Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BD1504

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
10-04-2008
Datum publicatie
14-05-2008
Zaaknummer
AWB 06/5821
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2009:BN5540, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

a succesvolle mediation tussen belanghebbende en de ontvanger over een beschikking aansprakelijkstelling, was een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin onder meer stond dat partijen over en weer niets meer van elkaar te vorderen hadden. Belanghebbende kreeg vervolgens een brief van de rechtbank met het verzoek het beroepschrift in te trekken. Daarin werd vermeld dat zij om een proceskostenvergoeding kon vragen. Belanghebbende deed dat maar de ontvanger beriep zich op de overeenkomst. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende geen recht heeft op vergoeding van de proceskosten, maar dat het griffierecht door de rechtbank moet worden teruggegeven omdat belanghebbende door de brief van de rechtbank op het verkeerde been was gezet en kosten had gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2008/1097
FutD 2008-1054
V-N 2008/42.2.2

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 06/5821

Uitspraakdatum: 10 april 2008

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] BV, gevestigd te [woonplaats],

eiseres,

en

de ontvanger van de Belastingdienst,

verweerder.

Eiseres en verweerder worden hierna aangeduid als respectievelijk belanghebbende en de ontvanger.

Betreft

Het verzoek van belanghebbende ingevolge artikel 8:75a van de Awb om de ontvanger te veroordelen in de proceskosten.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2008 te Breda.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, alsmede de ontvanger.

1. Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

- bepaalt dat de griffier van deze rechtbank het door belanghebbende gestorte griffierecht van € 281 aan belanghebbende zal terugbetalen.

2. Gronden

2.1. Na door belanghebbende ingesteld beroep zijn de ontvanger en belanghebbende door deelname aan mediation tot volledige overeenstemming gekomen omtrent de tussen hen bestaande geschilpunten. Belanghebbende en de ontvanger hebben een vaststellingsovereenkomst getekend, waarin onder meer het volgende is bepaald:

“ Artikel 4 Kwijting en vrijwaring

Partijen hebben na effectuering van hetgeen in deze vaststellingsovereenkomst is gesteld niets meer van elkaar te vorderen. (…) Tot slot zullen partijen zorgdragen voor intrekking van alle op dit geschil betrekking hebbende beslagen, alsmede zullen eventueel hieromtrent lopende (klacht-)procedures worden gestaakt.”

2.2. Met dagtekening 15 mei 2007 heeft de rechtbank aan belanghebbende een intrekkingsverklaring verzonden. In diezelfde brief heeft de rechtbank gewezen op de mogelijkheid om te verzoeken om vergoeding van schade en proceskosten.

2.3. Belanghebbende heeft vervolgens bij brief met dagtekening 25 mei 2007, bij de rechtbank binnengekomen op 29 mei 2007, haar beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van de ontvanger in de (proces)kosten ingevolge artikel 8:75a van de Awb. Belanghebbende verzoekt uitdrukkelijk niet om schadevergoeding.

2.4. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in geval van intrekking van het beroep een partij veroordelen in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Nu belanghebbende en de ontvanger via mediation met elkaar tot overeenstemming zijn gekomen en in de vaststellingsovereenkomst is bepaald dat partijen niets meer van elkaar te vorderen hebben, is de rechtbank van oordeel dat geen grond bestaat voor het veroordelen van de ontvanger in de kosten. Gelet op de duidelijke tekst van de vaststellingsovereenkomst, had belanghebbende, ook na ontvangst van de onder 2.2 genoemde brief van de rechtbank, redelijkerwijs moeten begrijpen dat zij niet in aanmerking zou kunnen komen voor een vergoeding van kosten.

2.5. Het onder 2.4 overwogene neemt niet weg dat belanghebbende door meergenoemde brief van de rechtbank op het verkeerde been is gezet en daardoor kosten heeft gemaakt. Gelet op die omstandigheid zal de griffier van deze rechtbank het door belanghebbende gestorte griffierecht aan haar terugbetalen.

Deze uitspraak is gedaan op 10 april 2008 door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. drs. M.H. van Schaik, griffier.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘[woonplaats] (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’[woonplaats].

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.