dossierpagina 198 staat over het brengen van de Hitlergroet. Ik laat me niet uit over [mededader 2]. Hij is een vriend waarmee ik in de auto zat.

De raadsvrouw van de benadeelde partijen voert aan -zakelijk weergegeven-:

Er is net een aanvang gemaakt met het maken van een afspraak bij de psychiater. De hulpverlenging komt nu pas op gang, omdat het voor de slachtoffers van belang is te weten wat de politierechter vandaag zal beslissen.

De verdachte verklaart -zakelijk weergegeven-:

Ik heb 7 dagen in voorarrest gezeten. Mijn werk is de montage van verdiepingsvloeren. Hiermee verdien ik 820 euro per maand. Ik woon nog thuis maar hoef geen kostgeld te betalen.

De officier van justitie voert aan -zakelijk weergegeven-:

Hoewel verdachte deels minderjarig was ten tijde van deze feiten, is toch gekozen om hem voor de politierechter te dagvaarden. Er zijn de afgelopen periode allerlei vervelende dingen voorgevallen tussen de familie [slachtoffers] en de jongeren die zich vandaag ter zitting moeten verantwoorden. Verdachte verklaart dat hij er wel altijd bij staat als er dingen worden geroepen en dat hij het wel logisch vindt dat hij daarom voor de politierechter moet verschijnen. Hij zou zelf niets hebben geroepen. Dit acht ik ongeloofwaardig. Verdachte kan daarom veroordeeld worden voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Het inrijden met de scooter vind ik een ernstig feit. Ik verzoek u verdachte vrij te spreken van de primaire variant en hem te veroordelen voor de subsidiair tenlastegelegde bedreiging. De tatoeage op de vinger maakt duidelijk dat het gaat om deze verdachte. Onder 4 heeft verdachte zich wederom schuldig gemaakt aan discriminerend gedrag. Ik verzoek u verdachte daarom te veroordelen voor de subsidiair tenlastegelegde belediging van [slachtoffer 5].

Bij mijn strafeis houd ik rekening met het strafblad van verdachte.

De officier van justitie, die de feiten 1, 2, 3 subsidiair en 4 subsidiair bewezen acht, heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 37 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van voorarrest, een werkstraf van 120 uur subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis en een leerstraf slachtoffer in beeld plus van 40 uur, en legt de vordering aan de politierechter over.

Hetgeen de raadsman aanvoert is neergelegd in de pleitnota, die wordt overgelegd. Deze pleitnota is aan dit proces-verbaal gehecht en de inhoud ervan dient als hier ingelast en herhaald te worden beschouwd.

De raadsman voegt hieraan toe -zakelijk weergegeven-:

Ik heb hier een brief van de huisarts in Loon op Zand die een ander licht werpt op het zogenaamde vluchten van het gezin [slachtoffers] naar Waalwijk. Het gezin is aangeraden om tijdelijk elders te verblijven. Dit is iets anders dan vluchten.

Met betrekking tot de strafmaat: cliënt is rustiger geworden door alles wat is gebeurd. Het gaat toch om veel media-aandacht voor zo’n jonge jongen. De jongeren hebben hun straf eigenlijk al gehad.

Aan de officier van justitie en aan de raadsman van verdachte wordt andermaal de gelegenheid gegeven het woord te voeren.

De raadsvrouw van de benadeelde partijen voert aan -zakelijk weergegeven-:

De vordering betreft een voorschot. Waarschijnlijk wordt het eindbedrag een veelvoud van hetgeen nu is gevorderd.

De verdachte krijgt het laatste woord.

De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt vanmiddag om 15.45 uur uitspraak te doen.

Dit proces-verbaal is door de politierechter en de griffier vastgesteld en ondertekend.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene op de zitting van de rechtbank voornoemd van 24 april 2008.

Tegenwoordig: mr. Janssen, politierechter,

mr. Gijbels, officier van justitie, en

mr. Korsten, griffier.

De politierechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is aanwezig.

De politierechter spreekt het vonnis uit op de openbare zitting.

aantekening van het mondeling vonnis d.d. 24 april 2008

1 De tenlastelegging

Overeenkomstig de dagvaarding.

2 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De politierechter is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 De bewijsmiddelen

1. het ambtsedig proces-verbaal d.d. 8 oktober 2007, opgenomen als dossierpagina 158 e.v. in het hiervoor onder 5 aangehaalde proces-verbaal van de politie regio Midden en West Brabant, in de wettelijke vorm opgemaakt door de verbalisanten [naam] en [naam ]. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in als relaas van eigen waarneming en bevinding van de verbalisanten:

Op 8 oktober 2007 hoorden wij als aangever een vrouw die opgaf te zijn [benadeelde 1], die verklaarde:

“Ik ben in november 2005 in Nederland gekomen. Op 10 maart 2006 ben ik met mijn gezin in Waspik komen wonen. Ik ben daar gekomen met mijn 6 kinderen.

We gingen regelmatig met de buurtbus bijvoorbeeld naar Waalwijk. We namen dan de bus van 08.02 uur. Daarin kreeg ik dan problemen. Er werden bijvoorbeeld apengeluiden naar ons gemaakt en we werden uitgescholden voor "monkey". U vraagt mij wie dat deden. We kennen die mensen niet bij naam of zo en we kunnen ook niet zeggen hoe oud die mensen precies zijn, maar we kennen deze mensen wel van gezicht. Het zijn in ieder geval de jonge jongens die bij de kiosk staan. Bijna iedere keer als ik of iemand van mijn gezin naar de Aldi in het centrum van Waspik gaan, worden we uitgescholden. Ze zeggen dan bv: "He zwarte, wat doe je hier" of ze maken apengeluiden of noemen ons "monkey". Ik kan u dus niet vertellen wie die jongens precies zijn die dat doen, maar het zijn de jongens die altijd bij de kiosk staan. 1 keer heb ik bij een andere winkel, de Plus, een incident meegemaakt met een jongen die ook altijd bij de kiosk staat. Hij riep toen naar mij: "Zwarte, ik haat je".”

2. het ambtsedig proces-verbaal d.d. 17 oktober 2007, opgenomen als dossierpagina 164 e.v. in het hiervoor onder 5 aangehaalde proces-verbaal van de politie regio Midden en West Brabant, in de wettelijke vorm opgemaakt door de verbalisanten [naam] en [naam]. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in als relaas van eigen waarneming en bevinding van de verbalisanten:

Op 17 oktober 2007 hoorden wij als aangever/benadeelde een vrouw die opgaf te zijn [benadeelde 1], die verklaarde:

“Vanaf het moment dat wij in Waspik zijn gaan wonen zijn wij door jongeren uit het dorp gediscrimineerd. Iedere dag dat wij maar een voet buiten de deur zetten begon het. Die jongeren waren soms met 5 dan weer met 6 of 7 man. Steeds wisselde de samenstelling en de grootte van de groep. Dit betreft de jongeren die zich dagelijks ophouden in de kiosk in het centrum van Waspik. De meeste van deze jongeren nemen iedere dag de bus van rond 08.02 uur naar school. Wij werden dan beledigd met de woorden aap, zwarte rot op naar je eigen land, wij haten jullie, en men maakte oerwoudgeluiden naar ons. Dit gebeurde iedere dag weer naar mijn hele gezin toe. Dit gebeurde dus door de gehele groep. Elke keer wanneer een van mijn gezinsleden hen tegenkwamen werden zij beledigd en gediscrimineerd.

Op maandag 24 september 2007 was ik in de supermarkt van de Aldi in Waspik. Voordat ik de supermarkt van Aldi binnen ging werd ik uitgescholden door een groep jongeren welke voor de supermarkt stonden. Ook nu werden weer de woorden aap en monkey geroepen en werden er oerwoudgeluiden gemaakt.”

3. het ambtsedig proces-verbaal d.d. 11 oktober 2007, opgenomen als dossierpagina 231 e.v. in het hiervoor onder 5 aangehaalde proces-verbaal van de politie regio Midden en West Brabant, in de wettelijke vorm opgemaakt door de verbalisant [naam]. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in als relaas van eigen waarneming en bevinding van de verbalisant:

Op 11 oktober 2007 hoorde ik als aangever een vrouw die opgaf te zijn [benadeelde 2], die verklaarde:

“Ik ben in november 2005 naar Nederland gekomen met mijn moeder en broers en zusjes. In maart 2006 zijn wij in Waspik komen wonen. Al vrij direct daarna werd ik op straat bij de kiosk en in de winkel van de Aldi en in de buurtbus uitgescholden. Men noemde mij dan aap en bitch en men maakte geluiden als van een aap.

Op 14 mei 2007 ging ik naar de Aldi. Toen ik daar weer naar buiten kwam werd ik op het Dorpsplein bij de kiosk door een meisje dat daar vaker staat bitch genoemd. Vervolgens zei zij tegen mij: ga terug naar je eigen land. Vervolgens heeft zij een telefoontje gepleegd en kwamen er diverse jongeren op een scooter naar de kiosk. Er waren er in totaal wel 8. Uit die groep kwamen aap geluiden…

Ik ging voorheen altijd met de bus van Waspik naar de school in Waalwijk. Omdat er echter altijd discriminerende opmerkingen en aap geluiden naar mij werden gemaakt, en ze mij beletten om in te kunnen stappen of te gaan zitten heb ik er voor gekozen om met de fiets naar school te gaan.”

4. het ambtsedig proces-verbaal d.d. 12 oktober 2007, opgenomen als dossierpagina 237 e.v. in het hiervoor onder 5 aangehaalde proces-verbaal van de politie regio Midden en West Brabant, in de wettelijke vorm opgemaakt door de verbalisant [naam ]. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in als relaas van eigen waarneming en bevinding van de verbalisant:

Op 12 oktober 2007 hoorde ik als aangever een man die opgaf te zijn [benadeelde 3], die verklaarde:

“In november 2005 ben ik naar Nederland gekomen met mijn moeder en broers en zussen. In maart 2006 zijn we in Waspik komen wonen. Al vrij snel werd ik in Waspik, meestal in het centrum uitgescholden. Men maakte dan apengeluiden naar mij of men noemde mij "monkey". Dit deed een groep jongeren die vaak bij de kiosk staan op het Dorpsplein.”

5. het ambtsedig proces-verbaal d.d. 16 oktober 2007, opgenomen als dossierpagina 184 in het hiervoor onder 5 aangehaalde proces-verbaal van de politie regio Midden en West Brabant, in de wettelijke vorm opgemaakt door de verbalisanten [naam] en [naam]. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in als relaas van eigen waarneming en bevinding van de verbalisanten:

Op 16 oktober 2007 hoorden wij als verdachte een man die opgaf te zijn [med[naam], die verklaarde:

“Ik weet dat een jongen uit Waspik met zijn scooter op een van de familieleden van het zwarte gezin is in gereden. Die jongen heeft mij dat namelijk zelf verteld. Die jongen heet [verdachte].”

6. het ambtsedig proces-verbaal d.d. 23 oktober 2007, opgenomen als dossierpagina 168 in het hiervoor onder 5 aangehaalde proces-verbaal van de politie regio Midden en West Brabant, in de wettelijke vorm opgemaakt door de verbalisant [naam]. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in als relaas van eigen waarneming en bevinding van de verbalisant:

Op 23 oktober 2007 hoorde ik als getuige een vrouw die opgaf te zijn [getuige 1], die verklaarde:

“Afgelopen weekend vertelde [verdachte] dat hij met zijn scooter een keer op een van die leden van dat buitenlandse gezin is ingereden.”

7. het ambtsedig proces-verbaal d.d. 14 oktober 2007, opgenomen als dossierpagina 241 e.v. in het hiervoor onder 5 aangehaalde proces-verbaal van de politie regio Midden en West Brabant, in de wettelijke vorm opgemaakt door de verbalisant [naam]. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in als relaas van eigen waarneming en bevinding van de verbalisant:

Op 14 oktober 2007 hoorde ik als aangever een man die opgaf te zijn [slachtoffer 5], die verklaarde:

Op zaterdag 6 oktober 2007 tussen 19.00 en 20.00 uur ondervond ik geluidsoverlast van een bromfietser, die al enkele keren op en neer was gereden. Ik ben naar de Spoorstraat gelopen en ik heb de persoon in kwestie laten stoppen en ben met hem in gesprek gegaan. Ik merkte aan zijn praten en ik zag aan zijn kleding, (zogeheten Lonsdale kleding ofwel zwarte jacks en zwarte kisten met witte veters en strakke broeken), dat

hij een van de jongeren van het Dorpsplein te Waspik was, welke de laatste tijd negatief in beeld zijn inzake discriminatie. Op een gegeven moment kwam er een jongen bij staan die ook zo gekleed gaat en die ook vaak bij de kiosk op het Dorpsplein staat. Hij is de jongste zoon van het gezin [naam familie mededader] uit Waspik.(later toen de politie weer weg was stond er ook [mededader] bij)…

Vervolgens reed een van de fietsers, en het was [mededader] en ook niet [naam familie mededader], enkele meters bij me vandaan, waarna hij met zijn rechterarm een Heil Hitler gebaar maakte en luidkeels riep zodat iedereen het wel moest horen: "Kankerzwarten".

8. het ambtsedig proces-verbaal d.d. 14 oktober 2007, opgenomen als dossierpagina 243 in het hiervoor onder 5 aangehaalde proces-verbaal van de politie regio Midden en West Brabant, in de wettelijke vorm opgemaakt door de verbalisant [naam]. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in als relaas van eigen waarneming en bevinding van de verbalisant:

Op 14 oktober 2007 hoorde ik als aangever/benadeelde een man die opgaf te zijn [slachtoffer 5], die verklaarde:

Het signalement van de dader luidt als volgt:

Geslacht: man

Leeftijd: ongeveer 16 a 17 jaar

Haardracht: kaal geschoren

Tatoeages: getatoeëerde ring op een der vingers

9. het ambtsedig proces-verbaal d.d. 23 oktober 2007, opgenomen als dossierpagina 192 e.v. in het hiervoor onder 5 aangehaalde proces-verbaal van de politie regio Midden en West Brabant, in de wettelijke vorm opgemaakt door de verbalisanten [naam] en [naam]. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in als relaas van eigen waarneming en bevinding van de verbalisanten:

Op 23 oktober 2007 hoorden wij als verdachte een man die opgaf te zijn [verdachte] die verklaarde:

“Ik draag normaal gesproken een trainingsbroek, Nike Air schoenen, soms een bomberjack of een leren jas.

U vraagt mij wat ik weet over het gebeuren in Waspik. Ik weet dat het gaat over het Liberiaanse gezin. Ik heb hier wel wat over gehoord. U vraagt mij wat ikzelf ooit heb gedaan. Er is een keer een flinke scheldpartij geweest tussen onze groep en dat Liberiaanse gezin. Die keer stond die vrouw met twee kinderen bij dat plein. Ik stond daar ook met mijn groep: [mededaders] en een aantal anderen. Wij riepen dingen zoals "kutzwarten". Ik riep ook iets in de zin van dat ze op moesten rotten. Misschien heb ik wel iets geroepen wat met buitenlanders te maken heeft, ik weet niet meer precies wat. Ik vind het wel logisch dat ik wordt verdacht van discriminatie omdat ik er altijd wel bij sta.”

10. het ambtsedig proces-verbaal d.d. 24 oktober 2007, opgenomen als dossierpagina 197 e.v. in het hiervoor onder 5 aangehaalde proces-verbaal van de politie regio Midden en West Brabant, in de wettelijke vorm opgemaakt door de verbalisanten [naam] en [naam]. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in als relaas van eigen waarneming en bevinding van de verbalisanten:

Op 24 oktober 2007 hoorden wij als verdachte een man die opgaf te zijn [verdachte] die verklaarde:

“Ik wil nog wel zeggen dat ik wel met een scooter op iemand heb ingereden. Ik weet niet precies wanneer ik dit heb gedaan, volgens mij was het ergens in de zomer. We stonden die dag weer op het Dorpsplein, dit was in de middag. Ik heb toen een scooter geleend van iemand die daar ook was. Ik reed langs de Rabobank en ik wilde daar de straat over steken richting de Kiosk. Ik denk dat ik ongeveer 45 kilometer per uur reed. Ik zag toen dat Liberiaanse gezin over de straat lopen. Volgens mij was het de moeder en de twee kleine kindjes. Zij liepen tussen waar ik reed en de Kiosk, waar ik naartoe wilde. Ik reed een stuk op dat gezin af, ik denk dat ik hen tot op een meter of anderhalf heb benaderd. Ik heb ook nog getuuterd toen ik langs hen reed. Ik heb ook nog wel iets geroepen in de zin van: "opzij met je kutkinderen"…

U vraagt mij wanneer ik de Hitlergroet heb gebracht. Ik heb [mededader 2] de Hitlergroet gegeven. Zo begroeten wij elkaar wel vaker…

U vraagt mij wanneer ik bij de woning ben geweest, behalve de keer dat ik er met [mededader 2] voorbij reed. Dat was de enige keer dat ik bij de woning ben geweest…

U vraagt mij hoe vaak het voorkwam dat ik iets naar de mensen van dat buitenlandse gezin heb geroepen of dat ik iets bij hen heb gedaan. Ik heb vast wel een aantal keer gescholden of iets geroepen.”

11. de verklaring van de verdachte [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank te Breda op 24 april 2008, onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven -:

“Het klopt dat ik een getatoeëerde ring op mijn vinger heb…”

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

3.2 De bewijsoverwegingen

t.a.v. feit 1:

De officier van justitie acht de onder 1 tenlastegelegde belaging bewezen, gelet op de aangifte van mevrouw [slachtoffers] en de verklaringen en aangiftes van haar kinderen [slachtoffers] De officier van justitie acht onder meer verdachte verantwoordelijk voor dit feit. Er is volgens hem dan ook voldoende bewijs dat de groep bij de kiosk verantwoordelijk is voor die feiten en dat je ook voor alle tenlastegelegde onderdelen verantwoordelijk bent als je bij die groep staat. De raadsman heeft dit ter zitting betwist.

De politierechter is het niet eens met het standpunt van de officier van justitie. Tenlaste is gelegd dat het gezin [slachtoffers] in een bepaalde periode gestalkt is door de groep jongeren.

Dit zou dan bestaan uit een aantal feitelijke handelingen. Allereerst dient de vraag te worden beantwoord welke handelingen hiervan kunnen worden bewezen, en welke feiten – op basis van dit strafdossier – zijn komen vast te staan. Vast staat dat een groepje jongens van wisselende samenstelling met enige regelmaat dingen naar de leden van de familie [slachtoffers] heeft geroepen, zoals de woorden monkey, aap en kutzwarte, kortom: de woorden die zijn genoemd in de tenlastelegging. Deze woorden zijn al dan niet met oerwoudgeluiden gepaard gegaan. Verder staat vast dat er in 2006 met eieren is gegooid naar de woning van de familie [slachtoffers] en dat op grond van de aangiftes van mevrouw [slachtoffers] en haar dochter, ook wel vast staat dat er incidenten zijn geweest in de bus en de nabijheid van de bus, dat zij regelmatig lastig zijn gevallen op de fiets en dat er vuurwerk in de brievenbus is gegooid. Van die laatste drie feiten moet worden gezegd dat op grond van het dossier niet is komen vast te staan wie daarvoor verantwoordelijk is geweest. Het onderzoek van de politie is daar te weinig specifiek over en mevrouw [slachtoffers] en [slachtoffers] zijn onvoldoende bevraagd om die voorvallen te specificeren en te linken aan bepaalde verdachten. Dit laatste is van belang om de duur, intensiteit en frequentie te kunnen vaststellen die voor een bewezenverklaring van belaging noodzakelijk zijn en tevens om vast te stellen wie daarvoor verantwoordelijk is. Anders dan bij artikel 141 wetboek van strafrecht geldt niet het adagium “je was er bij dus je bent er bij”: voor een bewezenverklaring van belaging is meer nodig. Daarbij zijn de gewone deelnemingsregels van toepassing. Om verantwoordelijk te zijn voor die feitelijke handelingen die je niet zelf hebt gepleegd, moet er sprake zijn geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verschillende verdachten.

Weliswaar hoeft het niet zo te zijn dat iedere deelnemer alles moet hebben gedaan, maar er moeten in ieder geval al dan niet stilzwijgende afspraken bestaan dan wel gedragingen aan te wijzen zijn waaruit die bewuste en nauwe samenwerking blijkt. Op grond van dit dossier kan niet worden vastgesteld dat hiervan sprake is. Het onderzoek is er onvoldoende op gericht geweest om de rol van elke verdachte afzonderlijk vast te stellen. Omdat de groep wisselde van samenstelling is dat wel van belang om tot een bewezenverklaring van de belaging te komen. De feitelijke handelingen die wel toegeschreven kunnen worden naar deze verdachten, te weten het schelden en eieren gooien, zou op zichzelf ook nog een belaging kunnen opleveren. Maar ook hiervoor geldt dat onvoldoende vast staat wie voor welke gedragingen verantwoordelijk is. Gelet op al deze omstandigheden zal verdachte worden vrijgesproken van de hem primair tenlastegelegde belaging.

t.a.v. feit 2:

De politierechter acht dit feit wel wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangiftes van de familie [slachtoffers][slachtoffer] en de verklaring van verdachte dat hij altijd bij het groepje bij de kiosk in Waspik stond. De politierechter acht het dan ook ongeloofwaardig dat verdachte zelf nooit discriminerende opmerkingen naar de familie zou hebben geroepen.

t.a.v. feit 3 subsidiair:

Verdachte zal worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde poging zware mishandeling, omdat het strafdossier onvoldoende aanwijzingen biedt om tot een bewezenverklaring van dit feit te kunnen komen. Wel acht de politierechter wettig en overtuigend dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, gelet op de verklaringen van medeverdachte [naam], de [getuige] en de verklaring van verdachte bij de politie. Daarbij heeft verdachte verklaard dat hij op de aangeefster en haar kinderen is afgereden en pas op één tot anderhalve meter van hen af is gestopt. Ook heeft hij getoeterd en geroepen “opzij met je kutkinderen”. Hiermee komt de politierechter tot wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich aan dit feit heeft schuldig gemaakt.

t.a.v. feit 4 primair:

Op grond van de aangifte van [slachtoffer 5], kan ook dit feit wettig en overtuigend worden bewezen. De aangever beschrijft de gedragingen van verdachte en geeft hierbij een beschrijving van de kleding van de dader, die op deze verdachte van toepassing blijkt te zijn. Ook heeft de aangever verklaard dat de dader een getatoeëerde ring op een van zijn vingers had. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij inderdaad zo’n getatoeëerde ring op zijn vinger heeft. Voorts houdt de politierechter verdachte aan zijn verklaring bij de politie, waarin hij heeft verklaard dat hij de Hitlergroet wel eens aan [mededader 2] heeft gegeven en dat hij langs de woning van de familie [slachtoffers] is gereden. Verdachte zal worden veroordeeld voor het primaire tenlastegelegde feit.

3.3 De bewezenverklaring

De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

2.

de periode van 6 mei 2007 tot

en met 11 oktober 2007 te Waspik, gemeente Waalwijk, tezamen en in vereniging

met anderen, zich in het openbaar, namelijk aan

in het centrum van Waspik, mondeling, opzettelijk

beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten mensen van

Afrikaanse c.q. Negroide afkomst,

wegen hun ras door tegen [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] opzettelijk beledigend

- veelvuldig in een groep (in wisselende

samenstelling) voor de woning van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of I.Kear

en andere familieden en/of op straat en op school en/of in de (buurt)bus

tegen die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en [benadeelde 3]:

"Monkey" en/of "(kut-)aap" en/of hierbij aap- en/of oerwoudgeluiden te maken

en "bitch" en/of "he zwarte, wat doe je hier" en "zwarte, ik haat je"

en "ga terug naar je eigen land" te roepen, althans telkens opmerkingen van

discriminerende en beledigende aard te maken;

3 subsidiair.

in de periode van 1 juni 2007 tot en met 1 september 2007 te Waspik, gemeente Waalwijk, [benadeelde 1] en/of

haar kinderen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend als bestuurder van een scooter voornoemde Hayes en/of haar kinderen met

aanzienlijke snelheid genaderd (45 km/u) en/of haar/hun vervolgens op korte

afstand benaderd en/of hierbij getoeterd en de woorden toegevoegd "Opzij met

je kutkinderen".

4 primair.

op 06 oktober 2007 te Waspik, gemeente Waalwijk, zich in het

openbaar, namelijk op de openbare weg, te weten de Spoorstraat te Waspik,

mondeling, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te

weten donkergekleurde personen wegens hun ras,

door opzettelijk beledigend een heil hitler gebaar te maken (te weten zijn

hand in de lucht te heffen) en hieraan luidkeels de woorden

"kankerzwarten" toe te voegen;

De politierechter acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

De officier van justitie is bij zijn eis uitgegaan van een bewezenverklaring van onder meer feit 1 op de dagvaarding. Nu de politierechter verdachte vrij zal spreken van dit feit, zal zij een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegend komt de politierechter tot de conclusie dat voor het bewezenverklaarde, gelet op de aard van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, een leerstraf slachtoffer in beeld plus van 40 uur een passende straf is. Daarnaast zal zij aan verdachte, gelet op de ernst van de feiten, een werkstraf van 120 uur opleggen.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en [benadeelde 4] vorderen een schadevergoeding van ieder € 2.000, = voor de feiten 1, 2 en 3.

De politierechter acht de vorderingen niet van zo eenvoudige aard dat deze zich lenen voor behandeling in dit strafgeding. De vorderingen zijn onvoldoende onderbouwd, en bovendien is onvoldoende komen vast te staan welk aandeel de gedragingen van verdachte hebben gehad in het ontstane psychische leed bij de verschillende slachtoffers.

De benadeelde partijen zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen. Zij kunnen hun vorderingen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 27, 47, 57, 137c en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De politierechter:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 3 primair tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 2: het zich tezamen en in vereniging met anderen in het openbaar mondeling opzettelijk beledigend uitlaten over mensen van Afrikaanse c.q. Negroïde afkomst wegens hun ras, meermalen gepleegd;

feit 3 subsidiair: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 4 primair: het zich in het openbaar mondeling opzettelijk beledigend uitlaten over donkergekleurde mensen wegens hun ras;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een leerstraf, te weten slachtoffer in beeld plus van 40 uren;

- beveelt dat indien verdachte de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat die vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

De politierechter deelt mee dat tegen dit vonnis binnen veertien dagen hoger beroep kan worden ingesteld en dat verdachte van dit recht afstand kan doen.

Dit proces-verbaal is door de politierechter en de griffier vastgesteld en ondertekend.